Alfred Issendorf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Alfred Issendorf is de hoofdpersoon en ik-verteller uit de roman Nooit meer slapen van de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans uit 1966. Hij is een 25-jarige student geologie die op een expeditie in Noors Lapland meteorietkraters hoopt te ontdekken. Hoewel Alfred eerzuchtig is, valt hij eveneens ten prooi aan twijfel en minderwaardigheidsgevoelens.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Alfred is een ambitieuze, 25-jarige student geologie die in Lapland in Noorwegen een theorie van zijn promotor, professor Sibbelee, hoopt te bevestigen dat het ontstaan van gaten in de grond door meteorietinslagen kwam. Hij doet dit om zijn vader te wreken, een bioloog die roemloos gestorven is tijdens een expeditie. Na diens dood heeft Alfreds moeder haar hoop erop gevestigd dat Alfred de taak van zijn vader zal volbrengen, al wilde Alfred zelf liever fluitist worden. Zijn gelovige zusje Eva beschouwt hij als een onnozel wicht.

Voor zijn expeditie heeft hij luchtfoto's nodig die hij hoopt te krijgen van de Noorse professor Nummedal te Oslo. Die verwijst Alfred door naar de geologische dienst te Trontheim. Uiteindelijk moet Alfred het zonder luchtfoto's doen.

Alfred gaat op expeditie met drie jonge Noren, Arne Jordal, Qvigstad en Mikkelsen. Hij is nauwelijks bestand tegen de ontberingen van het landschap en wanneer hij ontdekt dat Mikkelsen wel over luchtfoto's beschikt, begint zijn sluimerende wantrouwen tot ontplooiing te komen. Op deze foto's herkent hij geen meteorietkraters. Na een bepaald punt scheiden Qvigstad en Mikkelsen zich af en trekt Alfred alleen nog met Arne als gids verder. Als ze onenigheid krijgen over de te volgen richting, vertrouwt Alfred op zijn kompas en trekt verder, in de verwachting dat Arne zal volgen. Wanneer dit niet gebeurt en Alfred terugkeert, treft hij Arne doodgevallen aan. Vervolgens moet Alfred zelf zijn weg terug zoeken. Aan Nummedal brengt hij verslag van zijn edpeditie uit en biedt hem aan het onderzoek van Arne af te maken. Gedesillusioneerd keert hij terug naar Nederland, waarbij hij in het vliegtuig een krantenbericht leest over een meteorietinslag in het gebied waar hij net vandaan komt.

Naam[bewerken | brontekst bewerken]

Alfred Issendorf is een veelzeggende naam: hij is te 'dorps' en te onmondig om, als Aenas, de held te kunnen zijn in een epos. Ook is hij niet tegen de Natuur opgewassen als Odysseus. Hij is een anti-held.[1] Omdat hij de verantwoordelijkheden en verplichtingen die hij op zich genomen heeft niet kan dragen, zoekt hij houvast in een onstelpbare drang om alles te meten.[2]


Receptie[bewerken | brontekst bewerken]

In de literatuurkritiek werd Alfred al meteen beschouwd als een personage met een gebrekkig inzicht in zijn eigen situatie.[3] Kees Fens sprak in een recensie zelfs van 'onnozelheid', maar volgens Ed Popelier nam Fens daarbij ten onrechte aan dat Alfred en de lezer evenveel weten, omdat de lezer aangewezen is op de waarneming van de ik-verteller. In werkelijkheid, aldus Popelier, is voor de lezer een superieure kennispositie weggelegd omdat hij verbanden kan leggen die Alfred niet ziet.[4]

Volgens Popelier wordt Alfred gedreven door een zelfzuchtig motief: eerzucht en wraak.[4] In contrast daarmee zou zijn gids Arne door een zuiver 'wetenschappelijke instelling' zonder 'bijmotieven' worden gemotiveerd.[5]

Studie- en reisgenoten[bewerken | brontekst bewerken]

Diederik Geelhoed[bewerken | brontekst bewerken]

Diederik Geelhoed is een vriend en studiegenoot van Alfred. Alfred heeft het enkele keren over hem en daaruit blijkt volgens Hella Haasse dat Diederik een rivaal in de wetenschap is, een stimulerende maar ook irritante rol. Bovendien i hij een vertrouweling van Alfred. 'Ik zou niet met Diederik omgaan, als ik niet zo goed met hem kon praten. Niemand vertel ik zo gemakkelijk iets over mezelf als Diederik.'[6]

Brandel is een andere studiegenoot van Alfred, een tegenhanger van Diederik. 'Brandel is nooit een intieme vriend van mij geweest. Heel andere figuur dan ik.'[7] Alfred constateert dat Brandel, die een grote, met veel publiciteit omgeven expeditie onderneemt, meer aanleg voor de wetenschap heeft dan hijzelf. Brandel is een opponent en concurrent.[8]

Arne, Qvigstadt en Mikkelsen[bewerken | brontekst bewerken]

Als sympathieke vriend en gespreksgenoot is Arne op de expeditie de plaatsvervanger van Diederik. De andere deelnemers, Qvigstadt en Mikkelsen, zijn plaatsvervangers voor Brandel. Zij zijn ook volwassener: anders dan Arne worden zij steeds bij hun achternaam genoemd en de naam Qvigstadt duidt een grotere maat aan dan Issendorf.[9]

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Haasse, Hella S. (1971). 'Doodijs en hemelsteen.' Oorspronkelijk in Hermans-nummer van tijdschrift Raster, 1971. Herdrukt in: Hella S. Haasse, Lezen achter de letters, Querido, Amsterdam, 2000, 153-182.
  • Popelier, Ed (1979). Willem Frederik Hermans. Reeks Grote Ontmoetingen. Brugge en Nijmegen: Uitgeverij Orion en B. Gottmer

Noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Haasse (1971), 162
  2. Haasse (1971), 163
  3. Popelier (1979), 72-73
  4. a b Popelier (1979), 73
  5. Popelier (1979), 75
  6. Haasse (1971), 160-161. Citaat op p. 161.
  7. Geciteerd in Haasse (1971), 164
  8. Geciteerd in Haasse (1971), 164-165
  9. Haasse (1971), 165-166