Bersiap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Javaanse revolutionaire strijders voor onafhankelijkheid. Ze zijn bewapend met bambu-runcing (puntige) bamboesperen, machetes (kapmessen) en enkele geweren afkomstig van het Japans Keizerlijk Leger (1946)

De Bersiap of Bersiap-periode is een in Nederland gebruikte aanduiding voor de gewelddadige periode in het voormalige Nederlands-Indië aan het begin van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, direct na het einde van de Japanse bezetting. De term verwijst letterlijk naar de aanvallen van Indonesische vrijheidsstrijders op mensen waarvan werd aangenomen dat ze de koloniale verhoudingen wilden herstellen. Het Maleise woord bersiap ("wees paraat", "geef acht!") was tijdens de revolutie een strijdkreet van de Indonesische strijders.

De aanvallen waren het hevigst tussen ongeveer oktober 1945 en begin 1946. Volgens historicus Willem H. Fredrick duurde de Bersiap van augustus 1945 tot november 1947.[1] De Bersiap-periode kenmerkte zich door dodelijk geweld tegen Indische Nederlanders, zowel Europeanen als Indo's (gemengd Europees-Indonesisch), maar ook tegen Chinezen, Molukkers en andere Indonesiërs die verdacht werden van collaboratie met het koloniale bestuur van Nederlands-Indië. Gedurende deze periode zijn duizenden burgers slachtoffer geworden van vaak dodelijke wreedheden. Het aantal is onduidelijk, schattingen variëren van duizenden tot tienduizenden doden.

Het geweld, dat de Indonesische revolutie in aanvang kenmerkte, leidde tot een massale repatriëring naar Nederland van Indische Nederlanders en tot een wereldwijde diaspora van Indische Nederlanders.

Betekenis van de term[bewerken | brontekst bewerken]

Bersiap en siap zijn Maleis voor wees paraat en geef acht! De termen werden tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd door Indonesische paramilitaire groepen gebruikt als strijdkreet.[2] De eerste fase van de Indonesische revolutie staat in Nederland bekend als de Bersiap-periode.[3][4]

Volgens de historici Esther Captain en Onno Sinke wordt de term 'bersiap' alleen in Nederland in de context van de revolutie gebruikt en dan vooral sinds de 1980er jaren. Na de overdracht van de soevereiniteit aan Indonesië werd het in Nederland decennia lang in het openbaar nog nauwelijks gebruikt. Tijdens de revolutie kwam het woord ook nog maar weinig voor in de Nederlandstalige pers in Indonesië en Nederland.[4]

De Federatie Indische Nederlanders (FIN) hanteert een werkdefinitie van "Bersiap-ontkenning", waaronder wordt verstaan het ontkennen dat de Bersiap heeft plaatsgevonden, of het bagatelliseren van het racistische en extreme geweld door Indonesiërs tegen (Indische) Nederlanders, Chinezen, Molukkers en van Nederlandse sympathie verdachte Indonesiërs in de Bersiap-periode.[5][bron?]

Aanvang[bewerken | brontekst bewerken]

Bambu-runcing

Op 15 augustus 1945 maakte de Japanse keizer in een radiotoespraak de capitulatie van Japan bekend. Daarmee kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Aangezien er geen geallieerde of Nederlandse troepen in voormalig Nederlands-Indië aanwezig waren, kregen de Japanners van de geallieerden specifieke orders om de status quo te handhaven totdat geallieerde troepen zouden arriveren. Vice-admiraal Maeda Tadashi was echter beducht voor de gewelddadige inlandse jeugdgroepen en wilde daarom een snelle overdracht van de macht aan de Indonesiërs.[bron?] Tegelijkertijd stelden Soekarno en Hatta zich aanvankelijk terughoudend op, om een conflict met de Japanners te vermijden.

Onafhankelijkheidsproclamatie[bewerken | brontekst bewerken]

Tegen deze achtergrond eisten de pemuda's (oude spelling: pemoeda's), veelal republikeins-nationalistische jongeren, onmiddellijke onafhankelijkheid. Enkele pemuda's ontvoerden Soekarno uit zijn huis en zetten hem met succes onder pressie om twee dagen na de Japanse capitulatie, op 17 augustus 1945, de Republik Indonesia uit te roepen.[6]

Het proclameren van de onafhankelijkheid vormde het begin van een reeks beslissende ontwikkelingen. Japan had weliswaar gecapituleerd, maar omdat er in de daarop volgende weken nog geen geallieerde troepenmacht in zicht was, ontstond er een machtsvacuüm. Dat werd eerst opgevuld door nationale comités en vervolgens vooral door groepen revolutionaire jongeren.

