Anton Dautzenberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Anton Dautzenberg
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Volledige naam Anton H.J. Dautzenberg
Pseudoniem(en) Troy Titane
Geboren 13 december 1967
Geboorteplaats Heerlen
Land Nederland
Beroep schrijver
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Antonius Hedwig Jozef (Anton) Dautzenberg (Heerlen, 13 december 1967), meestal A.H.J. Dautzenberg genoemd, is een Nederlandse schrijver.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

In 2004 verscheen Dautzenbergs eerste boek Doodspraak, een verzameling interviews - samen met Eric-Jan van Gorkum, onder andere uit Vara TV-Magazine en HUMO. Daarna publiceerde hij een aantal boeken onder het pseudoniem Troy Titane. In 2010 verscheen de absurdistische verhalenbundel Vogels met zwarte poten kun je niet vreten en in 2011 Samaritaan, over de keuze om bij leven een nier ter donatie af te staan aan een onbekende en de reacties daarop. Dautzenberg vertelde in 2014 in het VPRO-programma Nooit Meer Slapen dat hij deze nierdonatie had verzonnen.[1][2] In 2016 bleek dat Dautzenberg tijdens het VPRO-programma met de waarheid speelde, en wel degelijk een nier heeft afgestaan.[3]

Naast romans, korte verhalen en gedichten heeft Dautzenberg ook enkele toneelstukken geschreven.

Dautzenbergs werk valt geregeld in de prijzen en is opgenomen in diverse bloemlezingen. Zo werd Samaritaan in 2013 opgenomen in de lijst van de beste 50 boeken van de afgelopen 5 jaar die NRC Handelsblad publiceerde. Extra Tijd werd in 2013 tijdens de 'Nacht van de NRC' uitgeroepen tot Boek van het Jaar.[4] Begin 2016 ontving hij voor zijn bevlogen en avontuurlijke oeuvre de Peter Bruyn Penning,[5] een Rotterdamse cultuurprijs. In het juryrapport stond onder andere: "Dautzenberg wordt niet gedreven door de wens te vleien, hij doet niet aan gemakzuchtig moralisme. Hij weet als de ware schrijver het menselijk tekort op waarde te schatten."

In 2013 en 2016 was Dautzenberg tevens initiatiefnemer van de Quiet 500, de glossy tegenhanger van de Quote 500. Daarvoor ontving hij in 2016 de Impact Award.[6]

In het overzicht van 9 december 2020 van de 50 beste boektitels aller tijden van Neerlandistiek, Online tijdschrift voor taal- en letterkunde staat Vogels met zwarte poten kun je niet vreten op nummer 1 [7]

Journalistiek / anti-journalistiek[bewerken | brontekst bewerken]

Dautzenberg studeerde economie en taal- en letterkunde. In februari en maart 2011 publiceerde hij in de VPRO Gids een serie van drie interviews, bedoeld als begeleiding bij drie programma's over de Bankencrisis. Een interview was met Lemmy Kilmister, oprichter van de band Motörhead, die een expert op het gebied van de financiële crisis zou zijn. Kort daarna publiceerde de VPRO een rectificatie op haar website en in de gids, omdat het een hoax bleek te betreffen. Dautzenberg had de serie artikelen volledig uit zijn duim gezogen, om "de werkelijkheid als thema te onderzoeken door deze te duiden, te manipuleren, te transponeren, te vermenigvuldigen of te negeren".[7] Dautzenbergs interview met Arnon Grunberg berustte wel deels op waarheid, maar ook deels op verzinsels. De fictieve interviews waarin beroemdheden hun visie gaven op de economie, beleggen en de kredietcrisis werden gebundeld in Rock € roll - economie voor en door leken verklaard.

