Apollo 15

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Apollo 15
Missie-insigne
Missie-insigne
Missiestatistieken
Missienaam Apollo 15
Call Sign (CSM) Endeavour
Call Sign (LM) Falcon
Lancering 26 juli 1971
13:34:00 UTC
Kennedy Space Center
LC 39a
Maanlanding 30 juli 1971
22:16:29 UTC
26° 7' 55.99" N -
3° 38' 1.90" E
Hadley Rille
Landing 7 augustus 1971
20:45:53 UTC
26° 7' N - 158° 8' W
Verblijf op maan 66 u 54 m 53.9 s
Duur maanwandeling 1e. 6 u 32 m 42 s
2e. 7 u 12 m 14 s
3e. 4 u 49 m 50 s
Totaal: 18 u 34 m 46 s
Aantal banen om de maan 74
Totale missieduur 295 u 11 m 53 s
Bemanning Apollo 15 (L-R: Scott, Worden en Irwin)
Bemanning Apollo 15 (L-R: Scott, Worden en Irwin)
Portaal  Portaalicoon   Ruimtevaart

Apollo 15 was in juli 1971 de vierde missie van het Apolloprogramma van de NASA, waarbij in de jaren 70 astronauten op de maan landden en deze verkenden. De bemanning bestond uit David Scott (commandant), James Irwin (piloot van de maanlander) en Alfred Worden (piloot van de commando-module). De landing op de maan was bijna verkeerd afgelopen omdat er aan de rand van een kleine krater is geland, die bij de daling niet zichtbaar was. De lander helde bij stilstand 8,6 graden naar links en 6,9 graden naar achteren, daardoor kreeg de maanlander de bijnaam Scheve toren van Pisa.

Apollo 15 bracht 76,7 kg aan monsters van de maan mee terug naar de Aarde, waaronder de "Genesis Rock", en er werd een seismometer op de Maan geplaatst om maanbevingen te registreren.

Nadat de astronauten van de maan terugkeerden bij het moederschip sloeg de stijgtrap van de maanlander op 3 augustus 1971 in op het maanoppervlak, deels om er een kunstmatige maanbeving mee te veroorzaken die door de achtergelaten seismometers werd geregistreerd.

Bij de landing terug op aarde klapte een van de drie parachutes in na de ontplooiing, waardoor de bemanning een hardere splash-down ondervond dan gepland. Na deze splash-down in de Stille Oceaan, 530 km ten noorden van Hawaï, werden ze opgepikt door de USS Okinawa. Omdat eerdere vluchten hadden aangetoond dat geen leven op de maan voorkwam, werden de astronauten voor het eerst niet ontsmet na hun terugkeer op aarde. De capsule wordt tentoongesteld in het United States Air Force Museum, Wright-Patterson Air Force Base te Dayton, Ohio.

Embleem[bewerken]

Het embleem van de missie was een ontwerp van de Italiaanse modeontwerper en voormalige gevechtspiloot Emilio Pucci. Het embleem bevat een gestileerd Romeinse XV. Alleen de kleuren van Pucci werden gewijzigd in blauw, wit en rood van de Amerikaanse vlag.

Meegenomen voorwerpen[bewerken]

Attributen[bewerken]

Aan boord van de capsule Endeavour was een klein stukje hout aanwezig, afkomstig van het gelijknamige schip Endeavour van de ontdekkingsreiziger Captain James Cook.

Om het zwaartekracht-experiment van Galileo Galilei op een ander hemellichaam dan de aarde uit te voeren, had CDR David Scott een valkenveer meegesmokkeld naar de maan. Eens hij op het maanoppervlak stond liet hij de valkenveer en een metalen geologiehamer terzelfdertijd vallen. Beide objecten raakten het maanoppervlak gelijktijdig, en daarmee werd aangetoond dat op een hemellichaam zonder atmosfeer en zonder luchtweerstand elk object, licht of zwaar, steeds met dezelfde snelheid daalt.

De maanwandelende astronauten van Apollo 15 plaatsten het allereerste en enige kunstwerk op een niet-aards oppervlak. Het gaat om een aluminium beeldje Fallen Astronaut van de Belgische kunstenaar Paul Van Hoeydonck, met een gedenkplaat ter nagedachtenis van alle tot dan toe omgekomen ruimtevaarders; Amerikaanse zowel als Sovjet-Russische.

