Apollo 12

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Apollo 12
Missie-insigne
Missie-insigne
Missiestatistieken
Missienaam Apollo 12
Call Sign (CSM) Yankee Clipper
Call Sign (LM) Intrepid
Bemanning 3
Maanlanding 18 november 1969
06:54:35 UTC
3° 0' 44.60" S
23° 25' 17.65" W
Oceanus Procellarum
Landing 24 november 1969
20:58:24 UTC
15° 47' S - 165° 9' W
Verblijf op maan 31 u 31 m 11.6 s
Duur maanwandeling 1e. 3 u 56 m 03 s
2e. 3 u 49 m 15 s
Totaal: 7 u 45 m 18 s
Aantal banen om de maan 45
Totale missieduur 244 u 36 m 24 s
Bemanning Apollo 12 (v.l.n.r. Pete Conrad, Richard Gordon, Alan Bean)
Bemanning Apollo 12 (v.l.n.r. Pete Conrad, Richard Gordon, Alan Bean)
Portaal  Portaalicoon   Ruimtevaart

Apollo 12 was de tweede missie van het Apolloprogramma waarbij op de maan werd geland. De lancering vond plaats op 14 november 1969. De bemanning bestond uit Pete Conrad (commandant), Alan Bean (piloot maanlander) en Richard Gordon (piloot commandomodule).

Verloop[bewerken]

Tijdens de lancering heeft de Apollo twee maal het contact met de grond verloren, dit was door het slechte weer op de dag van de lancering. De eerste onderbreking was tijdens het doorbreken van de wolken, er was toen een contactonderbreking van 37 seconden. De tweede was door een bliksemschicht die insloeg, hierdoor werd het contact voor 52 seconden verloren.

Nadat het contact met Houston weer hersteld was rapporteerden de astronauten dat hun gehele computer oplichtte door allerlei alarmen die afgingen op hetzelfde moment. In Houston kregen de ingenieurs die de toestand van de raket en de computersystemen in de gaten hielden stilaan data op hun schermen. De toen 24 jaar jonge ingenieur John Aaron merkte bij de instromende data een patroon op dat hij bij grondtesten al eerder had gezien. Hierop raadde Aaron de Capcom Gerald Carr aan dat de crew de SCE-switch naar de auxiliary-stand moest zetten. Hierop sprak Carr de tot op vandaag bekende zin uit: "Apollo 12, Houston, try SCE to AUXILIARY". Lunar module-piloot Alan Bean wist waar deze knop zich bevond en met het omzetten naar de AUX-stand waren de problemen verholpen. Het feit dat de astronauten nog nooit zoveel waarschuwingslichten zagen op eenzelfde moment, zorgde gedurende de gehele vlucht naar de maan nog voor spottende opmerkingen.[1]

Conrad: "I think we need to do a little more all-weather testing."

Carr: "A-men,"

Conrad: "That's one of the better sims, believe me."

Carr: "We've had a couple of cardiac arrests down here too, Pete."

Carr: "There wasn't any time for that up here,"[2]

De rest van de vlucht verliep feilloos.

De maanlanding was gepland in de Oceanus Procellarum, waar twee en een half jaar eerder de onbemande sonde Surveyor 3 was geland. De maanlander kwam op een afstand van bijna 200 meter, dus loopafstand, van de sonde neer.

De twee astronauten die voet aan grond zetten op de maan, hebben daar twee bijna vier uur durende maanwandelingen gemaakt en een seismometer geplaatst om maanbevingen te registreren. Ze hebben naast maansteen ook delen van de Surveyor 3 meegenomen.

Het opstellen van de vlag van de Verenigde Staten verliep niet zoals gepland. Op foto's is te zien dat de horizontale stang waaraan de vlag moest hangen niet in positie kon gehouden worden, waardoor de vlag geen fiere indruk gaf.

Gedurende de terugreis naar de aarde (de Trans Earth Coast, TEC) werd een totale zonsverduistering waargenomen en gefotografeerd.

Bij terugkeer op aarde werd de bemanning opgepikt door de USS Hornet. De capsule wordt tentoongesteld in het Virginia Air and Space Center te Hampton, Virginia. De afgestoten stijgtrap van de maanlander sloeg op 20 november stuk op het maanoppervlak.