MARTIJN[bewerken | brontekst bewerken]

Dautzenberg werd in 2011 lid van Vereniging MARTIJN, die sinds 2014 op civielrechtelijke gronden werd verboden. Hij deed dit uit protest tegen een zoals hij het zelf stelde 'heksenjacht tegen pedofielen'. Hoewel hij het gedachtegoed van Vereniging MARTIJN niet ondersteunt en het uitoefenen van pedofiele handelingen ten strengste verwerpt, vindt hij dat mensen met pedofiele gevoelens hierover moeten mogen fantaseren en praten zonder daarvoor bedreigd of geweld aangedaan te worden.[8] Op zijn persoonlijke site voegde Dautzenberg o.a. een lijst toe van bedreigingen die de voorzitter van MARTIJN in één maand voor zijn kiezen kreeg en leverde hij tevens kritiek op Henk Bres en diens petitie om de controversiële vereniging op te doeken. In 2013 vertegenwoordigde Dautzenberg MARTIJN nog in de rechtszaal.

Stadsdichter Tilburg[bewerken | brontekst bewerken]

Dautzenberg werd op 25 augustus 2019 geïnaugureerd als stadsdichter van de stad Tilburg voor de duur van twee jaar. De bedoeling was 2 jaar lang maandelijks een stadsgedicht uit te brengen en bij elk gedicht een adaptatie van een kunstenaar. Gedichten en adaptaties werden op verschillende plekken gepresenteerd. Omdat Dautzenberg de kunstenaars voor hun adaptaties een toepasselijke vergoeding gaf, vond hij het daarvoor beschikbare budget onvoldoende. Dautzenberg stopte daarom op 17 maart 2021, na 21 stadsgedichten, met zijn functie als stadsdichter.

Publicaties[bewerken | brontekst bewerken]