Revolutie[bewerken | brontekst bewerken]

Dat er sprake was van een revolutionaire explosie met alle consequenties van dien, die in Nederland de geschiedenis in zou gaan als de 'Bersiap', is een notie die door de Amerikaanse historicus Anderson werd ingebracht.[7] Tot dan toe werd de onafhankelijkheidsproclamatie in de geschiedschrijving vrij breed beschouwd als het startpunt van een vrijheidsstrijd, gevoerd door een goed georganiseerde staat en leger. Uiteraard was er extreem geweld, maar dat werd toegeschreven aan criminele en losgeslagen jongeren die met de onafhankelijkheidsstrijd als zodanig weinig van doen hadden. Anderson, terecht of ten onrechte, doorbrak in 1972 dit patroon. Hij wees met nadruk op het revolutionaire, chaotische en gewelddadige karakter van de opstand. Hij sprak dan ook over de 'Pemuda-revolution'. De jongeren, de pemuda’s, vormden daarvan de motor, niet de uitwas. Het was deze revolutionaire explosie waarmee zowel het Britse als het Nederlandse leger werden geconfronteerd, nadat dat laatste eind september op Java voet aan wal zetten.

Het wijdverbreide revolutionaire elan werd in de woelige maanden tussen augustus tot en met begin 1946 het centrale probleem waar de betrokken partijen niet omheen konden. Vrijwel alle belangrijke ontwikkelingen en verwikkelingen die tussen 1945 en 1950 plaatsvonden, vonden hun oorsprong in deze beslissende periode.[8] De Indonesische revolutie vertoonde intussen weinig samenhang. De Amerikaanse historicus B.R.O.G. Anderson schetst dat het in feite draaide om honderden 'revoluties', gebaseerd op honderden ad hoc gevormde strijdgroepen van Pemoeda. Hans Moll van de Federatie Indische Nederlanders (FIN) stelde in 2019 dat deze visie achterhaald zou zijn, uit archiefonderzoek bleek volgens hem dat de gewelddadige Bersiap wel degelijk was georganiseerd.[9][bron?]

Geweld[bewerken | brontekst bewerken]

Documentaire Archief van Tranen over de moord op (Indische) Nederlanders tijdens de Bersiap

De Bersiap brak in alle hevigheid los nadat de eerste Britse troepen bij Batavia landden. Tot ten minste begin 1946 gingen inlandse paramilitaire organisaties, milities en bendes zich te buiten aan massale gewelddadigheden, waarbij veel doden vielen onder (Indische) Nederlanders, Chinezen, Molukkers en van 'pro-Nederlandse gezindheid verdachte' Indonesiërs. Het geweld ging overigens ook na 1946 door, maar dan op minder grote schaal.[10]

Tijdens de Bersiap werd door Indonesische nationalisten gepoogd af te rekenen met alles wat niet-inlands was,[11] maar ook met de, met de Europeanen samenwerkende, Indonesische adel. De nationalisten wilden met hun acties duidelijk maken dat de tijd van koloniale overheersing voorbij was.

In steden gingen groepen nationalistische jongeren de straat op om met geschreeuw en nachtelijk lawaai de bewoners de stuipen op het lijf te jagen. Ook werden er huizen geplunderd. Pemuda's bezetten de overheidsgebouwen van waaruit de Nederlanders hun koloniale macht hadden uitgeoefend, en namen de kazernes en wapendepots over.[12] Pemuda's openden de aanval op de net uit de kampen vrijgekomen (Indisch) Nederlandse mannen, vrouwen en kinderen.[13] Er werd op grote schaal gemarteld, verkracht en vermoord.[14]

Op 28 oktober 1945 werd een grote aanslag gepleegd op het zgn. Gubeng-transport.[15] Het transport was bedoeld om (Indisch-)Nederlandse burgers te ontzetten uit het toen fel belegerde Surabaya. Bij de hinderlaag van Indonesische nationalisten kwamen in totaal circa 150 Nederlanders, voornamelijk vrouwen en kinderen, om, en vielen veel gewonden.[16]

De latere Indonesische premier Sjahrir riep zijn bevolking tijdens de Bersiap tevergeefs op om een einde te maken aan de gewelddadigheden.

