Lanceercomplex 39 van Kennedy Space Center

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lanceercomplex 39 van Kennedy Space Center
VAB Aerial - GPN-2000-000869.jpg
Luchtfoto van lanceercomplex 39
Lanceerplaats: Kennedy Space Center
Korte naam: LC-39
Eigenaar: NASA
Aantal lanceringen: 013 Saturnus V
004 Saturnus IB
135 spaceshuttle
001 Ares I-X
005 Falcon 9
158 totaal[1])
aantal lanceercomplexen: 3
Hoek van de baan: 28° - 62°
Status van het lanceercomplex 39A: In gebruik voor SpaceX Falcon 9 sinds 19 februari 2017
Aantal lanceringen: 12 Saturnus V
80 spaceshuttle
05 Falcon 9
97 totaal
Eerste lancering: 9 november 1967
(Apollo 4)
Laatste lancering: 15 mei 2017
(Falcon 9, Inmarsat 5 F4)
Eerstvolgende lancering: Niet eerder dan 1 juni 2017
(Falcon 9, SPX-CRS-11)
Raket: NASA Saturnus V
NASA Saturnus INT-21
NASA Spaceshuttle
SpaceX Falcon 9
SpaceX Falcon Heavy (vanaf 2017)
Status van het lanceercomplex 39B: In verbouwing voor SLS en commerciële mobiele lanceerinrichtingen.
Aantal lanceringen: 01 Saturnus V
01 Ares I-X
04 Saturnus IB
53 spaceshuttle
59 totaal
Eerste lancering: 18 mei 1969
(Apollo 10)
Laatste lancering: 28 oktober 2009, 15:30 UTC
(Ares I-X)
Eerstvolgende lancering: November 2018
(SLS/Orion EM-1)
Raket: NASA Saturnus V
NASA Saturnus IB
NASA Spaceshuttle
NASA Ares I (alleen testvlucht X)
NASA SLS (vanaf 2018)
Status van het lanceercomplex 39C: Opgeleverd en in afwachting van lanceercontracten
Aantal lanceringen: 0
Raket: Nog onbekend

Lanceercomplex 39 is een groot lanceercomplex en onderdeel van het Kennedy Space Center op Merritt Island in Florida, Verenigde Staten. Het complex werd in de jaren 1960 gebouwd voor het Apolloprogramma met de draagraket Saturnus V, waarmee de historische vluchten naar de Maan werden gemaakt. Ook de Amerikaanse deelnemer aan het Apollo-Sojoez-testproject werd vanaf hier gelanceerd, evenals het Skylab-ruimtestation en de bemande vluchten daarheen. Daarna was het dertig jaar lang het lanceercomplex voor het spaceshuttleprogramma. Nu wordt het gebruikt voor het Space Launch System en de Falcon 9.

Planning en bouw[bewerken]

Vanaf 1961 begon NASA met het aankopen van grond te noorden en ten westen van de Cape Canaveral Air Force Station voor de aanleg van wat later het Kennedy Space Center zou worden. Dit om de enorme raketten die nodig waren voor president Kennedy's plan om op de Maan te landen te kunnen lanceren. De militaire complexen die voor eerdere NASA lanceringen werden gebruikt, waren niet geschikt voor dit kaliber raketten. Toen midden jaren 1960 de plannen van het Apolloprogramma vorm hadden gekregen werd met de bouw van het lanceercomplex aangevangen.

In de originele ontwerpen werden vijf lanceerplatforms voorzien. De bouw van platforms A, B, en C werd ingepland en platforms D en E waren een optionele uitbreiding. Platforms B en C werden daadwerkelijk gebouwd. Platform A werd geannuleerd, waarna platform C hernoemd werd tot A. Het complex bestond lange tijd uit deze twee platforms. Dat er meer platforms gepland waren, is nu nog te zien aan de knik naar rechts in de Crawlerway richting platform B. In de originele plannen was dit geen knik, maar een afslag naar platform B. De Crawlerway liep rechtdoor naar het noordelijkst geplande platform (E) met afslagen naar wat toen platform A en D moesten worden.

