Reuzenslangen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Reuzenslangen
Gongylophis conicus
Gongylophis conicus
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Serpentes (Slangen)
Superfamilie:Booidea
Familie
Boidae
Gray, 1825
Afbeeldingen Reuzenslangen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Reuzenslangen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Reuzenslangen[1] (Boidae) zijn een familie van reptielen die behoren tot de slangen (Serpentes). Alle soorten leven in warme streken en zijn roofdieren die jagen op levende prooien. Boa's bereiken in de regel een lichaamslengte van enkele meters maar er zijn ook kleinere soorten bekend. Sommige soorten zijn bekend omdat ze erg groot worden of in dierentuinen worden gehouden.

De bekendste soorten zijn de boa constrictor en de anaconda. Deze slangen worden gemiddeld respectievelijk 3 en 5 meter lang.

Veel soorten worden als huisdier gehouden, waardoor er veel bekend is over het gedrag en de levenswijze.

Naamgeving[bewerken]

De wetenschappelijke naam van de familie werd in 1825 voorgesteld door John Edward Gray. Reuzenslangen worden ook wel boa's, boa-achtigen of wurgslangen genoemd. Naast de Boidae zijn er ook andere slangenfamilies waarvan de soorten met 'boa' worden aangeduid, zoals de dwergboa's (Tropidophiidae). Dergelijke groepen zijn sterk verwant aan de boa's, zie ook onder taxonomie.

Verspreiding en habitat[bewerken]

Reuzenslangen komen over de gehele wereld voor rond de evenaar. Noordelijk komen ze voor tot in Noord-Amerika en zuidelijk zijn soorten aan te treffen tot in zuidelijk Afrika.

Reuzenslangen worden verdeeld in drie onderfamilies die een afwijkend verspreidingsgebied hebben. De echte boa's of Boinae komen voor in Midden- en Zuid-Amerika, en delen van Azië zoals Nieuw-Guinea, eilanden in het zuiden van de Grote Oceaan en West-Indië. De Erycinae komen voor in Noord-Amerika, grote delen van Afrika en delen van het Midden-Oosten en zuidelijk en centraal Azië.[2] De vertegenwoordigers van de onderfamilie Ungaliophiinae ten slotte zijn alleen te vinden in delen van Midden-Amerika en noordelijk Zuid-Amerika.[3]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Jonge dwerganaconda (Eunectes notaeus)

Reuzenslangen zijn een zeer gevarieerde groep van slangen die vertegenwoordigd worden door zeer lange soorten maar er zijn ook reuzenslangen die niet langer worden dan een meter. Tot de grotere soorten behoren de anaconda (Eunectes murinus) en de boa constrictor, die respectievelijk tot ongeveer vier tot zes meter en tot ongeveer drie meter lang worden. Van de anaconda zijn geen officiële uitschieters van acht meter bekend, zoals men vaak gelooft. De kleinste soorten bereiken een aanzienlijk kortere lichaamslengte en worden meestal niet langer dan 60 centimeter; een voorbeeld is de rubberboa (Charina bottae).[2]

De meeste reuzenslangen hebben een onopvallende kleur die meestal bruin is. Veel soorten hebben vlekken of tekeningen op het lichaam, zoals een nettekening of een luipaardtekening. Andere soorten hebben een egale kleur, zoals de helder groen gekleurde groene hondskopboa (Corallus caninus).

Fylogenetisch gezien vormen reuzenslangen in vergelijking met andere slangen een primitieve groep. Alle soorten hebben verschillende lichaamskenmerken die bij de meeste andere slangen niet meer aanwezig zijn, maar wel voorkomen bij de gemeenschappelijke voorouders van alle slangen:

  • Een voorbeeld zijn de gepaarde longen. De linker en rechter long zijn vrijwel even groot, terwijl bij andere slangen alleen de rechter long ontwikkeld is. Deze aanpassing dient om ruimte in het lichaam te sparen.
  • Daarnaast hebben veel reuzenslangen restanten van het bekken en van achterpoten. Bij veel soorten zijn de resten van de achterpoten aan de buitenzijde van het lichaam nog te zien als kleine flapjes. Bij andere primitieve slangensoorten, waaronder de koningspython, spelen deze restanten een rol als stimulans bij de voortplanting. Bij de reuzenslangen zijn deze kleine uitsteeksels echter rudimentair. Bij veel modernere slangen (zoals de gladde slangen) ziet men deze restanten niet terug.

Reuzenslangen onderscheiden zich verder van andere slangen door de relatief kleine schubben op de kop en de bovenzijde van het lichaam. De schubben zijn vrijwel altijd een gladde structuur, al zijn er wel enkele uitzonderingen. Een voorbeeld zijn sommige zandboa's uit het geslacht Eryx.[2]

Reuzenslangen zijn echter niet alleen maar als oervormen van de slangen aan te merken. De schedeldelen zijn in vergelijking met andere slangen juist zeer goed ontwikkeld en extreem flexibel.[4]

Levenswijze[bewerken]

Tuinboa (Corallus hortulanus) in Ecuador.

Reuzenslangen vangen de prooi door deze te besluipen en vervolgens bliksemsnel te grijpen met de kaken. Zowel de boven- als de onderkaak bevat vele naar achteren gekromde tanden die dienen om de prooi te ankeren in de bek. Vervolgens wordt het gespierde lichaam rond de prooi gedraaid. De prooi sterft niet doordat het lichaam wordt samengedrukt zoals vaak wordt beweerd maar doordat de lichaamswindingen steeds strakker worden aangetrokken na iedere uitademing van het prooidier zodat deze uiteindelijk versmacht. Belangrijke prooidieren zijn vogels en zoogdieren maar ook reptielen worden wel gegrepen. Een prooidier wordt altijd van kop naar staart verzwolgen. Jongere reuzenslangen eten kleinere prooidieren zoals insecten. Veel dieren die door de volwassen slangen worden gegeten zijn aan te merken als vijanden voor de juveniele exemplaren.

Reuzenslangen zijn vaak boombewoners; sommige soorten echter graven holen en leven grotendeels ondergronds. Er zijn ook soorten die op de bodem leven en zich in de strooisellaag verstoppen. Daarnaast zijn er soorten die veel zwemmen en als waterbewoners zijn aan te merken.

Reuzenslangen zijn vrijwel altijd eierlevendbarend, de jongen komen levend ter wereld. De enige uitzondering is de eierleggende aardpython (Calabaria reinhardti).[2]

Taxonomie[bewerken]

Reuzenslangen worden verdeeld in drie onderfamilies, die sterk verschillen in verspreidingsgebied.[3]

Lange tijd werden de pythons beschouwd als een onderfamilie van reuzenslangen. Tegenwoordig worden de pythons echter als een aparte familie van slangen beschouwd (Pythonidae). Reuzenslangen zijn sterker verwant aan twee andere families van de slangen; de dwergboa's (Tropidophiidae) en de Round Island-boa’s (Bolyeridae).

Dumerils Madagaskar-boa (Acrantophis dumerili)

Geslachten[bewerken]