Paramilitaire organisaties[bewerken | brontekst bewerken]

Eerder hadden de Japanners een aantal Indonesische paramilitaire organisaties van diverse pluimage opgericht, teneinde hen bij te staan in de strijd tegen de geallieerden. Onder hen waren bijvoorbeeld de PETA (Pembela Tanah Air), de Heiho[a] , Seinendan, Keibodan, de Barisan Pelopor (oktober 1943) en ook een specifiek islamitisch korps, de Barisan Hizbullah (december 1944). De leden van de paramilitaire organisaties werden door Japanse instructeurs getraind en waren uitsluitend bewapend met een machete (kapmes) en een bambu-runcing (puntige bamboestok) van circa 2 meter lang. In deze paramilitaire milities zaten zeer veel gewelddadige en roofzuchtige elementen.[17]

Europese bevolking[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de start van de Bersiap zat een substantieel deel van de Europese bevolking nog vast in Japanse concentratiekampen. In de Buitengewesten zat het merendeel van de Europese burgerbevolking vast in jappenkampen, terwijl op Java de internering gefaseerd was verlopen. Daar moest het merendeel van de gemengde Nederlanders, de zogenoemde Indo's aanvankelijk buiten de kampen zien te overleven, ze werden 'buitenkampers' genoemd. Deze waren tot op zekere hoogte vogelvrij, omdat zij de bescherming die de interneringskampen boden tegen de terreur van inlandse milities en bendes misten. Verhoudingsgewijs vielen er tijdens de Bersiap onder de buitenkampers de meeste doden. Naarmate de gewelddadigheden toenamen werden er door de Republiek nieuwe opvangkampen ingesteld, het motief daarvoor bleek niet zelden ook het verstevigen van de Republikeinse onderhandelingspositie.

Propaganda[bewerken | brontekst bewerken]

De massale gewelddadigheden werden in de hand gewerkt door de radio-uitzendingen van Radio Pemberontak, waarin openlijk werd opgeroepen tot "uitroeien van alle" (Indische) Nederlanders, zowel totoks als Indo's.[b] Ook verschenen er pamfletten en spandoeken, waarin werd opgeroepen (Indische) Nederlanders uit te roeien.

Revolutionair Sutomo spreekt

Een sleutelfiguur in de Bersiap was de uit Soerabaja afkomstige Sutomo (Bung Tomo)van Barisan Pemberontakan Rakjat Indonesia (BPRI). Zowel de populariteit van hemzelf als die van zijn organisatie werden door de vele radio-uitzendingen onder inlanders steeds groter. Sutomo en BPRI waren echter niet uniek. In Soerabaja zetelde vergelijkbare organisaties als het Komite Nasional Indonesia (KNI) en de veiligheidsorganisatie Badan Keamanan Rakjat (BKR).

Slachtoffers[bewerken | brontekst bewerken]

Gedurende de Bersiap kwamen (tien)duizenden (Indische) Nederlanders om. Het exacte aantal Nederlandse burgerslachtoffers dat in deze periode is gevallen is tot op de dag van vandaag onduidelijk. De schattingen variëren tussen de duizenden tot tienduizenden doden.

Het aantal officieel geregistreerde slachtoffers was 3.500. Onder andere de historicus Loe de Jong[18] evenals het NIOD[19] achtten deze dodencijfers (veel) te laag. Andere schattingen gaan uit van 20.000 tot 35.000 vermoorde Nederlanders[20] en tussen de 5.000 en 30.000 doden en 15.000 vermisten.[2]

Ook Chinezen, Molukkers en Nederlandsgezinde Indonesiërs waren slachtoffer van deze strijd. Officiële cijfers over hoeveel slachtoffers er onder deze groepen alsmede onder Indonesiërs onderling zijn gevallen zijn niet bekend.[21]

Simpangsche Sociëteit[bewerken | brontekst bewerken]

