Blauw Jan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Blauw Jan
Vier van de veertig hagedissen (maart 2007)
Vier van de veertig hagedissen (maart 2007)
Kunstenaar Hans van Houwelingen
Jaar 1994
Materiaal brons
Locatie Kleine-Gartmanplantsoen, Amsterdam-Centrum
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Afbeelding van de dierentuin van Blauw Jan

Blauw Jan is een verzameling bronzen beelden geplaatst op het Kleine-Gartmanplantsoen. De maker is Hans van Houwelingen.

Van Houwelingen werd met de herinrichting van het gebied rond het Leidseplein in de jaren negentig gevraagd een kunstvoorwerp te maken dat rust zou brengen op het zeer drukke verkeers- en uitgaansplein. Voor wat betreft de naam van zijn schepsel ging Van Houwelingen terug op de kroegbaas Blauw Jan, die zelf ook van een drankje hield. Die naam was een aanduiding voor Jan Westerhoff, die een herberg uitbaatte aan de Kloveniersburgwal 87.[1] In die herberg hield/toonde Westerhoff tevens een aantal exotische dieren en mensen, zoals de kleine man Wybrand Lolkes uit Friesland. Nog in 1941 duidde De Telegraaf het aan als een voorloper van Artis. Blauw Jan is tevens de titel van een boek geschreven door een bezoeker van die herberg Jan Velten, waarvan een exemplaar in het bezit is van Natura Artis Magistra.

Van Houwelingen kwam met een veertigtal leguanen, varanen en agames, die willekeurig over het Kleine-Gartmanplantsoen werden geplaatst, en een put. In eerste instantie bedoeld om rust te brengen, verklaarde Van Houwelingen in 2017, dat die verspreide plaatsing juist bijdroeg aan de chaos op het plein. De keuze op de hagedissen kwam vanwege hun al lange verblijf op Aarde en hun aanpassingsvermogen. Het gebied rond het Leidseplein is ook al (relatief) oud en steeds aan verandering onderhevig. De kunstenaar had ook een andere reden om het kunstwerk in chaos Blauw Jan te noemen. Het is een verwijzing naar een delirium na overmatig drankgebruik (zoals bij Jan Westerhoff) en het innemen van geestverruimende middelen op en rondom de pleinen, hij verwees naar de The Bulldog die enige tijd daar was gevestigd. De put was bedoeld om de plaats aan te geven waar de hagedissen uit kropen, de put leidde naar de dubbele overkluizing over de Lijnbaansgracht, stromend onder het Kleine-Gartmanplantsoen.

Geheel naar de zin van de kunstenaar met zijn kunst ging het gebied in de jaren tien van de 21e eeuw opnieuw geheel op de schop. Een grootscheepse herinrichting zorgde ervoor dat het aantal “gestalde” dieren werd teruggebracht tot vijftien, die in een nog chaotischer ruimte kwamen te staan. De andere dieren werden opgeslagen tot het tijdstip dat het plein, waaronder een fietsenstalling wordt gebouwd, als nieuw wordt opgeleverd en het kunstwerk weer totaal te zien zal zijn.

Het kunstwerk kwam tot stand op initiatief van de Commissie Beeldende Kunst Amsterdam, dat voor de oplevering van het kunstwerk, een symposium in het Stedelijk Museum Amsterdam had gehouden over kunst in de openbare ruimte in Amsterdam. Over en weer werd destijds gepraat wie er nu eigenlijk verantwoordelijk was voor het plaatsen en onderhouden van kunst. Motto: "Wat kan de beeldende kunst toevoegen aan de dag- en nachtbeleving op het Leidseplein".

Een jaar eerder (1993) had Hans van Houwelingen het Amerhofplein in Utrecht voorzien van een Perzisch tapijt.