Columbia (ruimteveer)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Columbia
Lancering Columbia tijdens STS-1(d.d. 12 april 1981)
Lancering Columbia tijdens STS-1
(d.d. 12 april 1981)
Missiestatistieken
OV Designation OV-102
Herkomst naam Columbia Redidiva
Land van herkomst Verenigde Staten van Amerika
Oplevering 26 juli 1972
Eerste vlucht STS-1
12 april 1981 - 14 april 1981
Laatste vlucht STS-107
16 januari 2003 - 1 februari 2003
Aantal missies 28
Aantal bemanningen 160
Tijd in ruimte 300,74 dagen
Banen om aarde 4808
Afgelegde afstand 201 497 772 km
Ontvouwde satellieten 8
Gekoppeld aan MIR 0
Gekoppeld aan ISS 0
Status Verongelukt (1 februari 2003)
Ruimteveren
NASA: Enterprise - Pathfinder - Columbia - Challenger - Discovery - Atlantis - Endeavour

Sovjet: Boeran - Ptitsjka

Opvolging
NASA: Orion
Portaal  Portaalicoon   Ruimtevaart
Landing van Columbia tijdens STS-1
Columbia doorbreekt de geluidsbarrière
Lancering van STS-107, de laatste vlucht

Columbia (NASA aanduiding: OV-102) was de eerste spaceshuttle van de vloot van NASA. De eerste vlucht werd gemaakt op 12 april 1981. In 1999 kreeg Columbia een grondige opknapbeurt. De shuttle verongelukte tijdens de terugkeer van missie STS-107 op 1 februari 2003.

Vluchten van Columbia[bewerken]

Columbia maakte 28 vluchten, was 300,74 dagen in de ruimte, draaide 4808 rondjes om de aarde en legde in totaal 201 497 772 km af, inclusief de laatste vlucht.

Het is de enige shuttle die nooit aan het Russische ruimtestation Mir of het internationale ruimtestation ISS is vastgekoppeld. De reden hiervoor was dat Columbia zwaarder was dan de andere spaceshuttles en daarom minder geschikt was om onderdelen naar het ISS te brengen. Columbia bleef wel in gebruik door NASA omdat ze langer in de ruimte kon blijven dan haar zusterschepen. De langste spaceshuttlemissie, STS-80, die 17 dagen, 15 uur, 53 minuten en 18 seconden duurde, staat dan ook op haar naam.

# Lanceerdatum Missie Lanceercomplex Landingsdatum Landingsplaats
1 12 april 1981 STS-1 LC-39A, Kennedy Space Center 14 april 1981 Edwards Air Force Base
2 12 november 1981 STS-2 LC-39A, Kennedy Space Center 14 november 1981 Edwards Air Force Base
3 22 maart 1982 STS-3 LC-39A, Kennedy Space Center 30 maart 1982 White Sands Space Harbor
4 27 juni 1982 STS-4 LC-39A, Kennedy Space Center 4 juli 1982 Edwards Air Force Base
5 11 november 1982 STS-5 LC-39A, Kennedy Space Center 16 november 1982 Edwards Air Force Base
6 28 november 1983 STS-9 LC-39A, Kennedy Space Center 8 december 1983 Edwards Air Force Base
7 12 januari 1986 STS-61-C LC-39A, Kennedy Space Center 18 januari 1986 Edwards Air Force Base
8 8 augustus 1989 STS-28 LC-39B, Kennedy Space Center 13 augustus 1989 Edwards Air Force Base
9 9 januari 1990 STS-32 LC-39A, Kennedy Space Center 20 januari 1990 Edwards Air Force Base
10 2 december 1990 STS-35 LC-39B, Kennedy Space Center 10 december 1990 Edwards Air Force Base
11 5 juni 1991 STS-40 LC-39B, Kennedy Space Center 14 juni 1991 Edwards Air Force Base
12 25 juni 1992 STS-50 LC-39A, Kennedy Space Center 9 juli 1992 Kennedy Space Center
13 22 oktober 1992 STS-52 LC-39B, Kennedy Space Center 1 november 1992 Kennedy Space Center
14 26 april 1993 STS-55 LC-39A, Kennedy Space Center 6 mei 1993 Edwards Air Force Base
15 18 oktober 1993 STS-58 LC-39B, Kennedy Space Center 1 november 1993 Edwards Air Force Base
16 4 maart 1994 STS-62 LC-39B, Kennedy Space Center 18 maart 1994 Kennedy Space Center
17 8 juli 1994 STS-65 LC-39A, Kennedy Space Center 23 juli 1994 Kennedy Space Center
18 20 oktober 1995 STS-73 LC-39B, Kennedy Space Center 5 november 1995 Kennedy Space Center
19 22 februari 1996 STS-75 LC-39B, Kennedy Space Center 9 maart 1996 Kennedy Space Center
20 20 juni 1996 STS-78 LC-39B, Kennedy Space Center 7 juli 1996 Kennedy Space Center
21 19 november 1996 STS-80 LC-39B, Kennedy Space Center 7 december 1996 Kennedy Space Center
22 4 april 1997 STS-83 LC-39A, Kennedy Space Center 8 april 1997 Kennedy Space Center
23 1 juli 1997 STS-94 LC-39A, Kennedy Space Center 17 juli 1997 Kennedy Space Center
24 19 november 1997 STS-87 LC-39B, Kennedy Space Center 5 december 1997 Kennedy Space Center
25 13 april 1998 STS-90 LC-39B, Kennedy Space Center 3 mei 1998 Kennedy Space Center
26 23 juli 1999 STS-93 LC-39B, Kennedy Space Center 27 juli 1999 Kennedy Space Center
27 1 maart 2002 STS-109 LC-39A, Kennedy Space Center 12 maart 2002 Kennedy Space Center
28 16 januari 2003 STS-107 LC-39A, Kennedy Space Center niet geland; verongelukt tijdens de terugkeer in de dampkring