Enkele losse feiten[bewerken]

De vierde ster in de Mission Patch van Apollo 12[bewerken]

De oorspronkelijke maanlanderpiloot van Apollo 12 zou Clifton Curtis "C.C." Williams Jr. geweest zijn, maar deze astronaut overleed tijdens een vliegtuigcrash, en werd vervangen door Alan L. Bean. De vierde ster in de Mission Patch van Apollo 12 is de ster ter ere van het vierde bemanningslid C.C.Williams.

De kleinste astronaut[bewerken]

Commandant Charles Conrad was qua gestalte de kleinste astronaut van de NASA. Toen hij de maan aan het bewandelen was kloeg hij op een schertsende manier dat zijn ruimtepak veel te klein was. Hij vond de maanmissie van Apollo 12 een vrij krappe bedoening en beschouwde de leefruimte van Skylab (de Orbital WorkShop, OWS) waarvan hij commandant was in 1973, als een zeer aangename ervaring.

Maanwandelaar zonder voorafgaande ruimtemissie[bewerken]

Maanlanderpiloot Alan Bean was de eerste maanwandelaar die geen voorafgaande ruimtevlucht had gemaakt. De andere vier maanwandelaars zonder voorafgaande ruimtevluchten waren Edgar Mitchell (Apollo 14), James Irwin (Apollo 15), Charles Duke (Apollo 16), en Harrison Schmitt (Apollo 17).

Geen televisiebeelden[bewerken]

Van de maanwandelingen van Apollo 12 bestaan geen of nauwelijks televisiebeelden, dit komt omdat maanlanderpiloot Alan Bean de televisiecamera tijdens het begin van de maanwandelingen toevallig op de zon richtte, en onklaar maakte.

Blauwe gloeden rond de witte maanpakken[bewerken]

Sommige kleurenfoto's van Apollo 12, zoals AS12-46-6818, 6820, en 6826, tonen merkwaardige blauwe gloeden rond de witte maanpakken van de astronauten. Dit was hoogst waarschijnlijk een neven-effect van condensvorming in het lenzenstelsel van de Hasselblad cameras, ofwel van storend maanstof op het buitenste lens-oppervlak. Schrijvers zoals Robert Charroux veronderstelden dat het om een bovennatuurlijk fenomeen ging.

Foto's van de landingsplaats van Apollo 16 (North Ray crater / South Ray crater)[bewerken]

Gedurende de missie van Apollo 12 werden hele reeksen orbitale foto's genomen van twee relatief kleine stralenkraters ten noorden van de krater Descartes. Temidden van deze twee stralenkraters landden in april 1972 commandant John Young en maanlanderpiloot Charles Duke de maanlander Orion van Apollo 16.

Geen Apollo 12 artikel in National Geographic[bewerken]

In tegenstelling tot het lijvige Apollo 11 artikel dat in National Geographic verscheen, werd niets ondernomen om een artikel te maken rond de missie van Apollo 12. Ook omtrent Apollo 13 verscheen niets. De missies van Apollo 14 tot en met Apollo 17 kregen wel een artikel.

Herontdekking S-IVB trap[bewerken]

De baan van J002e3f in 2002–2003

De S-IVB (derde trap) van de voor Apollo 12 gebruikte Saturnus V-raket zweeft nog steeds door de ruimte. In 2002 werd door amateur-astronoom Bill Yeung een asteroïde ontdekt. Na studie met een spectrometer bleek de kleur overeen te komen met die van een Saturnus V-trap. Na terugrekening van de baan is men ervan overtuigd dat het om de derde trap van Apollo 12 gaat die rond 1971 de invloedssfeer van de Aarde verliet en in een baan om de zon geraakte. In 2002 en 2003 vloog de rakettrap enkele malen in een excentrische elliptische baan om de aarde en werd uiteindelijk door de zwaartekracht van de Maan weer diep de ruimte in geslingerd. De S-IVB heeft de code J002E3 gekregen. Waarschijnlijk zal J002E3 in 2040 weer een baan om de Aarde beschrijven.

Foto's van de missie[bewerken]

Maanlander Apollo 12 (NASA)

Literatuur[bewerken]

  • Herbert J. Pichler: Die Mondlandung, der menschheit grosstes abenteuer (1970).
  • Andrew Chaikin: A Man on the Moon.
  • David M. Harland: Exploring the Moon, the Apollo expeditions.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]