Castra Herculis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Castra Herculis
Castra Herculis
Castra Herculis
Situering
Coördinaten 51° 58′ NB, 5° 52′ OL
Foto's
Castra Herculis rechtsboven op de Peutinger kaart (Tabula Peutingeriana)
Castra Herculis rechtsboven op de Peutinger kaart (Tabula Peutingeriana)
Portaal  Portaalicoon   Archeologie

Castra Herculis was een fort in Romeins Nederland. Het wordt vermeld op de Peutingerkaart (Tabula Peutingeriana) aan de weg tussen Noviomagus (Nijmegen) en Carvo (Kesteren).[1]. Castra Herculis wordt verder door Ammianus Marcellinus genoemd als een van de zeven steden (civitates) die door keizer Julianus Apostata in 359 van voedsel zijn voorzien. De forten langs de Rijn zijn toen heroverd, opnieuw in gebruik genomen [2] en versterkt zoals onder andere blijkt uit de opgravingen in Meinerswijk.

Castra Herculis wordt meestal geïdentificeerd met het hedendaags Meinerswijk in Arnhem. De deels gevonden Romeinse weg van Nijmegen naar de Rijn liep echter via Elst en Driel naar Kesteren en niet langs Meinerswijk. In Meinerswijk zijn resten van een grensfort (castellum) opgegraven. Een ander belangrijk punt is dat het woord castra in het algemeen gebruikt wordt voor een versterking voor een of twee legioenen (5000/10000 man) terwijl een castellum gebouwd was voor een cohort (500/1000 man). Het castellum van Meinerswijk lag aan de noordgrens van het Romeinse Rijk; de zogenaamde limes (Latijn voor "grens") maar de werkelijke locatie van Castra Herculis is in feite nog steeds een mysterie. Al nemen de aanwijzingen wel toe dat Castra Herculis uiteindelijk gelokaliseerd kan worden bij het hedendaagse Elst. Dit omdat te Elst de grootste omgangstempel uit het Romeinse rijk boven de Alpen is opgegraven. In deze tempel werd Hercules Magusanus vereerd. Bij een tweede opgegraven tempel in de nieuwbouwwijk Westeraam zijn enige 4e-eeuwse graven aangetroffen. De datering van deze graven komen overeen met de herovering van de Rijnforten door Julianus Apostata zoals omschreven door Ammianus Marcellinus. In 2015 werden bij werkzaamheden bij de ABN-Amro bank te Elst de resten van een badhuis aangetroffen. Deze voorzieningen worden geassocieerd met grotere bewoningsconcentraties. Omdat een bevaarbare tak van de Rijn in de Romeinse tijd langs Elst liep en zich op deze plek een kruising van Romeinse wegen en waterwegen bevond, is de vermelding op de Peutingerkaart (Tabula Peutingeriana) niet alleen logisch, maar qua vermelde afstanden (13 leuga naar Kesteren Castra en 8 leuga naar Nijmegen)ook aannemelijk. Dat deze laatste afstand lang lijkt in verhouding tot de hemelsbrede afstand lijkt te verklaren door de vraag waar de Waal overgestoken diende te worden. Hedendaagse routeplanners sturen de moderne automobilist ook over knooppunt Valburg naar Nijmegen vanwege de snelwegen en de brug. Ook in de schenkingsakte uit 726 van Karel Martel van Marithaime ook bekend als de Villa Heliste (Elst) aan de Salvatoruskerk te Utrecht staat vermeld dat deze plaats een voorheen een Castrum was. Dit Castrum wordt door de Christelijke Karel Martel niet met de naam van de heidense Hercules in verband gebracht.

Castellum in Meinerswijk[bewerken]

Castellum Meinerswijk 4.jpg
Castellum Meinerswijk.JPG

Het castellum bij Meinerswijk werd vermoedelijk tussen het jaar 10 en 20 gebouwd door de Romeinse generaal Germanicus aan de zuidzijde van de Rijn. Dit houten fort beschermde de Romeinse scheepvaart over de Rijn en de Drususgracht, die de Rijn met de IJssel verbond.

Rond 47 herbouwde of versterkte de Romeinse bevelhebber Gnaius Domitius Corbulo het fort. Corbulo gebruikte de Drususgracht namelijk om zijn troepen snel naar het noorden te kunnen vervoeren in zijn strijd tegen de Frisii en Chauken. Een gedeelten van het 5e legioen Alaudae was in die tijd gestationeerd in dit castellum. In 69 werd het tijdens de Bataafse Opstand door de Bataven in brand gestoken, maar meteen nadat de opstand was neergeslagen werd het strategisch gelegen fort herbouwd en vergroot. Vermoedelijk werd het fort rond 120 onder keizer Hadrianus opnieuw herbouwd en versterkt. Rond 220 werd het castellum weer herbouwd, ditmaal in steen.[3]

De oprichting van het Gallische keizerrijk in 260 door de usurpator Postumus zorgde ervoor dat het castellum werd verlaten. Pas in 359 onder keizer Julianus Apostata werd het fort herbouwd in het kader van versterking van de Rijngrens. Rond 400 werd het fort definitief door de Romeinen verlaten. Bodemvondsten tonen aan dat er daarna een Frankisch kasteel heeft gestaan. In de 8e eeuw stond het gebied bekend als Meginhardeswich ("dorp van Meginhard").[4]

Archeologisch onderzoek[bewerken]

In 1979 werd in Meinerswijk een kleinschalig bodemonderzoek gedaan, waarbij verschillende stenen muren, gestempeld aardewerk (terra sigillata) en dakpannen werden gevonden. In 1991 werd een opgraving gedaan waarbij de zuidelijke muur met de achterste poort (porta decumana) werd ontdekt. Ook het hoofdgebouw (principia) van het castellum werd gevonden.[5]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Saskia G. van Dockum: Das niederländische Flussgebiet. In: Tilmann Bechert und Willem J. H. Willems: Die römische Reichsgrenze zwischen Mosel und Nordseeküste. Theiss, Stuttgart 1995, ISBN 3-8062-1189-2, p. 77f.
  • Piet G. van der Gaauw: Boor- en weerstandsonderzoek castellum Meinerswijk. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam 1989, ISSN 0925-6229, (= RAAP-rapport, 41)
  • Rudi S. Hulst: The Castellum at Arnhem-Meinerswijk. The Remains of Period 5. ROB, Amersfoort 2001, p. 397–438, ISSN 0167-5443, (= Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, 44)
  • Willem J. H. Willems: Castra Herculis. Een Romeins castellum bij Arnhem. ROB, Amersfoort 1980, ISSN 0923-702X, (= Overdrukken – Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, 145)
  • Willem J. H. Willems: The Roman Fort at Arnhem-Meinerswijk. ROB, Amersfoort 1986, (= Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, 34)