Het ongeluk[bewerken]

Op 1 februari 2003 verloor NASA het contact met Columbia vijftien minuten voor de verwachte landing op het Kennedy Space Center in Florida. De shuttle had een wetenschappelijke vlucht van zestien dagen uitgevoerd. Op ruim zestig kilometer hoogte brak de shuttle in delen uiteen en brokstukken van de shuttle kwamen onder andere terecht in de staat Texas.

Voor het uiteenvallen liep de temperatuur van de romp van het ruimteveer sterk op. De temperatuurstijging van het middelste gedeelte van de romp bedroeg 32°C in vijf minuten. Tegelijkertijd nam de luchtweerstand sterk toe. De oorzaak hiervoor bleek te zijn dat de linkervleugel van de shuttle langzaam uiteenviel als gevolg van een beschadiging aan het hitteschild. Het hitteschild beschermt de shuttle tegen de wrijvingshitte die optreedt als het voertuig de atmosfeer binnenkomt.

Bij de lancering van de spaceshuttle op 16 januari, tachtig seconden na het vertrek, raakte een stuk isolatieschuim van de externe brandstoftank los. Dit raakte de voorrand van de linkervleugel en beschadigde daar een deel van het hitteschild. In deze vleugel deden zich zeven minuten voordat de shuttle uiteenviel de eerste problemen voor.

De gebeurtenissen voor het ongeluk in chronologische volgorde:

  • 8:15 - Landing wordt ingezet door het starten van de remraketten
  • 8:53 - Uitval van de temperatuursensoren van het hydraulisch systeem aan de linkerzijde.
  • 8:58 - Temperatuursensoren op de linkervleugel vallen op drie meetpunten uit. Ook de drukmeters van de banden van het landingsgestel registreren geen metingen meer.
  • 8:59 - Laatste radiocontact.
  • 9:00 - Radiocontact volledig verloren. Mensen in Texas, Arkansas en Louisiana zien vlammende strepen in de lucht.

Oorzaak van het ongeval[bewerken]

De Columbia Accident Investigation Board (CAIB) heeft medio mei 2003 geconcludeerd dat de problemen van Columbia zijn begonnen met het losraken van een stuk isolatieschuim van de externe brandstoftank, 81,7 seconden na de lancering. Dit stuk schuim kwam met een harde klap tegen de voorrand van de vleugel, waarbij belangrijke, uit koolstofcomposiet bestaande panelen van het hitteschild werden beschadigd. De snelheid van het stuk schuim bedroeg circa 800 km/h en er werd een gat geslagen ter grootte van een koffer (1000 cm²). Wellicht werd ook een afdichting tussen de panelen beschadigd. Radarbeelden van de dag na de lancering lieten zien dat een gedeelte van het paneel of de afdichting van de shuttle vandaan dreven. Toen Columbia de atmosfeer weer binnenkwam kon het hete plasma dat de shuttle dan omhult de vleugel binnendringen, waarbij door de hitte verdere panelen werden aangetast. Bovendien sneed de hitte door de aluminium constructie van de vleugel, waardoor de linkervleugel desintegreerde. Hierdoor werd de shuttle instabiel en zette een draaiende beweging naar links in. Daardoor kwam de romp van de shuttle haaks op de bewegingsrichting te liggen. De romp kon de resulterende sterke vertragingskrachten niet aan waardoor de shuttle geheel uiteenviel.