LMP James Irwin liet een kleine portretfoto van een man genaamd J.B.Irwin achter op het maanoppervlak. Zie discussie omtrent foto AS15-88-11870 in Eric M. Jones's Apollo Lunar Surface Journal (ALSJ).

De landingsplaats[bewerken]

De landingsplaats van Apollo 15 is de noordelijkste van de zes bemande maanlandingen van het Apolloprogramma. Er werd voor het eerst een landing uitgevoerd tussen maanbergen, wat het risico op mislukken aanzienlijk verhoogde. De maanlander van Apollo 15 (Falcon) landde op een vlak en ietwat donkerkleurig terrein tussen de bergen Mons Hadley en Hadley Delta in het noordelijke gedeelte van de Montes Apenninus. Ten westen van de landingsplaats loopt Rima Hadley, en verder westwaarts Palus Putredinis (het oost-zuidoostelijke onderdeel van Mare Imbrium). Het vlak terrein waar de landing plaatsvond werd destijds The Plain genoemd. Het oostelijke gedeelte van Rima Hadley waar de astronauten een bezoek aan brachten heette The Terrace. Het gedeelte van het Apennijnengebergte tussen de bergen Mons Hadley en Hadley Delta werd de Swann range genoemd. Een relatief grote krater aan de voet van Hadley Delta, tegen de 'bocht' of 'elleboog' in Rima Hadley, kreeg de benaming Saint George. Deze landingsplaats is, evenals deze van Apollo 17, vrij gemakkelijk op te sporen m.b.v. een amateurtelescoop.

Mons Hadley Delta (Mons Hadley δ)[bewerken]

De benaming Hadley Delta (Mons Hadley Delta / Mount Hadley Delta) komt van het feit dat vroegere selenografen (zoals o.a. Mary Blagg) aan prominente maanbergen Griekse letters gaven. Dit deden ze om onderscheid te maken met kraters en andere oppervlakteformaties die gewone letters kregen. De Griekse designaties worden tegenwoordig niet meer officieel gebruikt, maar de benaming Mons Hadley Delta (Mons Hadley δ) is veruit de bekendste omwille van de landing van Apollo 15 in de buurt.

Chesley Bonestell[bewerken]

Alhoewel de maanlander van Apollo 15 tussen twee maanbergen landde, werd dit gebeuren met gemengde gevoelens onthaald. Enerzijds door het feit dat maanbergen er helemaal niet uitzien als de bekende aardse bergen met steile hellingen en scherpe pieken. Maanbergen zijn eerder flink uit de kluiten gewassen heuvels. De panoramafoto's die genomen werden door CDR David Scott en LMP James Irwin laten dit duidelijk zien, en fungeren als ontnuchterend antwoord op de typische illustraties van maanbergen gemaakt door o.a. Chesley Bonestell. Anderszijds was het de allereerste keer dat er een landing werd uitgevoerd tussen maanbergen, wat de landingen van Apollo 11, Apollo 12 en Apollo 14 enigzins deed vergeten.

Stand-Up EVA[bewerken]

Kort na de landing van LM Falcon op The Plain ten oosten van de Hadley rille, opende CDR David Scott het bovenste luik van de stijgtrap om Stand-Up ExtraVehicular Activity te verrichten. Net zoals bij de oefenmissie van Apollo 9 in 1969 stond hij nog voor de aanvang van de eigenlijke maanwandelingen (van Apollo 15) half buiten het ruimteschip om o.a. panoramafoto's te nemen van de schaduwrijke omgeving. Op deze foto's zijn alle nabije kratertjes nog goed zichtbaar dankzij de laagstaande zon. Zie kleuren-fotoreeks AS15-87-11730 t.e.m. 11758 (Magazine 87-KK), alsook zwart-wit fotoreeks AS15-85-11353 t.e.m. 11382 (Magazine 85-LL).