De Simpangsche Sociëteit in ca. 1910

De Simpangsche Sociëteit, ook wel de 'Simpang Club' genoemd, was tot 1942 het centrum van vermaak voor de (Indische) Nederlanders uit Soerabaja. Het gebouw werd in 1945 bezet door Pemoeda's en de BPRI en in gebruik genomen als hoofdkwartier van de BPRI onder leiding van Sutomo en zijn groepering.[22]

Op maandag 15 oktober 1945, hielden Indonesiërs een razzia onder (Indische) Nederlanders in Surabaya. Een deel van de gevangenen werd later die dag gruwelijk gemarteld en vermoord. De gebeurtenissen staan daarom bekend als Bloedige- of Bartholomeus Maandag. De razzia was goed georganiseerd. Dat blijkt wel uit het feit dat zowel de Indonesische politie als andere (militaire) strijdgroepen deelnamen aan de actie, waarbij wijk voor wijk systematisch werd uitgekamd.[23] Naast (Indische) Nederlanders werden ook Nederlandsgezinde Molukkers en Timorezen opgepakt.

Van de opgepakten werden er circa 1.500 naar de Simpangsche Sociëteit gebracht, waar de Indonesiërs een provisorische 'rechtbank' hadden ingericht. Naar schatting 50 tot 200 personen werden daar publiekelijk gemarteld en vermoord. Sommige getuigen hebben het over ten minste honderden doden. Sutomo zou hier persoonlijk honderden Indische Nederlanders publiekelijk hebben geëxecuteerd.[24]

Reacties[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de hoogtijdagen van de Bersiap waren er, op enkele KNIL-eenheden na, geen Nederlandse troepen aanwezig in voormalig Nederlands-Indië. Vooral in Batavia organiseerden (Indische) Nederlanders en Molukkers zich in milities om hun huizen en gezinnen te verdedigen en de moorden te vergelden. Soms maakten ook zij zich schuldig aan overmatig geweld. Vaak lieten ze zich leiden door wraak, waarbij een moord op een Europeaan of Molukker in veelvoud werd vergolden. Op deze wijze escaleerde het geweld, maar het gelukte de Nederlands-Molukse milities hiermee wel om sommige buurten te beschermen tegen aanvallen.

Tijdens de Bersiap vonden er meerdere militaire operaties plaats om burgers uit handen van inlandse milities en bendes te redden. Een van de meest tot de verbeelding sprekende reddingsoperaties is die van KNIL-kapitein Jack Boer, die op 10 november 1945 - in Engels uniform - 2384 ten dode opgeschreven (Indische) Nederlanders uit de beruchte Werfstraatgevangenis in Surabaya wist te ontzetten.[25] De Nederlanders werden daar gegijzeld door Indonesische strijders, die op het punt zouden hebben gestaan om hen te vergiftigen en vervolgens levend te verbranden. Boer werd bij de actie geassisteerd door tien Engelse Gurkhas en wist daarmee de Indonesische overmacht te trotseren.[26] Bij de actie van Boer sneuvelde een Gurkha-soldaat. Alle Nederlanders overleefden de operatie.

Mede vanwege de chaos besloot Nederland vanaf 1947 om grootschalig Nederlandse militairen in te zetten in voormalig Nederlands-Indië, die eufemistisch Politionele Acties werden genoemd. De operaties vonden plaats op de eilanden Java en Sumatra in de periode 21 juli tot 5 augustus 1947 ("Operatie Product") en 19 december 1948 tot 5 januari 1949 ("Operatie Kraai"), met als doel Indonesië opnieuw onder koloniaal bestuur te brengen.[27]

Herinnering en herdenking[bewerken | brontekst bewerken]

Nationaal Indiëmonument (1990) in het Nationaal Herdenkingspark, Roermond (foto 2013)

Er bestaat in Nederland geen officiële herdenking voor de slachtoffers van de Bersiap. Wel wordt bij het Nationaal Indië-monument in Roermond jaarlijks stilgestaan bij de gedurende de jaren 1945 - 1962 in Nederlands-Indië en in Nieuw-Guinea in Nederlandse dienst gesneuvelde militairen. Er is dan ook ruimte om de burgerslachtoffers te herdenken die aan Nederlandse zijde zijn omgekomen.[28]