  • Ogentroost (Roman, Uitgeverij Atlas Contact, 2022)
  • Zonder schrammen vaart niemand wel, briefwisseling met Max Niematz (Uitgeverij Kleine Uil, 2022)
  • Een wandeling in Mei (Gedicht, Uitgeverij Pluim, 2021
  • Aslast. (Roman. Uitgeverij Pluim, 2020)
  • GROND. (Toneel. Muziek van Nicoline Soeter bij teksten van A.H.J. Dautzenberg, 2020)
  • Drie wandelsprookjes (Met illustraties van S. Lloyd Trumstein. Wanderlöss, 2019)
  • Geestman. (Roman. Atlas Contact, 2019)
  • De achterkant van… (Toneel. Het Zuidelijk Toneel, 2019)
  • Niet het krassen van de kraai. (Tinnitusgedichten, Uitgeverij Pluim, 2019)
  • Een avondje armoede. (Toneel. Firma MES, 2018)
  • Vijftig Verhalen. (Verhalenbundel t.g.v. de vijftigste verjaardag van A.H.J. Dautzenberg. Atlas Contact, 2018)
  • Ik bestaat uit twee letters. (Dagboek. Arbeiderspers, Privé-domein nr. 298, 2018)
  • Van licht en donker. (Essays, samen met Diederik Stapel. Jurgen Maas, 2017)
  • Winegums, een schandpaal, vlámmen (Verhaal, oplage 120 exemplaren. Hof van Jan, 2016)
  • De dag dat de gieren buigen. (Verhalen. Atlas Contact, 2016)
  • Quiet 500. (Magazine. Stichting Quiet 500, 2016)
  • Gelijkenis hangt af, van weesen, dat sulx gaf (Essay bij de expositie Spiegelbeeld in Centre Céramique in Maastricht. Dichter in beeld, 2016)
  • Vuur! (Bloemlezing. Atlas Contact, 2015)
  • Horrible Homeless Man. (Toneel. De Eenzamen, 2015)
  • Wie zoet is. (Roman. Atlas Contact, 2015)
  • De Fictiefabriek. (Brievenroman, samen met Diederik Stapel. Atlas Contact, 2014)
  • De Wet. (Toneel. Wunderbaum & KVS, 2014)
  • En dan komen de foto's. (Verhalen. Atlas Contact, 2013)
  • Quiet 500. (Magazine. Stichting Quiet 500. 2013)
  • Mijn vader (Vaderpakket, samen met Mijn vader en ik door Paul van der Steen. Hof van Jan, 2013)
  • Na de punt. (Snookergedichten. De Contrabas, 2013)
  • Hoe De Grote Schrijver Mr. A. Roothaert Uit Tilburg Werd Verbannen Door Ed Schilders En Andere Lafaards (Pamflet. TiLt, 2013)
  • Rafelranden van de moraal. (Novelle. Atlas Contact, 2013)
  • Smerig gezwel wat je bent. (Bloemlezing. Eigen beheer, 2012)
  • Extra Tijd. (Roman. Atlas Contact, 2012)
  • Luxembourg (Korte verhalen, samen met Joubert Pignon en Tim Foncke. Oplage 33 exemplaren. Hof van Jan, 2011)
  • Tuchtiging (Gedicht onder de naam Gerard Kornelis van het Reve, oplage 40 exemplaren. De Utrechtsche Domstad, 2011)
  • Rock € roll. Economie voor en door leken verklaard. (Pamflet. Atlas Contact, 2011)
  • Samaritaan. (Roman. Atlas Contact, 2011)
  • Vogels met zwarte poten kun je niet vreten. (Verhalen. Atlas Contact, 2010)
  • Twee (De bijdrage van A.H.J. Dautzenberg aan Vriendenlust. Enkele exemplaren zijn door Jan Keijser apart gebundeld. Met een illustratie van Bandirah, 2009)
  • Windkracht nacht (Een requiem in tien gedichten, oplage 33 exemplaren. Eigen beheer, 2009)
  • Jopie Breemer (Uitgave t.g.v. het afscheid van Anton Dautzenberg bij Communicatiebureau Textuur, oplage 20 exemplaren. De Blauwe Bloem, 2009)
  • Jonquai en Lazfartze gaan met zwangerschapsverlof. (Onder pseudoniem Troy Titane. De Blauwe Bloem, 2007)
  • Jonquai en Lazfartze nemen een hazenlip. (Onder pseudoniem Troy Titane. De Blauwe Bloem, 2007)
  • De rumbafluit van Saraghina. (Onder pseudoniem Troy Titane. De Baluwe Bloem, 2007)
  • Op verzoek van Ruud Vreeman en andere columns. (Onder pseudoniem Troy Titane. TilburgZ, 2005)
  • Doodspraak. Ontmoetingen. (Bundeling van interviews, samen met Eric-Jan van Gorkum. Van Kempen Uitgevers, 2004) Naast deze publicaties heeft Dautzenberg meegewerkt aan verschillende (verzamel)bundels en heeft hij bijdragen geleverd aan kranten en tijdschriften als NRC Handelsblad, de Volkskrant, Het Financieele Dagblad, Hollands Maandblad, de Revisor, Kort Verhaal, De Brakke Hond, Propria Cures, De Groene Amsterdammer, De Contrabas, Tirade, Frontaal Naakt, Das Magazin, Knack, Humo, VPRO Gids en Vara TV Magazine. Voor de VPRO Gids stelde Dautzenberg in 2020 De Grote VPRO Gids literaire boekenquiz samen.