Apollo[bewerken]

Lancering van maanmissie Apollo 15

Voor het Apolloprogramma werden de Saturnus V-maanraketten vanaf LC-39 gelanceerd. Dit zijn tot op heden de grootste en krachtigste raketten ooit die succesvol werden gelanceerd. De Saturnus V, met de Apollo CSM en later ook de maanlander aan boord, werd in het Vehicle Assembly Building geassembleerd. Zo kon men in een beschutte omgeving werken. Dan werd de raket in verticale positie op een mobiel platform geplaatst, waarop ook de lanceertoren stond. Dit geheel werd vervolgens op een van de twee crawler-transporters geplaatst om naar lanceerplatform A of B te worden gereden. Via een lift en een arm aan de lanceertoren kon de driekoppige bemanning dan op een hoogte van meer dan 100 meter de commandomodule binnengaan, waar ze in hun stoelen werden vastgesnoerd voor de lancering. Apollo 4 was de eerste lancering vanaf LC-39A en Apollo 8 was de eerste bemande lancering vanaf dit complex. Apollo 10 was de enige Apollovlucht vanaf platform B.

Na Apollo[bewerken]

Met een aangepaste Saturnus V werd het Skylab-ruimtestation in een baan om de aarde gebracht
Een Saturnus IB op de milk stool

De vier bemande vluchten van de Skylab- en Apollo-Sojoezprojecten werden uitgevoerd met een Saturnus IB met daarop een Apollo-commandomodule. Omdat de eerdere lanceerinrichtingen voor de Saturnus IB op Cape Canaveral Air Force Station (LC-34 en SLC-37B) verlaten en ontmanteld waren en de Saturnus IB een stuk kleiner was dan de Saturnus V, moesten er wat aanpassingen op LC-39B plaatsvinden. Er werd een zogenaamde milk stool (vertaald melkkruk) op het mobiele lanceerplatform geplaatst om de Saturnus IB hoger te plaatsen, zodat de commandomodule zowel in het VAB als op de lanceerplaats op dezelfde hoogte als de bemanningstoegangsarm van de lanceertoren kwam. Het ruimtestation Skylab werd vanaf LC-39A gelanceerd. Om het Skylab zelf te lanceren werd een van het Apolloprogramma overgebleven Saturnus V aangepast. De derde trap, die tijdens maanmissies was bedoeld om uit een baan om de aarde te geraken, werd verwijderd en vervangen door het Skylab, dat op zijn beurt een omgebouwde tweede trap van een Saturnus IB was. Doordat de tweede trap van een Saturnus IB en de derde trap van een Saturnus V vrijwel identiek waren, paste dit naadloos op elkaar.

Spaceshuttle[bewerken]

Spaceshuttle Discovery op LC-39B

Vanaf 1975, nadat de laatste Saturnus IB vloog voor het Apollo-Sojoezproject, werden de platforms aangepast voor de spaceshuttle die volgens de toenmalige planning al in 1979 had moeten vliegen. Waar voor de Saturnus-raketten de servicetorens en servicestructuur mobiel waren, werden voor het spaceshuttleprogramma uit twee delen bestaande, vaste torens geïnstalleerd, de zogenaamde fixed service structures, met de toegangsarm en de beany cap waarmee de externe tank van boven werd vastgehouden en de shuttle van externe elektriciteit werd voorzien. Delen van de fixed service structures werden overigens eerder gebruikt in de mobiele lanceertorens voor de Saturnus V en Saturnus IB. Opzij van de torens zat een draaibare constructie (de rotating service structure) die, wanneer er een shuttle op het platform stond, gebruikt kon worden om bij het vrachtruim te komen. De spaceshuttles werden op dezelfde mobiele lanceerplatforms, waarvan er drie waren gemaakt geassembleerd, vervoerd en gelanceerd. Deze waren echter wel aangepast, met nieuwe vuurgaten en er stond geen toren meer op.

Op 12 april 1981 werd de eerste spaceshuttle, Columbia (STS-1), gelanceerd vanaf platform A. Na 23 succesvolle lanceringen werd in januari 1986 voor het eerst platform B gebruikt. Dat was voor de Challenger (STS-51-L), die 73 seconden na de lancering ontplofte als gevolg van een lekkende afdichtingsring in een van de boosters. De vluchten werden daarop tot september 1988 stopgezet. Daarna werd er opnieuw gelanceerd vanaf platform B. In januari 1990 werd platform A opnieuw in gebruik genomen.

