Chinese muntjak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Chinese muntjak
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Formosan Reeve's muntjac.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Artiodactyla (Evenhoevigen)
Familie: Cervidae (Hertachtigen)
Geslacht: Muntiacus (Echte muntjaks)
Soort
Muntiacus reevesi
(Ogilby, 1839)
Afbeeldingen Chinese muntjak op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Chinese muntjak op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren
Muntiacus reevesi met het kenmerkende V-patroon op de kop

De Chinese muntjak (Muntiacus reevesi) is een kleine hertachtige behorende tot de muntjaks. De Chinese muntjak komt oorspronkelijk uit China, maar zijn ingevoerd in verscheidene plaatsen in Europa, waar het nu de kleinste hertensoort is: voornamelijk in Groot-Brittannië en Frankrijk, maar ook op de Veluwe en in Brabant komen ze mogelijk voor. Ook in België (Vlaanderen) duikt de soort sinds 2000 meer en meer op, al is ook hier onduidelijk of de dieren zich in het wild voortplanten. De soortaanduiding reevesi dankt het dier aan John Reeves, die het typespecimen ving.

De Muntiacus reevisie is door de Europese Unie opgenomen in de lijst van 'Invasive Alien Species' en dient derhalve bestreden te worden door jacht, vangen of andere vorm, volgens de uitvoeringsverordening van de commissie.[2]

Kenmerken[bewerken]

Het is een klein dier met een schouderhoogte van circa 43 tot 50 centimeter en een kop-romplengte van 80 tot 90 centimeter. Het mannetje is wat steviger gebouwd dan het vrouwtje, en weegt gemiddeld zo'n vijftien kilogram. Vrouwtjes hebben een gemiddeld lichaamsgewicht van ongeveer twaalf kilogram.

De vacht is donkerkleurig roodbruin tot kastanjebruin van kleur met wit aan de kin, keel en romp en een wittige tot gelige buik. De staart is rossig. Vrouwtjes zijn wat lichter van kleur dan de mannetjes. In verhouding met andere hertachtigen hebben ze een vrij lange staart, ongeveer vijftien centimeter lang, die bij alarm omhoog gaat. Het mannetje heeft een kort gewei, bestaande uit een enkele stang van acht tot tien centimeter, dat naar achteren gericht is. De bovenste hoektanden van het mannetje steken als twee kleine slagtanden naar buiten. Het vrouwtje heeft geen gewei, op de plaats van het gewei heeft zij een bosje haar.

De voetafdruk van de muntjak is <2cm breed en <3 cm lang en asymmetrisch. De ree heeft ter vergelijking een symmetrische voetafdruk van 3-4 cm breed en <4,5 cm lang. De keutels van de muntjak hebben een lengte van 6-13 mm en een doorsnede van 5-11 mm. Die van de ree respectievelijk 10-14 mm en 7-10 mm.

Muntjakken blaffen luid en hees, tot 45 minuten, terwijl reeën luide korte, schorre blafjes met tussenpozen uitstoten.

Voedsel en leefwijze[bewerken]

Muntjaks leven van de bladeren van struiken en klimplanten, en vruchten en noten als bessen, eikels en kastanjes. Ook eten ze boomschors. Gras en kruiden vormen enkel in de lente en de vroege zomer een belangrijk onderdeel van het dieet. De dieren zijn zowel overdag als 's nachts actief, maar laten zich voornamelijk in de schemering zien.

Chinese muntjaks leven over het algemeen solitair. Jonge volwassen vrouwtjes blijven meestal nog een tijdje bij hun moeder en vormen zo familiegroepjes, jonge volwassen bokken trekken meestal naar nieuwe gebieden. De woongebieden van vrouwtjes overlappen meestal met elkaar. Het grotere territorium van het mannetje overlapt over het algemeen ook met het woongebied van vrouwtjes, maar niet met het territorium van andere mannetjes.

Chinese muntjaks maken een blaffend geluid. Vooral in de bronsttijd laten ze dit blaffen regelmatig horen. Bij gevaar maken ze een klikkend geluid en steken ze de staart op. De belangrijkste vijand is de vos, die soms een kalfje grijpt.