  • Over enkele publicaties van Dautzenberg:
  • Ik bestaat uit twee letters In 2018 publiceerde De Arbeiderspers in de onvolprezen reeks Privé-domein een kloek dagboek van A.H.J. Dautzenberg, Ik bestaat uit twee letters. Het boek werd lovend ontvangen. NRC Handelsblad schreef: ‘A.H.J. Dautzenberg is meester in de literaire grensoverschrijding. […] Dautzenbergs soulsearching levert een eerlijk, diepgravend portret op van hemzelf, van zijn (geëngageerde) schrijverschap, maar ook van het Zuid-Limburg van zijn jeugd en zijn familie.’ HUMO: ‘In een baldadige, strakke stijl kwadrateert Dautzenberg zijn bewustzijn om een balans te vinden tussen liegen en leven.’ En Knack schreef: ‘Privé-domein’ nummer 298 is op veel vlakken een buitenbeetje in een vrij traditionele reeks egodocumenten. Het opzet blijft klassiek, maar dankzij een dynamische uitwerking slaagt Dautzenberg er moeiteloos in een uitgesleten genre volledig naar zijn hand te zetten. Ik bestaat uit twee letters is een intense leeservaring, die op het einde van de rit loutering, schoonheid en troost oplevert. Het is een spitant journaal geworden, royaal en vurig, verrassend en weerbarstig, net als zijn auteur.’
  • Niet het krassen van de Kraai Begin 2019 verscheen de dichtbundel Niet het krassen van de kraai. Medisch Contact: ‘Recentelijk was er al een roman over tinnitus, nu is er de – op zijn zachtst gezegd – nogal ongewone dichtbundel Niet het krassen van de kraai van A.H.J. Dautzenberg. […] Hoe dat klinkt heeft hij weergegeven in poëzie – beeldpoëzie om precies te zijn, die daarom niet valt te citeren. Je moet het in de pagina’s zien, en er misschien zelf geluid bij maken.’ Piet Gerbrandy in de Poëziekrant: ‘Poëzie, en kunst in het algemeen, is immers altijd een wanhopige poging systeem aan te brengen in een inferno aan sensaties. Iedere strofische vorm is een overwinning op de ongrijpbaarheid van wat zich dag na dag, seconde na seconde aan ons voordoet. Wat dat betreft zet Dautzenberg hier ook het project van Petrarca en J.C. Bloem voort. […] Ik denk dat het niet te ver gaat Dautzenberg een existentieel dichter te noemen. Hoe zei Bloem het ook alweer? Het is even ‘tussen twee stilten luid geweest’.’
  • Geestman Eind 2019 publiceerde Dautzenberg de roman Geestman. Dagblad van het Noorden schreef hierover: Dautzenberg maakt experimentele literatuur die je nauwelijks meer ziet in de Nederlandse letteren. Hij is nooit een schrijver die de lezer wil behagen, maar juist iemand die de lezer ontregelt en op het verkeerde spoor wil zetten.’ Cutting Edge: ‘Wie vertrouwd is met de vaak absurde kortverhalen uit zijn debuutbundel Vogels met zwarte poten kun je niet vreten (2010) weet dat Dautzenberg een unieke plaats inneemt in ons taalgebied. Dit boek vormt daar alweer een bevestiging van.’ De Morgen: ‘Dat Dautzenberg bulkt van het talent bewijst hij opnieuw in het ontregelende Geestman, waarin het experiment welig tiert en we zelfs op grafische ‘natuurgedichten’ stuiten. Is dit een roman over een huwelijkscrisis of over een man die existentiële tuimelingen maakt en in verzonnen werelden verzeilt? Je laten meevoeren is het beste leesdevies voor deze ongrijpbare roman.’ Limburgs Dagblad: ‘Dautzenberg ontpopt zich meer en meer als een bijtertje in de letteren, een man met een missie. Met een verbijsterende productiviteit. Lodewijk van Deyssel had dat ook. En Multatuli. [..] Geestman is goed, man. Doe alleen even je best.’
