Lanceercomplex 39 van Kennedy Space Center

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lanceercomplex 39 van Kennedy Space Center
VAB Aerial - GPN-2000-000869.jpg
Luchtfoto van lanceercomplex 39
Lanceerplaats: Kennedy Space Center
Korte naam: LC-39
Eigenaar: NASA
Aantal lanceringen: 153 (13 Saturnus V, 4 Saturnus IB, 135 spaceshuttle, 1 Ares I-X)
aantal lanceercomplexen: 3
Hoek van de baan: 28° - 62°
Status van het lanceercomplex 39A: Aangepast voor gebruik door SpaceX. Opgeleverd in februari 2016. Officieel actief, maar nog in afwachting van eerste lancering door SpaceX.
Aantal lanceringen: 92 (12 Saturnus V, 80 spaceshuttle)
Eerste lancering: Apollo 4, 9 november 1967
Laatste lancering: STS-135, 8 juli 2011
Eerstvolgende lancering: n.n.b.
Raket: NASA Saturnus V
NASA Saturnus INT-21
NASA Space Shuttle
SpaceX Falcon 9 (va 2016)
SpaceX Falcon Heavy (va 2016)
Status van het lanceercomplex 39B: In verbouwing voor SLS en commerciële mobiele lanceerinrichtingen.
Aantal lanceringen: 59 (1 Saturnus V, 1 Ares I-X, 4 Saturnus IB, 53 Spaceshuttle)
Eerste lancering: Apollo 10, 18 mei 1969
Laatste lancering: Ares I-X, 28 oktober 2009, 15:30 UTC
Eerstvolgende lancering: SLS/Orion EM-1, november 2018
Raket: NASA Saturnus V
NASA Saturnus IB
NASA Spaceshuttle
NASA Ares I (alleen testvlucht X)
NASA SLS (vanaf 2018)
Status van het lanceercomplex 39C: Opgeleverd en in afwachting van lanceercontracten
Aantal lanceringen: 0
Raket: Nog onbekend

Lanceercomplex 39 is een groot lanceercomplex en onderdeel van het Kennedy Space Center op Merritt Island in Florida, Verenigde Staten. Het complex werd in de jaren 1960 gebouwd voor het Apolloprogramma met de draagraket Saturnus V, waarmee de historische vluchten naar de Maan werden gemaakt. Ook de Amerikaanse deelnemer aan het Apollo-Sojoez-testproject werd vanaf hier gelanceerd, evenals het Skylab-ruimtestation en de bemande vluchten daarheen.

Planning en bouw[bewerken]

Vanaf 1961 begon NASA met het aankopen van grond te noorden en ten westen van de Cape Canaveral Air Force Station voor de aanleg van wat later het Kennedy Space Center zou worden. Dit om de enorme raketten die nodig waren voor president Kennedy's plan om op de Maan te landen te kunnen lanceren. De militaire complexen die voor eerdere NASA lanceringen werden gebruikt, waren niet geschikt voor dit kaliber raketten. Toen midden jaren 1960 de plannen van het Apolloprogramma vorm hadden gekregen werd met de bouw van het lanceercomplex aangevangen.

In de originele ontwerpen werden vijf lanceerplatforms voorzien. De bouw van platforms A, B, en C werd ingepland en platforms D en E waren een optionele uitbreiding. Platforms B en C werden daadwerkelijk gebouwd. Platform A werd geannuleerd, waarna platform C hernoemd werd tot A. Het complex bestond lange tijd uit deze twee platforms. Dat er meer platforms gepland waren, is nu nog te zien asn de knik naar rechts in de Crawlerway richting platform B. In de originele plannen was dit geen knik, maar een afslag naar platform B. De Crawlerway liep rechtdoor naar het noordelijkst geplande platform (E) met afslagen naar wat toen platform A en D moesten worden.