Voortplanting[bewerken]

Na een draagtijd van 210 dagen wordt een kalf geboren. Soms heeft het vrouwtje twee worpen in één jaar. Het kalf heeft bij de geboorte een geelgevlekte vacht, wat dient als camouflage. Deze verdwijnt na acht tot twaalf weken. De eerste paar weken houdt het jong zich verborgen in de vegetatie. De zoogtijd duurt meestal zo'n twaalf weken, alhoewel hij daarna soms nog wordt gezoogd. Vrouwtjes zijn na tien maanden geslachtsrijp, mannetjes later. De oudst bekende leeftijd is negentien jaar in gevangenschap.

Verspreiding[bewerken]

De Chinese muntjak komt oorspronkelijk voor in Zuid-China en Taiwan. De soort is op enkele plaatsen in Europa ingevoerd en leven hier in parken. In Engeland en Frankrijk zijn er dieren ontsnapt, die daar nu in dichte gemengde en loofbossen met veel en gevarieerde lage begroeiing leven. Vooral in Engeland is het dier vrij algemeen en zijn verspreidingsgebied strekt zich meer en meer uit.

Waarnemingen in Nederland[bewerken]

Ook in Nederland leven muntjaks. Het is overheidsbeleid om ze uit te roeien. De argumentatie hiervoor berust op het idee dat muntjaks exoten zijn en invasief kunnen worden, waarbij ze diverse impacten kunnen hebben op ecosystemen. Wanneer ze in hoge dichtheden voorkomt kan muntjak de structuurvariatie in de ondergroei van bossen verminderen, kan gevoelige bosflora beïnvloeden (boshyacint, bosbingelkruid, sleutelbloemen) en de verjonging van hakhoutbestanden belemmeren. In hoge dichtheden is er voor weggebruikers een verhoogd risico op aanrijdingen en veroorzaakt de soort schade aan tuinen, boomkwekerijen en in mindere mate aan landbouwgewassen. Daarnaast kunnen muntjaks concurreren met andere hertensoorten (met name ree). Onderzoek geeft aan dat concurrentie vooral optreedt in de winter, wanneer ree en muntjak beide graag op bramen foerageren. De meeste risico-analyses voor muntjak schatten de kans op volledig wegconcurreren van ree evenwel als laag in. In Nederland is bezit en handel van de soort verboden.

Uit het verspreidingsonderzoek 2016, uitgevoerd onder leiding van Hans Hollander van de Zoogdiervereniging, in opdracht van de NVWA blijkt dat de muntjak in de Achterhoek is verdwenen en dat op de Veluwe in de buurt van Beekbergen-Loenen waarschijnlijk nog slechts enkele losse exemplaren voorkomen. In Noord-Brabant komt in de buurt van Landgoed de Utrecht mogelijk nog een populatie voor en is er sprake van enkele losse exemplaren in de omgeving van Hilvarenbeek, Eindhoven, de Maashorst en mogelijk Ossendrecht. Ook in Oost-Zeeuws-Vlaanderen komen losse individuen voor. De rest van Nederland is anno 2016 vrij van de muntjak.

Het onderzoek 2016 is in januari tot en met maart uitgevoerd op basis van de 153 meldingen die sinds 1997 binnengekomen zijn. Er is gericht onderzoek gedaan in de concentratiegebieden. Conclusie van het onderzoek is dat eerdere schattingen van de muntjakpopulatie, eind jaren negentig circa 100 en in 2010 50 tot 100, op basis van de inzichten uit het recente onderzoek 'overtrokken' zijn geweest.[3] Waarnemingen van muntjaks dienen gemeld te worden.

Waarnemingen in België[bewerken]

De soort werd reeds in alle vijf de Vlaamse provincies waargenomen, hoewel beduidend meer in de provincies Antwerpen en Limburg. Het aantal waargenomen dieren is telkens laag, maar recent is rond een aantal privédomeinen in de provincie Antwerpen het aantal waarnemingen aanzienlijk gestegen. Het is onduidelijk of de soort zich voortplant in het wild. In België mag Chinese muntjak niet gehouden worden. De soort staat immers niet op de positieflijst van zoogdieren die als gezelschapsdier mogen gehouden worden.

Externe link[bewerken]