Apollo Lunar Surface Experiments Package (ALSEP)[bewerken]

Net als bij de missies van Apollo 12 en Apollo 14 werd tijdens de missie van Apollo 15 op het maanoppervlak een ALSEP groep opgesteld. Deze ALSEP groep bevatte een centraal ontvangststation omringd door een diversiteit aan wetenschappelijke meetinstrumenten, allen met het ontvangststation verbonden via kabels. De ALSEP groep stond (en staat nog steeds) op enige afstand oostwaarts van de landingsplaats. De verschillende meettoestellen zijn:

  • Cold Cathode Ion Gauge (CCIG)
  • Heat Flow Experiment (HFE)
  • Laser Ranging RetroReflector (LRRR) (dit was niet echt een onderdeel van de ALSEP groep, maar werd wel in de buurt ervan geplaatst)
  • Lunar Surface Magnetometer (LSM)
  • Passive Seismic Experiment (PSE)
  • Suprathermal Ion Detector Experiment (SIDE)
  • Solar Wind Spectrometer Experiment (SWS)

Maanwagen[bewerken]

Bij deze missie werd voor het eerst een maanwagen meegenomen (de Lunar Roving Vehicle / LRV). Door dit voertuig kon een groter oppervlak worden verkend dan bij eerdere missies. Met de wagen is ruim 27 km afgelegd met een maximumsnelheid van rond de 13 km/u. Door de maanwagen en de bemanning werd Apollo 15 met 48.599 kg het zwaarste voorwerp dat de aarde verliet. Daardoor kwam Apollo 15 in een lagere baan om de aarde dan de vorige vluchten. De baan was onstabiel, maar liet wel toe om van daar naar de maan te vertrekken uit het zwaartekrachtsveld van de aarde. Op de maanwagen van Apollo 15 staat vermeld: MAN'S FIRST WHEELS ON THE MOON DELIVERED BY FALCON JULY 30 1971 (met de handtekeningen van de bemanning van Apollo 15) (zie de HiRes scan van Hasselblad foto AS15-88-11862).

Fotografie[bewerken]

Gedurende de maanwandelingen van CDR David Scott en LMP James Irwin werden vele reeksen hogeresolutiefoto's van de maan genomen vanuit de Scientific Instruments Module (SIM-bay) opzij van de Service Module van het rond de maan cirkelende moederschip Endeavour. Deze hogeresolutiefoto's werden genomen met behulp van apparatuur die ontworpen was om spionagefoto's te nemen vanuit vliegtuigen. De Fairchild en ITEK fototoestellen werden gedurende de drie wetenschappelijke missies van Apollo 15, Apolo 16, en Apollo 17 gebruikt. Op sommige van deze hogeresolutiefoto's zijn de raadselachtige schachtvormige kratertjes reeds te zien die pas vele jaren later in (nog meer) detail zouden worden gefotografeerd met de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO). Om gedurende de maanwandelingen detailrijke foto's te kunnen maken van fragmenten van de omliggende bergen Mount Hadley, Hadley Delta, Silver Spur, Swann Range, Big Rock Mountain, Hill 305, Bennett Hill, en het heuvelachtige North Complex, werd gebruik gemaakt van een 500 mm telefotolens op de Hasselblad-camera.

Ina caldera, de D-vormige depressie in Lacus Felicitatis[bewerken]

Ina caldera is vrijwel de meest ongewone oppervlakteformatie die vanuit een baan om de maan werd gefotografeerd. Deze formatie was toevallig ontdekt op hogeresolutiefoto's gemaakt tijdens de missie van Apollo 15. Het is één van de grootste exemplaren van hetgeen selenologen IMPs noemen (Irregular Mare Patches). Dit soort formaties laten een geheel ander maanoppervlak zien, bestaand uit oliedruppelvormige depressies. De kleinere exemplaren van de IMPs worden ook wel eens Kipuka's genoemd. Dankzij de missie van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) is het aantal IMPs dat reeds ontdekt en gefotografeerd is opgelopen tot tientallen. Lacus Felicitatis en Ina caldera bevinden zich ten noorden van Mare Vaporum en ten west-zuidwesten van Mare Serenitatis en het Haemus gebergte. Maanwaarnemers uitgerust met niet-al-te-kleine amateurtelescopen en toegepaste webcamtechnologie zijn in staat om Ina caldera op te sporen en er digitale foto's van te nemen.