  • Aslast In oktober 2020 verscheen Aslast, een roman over een treinreis waar geen etiket op te plakken valt. De recensies liepen dan ook zeer uiteen: Wiel Kusters: Nadat ik Aslast gisterochtend tegen 11 uur uit de envelop had gehaald, heb ik het boek niet meer uit handen gelegd, tot ik het ongeveer tweeënhalf uur later dichtsloeg. […] Aslast is een uiterst origineel (wat ook betekent: persoonlijk) boek. Eenmaal gelezen kun je het niet meer vergeten, omdat het zich in je hoofd helemaal samenbalt tot een ervaring. Gijs Groenteman: Ik beschouw het meer als een beeldend kunstwerk dan als een boek. […] Dat is zeker een compliment. […] Als lezer heb je iets uitzonderlijks in handen. […] Het is spectaculair op zijn eigen manier; het is gedurfd, het is wonderlijk, het is bevredigend, en het is betekenisvol. Trouw: Dautzenberg lezen, of liever gezegd verteren, is altijd een heel avontuur. […] Nu het literaire experiment in Nederland heeft afgedaan, beschouw ik Dautzenberg als de verwaterde vertegenwoordiger ervan, geen fundamentalistische experimenteel maar een lichte, absurdistische representant, met trekjes van de charlatan die je dan wel moet zijn. In Aslast speelt Dautzenberg met verve de minimalist. […] Hij wil ons een beetje pesten met onze leesgewoontes. En ik laat het toe want hij is de enige in onze literatuur die dat nog uitprobeert op een wijze die in de verte doet denken aan Queneau’s Stijloefeningen maar ook herinnert aan de vroege experimenten van de achttiende-eeuwse romancier Laurence Sterne. Tzum: Aslast is experimentele literatuur. In de zin van geen conventionele literaire middelen gebruikend die duiding van de tekst sturen. […] Misschien moet je niet proberen te duiden, maar je concentreren op wat de tekst bij je teweegbrengt: gevoelens van beklemming, het gloren van het sombere idee dat je leven deel en misschien wel grotendeels bestaat uit triviale handelingen zoals het herstrikken van je veters of het krabben aan een vuiltje, of het idee dat het leven bestaat uit sequenties waarvan elke volgende amper verschilt van de voorgaande. Brabants Dagblad: Wat thematiek betreft sluit Aslast aan op Geestman, de vorige roman waarin Dautzenberg knap Brakman en Alice in Wonderland bij elkaar wist te brengen. Ook hier hebben we een binnen- en een buitenwereld. Maar het steeds herhalen van dat verhaal van niks maakt Aslast ook oersaai. Het boek doet denken aan de stijlexperimenten van Raymond Queneau of de experimentele romans van postmodernisten als Italo Calvino die in Als op een winternacht een reiziger ook een verhaal steeds opnieuw liet beginnen. Maar meer nog lijkt het op een strontvervelend rapport over de Belastingdienst waarin interessante passages zijn weggelakt. Zeker in combinatie met de podcast die er bij gemaakt is, is er sprake van een zekere cadans, maar als experiment is dit hermetische en raadselachtige boek wat mij betreft mislukt. Een leraar Nederlands: Ik heb net Aslast uit…bril-jánt! Ik ben benieuwd wat de HH recensenten hiervan maken, maar ik ben er helemaal vol van! Ik vond het buiten tig andere adjectieven om vooral ontzettend spánnend: iedere keer denk je weer: gaat hij dan nu aan de noodrem trekken? Ik moest aanvankelijk hardop lachen toen ik de repeterende opzet zag, maar ik heb braaf alles intensief gelezen. Ik vond het zelfs bijna jammer dat de landschapsbeschrijvingen uiteindelijk vervaagden en verdwenen: als het maar niet uit genade voor de lezer is! Door die herhalingen merk je pas als lezer hoe weinig je meekrijgt bij een eenmalige lezing. Heel vaak dacht ik: wat mooi, stond dat daar net ook al? En inderdaad. De eerstvolgende keer dat ik een lange treinreis maak, gaat Aslast mee. Marc van Oostendorp, hoogleraar Nederlands: Een reis met de trein waarbij over de intercom teksten van de dertiende-eeuwse mystica Hadewijch worden omgeroepen en een Mondriaan-achtig kunstwerk verandert in een pleurant: een pleurant die nu eens ijskoud is en dan weer zo