Apollo[bewerken]

Voor het Apolloprogramma werden de Saturnus V-maanraketten vanaf LC-39 gelanceerd. Dit zijn tot op heden de grootste en krachtigste raketten ooit die succesvol werden gelanceerd. De Saturnus V met de Apollo CSM en later ook de maanlander aan boord, werd in het Vehicle Assembly Building geassembleerd. Zo kon men in een beschutte omgeving werken. Dan werd de raket in verticale positie op een mobiel platform geplaatst, waarop ook de lanceertoren stond. Dit geheel werd vervolgens op een van de twee crawler-transporters geplaatst om naar lanceerplatform A of B te worden gereden. Via een lift en een arm aan de lanceertoren kon de driekoppige bemanning dan op een hoogte van meer dan 100 meter de commandomodule binnengaan, waar ze in hun stoelen werden vastgesnoerd voor de lancering. Apollo 4 was de eerste lancering vanaf LC-39A en Apollo 8 was de eerste bemande lancering vanaf dit complex. Apollo 10 was de enige Apollovlucht vanaf platform B.

Na Apollo[bewerken]

De vier bemande vluchten van de Skylab- en Apollo-Sojoezprojecten werden uitgevoerd met een Saturnus IB met daarop een Apollo-commandomodule. Omdat de eerdere lanceerinrichtingen voor de Saturnus IB op Cape Canaveral Air Force Station (LC-34 en SLC-37B) verlaten en ontmanteld waren en de Saturnus IB een stuk kleiner was dan de Saturnus V, moesten er wat aanpassingen op LC-39B plaatsvinden. Er werd een zogenaamde milk stool (vertaald melkkruk) op het mobiele lanceerplatform geplaatst om de Saturnus IB hoger te plaatsen, zodat de commandomodule zowel in het VAB als op de lanceerplaats op dezelfde hoogte als de bemanningstoegangsarm van de lanceertoren kwam. Het ruimtestation Skylab werd vanaf LC-39A gelanceerd. Om het Skylab zelf te lanceren werd een van het Apolloprogramma overgebleven Saturnus V aangepast. De derde trap, die tijdens maanmissies was bedoeld om uit een baan om de aarde te geraken, werd verwijderd en vervangen door het Skylab dat op zijn beurt een omgebouwde tweede trap van een Saturnus IB was. Omdat de tweede trap van een Saturnus IB en de derde trap van een Saturnus V vrijwel identiek waren, paste dit naadloos op elkaar.

Spaceshuttle[bewerken]

Vanaf 1975, nadat de laatste Saturnus IB vloog voor het Apollo-Sojoezproject, werden de platforms aangepast voor de spaceshuttle die volgens de toenmalige planning al in 1979 had moeten vliegen. Waar voor de Saturnus-raketten de servicetorens en servicestructuur mobiel waren, werden voor het spaceshuttleprogramma uit twee delen bestaande, vaste torens geïnstalleerd, de zogenaamde fixed service structures, met de toegangsarm en de beany cap waarmee de externe tank van boven werd vastgehouden en de shuttle van externe elektriciteit werd voorzien. Opzij van deze torens zat een draaibare construnctie (de rotating service structure) die, wanneer er een shuttle op het platform stond, gebruikt kon worden om bij het vrachtruim te komen. De spaceshuttles werden op dezelfde mobiele lanceerplatforms, waarvan er drie waren gemaakt geassembleerd, vervoerd en gelanceerd. Deze waren echter wel aangepast, met nieuwe vuurgaten en er stond geen toren meer op.

Op 12 april 1981 werd de eerste spaceshuttle, Columbia (STS-1), gelanceerd vanaf platform A. Na 23 succesvolle lanceringen werd in januari 1986 voor het eerst platform B gebruikt. Dat was voor de Challenger (STS-51-L), die 73 seconden na de lancering ontplofte als gevolg van een lekkende afdichtingsring in een van de boosters. De vluchten werden daarop tot september 1988 stopgezet. Daarna werd er opnieuw gelanceerd vanaf platform B. In januari 1990 werd platform A opnieuw in gebruik genomen.

