Cilinderslangen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Cilinderslangen
Cilinderslang (Cylindrophis ruffus) met links de gekrulde staartpunt.
Cilinderslang (Cylindrophis ruffus) met links de gekrulde staartpunt.
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Serpentes (Slangen)
Superfamilie:Uropeltoidea
Familie
Cylindrophiidae
Fitzinger, 1843
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Cilinderslangen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Cilinderslangen[1] of pijpslangen[2] (Cylindrophiidae) zijn een familie van slangen die slechts één enkel geslacht telt.

Naam en indeling[bewerken | brontekst bewerken]

De wetenschappelijke naam van de familie werd in 1843 voorgesteld door Leopold Fitzinger. Er zijn veertien soorten, inclusief de pas in 2018 beschreven soort Cylindrophis osheai.[3] De familie behoorde lange tijd tot de schildstaartslangen (Uropeltidae), maar wordt sinds 1982 gezien als een aparte familie.

Uiterlijke kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Alle soorten blijven onder de meter in lengte, hebben een rolrond lichaam met een korte staart en een stompe kop. De lichaamskleur is variabel, de onderzijde van de staartpunt is vaak felrood van kleur. De buikzijde is bij alle soorten wit van kleur met een donkere nettekening.

Levenswijze[bewerken | brontekst bewerken]

Cilinderslangen leven van andere slangen of gelijkende dieren als alen. Het zijn gravende bodembewoners die echter goed kunnen zwemmen. Ze kunnen tot enkele meters diep graven. Bij verstoring rollen ze zich op en steken hun staartpunt naar de belager zodat deze denkt dat het de kop betreft. De staartpunt wordt gekromd en komt de rode kleur tevoorschijn. Deze dient als schrikkleur om vijanden af te weren.[1] De soort Cylindrophis maculatus heeft een afgeplatte staartpunt die dient om de kop van een cobra na te bootsen.[2]

Alle soorten zijn levendbarend, de jongen worden levend geboren. Per worp komen relatief weinig jongen ter wereld -twee tot vijf- maar deze zijn al relatief groot en al een derde tot de helft van de lichaamslengte van het moederdier.[2]

Verspreiding en habitat[bewerken | brontekst bewerken]

De verschillende soorten leven in delen van Azië en leven in de landen Cambodja, China, Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar, Oost-Timor, Sri Lanka, Thailand en Vietnam.[3]

De habitat bestaat voornamelijk uit vochtige tropische en subtropische bossen in laaglanden, vochtige savannen en vochtige graslanden.[4] Veel soorten worden aangetroffen in vochtige omgevingen, zoals rijstvelden.

Beschermingsstatus[bewerken | brontekst bewerken]

Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is aan vier soorten een beschermingsstatus toegewezen. Een soort wordt beschouwd als 'veilig' (Least Concern of LC) en drie soorten als 'onzeker' (Data Deficient of DD).[4]

Soorten[bewerken | brontekst bewerken]

Kop van de cilinderslang.
Staartpunt van de cilinderslang.

Het geslacht omvat de volgende soorten, met de auteur en het verspreidingsgebied.

Naam Auteur Verspreidingsgebied
Cylindrophis aruensis Boulenger, 1920 Indonesië
Cylindrophis boulengeri Roux, 1911 Indonesië, Oost-Timor
Cylindrophis burmanus Smith, 1943 Myanmar
Cylindrophis engkariensis Stuebing, 1994 Maleisië
Cylindrophis isolepis Boulenger, 1896 Indonesië
Cylindrophis jodiae Amarasinghe, Ineich, Campbell & Hallermann, 2015 Vietnam
Cylindrophis lineatus Blanford, 1881 Indonesië, Maleisië
Cylindrophis maculatus Linnaeus, 1758 Sri Lanka
Cylindrophis melanotus Wagler, 1830 Indonesië
Cylindrophis opisthorhodus Boulenger, 1897 Indonesië
Cylindrophis osheai Kieckbusch, Mader, Kaiser & Mecke, 2018 Indonesië
Cilinderslang
(Cylindrophis ruffus)
Laurenti, 1768 Indonesië, Maleisië, Thailand, Laos, Vietnam, Cambodja, China
Cylindrophis subocularis Kieckbusch, Mecke, Hartmann, Ehrmantraut, O'Shea & Kaiser, 2016 Indonesië
Cylindrophis yamdena Smith & Sidik, 1998 Indonesië

Bronvermelding[bewerken | brontekst bewerken]