warm dat het lijkt of hij leeft. Aslast is het meesterwerk van A.H.J. Dautzenberg: een roman die bestaat uit 33 episodes (de leeftijd van Jezus!) die allemaal heel sterk op elkaar lijken, al verschuiven ze gaandeweg van een tamelijk alledaagse beschrijving van een man die alleen in coupé zit naar een religieuze ervaring – om uiteindelijk te eindigen met de Donald Duck. Er zijn tot nu toe een paar recensies van Aslast gelezen die de indruk wekken dat de recensenten het niet vertrouwen: dit moet een grap zijn, wij laten ons daardoor niet in de luren leggen! Maar dat schrap zetten lijkt me nu precies niet de manier om dit boek te lezen. Anderen lijken zich te ergeren, en dat is misschien al een beter begin, al moet je daarna wel doorzetten, en dat lijkt tot nu toe niemand te hebben gedaan. Cutting Edge: Het is een roman, maar not as we know it. De basishandeling is samen te vatten in één zin: P. bevindt zich op een trein. Waar bevindt die trein zich? Ergens tussen leven en dood? Dautzenberg laat het in het midden. Zijn taal bevindt zich in hetzelfde schemergebied: is dit proza dan wel poëzie? […] Misschien moeten we Piet Mondriaan en David Lynch als referentiepunten aanstippen om dit merkwaardige letterenvehikel te duiden. Mondriaan omdat zijn doeken zinderen van de spanning tussen strenge vorm en lichtvoetige kleuren. Lynch omdat zijn films een beroep doen op het soort verbeelding waarvan we vergeten waren dat we ze überhaupt bezaten. Aslast is een soortgelijke ontregelende leeservaring. (****) De Limburger: Dautzenbergs Aslast is een roman, zegt het voorplat, maar dan wel een aparte. Alsof je bent beland in de film Groundhog Day, de lus van eeuwige herhaling. […] De hoofdstukken lijken identiek naar vorm en inhoud, maar dat is schijn. Teksten vervagen letterlijk, en blauwe vlakken verschijnen tussen de tekstblokjes. Sommige teksten veranderen van eigentijds naar middeleeuws, dat de lus-thematiek, die naar leven en dood verwijst, versterkt. Verwacht geen gangbare roman van Aslast en bij sommigen dringt zich misschien de gedachte op aan het sprookje van ‘de nieuwe kleren van de keizer’, maar evengoed past Dautzenberg met Aslast in de traditie van Van Ostaijen, De Stijl (I.K. Bonset), Jan Hanlo, Italo Calvino of de ‘concrete poëzie’ (Paul de Vree).Claustrofobisch. Bijna religieus. Als een gezang, deze trein naar verlossing. (***) Noordhollands Dagblad: Is Aslast van A.H.J. Dautzenberg een literair experiment? Of is het gewoon bedoeld als pesterige uitdaging aan recensenten? Kijken wat ze er nu weer allemaal in lezen. Dat laatste lijkt niet onwaarschijnlijk, want al eerder zette Dautzenberg zijn publiek op het verkeerde been […] Hoe dan ook, zijn nieuwe roman Aslast bestaat uit 33 keer dezelfde zes pagina’s, met slechts hier en daar een kleine wijziging in de tekst. Een treinreis, de opkomende zon, een eenzame reiziger en de steeds surrealistischer wordende stem van de treinomroep. de Volkskrant: Van A.H.J. Dautzenberg verscheen vorig jaar de roman Geestman, waarin de hoofdpersoon compleet overdonderd door een hallucinante wereld trekt. Zijn nieuwste roman Aslast lijkt hiervan een pendant: óók een reis, maar dan een waarin juist bijna niets gebeurt. Toch is de hoofdpersoon opnieuw onderworpen aan een overweldigende kracht: die van de claustrofobische herhaling. […] Vervreemdend en irritant? Jazeker. Maar de herkenning van de steeds herhaalde passages heeft ook iets bevredigends, net zoals de ontdekking van veranderingen. Wie het geduld heeft écht te lezen zal steeds meer ontdekken, zoals de sfeer die subtiel verandert en woorden die je ineens opvallen: uitspansel, trefzeker, oneindigheid, begin. Aslast lezen is als een meditatieve treinreis: lankmoedig stilzitten, je overgeven aan de repetitieve cadans en je vooral niet afvragen