Carvium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Carvium
Carvium (Nederland)
Carvium
Situering
Coördinaten 51° 52′ NB, 6° 5′ OL
Dichtstbijzijnde plaats Herwen
Informatie
Periode 12 v.Chr.
Vondstjaar 1938
Vinder bij baggerwerken in de Bijland
Portaal  Portaalicoon   Archeologie

Carvium was een Romeins cohortfort (Latijn: castellum) in de provincie Neder-Germanië (Germania Inferior) aan de noordgrens van het Romeinse Rijk (de limes). Carvium lag destijds dicht bij de plek waar de rivieren de Rijn en de Waal zich splitsten.

Geografie[bewerken | brontekst bewerken]

De Rijn was in de Romeinse tijd een sterk meanderende rivier, waarvan de meanders nog te zien zijn in het gebied ten noorden van Herwen, zoals de Oude Rijn en Oude Rijnstrang.[1] De Waal was in die tijd een kleine rivier in de Betuwe, die niet vermeld staat op de Tabula Peutingeriana.[noot 1]

Aan het Bijlandsch Kanaal ligt een recreatieplas "De Bijland" (uitgesproken als bieland), waarin de resten van het fort Carvium vermoed worden.

Archeologisch onderzoek[bewerken | brontekst bewerken]

Bij baggerwerkzaamheden werd in het gebied een brede strook bouwpuin gevonden, waarin een gedenksteen van de legionair Marcus Mallius die begraven is in "Carvium ad molem", Carvium aan de dam. Uit een andere historische bron is het bestaan van die dam bekend. Publius Cornelius Tacitus vermeldt de dam, aangelegd door de generaal Nero Claudius Drusus in 12 v.Chr..

Door aanleg van de dam hoopte Drusus meer water door de Rijn te krijgen, en de rivier zo beter bevaarbaar te maken.[2] In de jaren van Drusus waren er plannen om ook het gebied boven de limes te veroveren, maar zijn zoon Claudius I besloot dat de Rijn de noordgrens van zijnn rijk moest worden.

Zie Drususdam voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Verwoesting van het fort[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens Tacitus is het fort en de dam waarover het fort waakte, tijdens de Bataafse Opstand onder leiding van Julius Civilis in het jaar 70 verwoest.

Heropbouw[bewerken | brontekst bewerken]

Gezien een op een steen gevonden inscriptie, gevonden bij het fort, gedateerd op 171/190 na Christus, moet het fort heropgebouwd zijn. Chalcidicus was toen prefect van de Cohors II Civium Romanorum, die gestationeerd was in de provincie Germania inferior. Volgens Jan Kees Haalebos nam Chalcidicus rond 175 het bevel over de eenheid over.