In tegenstelling tot Nederland[29] heeft Indonesië nooit kritisch gereflecteerd op de door zijn onderdanen gepleegde misdaden jegens weerloze burgers. Ondanks daartoe herhaaldelijk te zijn aangespoord door zowel individuen als belangengroeperingen weigert Indonesië de gruwelijkheden te erkennen en daarvoor excuses aan te bieden.[30]

Onderzoek[bewerken | brontekst bewerken]

Grondige en breed opgezette studies naar de Bersiap-periode zijn zeldzaam. Het standaardwerk over dit onderwerp is van de hand van H.Th. Bussemaker, die in zijn proefschrift uit 2012 tot de conclusie komt dat er circa 20.000 (Indische) Nederlanders door Indonesiërs tijdens de Bersiap zijn gedood.[31]

In 2017 startte het samenwerkingsverband van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies een 4-jarig onderzoeksprogramma met als werktitel Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950, waarin ook de Bersiap aandacht kreeg.[32] Het deelonderzoek naar de Bersiap-periode was er enerzijds op gericht meer inzicht te krijgen in de omvang van het geweld, en anderzijds op het in kaart brengen van factoren die tot het geweld leidden en het aanjoegen.[33]

Kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

Het onderzoeksproject kreeg vanaf het begin vanaf verschillende kanten kritiek.[34] Enerzijds vonden onder andere belangengroepen van Indische Nederlanders dat uit de opzet van het onderzoek te weinig aandacht sprak voor de in hoofdzaak (Indisch) Nederlandse slachtoffers van de Bersiap.[35] Ook werd individuele onderzoekers uit het project partijdigheid verweten.[36] Anderzijds was er kritiek vanaf de zijde van dekoloniale en Indonesische activisten, die het vanuit gevestigde Nederlandse instituten opgezette onderzoek niet onafhankelijk genoeg vonden, en het tevens bezwaarlijk vonden dat de koloniale periode zelf geen punt van analyse was.[37]

Publicatie[bewerken | brontekst bewerken]

Uit het onderzoeksrapport over de periode van de Bersiap, gedefinieerd vanaf 17 augustus 1945 tot en met 31 maart 1946, waaraan 4 jaar door het KILTV, NIOD en NIMH is gewerkt en dat werd gepubliceerd op 17 februari 2022, kwam onder andere een aantal van bijna 6000 naar voren van (Indo-)Europeanen, Molukkers, Menadonezen en Timorezen die tijdens de Bersiap door geweld omkwamen.[3] De deelstudie geeft daarnaast een analyse van mogelijke factoren die bijdroegen aan het tot stand komen van het geweld.[33]

De term op een expositie in 2022[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de voorbereidingen voor de tentoonstelling Revolusi! Indonesië onafhankelijk in het Rijksmuseum Amsterdam in 2022 werd aanvankelijk besloten de term 'Bersiap' niet te gebruiken, omdat die volgens de Indonesische gastcurator en historicus Bonnie Triyana "een sterk racistische lading" zou hebben.[38] In een opiniestuk in NRC Handelsblad stelde hij dat "bij het begrip 'bersiap' altijd primitieve, ongeciviliseerde Indonesiërs als daders van de gewelddadigheden worden opgevoerd, wat niet geheel vrij is van rassenhaat." Volgens hem ligt het onrecht in een door het kolonialisme gevormde "structuur van een op racisme gebaseerde hiërarchische samenleving die de exploitatie van de kolonie omhult". In Indonesië is de term 'bersiap' in deze context echter onbekend.[39] Het team van curatoren van het museum besloot daarom de term niet te gebruiken.[40]

De Federatie Indische Nederlanders (FIN) was verbolgen over het besluit van het museum om de term niet te gebruiken en wilde aangifte bij justitie doen tegen Triyana. Yvonne van Genugten van het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag (IHC) begreep niet goed waarom Triyana de term racistisch vond.[41] De directeur van het Rijksmuseum, Taco Dibbits, maakte vervolgens bekend dat de term Bersiap gewoon zou worden gebruikt. Volgens hem was deze niet racistisch.[42][43] De 'Stichting Comité Nederlandse Ereschulden' deed vervolgens aangifte tegen het Rijksmuseum, Dibbits en een conservator vanwege discriminatie en groepsbelediging naar aanleiding van het gebruik van de term Bersiap in de tentoonstelling. De stichting noemde de term racistisch en stigmatiserend.[44] In februari 2022 maakte het Openbaar Ministerie bekend geen aanleiding te zien voor vervolging wegens het gebruik van de term Bersiap.[45]