Constellationprogramma[bewerken]

Voor Ares I-X werden maar kleine aanpassingen aan LC-39B gedaan omdat het spaceshuttleprogramma nog niet was afgerond

Een doel van het Constellationprogramma was om het spaceshuttleprograma te hervatten en gelijktijdig een opvolger voor de shuttle te ontwikkelen. Toen het spaceshuttleprogramma op zijn einde liep, werd platform B aangepast voor een combinatie van draagraket Ares I en ruimteschip Orion, die de opvolgers van de shuttle hadden moeten worden. De laatste spaceshuttlevlucht die vanaf platform 39B werd gelanceerd was STS-116 in 2006, die werd uitgevoerd met de Discovery. In mei 2009 stond de Endeavour lanceerklaar op LC-39A voor een eventuele reddingsvlucht mocht er iets mis gaan tijdens de risicovolle vlucht STS-125. In oktober 2009 werd de enige proefvlucht van de Aresraket, genaamd Ares I-X, er gelanceerd. Voor deze vlucht was de belangrijkste aanpassing dat de enkele bliksemafleider van de spaceshuttle-servicetoren werd verwijderd en vervangen door drie hogere bliksemafleiders. Bij deze lancering smolt een deel van de bedrading van het spaceshuttlelanceersysteem, dat op dat moment ook nog operationeel was. In 2010 werd de Ares I samen met het Constellationprogramma wegens hoge kosten en verandering van doelen en inzichten geannuleerd. De sloop van de spaceshuttlegerelateerde constructies op platform B begon in september 2010. Platform A bleef tot en met de laatste shuttlelancering in 2011 in gebruik.

SLS/Orion en commercieel gebruik[bewerken]

Na de beëindiging van het spaceshuttleprogramma in 2011 en het afblazen van het Constellationprogramma en de daarbij behorende Ares I een jaar eerder, gebeurde er enkele jaren niets op lanceercomplex 39. Inmiddels hebben beide lanceerplaatsen een nieuwe functie gekregen. Voor het eerst worden de lanceerplaatsen nu niet meer voor dezelfde rakettypes ingericht en zijn ze dus geen exacte kopiën meer van elkaar.

Platform A[bewerken]

In mei 2016 werd de vierde gelande Falcon 9-booster voor tijdelijke opslag bij de eerder gelande boosters in SpaceX' nieuwe horizontal integration facility op LC-39a geplaatst
In februari 2017 stond voor het eerst een Falcon 9 op LC-39A klaar voor lancering

Sinds 2014 wordt platform 39A gehuurd door SpaceX, dat het heeft verbouwd tot een lanceerplaats voor bemande vluchten van Falcon 9-draagraketten met de Dragon 2-capsule. Daarnaast zullen ook Falcon Heavy-raketten vanaf platform A gelanceerd gaan worden. Hoewel SpaceX in eerste instantie zoveel mogelijk van de historische spaceshuttlelanceerinstallatie wilde behouden, is daar om veiligheidsredenen van afgezien. Het laten staan van deze stalen installatie zou veel onderhoud betekenen, aangezien de zoute lucht van de Atlantische Oceaan – die slechts enkele honderden meters verderop ligt – snelle roestvorming veroorzaakt. Loskomende onderdelen zouden een gevaar voor te lanceren raketten vormen. De draaiarm (rotating service structure) wordt daarom gedemonteerd en opgeslagen tot er een functie voor gevonden is. De crew access tower wordt wel hergebruikt, maar van een nieuwe toegangsarm voorzien. De bliksemafleider zal echter het veld moeten ruimen aangezien SpaceX de toren gaat verhogen en drie losse bliksemafleiders zal plaatsen. Het verhogen van de crew access tower is nodig voor (militaire) missies die verticale integratie vereisen. In dat geval zal de neuskegel met lading op een reeds rechtstandig geplaatste Falcon-raket worden gehesen en gemonteerd met een kraan die het bovenste deel van de Crew Access Tower zal vormen.