Constellationprogramma[bewerken]

Een doel van het Constellationprogramma was om het spaceshuttleprograma te hervatten en gelijktijdig een opvolger voor de shuttle te ontwikkelen. Toen het spaceshuttleprogramma op zijn einde liep, werd platform B aangepast voor de Ares I die de opvolger van de shuttle had moeten worden. In 2009 werd de enige proefvlucht van deze raket, genaamd Ares I-X, er gelanceerd. In 2010 werd de Ares I samen met het Constellationprogramma wegens hoge kosten en verandering van doelen en inzichten geannuleerd. Platform A bleef tot en met de laatste shuttlelancering in 2011 in gebruik.

Huidige situatie[bewerken]

Na de beëindiging van het spaceshuttleprogramma in 2011 en het afblazen van het Constellationprogramma en de daarbij behorende Ares I een jaar eerder, gebeurde er enkele jaren niets op lanceercomplex 39.

Platform A[bewerken]

In mei 2016 werd de vierde gelande Falcon 9-booster voor tijdelijke opslag bij de eerde gelande boosters in SpaceX' nieuwe horizontal integration facility op LC-39a geplaatst.

Anno 2015 wordt platform 39A gehuurd door SpaceX, dat het heeft verbouwd tot een lanceerplaats voor bemande vluchten van Falcon 9-draagraketten met een Dragon v2-capsule. Daarnaast zullen ook Falcon Heavy-raketten vanaf platform A worden gelanceerd. Hoewel SpaceX in eerste instantie zoveel mogelijk van de historische spaceshuttlelanceerinstallatie wilde behouden, is daar om veiligheidsredenen van afgezien. Het laten staan van deze stalen installatie zou veel onderhoud betekenen, aangezien de zoute lucht van de Atlantische Oceaan – die slechts enkele honderden meters verderop ligt – snelle roestvorming veroorzaakt. Loskomende onderdelen zouden een gevaar voor te lanceren raketten vormen. De draaiarm (rotating service structure) zal daarom gedemonteerd en opgeslagen worden tot er een functie voor gevonden is. De crew acces tower wordt wel hergebruikt, maar is verhoogd en van een nieuwe toegangsarm voorzien. De bliksemafleider zal echter het veld moeten ruimen aangezien SpaceX drie losse bliksemafleiders zal plaatsen. In februari 2016 werd complex 39A officieel operationeel. Er is echter nog geen volledige duidelijkheid over de eerste lancering door SpaceX vanaf LC-39A. De inauguratievlucht van de Falcon Heavy staat voor november 2016 gepland, maar mogelijk zal SpaceX er al eerder een Falcon 9 lanceren om hun andere lanceerplaats SLC-40, die enkele kilometers zuidelijker ligt, te ontlasten bij het behalen van hun gestelde jaardoel: 18 lanceringen in 2016. Sinds december 2015 wordt de hangar die SpaceX aan de rand van LC-39A bouwde gebruikt voor opslag en onderzoek van gelande boostertrappen. In mei 2016 lagen er vier gebruikte boosters in de hangar, die in de toekomst als horizontale integratiefaciliteit zal worden gebruikt, opgeslagen.

Platform B[bewerken]

Platform B is grotendeels gesloopt om plaats te maken voor de mobiele lanceertoren van het Space Launch System (SLS). Jet is daarmee weer een clean pad geworden. NASA heeft de intentie om platform B in de jaren tussen de SLS-lanceringen (SLS lanceert waarschijnlijk maar eens per drie jaar en in drukke periodes hooguit eens per jaar) te verhuren aan commerciële ruimtevaartbedrijven die mobiele lanceertorens voor hun eigen raketten op het platform kunnen zetten. Daarmee lijkt de situatie van platform B weer op de situatie ten tijde van het Apolloprogramma.

Platform C[bewerken]

In 2015 werd direct naast platform B een kleiner derde platform, 39C, gebouwd. De bedoeling is om zogenaamde startup-bedrijven ruimte te bieden om er nieuwe, kleine raketten te lanceren.[1]

Externe link[bewerken]