Afbeeldingen[bewerken | brontekst bewerken]

Verklarende noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Een Heiho was een Indonesische hulpsoldaat voor de Japanners.
  2. Indo's werden in de haatpropaganda stelselmatig aangeduid als Anjing Belanda's, dat letterlijk "Nederlandse honden" betekent.

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  1. (en) Frederick, William H. (2012). The killing of Dutch and Eurasians in Indonesia's national revolution (1945–49): a ‘brief genocide’ reconsidered. Journal of Genocide Research 14 (3-4): 359-380. DOI: 10.1080/14623528.2012.719370.
  2. a b Bersiap. Federatie Indische Nederlanders (FIN) (okt 2023 bekeken)
  3. a b Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945 – 1950. Pdf-document ind45-50.org, 17 febr 2022. Via
  4. a b Boek helpt ‘misverstanden’ over ‘bersiap-tijd’ Indonesië uit de wereld. Ronald Frisart, Historiek, 8 nov 2022
  5. Werkdefinitie Bersiap-ontkenning. Federatie Indische Nederlanders (FIN) (okt 2023 bekeken)
  6. Freriks, K. (2015), Echo's van Indië: de onafhankelijkheid van Indonesië in verhalen en herinneringen.
  7. Anderson, B.R.O.G., Java in a time of revolution, Ithaca 1972
  8. J.J.P. de Jong, Diplomatie of strijd. Het Nederlandse beleid tegenover de Indonesische revolutie 1945-1947, Amsterdam 1988 en L. de Jong, Koninkrijk der Nederlanden. Deel 12, Den Haag: Nijhoff 1975.
  9. WNL op Zaterdag, Bersiap was georganiseerd, 24 augustus 2019.
  10. Het zeer gewelddadige karakter van het geweld is kenmerkend voor de Bersiap en is breed gedocumenteerd. Zie in dit kader onder andere Archief van Tranen, H. Th. Bussemaker, Bersiap! Opstand in het paradijs. De Bersiap-periode op Java en Sumatra 1945-1946, Zutphen: Walburg Press 2012;, Historisch Nieuwsblad, Het geweld van de Bersiap, juli 2011, De Volkskrant, Een weggemoffelde massamoord in Indië, 17 augustus 2015, De Nederlandse Krijgsmacht, Gruwelen der Bersiap, 28 augustus 2015
  11. Kenmerkende leus van de Pemoeda's was onder andere: "Indonesië voor Indonesiërs!". Zie in dit verband ook Historisch Nieuwsblad, Het geweld van de Bersiap, juli 2011.
  12. Glissenaar, F. (2003), Indië verloren, rampspoed geboren, pp. 49.
  13. W. Hornman, De geschiedenis van de mariniersbrigade. Amsterdam: Omega Media Publishers 1985, p. 74.
  14. Zie bijvoorbeeld het relaas van ooggetuige Joz Bruggeman, “Kampgenoten bestraft met ‘zonnekuur'”, 19 november 2019 en KNIL-veteraan Bo Keller, “Mijn familie is in stukken gehakt”, 15 augustus 2019, of ooggetuige Dirk Minderhoud, “Gespietst de Kali Brantas af”, 27 januari 2020). Zie verder ook het relaas van de ooggetuiges Gofried Jansen, “Bersiap moet belicht worden”, 18 februari 2020 en Hans de Kruijf, “Macaber afscheid: “Je kop gaat eraf”, 5 februari 2020.
  15. Henk Itzig Heine overleefde het Gubeng Transport.
  16. Het Gubeng-Transport.
  17. René Persijn, Stichting Oorlogsverhalen
  18. L. de Jong, Koninkrijk der Nederlanden. Deel 11a-c, Den Haag: Nijhoff 1975.
  19. Zie onder andere cijfers van het NIOD zoals gedestilleerd uit de archieven en het digitale NIOD-overzichtsartikel Japanse bezetting, Pacific-oorlog en Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, die het minimum van 3.500 van Lou de Jong aanhouden, exclusief de in 1948 nog 2.500 officieel vermisten. Zie ook de blog van NIOD-medewerker Jeroen Kemperman van 16 mei 2014. Kemperman acht het aantal van circa 5.500 slachtoffers het meest "reëel". Historicus Remco Raben meldt in het Historisch Nieuwsblad, Het geweld van de Bersiap, juli 2011 hierover dat: "De meest behoudende schatting is 3500 burgerdoden, maar het kan net zo goed een veelvoud zijn geweest".
