Alexander van Oranje-Nassau (1818-1848)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willem Alexander Frederik Constantijn Nikolaas Michiel van Oranje-Nassau
2 augustus 1818 - 20 februari 1848
Prins Alexander
Prins Alexander
Vader Willem II der Nederlanden
Moeder Anna Paulowna van Rusland
Geboorteplaats Soestdijk
Stamboom.png Stamboom

Willem Alexander Frederik Constantijn Nikolaas Michiel[1] (Soestdijk, 2 augustus 1818Funchal, Madeira, 20 februari 1848), prins der Nederlanden, prins van Oranje-Nassau, was de tweede zoon van de Nederlandse koning Willem II en Anna Paulowna.

Jonge jaren[bewerken]

Prins Alexander, op zijn Russisch bijgenaamd Sasja,[2] werd geboren op paleis Soestdijk op zondag 2 augustus 1818, om kwart over tien in de morgen. Ter gelegenheid van zijn geboorte ontving zijn moeder Anna Paulowna van koning Willem I het Tsaar Peterhuisje in Zaandam. Bij de doop van Alexander op 24 augustus (tevens de zesenveertigste verjaardag van koning Willem I) 1818 was zijn overgrootmoeder van vaders kant, de bejaarde prinses Willemijn nog aanwezig.

Alexander had met zijn broers Willem en Hendrik, en zijn zusje Sophie een gelukkige jeugd. Toen hij tien jaar oud werd benoemde koning Willem I zijn kleinzoon tot kolonel. Alexander ontving op die dag ook het grootkruis van de Orde van de Nederlandse Leeuw en zijn eerste paard. Alexander zou zijn leven lang een passie voor paarden houden.

In 1836 ging Alexander studeren in Leiden, waar zijn broer Willem al enige tijd verbleef. Tijdens zijn studietijd kreeg hij een ongeluk waar hij nog lange tijd last van zou houden. Tijdens een zware novemberstorm waren de prinsen Willem en Alexander onderweg van Leiden naar Den Haag. De weg door het [Haagse] bos was zo volledig versperd dat zij verplicht waren hun rijtuig te verlaten en te voet verder te gaan. Toen zij het deel van het bos bereikte dat het dichtst bij Den Haag was, vielen de bomen van alle kanten schreef Charlotte Disbrowe, dochter van de Engelse gezant in haar memoires een viel er van een kant die ze niet verwacht hadden. De Baron greep de erfprins die naast hem liep en duwde hem uit het gevaar, maar prins Alexander werd geraakt door de vallende takken en neer gesmeten. Het duurde enige tijd voordat het lukte hem te bevrijden, daar dat gedaan moest worden door de grond af te graven.[3] Van Alexanders studie in Leiden is in academische zin weinig terechtgekomen. Wel ontwikkelde hij een interesse in numismatiek.[4]

Alexander reisde veel. Zo bezocht hij meerdere malen het Verenigd Koninkrijk. In de zomer van 1839 reisde hij af naar het hof van zijn oom, de Russische tsaar Nicolaas I, waar hij vele ontvangsten, bals en parades meemaakte, meestal in aanwezigheid van de tsaar zelf. Ook was Alexander op 7 september aanwezig bij de herdenking van de Slag bij Borodino, bijwelke gelegenheid de tsaar hem de eretitel Chef van het Regiment Dragonders van Noworossisk verleende. Enkele dagen verscheen Alexander in zijn nieuwe dragonderuniform aan het hof en verleende de tsaar hem het grootkruis in de Orde van Sint-Andreas de Eerstgeroepene.[5] Alexander heeft dit uniform en het Russische ordeteken ook in Nederland gedragen, zoals op 15 februari 1843 bij een bal ten huize van de Russische gezant.[6] In 1846 vergezelde Alexander zijn moeder op een lange reis door Italië. Deze reis voerde hem naar Genua, waar hij en Anna Paulowna dineerden bij prins Hendrik aan boord. Ook woonden zij de eerstesteenlegging bij van een monument voor de ontdekkingsreiziger Columbus. In Rome had Alexander een ontmoeting met paus Pius IX.

Alexander woonde enige tijd met zijn broer Hendrik op paleis Noordeinde in Den Haag. Rond 1842 bewoonde Alexander een huis achter de Haagse Kloosterkerk, dat er volgens ordonnansofficier Matthes nogal klein uitziet voor een prins, maar het interieur was charmant.[7] In 1845 verhuisde hij naar de Haagse villa Boschlust die hij in 1844 had aangekocht[8]. De villa verviel na zijn dood aan zijn ouders. Koningin-Weduwe Anna Paulowna heeft er nog korte tijd gewoond nadat zij in 1849 het koninklijk paleis aan de Kneuterdijk had verlaten.

