Boschhuizerbergen
| Boschhuizerbergen | ||
|---|---|---|
| Natura 2000-gebied in Nederland | ||
| Situering | ||
| Locatie | Limburg, Noord-Brabant | |
| Dichtstbijzijnde plaats | Venray | |
| Coördinaten | 51° 33′ NB, 6° 1′ OL | |
| Informatie | ||
| Classificatie | Hogere zandgronden | |
| Oppervlakte | 2,7 km² | |
| Geldende richtlijn(en) | Habitatrichtlijn | |
| Beheer | Het Limburgs Landschap | |
| Gebiedsnummer | 144 | |
| Sitecode (Europees) | NL2003010 | |
| Detailkaart | ||
| Locatie van het Natura 2000-gebied | ||
Boschhuizerbergen, ook wel Boshuizerbergen (Limburgs: De Boschhuuzerberge), is een Natura 2000-gebied (classificatie: Hogere zandgronden, nummer 144) dat eigendom is van de natuurorganisatie Het Limburgs Landschap. Het ligt in de Nederlandse provincie Limburg en voor een klein deel in Noord-Brabant, ten noordoosten van de plaats Venray, tussen de snelweg A73 en Landgoed Geijsteren. Het wordt doorsneden door de spoorlijn Venlo-Nijmegen. In het stuifzandgebied werd rond 1900 op grote schaal naaldhout aangeplant.
De oppervlakte van het Natura 2000-gebied is 278 ha. Het is in beheer bij Het Limburgs Landschap.
Het gebied bestaat voornamelijk uit dennenbos met in de kern een jeneverbesstruweel dat met meer dan 4.000 exemplaren het grootste is in Zuid-Nederland. Er is ook wat droge heide en er zijn nog enkele ingesloten stuifzandplekken. Aan de noordoostzijde van het gebied zijn in een laaggelegen zone enkele moerassige weilanden en broekbossen aanwezig. In het noordelijk gelegen 'Smakterbroek' behoren enkele voormalige akkers tot Boschhuizerbergen.
Een natuurbrand gedurende de langdurige droogteperiode in de zomer van 2026 verwoeste een groot deel van de bossen in het gebied. Van de jeneverbesstruiken zouden er minder dan honderd onbeschadigd zijn gebleven.[1]
Beheer
[bewerken | brontekst bewerken]In 1931 dreigde ook het laatste deel van de Boschhuizerbergen ontgonnen te worden; ook het jeneverbesstruweel liep gevaar. Bescherming ervan was een van de aanleidingen voor de oprichting van 'Stichting het Limburgs Landschap'. De aangeplante percelen rond de jeneverbesbosschages bestaan vooral uit grove den. Het beheer is in de 21e eeuw gericht op het geleidelijk omzetten van naaldhout naar loofbos zodat meer afwisseling en diversiteit ontstaat. Dit is een bosbouwproces dat tientallen jaren in beslag zal nemen. Aan de noordoostzijde van het gebied zijn berken al dominant.
Aan de rand van het vochtige deel van het gebied liggen enkele met sloten doorsneden graslandpercelen (Op den Buus), die deel uitmaken van een oude Maasmeander. De aangrenzende graslanden zijn tot 1996 voor landbouwdoeleinden gebruikt. Een van deze sloten is in 1999 afgedamd. Tevens is de verrijkte grond van dit weiland afgegraven. Er is daardoor een moerassig grasland ontstaan.
Natuurwaarden
[bewerken | brontekst bewerken]Boschhuizerbergen was voor de ontginning een gevarieerd landschap met de stuifduinen, heide en bos. De jeneverbesstruwelen waren er in 1900 al, sommige nog bestaande struiken dateren uit die tijd. Verjonging was echter zoals op veel plaatsen in Nederland vrijwel afwezig. Herstellen van een pionierssituatie met stuifzanden door het kappen van naaldhout rond de struwelen en het begrazen door schapen was werd ingezet om de situatie te veranderen. Op sommige plaatsen werden er in de jaren 2010, mogelijk daardoor, wat meer jonge planten gevonden.[2]
Open zand kent in de zomer grote temperatuurverschillen; de temperatuur kan variëren van bijna 0°C ’s nachts tot 50°C in de middag. Water is niet aanwezig en verstuiving verandert de omgeving herhaaldelijk. Het neemt niet weg dat verschillende diersoorten en mossen er een geschikt milieu vinden. De levendbarende hagedis en warmteminnende insecten zoals sprinkhanen en zandbijen voelen zich er thuis.
Het stuifzandmilieu is bij uitstek een plek voor korstmossen en mossen. Enkele opvallende mossen op stuifzand en tussen heide zijn de vrij algemeen voorkomende rode heidelucifer en rood bekermos. Op open zand kunnen zich ook vegetaties van grassen ontwikkelen zoals buntgras en zandzegge.
Op kapvlaktes is soms de bruine eikenpage aanwezig. Dat is een dagvlinder die zijn eitjes afzet op jonge eiken.
In poelen met schrale graslandjes in het lager deel van het gebied komt de heikikker voor. In de waterlopen van het vochtige gebied leven onder meer de kleine modderkruiper en het bermpje. Libellen zoals de venwitsnuitlibel en de gewone bronlibel komen voor in de voormalige oude maasbedding die het natte noordoosten van het gebied beslaat. Ook planten als het moerashertshooi en moerasviooltje zijn hier te vinden.[3]
Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ Nos.nl, Grootste deel bijzondere jeneverbesstruiken verwoest bij brand Venray, 12 augustus 2026
- ↑ Teeuwen, J.J.W.M. (2007), Verjonging van de jeneverbes op de Boshuizerbergen
- ↑ KNVV-artikel 2009