Biologische zaaitabel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Een biologische zaaitabel is een overzicht van wat volgens de biologische wijze van tuinieren een manier van vollegrond-tuinieren is waarmee acceptabele resultaten kunnen worden bereikt zonder hulp van bestrijdingsmiddelen of predators.

Hieronder staat als voorbeeld een door de biologische tuinders gebruikte, gemiddelde zaaiperiode voor Nederland (op ca. 52° N.B. en 5° O.L) voor de genoemde groentesoorten. De gewassen die er achter vermeld staan, zijn de zogenaamde "burenhulpplanten". In de gangbare groenteteelt wordt nog gebruikgemaakt van chemische gewasbeschermingsmiddelen als biologische bestrijding onvoldoende helpt. Vooral bij de groenteteelt onder glas wordt bijna uitsluitend biologische bestrijding toegepast.

Burenhulpplanten[bewerken]

Volgens biologische tuinders zouden goede tot zeer goede resultaten kunnen worden verkregen, als om de twee à drie rijen groente één rijtje van de zo genoemde burenhulpplanten worden gezaaid.[1] Wetenschappelijk bewijs is hier nog niet voor geleverd.

Zaaitabel[bewerken]

Groentesoort Zaaitijd Burenhulpplant(en)
Andijvie 21 juni peulvruchten
Augurken half mei - 21 juni stokbonen, maïs en rijserwten (hoge gewassen voor de luwte)
Bieten of kroten half maart - 21 juni sla, kool, uien, stambonen en koolraap
Bloemkool begin april - 21 juni selderij
Boerenkool half mei - 21 juni peulvruchten
Bruine bonen laatste 3 weken van mei radijs, bloemkool, bieten en komkommers
Doperwten (rijs-) half maart - half april bieten
Doperwten (stam-) half maart - half april radijs, wortelen, komkommers, bieten en aardappelen
Groenlof half maart - mei radijs, wortelen, bieten en rapen
Kapucijners 1 juni - 21 juni peulvruchten
Komkommers half mei - 21 juni stokbonen, maïs en rijserwten, hoge gewassen voor de luwte
Koolraap half mei - half juni kruiden en bieten
Maïs voor 5 mei peulvruchten, komkommers, meloenen en pompoenen
Pastinaak half april - half mei peulvruchten en uien
Peulen maart - half mei radijs, wortelen en bieten
Pompoen tweede helft van mei maïs
Prei begin april - half mei selderij en wortelen
Raapstelen half maart - september erwten, sla, kervel en hysop
Radijs juni - 21 juli uien
Rammenas maart - september peulvruchten
Rodekool half maart - half mei kruiden, zoals kamille, munt, salie, alsem en rozemarijn
Savooiekool half maart - juni idem als bij rodekool
Schorseneren begin mei peulvruchten en uien
Sla april - 21 juni aardbeien en wortelen
Snijbiet half maart - mei peulvruchten
Spinazie half januari - september aardbeien
Spitskool (Savooiekool) half maart - juni idem als bij rodekool
Spruiten (spruitkool) eind maart - half april idem als bij rodekool
Stambonen half mei - 21 juni wortelen, bloemkool, bieten en komkommers
Stokbonen half mei - 21 juni wortelen, bloemkool, radijs, komkommers en maïs
Tuinbonen begin februari - half maart Dille
Uien half maart - half mei bieten, sla en wortelen
Veldsla tweede helft van augustus peulvruchten
Witlof mei (nog niet bekend)
Wittekool half maart - mei idem als bij rodekool
Wortelen begin maart - 21 juni sla, bieslook, radijs, uien, prei en schorseneren
Zuring half maart - juni peulvruchten

Zie ook[bewerken]