In februari 2016 werd complex 39A officieel operationeel. Operationeel houdt in dat er technisch gezien Falcon 9- en Falcon Heavy-raketten gelanceerd kunnen worden. De verbouwingen waren echter nog niet klaar. Zelfs na de eerste lancering in 2017 gaat dit werk nog door. Zo moeten de systemen voor bemande vluchten nog afgebouwd worden, zal de crew access tower nog van beschermende beplating worden voorzien en is het demonteren van de rotating service structure nog in volle gang. Van december 2015 tot halverwege 2016 werd de hangar die SpaceX aan de rand van LC-39A bouwde gebruikt voor opslag en onderzoek van gelande boostertrappen. In mei 2016 lagen er vier gebruikte boosters in de hangar, die in de toekomst als horizontale integratiefaciliteit zal worden gebruikt, opgeslagen. Na het ongeluk met SpaceX-vlucht Amos-6 in september 2016 op SLC-40, dat grote schade opliep, werd besloten alle geplande Falcon 9-lanceringen voorlopig naar LC-39A te verplaatsen. In februari 2017 was platform A pas echt gebruiksklaar. De oorzaak van het ongeluk was in de tussentijd gevonden en verholpen. Op 6 januari 2017 gaf de FAA al toestemming voor zeven SpaceX-lanceringen vanaf Vandenberg Air Force Base. Op 10 februari was de eerste roll out van een Falcon 9[2] in voorbereiding op deze lancering. Na een generale repetitie met een static fire twee dagen later[3][4] werd de raket terug in de horizontale integratiewerkplaats gebracht alwaar de Dragon op de raket werd gemonteerd voor de definitieve lancering. De definitieve vergunning van de FAA voor de eerste Falcon 9-lancering vanaf LC-39A kwam op 17 februari 2017.[5] De eerste lancering vanaf LC-39A was op 19 februari 2017. Dit betrof Dragon-missie CRS-10. Een dag eerder werd een lanceerpoging wegens technische problemen van de raket 13 seconden voor de geplande lancering gestopt.

Er zijn twee duidelijke verschillen in de manier van werken tussen LC-39A en SpaceX' andere lanceercomplexen. Ten eerste rijdt de transporter/erector op rails en niet op eigen kracht, maar wordt hij door een lier getrokken. Ten tweede wordt de strongback niet een minuut voor de lancering weggekanteld, maar pas op het moment van de daadwerkelijke lancering.

De verwachting is dat na enkele lanceringen de meeste generale repetities in de toekomst weer met lading zullen plaatsvinden. De inauguratievlucht van de Falcon Heavy staat voor de zomer 2017 gepland. Deze zal plaatsvinden zodra de normale Falcon 9-lanceringen terug naar het (in reparatie zijnde) SLC-40 verplaatst zijn. Elon Musk, de directeur van SpaceX, heeft ook aangegeven platform A in de toekomst voor het Interplanetary Transport System te willen gebruiken.

Platform B[bewerken]

De shuttlegerelateerde serviceconstructie van Platform B is grotendeels gesloopt om plaats te maken voor de mobiele lanceertoren van het Space Launch System (SLS) en het daarbij horende ruimteschip Orion. Het is daarmee weer een clean pad geworden. NASA heeft de intentie om platform B in de periodes tussen de SLS-lanceringen (SLS/Orion lanceert tot 2023 waarschijnlijk maar twee keer en daarna hooguit eens per jaar) te verhuren aan commerciële ruimtevaartbedrijven die mobiele lanceertorens voor hun eigen raketten op het platform kunnen zetten. Daarmee lijkt de situatie van platform B weer op de situatie ten tijde van het Apolloprogramma. Orbital ATK en NASA gaven in 2016 te kennen in onderhandeling te zijn over verhuur van LC-39B en een "highbay" in het VAB ten behoeve van de Next Generation Launcher. Het mobiele lanceerplatform, dat eerder al voor de Ares I werd aangepast, is nu aangepast voor het SLS. De torenconstructie van het Ares-platform kon in aangepaste vorm blijven. In plaats van één vuurgat heeft het platform nu drie vuurgaten. Ook de drie bliksemafleiders die voor de Ares I werden geplaatst, worden voor het SLS hergebruikt.

Platform C[bewerken]

In 2015 werd direct naast platform B een kleiner derde platform, 39C, gebouwd. De bedoeling is om zogenaamde startup-bedrijven ruimte te bieden om er nieuwe, kleine raketten te lanceren.[6]

Externe link[bewerken]