hoelang het nog duurt. Mappalibri: Het nieuwe prozawerk van Dautzenberg wordt als een roman in de markt gezet maar is toch in de eerste plaats een objet littéraire of een roman objet: een conceptueel boek dat eerder als een installatie met woorden dan als een conventioneel narratief werkt. […] Een wijziging in de tekst betekent soms ook de introductie van een nieuw narratief of descriptief detail, wat op zijn beurt de schakering van de scène verrijkt en de betekenis van het vertelde licht verschuift. En zo graaft de tekst steeds meer om zich heen en in zichzelf, tot bepaalde zinnen of alinea’s blok na blok semantisch zijn omgebouwd naar een nieuwe versie van het verhaal. […] Ongetwijfeld zal dit boek koren op de molen zijn van lezers die in Dautzenberg een provocerende charlatan zien, maar dat gaat voorbij voorbij aan de verbetenheid waarmee de auteur zichzelf buiten de grenzen van het Nederlandse literaire veld blijft plaatsen. Het is ook een boek dat op een ongewone manier aandacht vraagt voor taal – taal als object en motief – waardoor de hapering van de blik ook altijd de reflectie oproept over wat een tekst is, wat een roman, wat een verhaal. In deze tijden waarin literatuur een assemblageproduct is geworden, waarbij romans zowaar op basis van logaritmes in elkaar worden gezet om de perfecte bestseller te genereren, daagt Dautzenberg ons dan ook uit om na te denken over hoeveel charlatanisme wij nog als literatuur zullen slikken en hoeveel beredeneerde assemblage wij in onze lectuur willen verdragen. Touché, Radio 1 VRT: Noem Aslast gerust een literair kunstwerk. Literair Nederland: Hier een daar is er nog wel een witte raaf die zich aan het totaal experiment waagt, zoals A.H.J. Dautzenberg. […] Aslast is opnieuw een zuiver literair experiment. […] De lezer blijft achter met een hoop vragen en kan enkel zijn eigen invulling geven, maar wellicht is dat ook de bedoeling van de auteur. In elk geval blijft Aslast een spel van zoek de verschillen tussen dertig hoofdstukjes. In eerste instantie komt het wat bevreemdend over, uiteindelijk is het weinig beklijvend. Wat overblijft is ‘Spielerei’ en verder is het weinig hoogstaand. Als Dautzenberg hiermee de experimentele roman nieuw leven wil inblazen, dan is hij daarin niet geslaagd. 8 Weekly: Groundhog Day voor intellectuelen. […] Het boek gaat onder andere over kunst, en over kijken, en over ervaren. Heel belangrijk is het ritmische aspect van dit boek. Dat is inhoudelijk met het slaap-waak en dag-nacht ritme, de afwisseling binnen-buiten, licht-donker, het herhalen van de handelingen door P. op het ritme van zijn ademhaling. […] Daarnaast is de tekst zelf één groot ritme in dit boek. De afwisseling van vetgedrukt en regulier gedrukt, van uitzicht en handeling, van verdwijnen en verschijnen. In de woorden van de tekst: “veranderingen worden pas manifest door de herhaling”. […] De drie delen hebben de titels: “…”, “—“, “…”. Inderdaad: het noodsignaal Save Our Souls in morsecode. Wat niet alleen aansluit bij het ritmische spel met het talige en visuele karakter van de tekst, maar ook bij de in de loop van het boek steeds explicieter wordende spiritualiteit en hang naar verlossing. Een ongewoon boek, dat we misschien eerder een conceptueel gedicht zouden moeten noemen dan een roman. Afgelopen jaar zei Maxim Februari als onderdeel van het antwoord op een vraag na zijn Huizinga-lezing: Zeker voor romans geldt het dat ze een plek moeten bieden waarbinnen lezers met name vitaal kunnen rondspetteren. En in die zin is dit boek een roman. Ja, helemaal.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

  • De Tao van de T - Website van het stadsdichterschap van Dautzenberg, inclusief de 21 stadsgedichten die hij heeft geschreven.

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]