Bonapartenykus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bonapartenykus
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Superorde:Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde:Saurischia
Onderorde:Theropoda
Infraorde:Tetanurae
Familie:Alvarezsauridae
Geslacht
Bonapartenykus
Agnolin et al., 2012
Typesoort
Bonapartenykus ultimus
Bonapartenykus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Bonapartenykus is een geslacht van theropode dinosauriërs, behorend tot de groep van de Maniraptora, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Argentinië.

Vondst en naamgeving[bewerken]

In december 2010 vond Jaime Powell tijdens een Zweeds-Argentijnse expeditie in Patagonië het skelet van een kleine theropode.

De typesoort Bonapartenykus ultimus is in 2011/2012 benoemd en beschreven door Federico Agnolin, Powell, Fernando Emilio Novas en Martin Kundrát. De geslachtsnaam eert José Fernando Bonaparte en verbindt diens naam met een verbastering van het Oudgriekse ὄνυξ, onyx, "klauw"; dit is sinds de benoeming van Mononykus als achtervoegsel gebruikelijk bij de namen van de groep waartoe Bonapartenykus meer bepaaldelijk behoort: de Alvarezsauridae. De soortaanduiding betekent "de laatste" in het Latijn en verwijst ernaar dat het dier een van de laatste leden van zijn groep is.

Het holotype, MPCA, 1290, is in de provincie Río Negro gevonden in de Salitral Ojo de Agua in een laag van de Allenformatie die dateert uit het Campanien-Maastrichtien. Het bestaat uit een niet in verband liggend gedeeltelijk skelet zonder schedel. Bewaard zijn gebleven: een achterste ruggenwervel; twee scapulocoracoïden van de schoudergordel; een linkerschaambeen, verbonden aan een stuk linkerdarmbeen; het linkerdijbeen en een linkerscheenbeen. Naast de botten zijn op twintig centimeter afstand twee vrij complete eieren gevonden en vele eierschaalfragmenten. Volgens de beschrijvers ging het aldus bij het skelet om een broedend wijfje. De eieren zijn benoemd als de aparte oospecies Arraigadoolithus patagoniensis. Omdat de eieren in direct verband met de botten zijn aangetroffen, beschouwen de beschrijvers Arraigadoolithus patagoniensis als het ooparataxon van Bonapartenykus ultimus, dus niet slechts als een bepaald eiertype maar als het ei van specifiek die diersoort. Behalve het holotype zijn nog twee specimina aan de soort toegewezen: MGPIFD-GR 166 en MGPIFD-GR 184. Hoewel voorzien van twee inventarisnummers gaat het vermoedelijk om een enkel skelet bestaande uit de linkerschoudergordel, een rechterschaambeen, vier halswervels en een staartwervel.

Beschrijving[bewerken]

Bonapartenykus is een vrij grote alvarezsauride met een lichaamslengte van ongeveer anderhalve à tweeënhalve meter en een gewicht van zo'n vijftien à veertig kilogram. De beschrijvers stelden zelfs dat Bonapartenykus vermoedelijk de grootste tot dan toe bekende alvarezsauride was.

De beschrijvers wisten vijf onderscheidende kenmerken vast te stellen, autapomorfieën ofwel unieke afgeleide eigenschappen. De middelste ruggenwervels hebben richels tussen het doornuitsteeksel en de achterste gewrichtsuitsteeksels lopen die abrupt boven deze postzygapofysen afbreken. De onderkant van het ravenbeksbeen kromt sterk naar binnen toe en is voorzien van delicate maar talrijke groeven. Het schouderblad en het ravenbeksbeen zijn tot een scapulocoracoïde versmolten. Het schouderblad heeft een erg brede inkeping op de achterrand van het blad. Het darmbeen en het schaambeen zijn vergroeid.

Het wervellichaam van de ruggenwervel is zijdelings afgeplat. Het doornuitsteeksel is hoog en van voor naar achteren verbreed. Het schouderblad is onderaan erg slank. Net als bij Patagonykus draait het blad van het ravenbeksbeen onderaan naar binnen toe en heeft het een lengterichel. Het schaambeen is relatief basaal gevormd: het is van voor naar achteren breed in plaats van zeer smal, en aan het uiteinde extra verbreed. Het dijbeen is erg recht met een erg hoge trochanter minor. Het scheenbeen heeft maar een kleine crista cnemialis.

De stukken ei wijzen op een diameter van vijf centimeter. De eieren zijn bolvormig en de schaal heeft een bobbelige structuur. Intern toont de schaal drie lagen, net als bij moderne loopvogels. Ook zijn sporen zichtbaar van een oude schimmelinfectie. Eigenaardig is dat eieren uit Argentinië die eerder aan alvarezsauriden waren toegewezen, langwerpig zijn.

Fylogenie[bewerken]

De beschrijvers hebben Bonapartenykus in de Alvarezsauridae geplaatst — gebaseerd op de ranke achterpoot en het smalle schouderblad — en daarbinnen weer in een aparte klade Patagonykinae, gedeeld met Patagonykus uit hetzelfde gebied. De Patagonykinae zouden de meest basale klade binnen de Alvarezsauridae vormen maar toch op het einde van het Krijt voorkomen, de reden voor de soortaanduiding.