De onderzoekscommissie concludeerde op 27 augustus dat de NASA-cultuur mede debet aan het ongeluk is geweest, waarbij berichten van technici door de top van de organisatie werden genegeerd. De commissie oordeelde tevens dat de bemanning van de shuttle wellicht door een - riskante - reddingsoperatie gered had kunnen worden. NASA had direct na de lancering echter al besloten dat een eventuele redding toch niet mogelijk was.

Voordat het CAIB de officiële eindconclusie van het onderzoek naar buiten bracht werden ook andere mogelijke oorzaken voor het ongeluk genoemd:

  • Op de tweede dag van de vlucht heeft een militaire radarinstallatie waargenomen hoe een object van het ruimteveer af leek te vliegen met grote snelheid. Mogelijk was dit een stuk ijs uit een waterafvoer, dat een van de vleugels heeft beschadigd.
  • Losrakend isolatieschuim van de externe brandstoftank heeft de vleugel beschadigd. Op 5 februari twijfelde NASA echter openlijk aan deze verklaring: het stuk schuim (ter grootte van een attachékoffer en met een gewicht van niet meer dan een kilo) kon de tegels niet beschadigd hebben; inslag van ruimtepuin of een meteoriet zou aannemelijker zijn.
  • Meteorietinslag.
  • Softwarefout.
  • Turbulentie door beschadiging kan het ruimtevaartuig oncontroleerbaar uit balans hebben gebracht.
  • Explosie in de wielkamer door de oplopende temperatuur, veroorzaakt door beschadigde thermische tegels.
  • Uit nader onderzoek is op 15 februari 2003 gebleken dat de linkervleugel van Columbia lek was. Daardoor is heet gas de vleugel binnengedrongen, afkomstig uit het hete plasma dat het ruimteveer tijdens de landing omringt. De oorzaak van de lekkage was destijds nog niet vastgesteld.

Op 20 maart 2003 werd gemeld dat de zwarte doos in Texas was gevonden.

Bemanning van de laatste vlucht[bewerken]

De bemanning van de laatste vlucht

De bemanning van de laatste vlucht bestond uit twee vrouwen en vijf mannen, waarvan een uit Israël. De gezagvoerder was Rick Husband uit de VS, een luchtmachtpiloot met 3800 vlieguren. In 1999 vloog Rick Husband in Discovery.

  • Piloot: William McCool, VS, 41 jaar, marineofficier en sinds 1996 deelnemer aan het astronautenprogramma van NASA. Dit was zijn eerste vlucht met een spaceshuttle.
  • Onderzoeker: Kalpana Chawla, VS, 42 jaar. Zij werd geboren in Karnal, een plaats 100 kilometer ten noorden van Delhi, India. Ze emigreerde in 1980 naar de VS en solliciteerde in 1988 bij NASA. Zij vloog één keer eerder mee met een shuttlevlucht.
  • Onderzoeker: Laurel Clark, VS, 41 jaar, chirurg bij de Amerikaanse marine, die haar opleiding volgde bij het elitekorps Navy Seals.
  • Payload Specialist: Ilan Ramon, Israël, 48 jaar. Luchtmachtpiloot en veteraan van de Jom Kipoeroorlog van 1973 en van de invasie in Libanon van 1982. Hij nam ook deel aan de aanval op de Iraakse kerncentrale Osirak.
  • Onderzoeker: David Brown, VS, 46 jaar. Studeerde medicijnen en werd later testpiloot. Hij werkte sinds 1996 voor NASA.
  • Payload Commander: Michael Anderson, VS, 43 jaar. Vloog in 1998 met Endeavour, die aan het Russische ruimtestation Mir werd gekoppeld.

Nederlandse experimenten[bewerken]

Tijdens de laatste vlucht van Columbia stonden tachtig experimenten op het programma, waarvan drie Nederlandse:

  • Onderzoek naar botontkalking door de afdeling fysiologie van het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam. Het doel is om middelen te vinden om botontkalking bij bedlegerigheid te verminderen.
  • Onderzoek naar botvorming en botafbraak aan embryonale middenvoetbeentjes van muizen, door het Academisch Centrum Tandheelkunde van de VU in Amsterdam. De botjes werden in leven gehouden in een kweekvloeistof. Met dit onderzoek kan informatie verkregen worden over de botontkalking die bij astronauten plaatsvindt.
  • Experimenteel ontwerp van een toestel voor luchtzuivering van Bioclear, dat werkt met een mengsel van twaalf bacteriën. Conventionele luchtzuiveringsapparaten werken met actieve kool, die veel ruimte innemen.

Zie ook[bewerken]