  20. Zie H. Th. Bussemaker, Bersiap! Opstand in het paradijs. De Bersiap-periode op Java en Sumatra 1945-1946, Zutphen: Walburg Press 2012, p. 342 en R. Cribb, The brief genocide of the Eurasians in Indonesia, 1945/1946, in A. Dirk Moses. (ed.), Empire, Colony, Genocide. Conquest, Occupation, and Subaltern Resistance in World History. New York/Oxford, 2008. pp. 424-439, die beiden op 20.000 uitkomen en W. H. Frederick, 'The killing of Dutch and Eurasians in Indonesia’s national revolution (1945-49): a “brief genocide” reconsidered', Journal of Genocide Research 2012/14, nr. 3-4, waaruit volgt dat méér dan 35.000 Nederlandse burgers tijdens de Bersiap zouden zijn vermoord. In 2013 maakte dagblad Trouw melding van de bevindingen van Frederick. Zie Trouw, Moord op Nederlanders in Indië was genocide, 18 november 2013. Zie in dit kader ook FIN, Bersiap, 31 januari 2019.
  21. Bekijk ook AD, Als Nederland excuses moet maken, dan moet Indonesië ook met de billen bloot, 8 maart 2020.
  22. Bekijk 75e herdenking ‘Bloedige Maandag’ en Oorlog in Indie, Jack Boer, bevrijder van 2384 Nederlanders uit de Werfstraat gevangenis in Soerabaja geplaatst 12 april 2016.
  23. William H. Frederick, 'The killing of Dutch and Eurasians in Indonesia’s national revolution (1945-49): a “brief genocide” reconsidered', Journal of Genocide Research 2012/14, nr. 3-4
  24. Zie onder andere de documentaire Het Archief van Tranen, dat eerder bij Omroep Max werd uitgezonden.
  25. Reconstructie Reddingsoperatie Jack Boer.
  26. Om onverklaarbare redenen hebben Boer en zijn peloton nooit erkenning gekregen van de Nederlandse overheid voor de operatie en getoonde moed. Voor Indisch Nederland is Boer echter een held. Zie ook FIN, Geboortedag Jack Boer, 28 mei 2020.
  27. Zie bijvoorbeeld Historisch Nieuwsblad, Politionele Acties, maart 2014 en De Volkskrant, Politionele acties nog altijd verdedigbaar, 28 februari 2012.
  28. Zie voor meer informatie Nationaal Indië-monument Roermond.
  29. Hier zij gewezen op de vele onderzoeken die - al dan niet in opdracht van het Rijk - naar het Nederlandse militaire optreden tijdens de jaren 1945-1950 zijn verricht, waaronder de Excessennota uit 1969 en R. Limpach, De Brandende Kampongs van Generaal Spoor, Amsterdam: Boom 2016. Het leidde er toe dat toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot in 2005, tijdens zijn bezoek aan Indonesië, spijt betuigde voor de Politionele Acties en de facto de onafhankelijkheidsdag van Indonesië erkende. Volgens Bot stond Nederland “aan de verkeerde kant van de geschiedenis” met zijn pogingen om de onafhankelijkheid van Indonesië met geweld te voorkomen (zie bijvoorbeeld Trouw,Ben Bot: Over het verleden heenkijken, 19 augustus 2005). In 2013 bood de Nederlandse ambassadeur in Indonesië excuses aan voor de standrechtelijke executies die Nederlandse militairen tijdens het militair optreden in de periode 1945-1949 pleegde in het Javaanse dorpje Rawagade (zie bijvoorbeeld NRC, Nederland bied excuses aan Indonesië, 12 september 2013). Het Nederlandse schuldbesef bereikte in 2020 een climax toen Koning Willem Alexander, tegen iedere verwachting