Persoonlijkheid[bewerken]

Alexander in jachttenue

Alexander stond bekend als een spontane man met veel vrienden. Hij interesseerde zich schijnbaar weinig voor vrouwen, daar zijn schoonzuster Sophie in 1847 schreef: "Hij weet nog niet wat een vrouw is."[9] Alexanders grootste passie was de jacht. In 1834 kreeg hij van zijn vader op Soestdijk zijn eigen jachthuisje. In 1839 werd op Het Loo The Royal Loo Hawking Club opgericht, waarvan Alexander en zijn broer Willem onmiddellijk lid werden. Het volgende jaar werd Alexander zelfs voorzitter. Zijn passie voor de valkenjacht blijkt uit een brief die hij vanaf Het Loo aan zijn vader schreef: 'Ik verlang er ontzettend naar om op Het Loo te blijven, waar het vluchtbedrijf dit jaar schitterend is. U zult misschien mijn gedrag en mijn beslissing kwalijk nemen, mijn beste vader, maar denk er ook aan, lieve vader, dat dit mijn enige ontspanning en enige genoegen is waar ik werkelijk van houd.'[10] Na de dood van Alexander kwam er snel een eind aan de dure valkenjacht op Het Loo. The Royal Loo Hawking Club werd in 1855 opgeheven. Naast de jacht had Alexander een grote liefde voor paarden. Hij fokte (voornamelijk Friese) paarden op Het Loo. Alexander bezocht graag paardenrennen, waaraan ook zijn eigen kostbare paarden meededen. Zo liet Anna Paulowna voor haar zoon aan het begin van de jaren 40 voor 4000 gulden een renpaard uit Engeland komen.[11]

Alexander had gevoel voor humor en hij hield ervan nieuwe dingen uit te proberen. Hij verscheen eens op een gekostumeerd bal in volledig harnas. Ook was hij de eerste Oranje die zich liet fotograferen[12] en de eerste die een fiets bezat.[13]

Koningin Sophie beschreef haar zwager, prins Alexander, die ze van zeer nabij heeft meegemaakt: Alexander was groot en sterk, een tamelijk mooie man, heel handig in lichamelijke oefeningen. Zijn intelligentie blonk uit door logica, maar had geen enkele diepgang. Door zijn half-Russische natuur had hij een wreed trekje, hij hield ervan dieren te kwellen, om ze te zien lijden. Hij overleed op 30-jarige leeftijd zonder ooit een vrouw gekend te hebben. Eén enkele keer leek hij kortstondige gevoelens te hebben voor een Engelse die hij op Het Loo ontmoette, Miss Cecilia Gore (lady Edward Thynne) die net zo goed paard reed en jaagde als hij. Hij hield van paardrennen, maar hij werd erg dik, erg zwaar en hij wilde afvallen. Zijn maag werd met heftige remedies bestookt. Hij werd erg ziek. De vreselijke dokter Everard onderschatte zijn lijden, dacht dat hij teringlijder was en slaagde hem te verwoesten. Hij leed zes maanden lang, werd naar Madeira gestuurd, waar hij helemaal alleen en ongelukkig aan zijn einde kwam. De autopsie toonde aan dat zijn longen gezond waren en zijn maag verwoest was. Dit was een kleurloos bestaan en een treurig eind.[14]

Carrière[bewerken]

Alexander was de lievelingszoon van zijn ouders. Zij vonden hem stabieler en volgzamer dan zijn oudere broer, de latere koning Willem III. Als tweede zoon was hij voorbestemd voor het leger. Tijdens de strijd tegen de Belgen in de jaren 1833-1834 is Alexander, toen ongeveer zestien jaar oud, met zijn vader en zijn broer Willem bij tijd en wijle bij het leger in het veld geweest.[5] Alexander diende korte tijd de marine, maar hij stapte al snel over naar de cavalerie. Hij was een uitstekend ruiter en diende als luitenant-generaal en inspecteur der cavalerie. Deze laatste functie bekleedde hij tot zijn dood. Ordonnansofficier Eliza Pieter Matthes schreef in zijn dagboek dat hij de indruk had dat "hij een behoorlijke kennis heeft over dat wapen." Matthes voegde eraan toe dat het jammer was dat de prins slechts in naam Inspecteur Generaal was, want "wij zouden er niet bij verliezen als hij dat effectief zou worden."[15] Het Regiment Huzaren Prins Alexander werd naar hem genoemd.

