Abdij Ulingsheide

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Abdij Ulingsheide
Land Vlag van Nederland Nederland
Plaats Venlo
Coördinaten 51° 20′ NB, 6° 11′ OL
Religie Rooms-Katholiek
Kloosterorde Trappisten
Gebouwd in 1884
Restauratie(s) 1928, 1966-1968
Huidige bestemming wonen/museum
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  524698
Architectuur
Architect(en)  Frans Stoks
Bouwmethode  Traditionalisme, invloeden van Expressionistische architectuur en Art deco
Bouwmateriaal  baksteen, natuursteen
Abdij Ulingsheide (Nederland (hoofdbetekenis))
Abdij Ulingsheide
Portaal  Portaalicoon   Religie

Abdij Ulingheide is een voormalig kloostercomplex van de trappisten in het Limburgse dorp Tegelen, vlak bij de grens met Duitsland, gewijd aan Onze Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangen.

Geschiedenis[bewerken]

Trappistenklooster[bewerken]

In 1884 vestigden zich voor het eerst enkele monniken op de Uelingsheide in Tegelen. Ze kochten een op de heide gelegen boerderij aan, als "overloop" voor de Belgische abdij van Westmalle. Deze breidden ze uit en ze begonnen de omliggende gronden te ontginnen om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Later verbouwden ze de boerderij tot een klooster, dat in 1933 tot abdij werd verheven. Hier woonde en werkte men als zogeheten Contemplatieve Monastieke Gemeenschap, waarbij het gebed centraal stond.

In 1898 namen de broeders de miswijnhandel van Westmalle over en gezien de vraag naar andere wijnen breidde men het assortiment verder uit. Daarnaast ontwikkelden de monniken een aantal exclusieve kloosterlikeuren. De wijnen en likeuren werden verkocht onder de bedrijfsnaam Wijnstekerij Uelingsheide. Naast de verkoop aan Nederlandse en Belgische afnemers werd ook in toenemende mate geëxporteerd naar andere Europese landen.

De huidige kerk en het gastenkwartier dateren van 1928, met vernieuwingen die zijn aangebracht in de jaren 1966-1968. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het complex door afgedwaalde bommen getroffen, waardoor drie vleugels van het gebouw werden verwoest. Na de oorlog werden deze in een andere stijl herbouwd.

Na het tweede Vaticaans Concilie sloeg de ontkerkelijking toe en ook kloosters als Abdij Ulingsheide kregen hiermee te maken. De nieuwe aanwas van aspirant-monniken stokte en geleidelijk werd het aantal monniken kleiner. Toenemende vergrijzing van de monnikengemeenschap deed besluiten om in 2007 het grote complex verlaten. Het was de bedoeling dat de overgebleven monniken zich in een klein bijgebouw van de abdij zouden terugtrekken. Door een ongelukkige val van de laatste abt, Dom Amandus Prick (1917-2016), is het zover niet gekomen. Dom Amandus woonde aanvankelijk in het verzorgingshuis Maria Auxiliatrix (onderdeel van de Professor Dubois-stichting , genoemd naar de Nederlandse medicus Eugène Dubois) op een steenworp afstand van de abdij. Later, toen de gezondheid van de hoogbejaarde oud-abt steeds slechter werd, in het Tegelse verzorgingshuis st. Julia bij de Oude Munt, tot aan zijn overlijden in september 2016[1]. De laatst overgebleven monniken zijn ingetrokken in de Trappistenabdij van Echt die in 2003 het hoofdklooster van de twee Limburgse trappistenkloosters werd. Het kleine bijgebouw, dat De kleine Abdij wordt genoemd, werd door Dom Amandus nog regelmatig bezocht en er worden ook nog gasten ontvangen.

Woongemeenschap Emmaus[bewerken]

Tegenwoordig is in het complex een woongemeenschap en kringloopwinkel gevestigd van Emmaus Feniks. Ook nu nog kan men zich als bezoeker, net als bij veel andere kloosters en religieuze complexen, enige tijd in het complex terugtrekken voor stilte en bezinning. Daarnaast heeft men de gelegenheid om te wandelen in het nabijgelegen Jammerdal. De bewoners van de Emmausgroep (compagnons genoemd, naar een gebruik dat door de oprichter van de Emmausbeweging; Abbé Pierre, werd ingesteld) worden door bezoekers regelmatig als "nieuwe monniken" bestempeld. Met hun slogan "Samen wonen, Samen werken, Samen delen" en de uitvoering daarvan in het zich dienstbaar stellen aan "Hen die het minder hebben", staan zij niet ver verwijderd van de traditie der trappisten. Dat het hebben van een beschermde status nog geen bescherming biedt, is duidelijk te zien in en om het kloostercomplex. De bewoners en vrijwilligers van Emmaus Feniks pogen om het complex voor verval te behoeden.

Trappistenbrouwerij[bewerken]

Anders dan in enkele andere trappistenkloosters werd in dit klooster niet het bekende trappistenbier gebrouwen, maar werd er trappistenlikeur gestookt. Tevens is er tot op heden een belangrijke handel in (mis)wijn. Daarnaast was, in de crypte onder de kapel, een bibliotheek ondergebracht.

Museum[bewerken]

Nu bevindt zich in de crypte nog een museum met de verzameling van Volksdevotionalia van Dom Amandus Prick, dat een mooi overzicht geeft van vakmanschap, tijdsgeest en verbeelding, met betrekking tot afbeeldingen van heiligen uit de katholieke traditie.

Architectuur[bewerken]

De kloosterkapel dateert van 1926 en werd gebouwd naar een ontwerp van architect Frans Stoks. De bouwstijl behoort tot het traditionalisme met invloeden uit het expressionisme en art deco. Omstreeks 1980 werd het interieur van de kapel aangepast. Aan de apsiszijde werden de open paraboolbogen tussen middenschip en zijbeuken ter hoogte van de kruisbeuk dichtgezet in baksteen en glas. Ook is er bij de constructie gebruikgemaakt van het in de nabijheid aanwezige natuursteen.

De kapel met entreeportaal en sacristie zijn tevens van algemeen belang vanwege de situering in het buitengebied van Tegelen in de nabijheid van de grens met Duitsland, omdat het typologisch zeer zeldzaam is en omdat het complex bouwkundig in redelijke staat is. In 1940 plaatste Adema-Schreurs in deze abdij een door de Fransman Cavaille Coll gebouwd tweemanuaals orgel; het werd in 1982 door de Duitser Strohmer gerestaureerd en deels van nieuwe orgelpijpen voorzien.

Hoewel een deel van het kloostercomplex als rijksmonument een beschermde status heeft volgens de criteria van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, vreesden omwonenden dat de in 2012 geopende A74 de betrekkelijke rust zou verstoren.

Externe links[bewerken]