in, publiekelijk excuses aan Indonesië aanbood voor "de geweldontsporingen aan Nederlandse zijde" gedurende de periode 1945-1950. De excuses zorgde bij veel (Indische) Nederlanders voor woede en verontwaardiging. Zie in dit kader onder andere AD, Woede bij Indische Nederlanders: ‘Onze ouders draaien zich om in hun graf door excuses koning’, 10 maart 2020; NOS, Verrassing en ergernis over koninklijke excuses in Indonesië, 10 maart 2020; NOS, Wel koninklijke excuses bij bezoek Indonesië, wat betekenen ze?, 10 maart 2020; NU.nl, Excuses van koning voelen als dolksteek , 10 maart 2020 en De Telegraaf, Gemengde reacties op excuses koning aan Indonesië, 10 maart 2020
  30. Zie onder andere AD, Als Nederland excuses moet maken, dan moet Indonesië ook met de billen bloot, 8 maart 2020; Dagblad Metro, ‘Nederland voelt zich onterecht schuldig over geweld in Indonesië’, 10 maart 2020; NPO Radio 1, Indonesië moet excuses aanbieden aan Nederland, 9 maart 2020 en De Telegraaf, 'Waar blijven de excuses van Indonesië?, 22 augustus 2019. Zie voor een andere visie het opiniestuk van Lara Nuberg in Het Parool, Excuses zijn zeker níet ongepast, 15 maart 2020. Zie voor een reactie op Lara Nuberg deze twee artikelen van de Federatie Indische Nederlanders: Bezorgdheid om uitlatingen Nuberg (3 februari 2020) en Nuberg vindt emoties “belachelijk” (5 mei 2020).
  31. H. Th. Bussemaker, Bersiap! Opstand in het paradijs., Zutphen: Walburg Press 2012
  32. Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 22 februari 2017
  33. a b Pagina deelonderzoek: Geweld, Bersiap, Berdulaut. Transitie 1945-46
  34. De Volkskrant, Het onderzoek naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië veroorzaakt al sinds de start onrust en De Volkskrant, Waarom telt Nederlands leed niet mee in Indonesië-onderzoek?, 12 februari 2019.
  35. Zie ook AD, Onderzoek geweld tijdens dekolonisatie 'te eenzijdig', 14 juni 2019; NU.nl Federatie Indische Nederlanders uit kritiek op dekolonisatieonderzoek, 14 juni 2019 en TPO, Hans Moll – Het Indië-onderzoek is partijdig, 13 september 2019.
  36. NRC Handelsblad, Rémy Limpach: “Ik hoop op besef van Nederlands daderschap”, en NU.nl, Federatie Indische Nederlanders uit opnieuw kritiek op Indië-onderzoek, 8 juli 2020.
  37. Een open brief, ondertekend door 140 academici en activisten, verwoordde deze kritiek. Naar aanleiding hiervan een gesprek tussen de onderzoekers en schrijvers: Gesprek met ondertekenaars open brief, 31 januari 2019. Zie voorts Reza Kartosen Wong, Het Indië-onderzoek is nog lang niet klaar, 8 juli 2019.
  38. 'Bersiap' niet gebruikt op Indonesië-tentoonstelling Rijksmuseum. NOS, 11 jan 2022
  39. Schrap de term 'Bersiap' want die is racistisch. NRC Handelsblad, 10 jan 2022
  40. Rijksmuseum doet historische term ‘Bersiap’ in de ban, NRC Handelsblad, 10 januari 2022.
  41. Woede over niet gebruiken van term 'bersiap' op Indonesië-expositie. NOS (12-1-2022).
  42. ‘Bersiap blijft, en het Rijksmuseum is niet woke’, NRC Handelsblad, 14 januari 2022.
  43. Rijksmuseum: term bersiap wordt niet gemeden. Trouw (13-1-2022).
  44. Aangifte tegen Rijksmuseum om gebruik term 'bersiap' in expositie, NOS Nieuws, 21 januari 2022
  45. OM: gebruik term ‘Bersiap’ bij tentoonstelling Rijksmuseum niet strafbaar, NRC Handelsblad, 9 februari 2022.
Zie de categorie Bersiap van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.