In het najaar van 1844 opperde koning Willem II het plan Alexander te benoemen tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Onder meer de Minister van Koloniën, Jean Chrétien Baud, tekende bezwaar aan. Uiteindelijk kreeg Alexander de positie niet.[16]

Huwelijksplannen[bewerken]

Toen zijn broer net gehuwd was (zo rond 1840) werd er gespeculeerd dat Alexander zou huwen met koningin Isabella II van Spanje, zodra zij de huwbare leeftijd zou bereiken. Maar omdat Isabella katholiek was, zag vader Willem II de voordelen van het huwelijk niet en werd het plan verworpen. Ook is er enige tijd sprake van geweest dat Alexander de latere Engelse koningin Victoria zou huwen. Om die reden reisde kroonprins Willem (de latere koning Willem II) aan het eind van de jaren 30 met zijn beide oudste zonen naar Engeland. Victoria schreef haar oom Leopold, de Belgische koning: "De jongens [Alexander en Willem] zijn erg gewoontjes en hebben een mengsel van Mongools en Nederlands in hun gezicht, ze zien er bovendien zwaar, saai en angstig uit en ze zijn absoluut niet innemend."[17] Alexander bleef ongetrouwd en verwekte voor zover bekend geen kinderen.

Ziekte en overlijden[bewerken]

Alexander is nooit meer volledig hersteld van het ongeluk dat hem op jonge leeftijd overkwam. Zijn zwakke gezondheid bleef een bron van zorg voor de familie, hoezeer hij die ook probeerde te verbergen. Alexander spaarde zich zelden. "Ik weet niet of hij op enige manier gewond was geraakt door de boom die bovenop hem viel," vervolgde Charlotte Disbrowe, "of dat hij zichzelf schade aan had gedaan door te vermageren tot jockeygewicht, maar hij was bijna twee meter lang, dus dat laatste zou drastische maatregelen vereist hebben. Vaak als ik met hem danste merkte ik dat hij buiten adem was, dat het zweet op zijn voorhoofd stond, en ik wilde dat ik de moed had hem te smeken op te houden."[18]

Ook Alexanders schoonzuster, Sophie, uitte zich in een brief aan lady Malet over de ziektetoestand van haar zwager: Hij loopt als een oude man en heeft voortdurend koorts en opgezette klieren. Sinds een maand houdt hij verblijf op Het Loo, maar er is geen sprake van verbetering. (...) Sophie had, zo schreef ze, lange rijtoeren tête à tête met hem gemaakt en geluisterd naar zijn week gepraat over zijn gezondheid en zijn problemen. Vaak dacht ik bij mezelf, het is net alsof ik alleen ben met een oud wijf.[19]

Als vermeend tuberculoselijder[20] bezocht Alexander in november 1847 Madeira, waar hij verbleef in de Quinta Vigia. Het klimaat zou een heilzame uitwerking op zijn kwaal hebben. Alexander stierf daar echter op 20 februari 1848, 29 jaar oud, hetgeen voor zijn ouders een zware slag was. Bij het horen van het droevige bericht op 17 maart 1848[21] sprak koning Willem II: "Wij wandelen als op graven. De aarde is niets dan een groot graf, dat alle grootheid, eer en roem verslindt."[22] Anna Paulowna schreef op 30 maart aan haar broer, tsaar Nicolaas: "Onze Sasja is dood! en wij hebben deze slag overleefd! [...] Hij kent nu vrede, maar wij moeten verder zonder hem, in deze wereld, waarin hij geen vijanden had, hij die voor mij de meest liefhebbende zoon en trouwste kameraad was!"[23] Anna Paulowna liet veel dingen die aan haar zoon herinnerden naar Soestdijk brengen, waaronder zijn jachthonden Caron en Ditch, die ze ieder jaar op zijn sterfdag bezocht.

Alexander werd in een opvallende schildpadvormige kist bijgezet in de Grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk te Delft, op Goede Vrijdag 21 april 1848. Bij deze bijzetting waren namens het koninklijk huis alleen zijn broers Willem en Hendrik aanwezig. Na de dood van Alexander weigerde zijn broer Willem zijn verjaardag te vieren op zijn geboortedag 19 februari. Tot 1859 werd zijn verjaardag gevierd op 17 juni, de geboortedag van zijn vrouw Sophie.

Militaire rangen[bewerken]

Koninklijke Landmacht
  • Kolonel (2 augustus 1828)
  • Commandant van het nu Garderegiment Grenadiers en Jagers
  • Generaal-Majoor der Cavalerie (2 augustus 1839 - najaar 1840)
  • Luitenant-Generaal der Cavalerie (najaar 1840- 21 februari 1848)
  • Inspecteur-Generaal der Cavalerie (najaar 1840- 21 februari 1848)
Keizerlijk Russisch leger (erecommando)
  • Chef van het Regiment Dragonders van Noworossisk (26 augustus 1839 - 19 maart 1848)

Onderscheidingen[bewerken]

  • Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw (2 augustus 1828)
  • Grootkruis in de Koninklijke Orde van de Welfen (1836)
  • Grootkruis in de Orde van Sint-Andreas de Eerstgeroepene (10 september 1839)