Blokhuis (Liessel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Blokhuis Liessel
Locatie Sloot
Coördinaten 51° 24′ NB, 5° 50′ OL
Algemeen
Eigenaar Everard van Doerne
Gebouwd in 1516
Gesloopt in 1782
Detailkaart
Blokhuis (Liessel)
Blokhuis (Liessel)

Het Blokhuis was een blokhuis of kasteel in de buurtschap Sloot in de Nederlandse gemeente Deurne.

Geschiedenis[bewerken]

Het Blokhuis werd in de jaren na 1516 gebouwd in opdracht van Everard van Doerne met financiële middelen die door de hertog van Brabant ter beschikking waren gesteld. Het werd een leengoed van deze hertog. Het gebouw werd in samenhang met een systeem van landweren opgericht om Brabant te beschermen tegen invallen van de Geldersen via de smalle passage door de Peel tussen Meijel en Liessel. De jaren ervoor hadden Gelderse troepen veel verwoestingen in Peelland aangericht.[1] Het Blokhuis was de opvolger van het Blokhuis in de buurtschap Leensel.

Hoe dit Blokhuis eruitzag, weten we niet. In 1634 wordt het gebouw omschreven als het huijs te Liessel metten nederhoff met sijne wallen, watergrachten ende optreckende twee bruggen, mette warande daer voor ende elders gelegen, met noch de plantagie voor het voors. huys staende.

Ook moet in het gebouw een huiskapel aanwezig zijn geweest. Een kelk die op het Blokhuis werd gebruikt, bevindt zich nu nog in het bezit van de Liesselse Sint-Willibrorduskerk. Een gevelsteen van het Blokhuis is ingemetseld in een woonhuis aan de Ameidestraat in Helmond.

In de 17e eeuw raakte het Blokhuis in verval. De laatste eigenaar, Joannes Norbertus van Cuijlenburg (1721-1782), brak het tussen 1768 en 1782 af.[1] Aan de Blokhuisweg te Liessel ligt het perceel land waarin zich nog de grachten en fundamenten moeten bevinden. Huidige agrarische bebouwing op het perceel kan de resten ervan aangetast hebben.

Eigenaren[bewerken]

periode eigenaar relatie tot vorige eigenaar
1516-1527 Everard van Doerne n.v.t.
1527-na 1604 Hendrick van Doerne jr. vierde zoon
na 1604-1615 Everard van Doerne zoon
1615-1646 Cornelis van Doerne [2] zoon
1646-1658 Hendrick van Doerne, vernieuwing Everard van Doerne oom resp. zoon
1658-1670 Idzart Josephus van Albada [3] n.v.t.; koop
1670-1688 De kinderen d'Albada kinderen
1688-? Arnold Costerius n.v.t.; koop
?-1722 Catharina Smits weduwe
1722-1768 Isabella Louisa Costerius dochter
1768-vóór 1782 Joannes Norbertus van Cuijlenburg n.v.t.; koop

Heer van Liessel?[bewerken]

De eerste eigenaar van het Blokhuis was heer van Deurne, waaronder ook de jurisdictie van Liessel viel. Liessel was derhalve geen zelfstandige heerlijkheid. Toch kwam het zover dat de erfgenamen van Everard van Doerne, Jan en Hendrick, de jurisdictie over Liessel betwistten. Jan was heer van Deurne, Hendrick bezat het Blokhuis zonder jurisdictie. In 1568 troffen zij elkaar voor het Leenhof van Brabant. Jan werd in het gelijk gesteld, en de ongedeeldheid van de oude heerlijkheid werd bevestigd. Jan deed zijn broer echter een gunst, en gaf hem enkele jaren later enkele jachtrechten, met de nadrukkelijke vermelding dat de jurisdictie daar niet onder viel.[1]

Vrijwel elke volgende generatie hadden de heer van Deurne en de eigenaar van het Liesselse Blokhuis twist over wie het in Liessel voor het zeggen had. Opmerkelijk is een overeenkomst uit 1607: Wolfaart Evert van Wittenhorst, heer van Deurne, en Everard van Doerne, eigenaar van het Blokhuis, kwamen overeen dat Wolfaart heer van een ongedeelde heerlijkheid Deurne zou blijven, maar aan Everard bepaalde inkomsten zouden toekomen. Een jurisdictie kreeg Everard dus niet. Toch ontleende hij de titel heer van Liessel hieraan.[4]

In de bronnen komen meermaals verwarrende formuleringen voor. Zo zou in 1657 de helft van de middele ende laege jurisdictie tot het Blokhuis hebben behoord. De grote verwarring die was ontstaan werd uiteindelijk in 1678 beslecht door Liessel tot een grondheerlijkheid te maken en Rogier van Leefdael, de heer van Deurne, als grondheer van Liessel aan te wijzen. De felste acties uit Liessel waren toen al verzand en het Blokhuis verviel. Een militair doel diende het toen al lang niet meer.