Landingsplaats Apollo 17 te danken aan CMP Alfred Worden van Apollo 15[bewerken]

Gedurende de maanwandelingen van CDR David Scott en LMP James Irwin had CMP Alfred Worden de taak gekregen om vanuit het rondcirkelende moederschip Endeavour accurate waarnemingen te verrichten van het maanoppervlak. Daarbij stelde Alfred Worden vast dat het gebied ter hoogte van de krater Littrow en het Taurus gebergte opvallende formaties herbergden die deden denken aan sporen van mogelijks uitgedoofd vulkanisme. Worden's waarnemingen fungeerden als doorslaggevend argument om de volgende bemande maanlanding door te laten gaan in de vallei die bekend staat als Taurus-Littrow. Het werd uiteindelijk Apollo 17 met de eerste echte wetenschappelijke astronaut aan boord: Harrison Schmitt.

Parallelle groeven of stralen op de zuidwestelijke flank van Mount Hadley[bewerken]

CDR David Scott en LMP James Irwin ontdekten een diagonaal stelsel bestaande uit parallelle groeven of stralen op Mount Hadley toen het zonlicht op de gehele zuidwestelijke flank ervan begon te schijnen. Van Mount Hadley werden een reeks foto's genomen met de 500 mm telefotolens op de Hasselblad camera. Deze foto's kunnen allemaal gebruikt worden om een overzichts-mozaiek te maken van de zuidwestelijke flank van deze berg. Zie Magazine 84-MM van de Hasselblad foto's van Apollo 15.

Reusachtige rotsblokken[bewerken]

Tijdens de missie van Apollo 15 werden reusachtige rotsblokken opgemerkt die echter onbereikbaar waren. Ze lagen verspreid op de bodem van Rima Hadley, en werden vanop afstand gefotografeerd m.b.v. de Hasselblad camera met 500 mm telefotolens. Zie foto's AS15-84-11287 en 11288 (Magazine 84-MM). Het was pas in april en december 1972 dat astronauten stukjes van reusachtige rotsblokken konden afbreken: Apollo 16 met Shadow Rock en House Rock (de Big Black Boulder), en Apollo 17 met Tracy's Rock (Split Rock). Reusachtige rotsblokken kunnen ook opgemerkt worden in de hogeresolutiefoto's afkomstig van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO), zoals deze op de bodem van Rima Hadley.

Groenkleurig rotsblok[bewerken]

Een drie meter metend rotsblok met een groenachtige kleur werd ontdekt omstreeks Station 6A aan de voet van de berg Hadley Delta ten zuiden van de landingsplaats. Er werden kleurenfoto's van gemaakt, doch de eigenaardige groenachtige kleur van het rotsblok is op deze foto's moeilijk te zien (foto's AS15-86-11660, 11661). Er werd ook een zwart-wit foto van het rotsblok gemaakt (AS15-90-12199) en ook een overzichtfoto waarop het rotsblok te zien is tegen de achtergrond van The Plain en Mount Hadley (AS15-90-12188).

VIP site[bewerken]

Na het voltooien van de maanwandelingen werd de lancering van de stijgtrap (de Ascent Stage) van maanlander Falcon live op televisie vertoond dankzij de telecamera op de maanjeep (de LRV, Lunar Roving Vehicle) die op enige afstand ten oosten van de maanlander werd geparkeerd. Deze finale parkeerplaats werd de VIP site genoemd, waar ook Van Hoeydonck's beeldje Fallen Astronaut en de gedenkplaat met de namen van omgekomen ruimtevaarders werden geplaatst. Op de LRV werd door James Irwin een bijbel achtergelaten. Hasselblad foto AS15-88-11930 toont de finale parkeerplaats van de LRV, gezien vanaf LM Falcon.

Postzegels[bewerken]

Apollo 15 kreeg nog een vervelend staartje. De astronauten hadden 400 enveloppen met postzegels meegenomen, 100 voor Duitse postzegelverzamelaars en 300 voor eigen verkoop. NASA nam deze in beslag en het voorval leidde tot strengere controle met betrekking tot eigen bagage. De drie astronauten werden vanwege het voorval gedegradeerd in rang en niet meer voor een ruimtevlucht uitgekozen. Gezagvoerder David Scott heeft na de missie van Apollo 15 diverse keren gezegd dat hij en zijn collega astronauten geen brave boy-scouts waren.

Subsatelliet[bewerken]

Kort voor het verlaten van de baan rond de maan werd vanuit de SIM-bay (Scientific Instruments Module) in de Service Module van het moederschip Endeavour een kunstmaan (subsatelliet) losgelaten en kwam in een baan om de maan terecht om tot februari 1972 gegevens naar de aarde door te seinen omtrent o.a. het magnetisch veld van de maan. Het loslaten van de subsatelliet is te zien in foto's AS15-96-13067 t.e.m. 13077 (Magazine 96-Q).

De chocoladekleurige maan[bewerken]

Tijdens de missie van Apollo 15 werd speciaal gelet op een optisch verschijnsel dat zich in het door de zon beschenen maanoppervlak vertoont. Het oppervlak ziet er vanuit een baan om de maan opmerkelijk chocoladekleurig uit als het bekeken wordt tegen het licht van de zon in. Heheel anders ziet het oppervlak eruit als het bekeken wordt met het licht mee, want dan overheerst de zeer sterke retro-reflectie van de stoffige regolith laag, en worden alle kleurnuances uitgewist tot er slechts 1 kleur overschiet: wit. Dit is tevens de reden waarom de hoogstaande volle maan er steeds verblindend wit uitziet. Aandachtige waarnemers kunnen m.b.v. telescopen echter permanent aanwezige zwakke kleurnuances opmerken, mits gebruik makend van een neutraal grijsfilter op het oculair van de telescoop.

Ruimtewandeling[bewerken]

Tijdens de Trans Earth Coast (TEC) (de terugtocht naar de aarde) werd een ruimtewandeling ondernomen door CMP Alfred Worden. Het doel van deze ruimtewandeling was het ophalen van de belichte fotofilmrollen die nog in de Fairchild en Itek camera's zaten, als onderdelen van de Scientific Instruments Module (SIM-bay) opzij van de Service Module van het moederschip Endeavour. Foto's van deze ruimtewandeling, gemaakt door LMP James Irwin, zijn AS15-96-13098 t.e.m. 13102. Ook tijdens de missies van Apollo 16 en Apollo 17 werden dit soort ruimtewandelingen ondernomen, door CMP Ken Mattingly (Apollo 16) en CMP Ron Evans (Apollo 17).

Hartprobleem tijdens missie Apollo 15[bewerken]

Reeds na de splash-down van capsule Endeavour constateerde James Irwin dat hij last had van onregelmatigheden in zijn hart. Deze storingen zouden volgens de NASA-artsen veroorzaakt zijn door een tekort aan kalium tijdens de maanwandelingen. Irwins watervoorziening in zijn maanpak bleek defect te zijn, waardoor hij te kampen kreeg met dehydratie.

Literatuur[bewerken]

  • Apollo 15 - Preliminary Science Report (NASA).
  • National Geographic, February 1972: Apollo 15 Explores the Mountains of the Moon (Kenneth F. Weaver).
  • Goden en Astronauten (Paul van Hoeydonck) (omtrent het beeldje Fallen Astronaut).
  • To a Rocky Moon, A Geologist's History of Lunar Exploration (Don E. Wilhelms).
  • Exploring the Moon, the Apollo expeditions (David M. Harland).
  • A Man on the Moon (Andrew Chaikin).
  • Atlas of the Moon (Antonin Rukl) (kaart 22 met de landingsplaats van Apollo 15).
  • Mapping and naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature (Ewen A. Whitaker) (omtrent Griekse letters voor bergen en heuvels op de maan).
  • The Clementine Atlas of the Moon, revised and updated edition (Ben Bussey / Paul Spudis, 2012) (LAC kaart 41 met de landingsplaats van Apollo 15).
  • Irregular Mare Patches on the Moon (John Moore) (omtrent o.a. Ina caldera in Lacus Felicitatis).

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]