Dirk III van Holland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dirk III
circa 981-27 mei 1039
Fantasieportret door Willem Thybaut (1578).
Fantasieportret door Willem Thybaut (1578).
Graaf van West-Frisia
Periode 993-1039
Voorganger Arnulf van Gent
Opvolger Dirk IV van Holland
Vader Arnulf van Gent
Moeder Lutgardis van Luxemburg
Dynastie Hollandse Huis

Dirk III (circa 982[1]27 mei 1039[2]), bijgenaamd Hierosolymita ("Jeruzalemganger"),[3] was een Friese graaf (comes Fresonum). Hij was van 993 tot 1039 graaf van West-Frisia (waaruit het latere graafschap Holland zou ontstaan).

Leven[bewerken]

Dirk III werd rond 982 geboren als oudste zoon van graaf Arnulf van Gent en diens echtgenote Lutgardis van Luxemburg[4] (haar jongere zus Cunegonde van Luxemburg was getrouwd met de Rooms-Duitse koning Hendrik II).[1]

Het regentschap van Lutgardis (993-1005)[bewerken]

Toen zijn vader Arnulf in 993 sneuvelde,[5] was Dirk III nog te jong om het bestuur op zich te nemen, waarop zijn moeder Lutgardis van Luxemburg deze taken waarnam. In 1005 was Dirk oud genoeg om zelfstandig het graafschap te besturen, maar maakte nog steeds dankbaar gebruik van de goede connecties van zijn moeder. Zij riep de hulp in van haar zwager, de Duitse koning Hendrik II, om een Friese opstand te onderdrukken. De koning vertrok vanuit Utrecht per schip met een leger naar Friesland en bracht de aanvallen tot staan.

Het bewind van Dirk III (1005-1039)[bewerken]

Tijdens zijn graafschap wist Dirk zijn gebied uit te breiden richting het oosten. Deze uitbreiding ging ten koste van het bisdom Utrecht. De uitbreiding bestond onder meer uit het gebied ten zuidoosten van Alphen, tussen Zwammerdam en Bodegraven. In 1017/1018 zou Dirk ook nog een oorlog tegen de Friezen hebben gevoerd.

Conflict met de keizer[bewerken]

Dirk was actief in de ontginning van moerassen door gronden te verpachten aan Friezen die ze in cultuur brachten, maar die wilde gronden werden door de bisschoppen van Utrecht als hun gebied beschouwd. Rond 1015 koloniseerde Dirk zo de Riederwaard. Bovendien bouwde hij een burcht in Vlaardingen, waarschijnlijk op de plek waar zich nu de Grote Kerk bevindt, waar het riviertje de Flarding (tegenwoordig de Vlaardingse haven) uitmondde in de Merwede (tegenwoordig de Nieuwe Maas). Vanuit die burcht dwong hij de kooplieden die langs kwamen varen, onderweg van Tiel naar Engeland en vice versa, om tol te betalen. Deze kooplieden én ook bisschop Adelbold van Utrecht riepen daarom de hulp in van de Duitse keizer Hendrik II.[6] Deze gaf in 1018 zijn neef Dirk de opdracht zijn vesting te ontruimen. In plaats van zijn leenheer te gehoorzamen, verschanste Dirk zich op zijn burcht en de keizer kon nu niet anders dan een leger op hem af sturen. Dit leger, onder leiding van hertog Godfried de Kinderloze, bestond uit een vloot met troepen uit het Sticht Utrecht, het keurvorstendom Keulen en het bisdom Luik.

De veldslag in het moeras bij Vlaardingen (29 juli 1018)[bewerken]

Op 29 juli 1018 kwam het tot de Slag bij Vlaardingen. Het laatste stuk naar de burcht moest via land worden afgelegd, wat lastig ging omdat het gebied vol met sloten en dijken lag. Het duurde niet lang voor het leger van Godfried vastliep en noodgedwongen moest terugkeren naar hun schepen om een andere route te zoeken. Op de terugweg liep het leger echter in hinderlaag van de troepen van Dirk. Godfried maakte met zijn leger een tactische terugtrekkende beweging, waarop iemand uit het Friese kamp riep dat de voorste gelederen verslagen waren en de hertog op de vlucht sloeg. Hierop raakten de troepen van Godfried zo in paniek dat velen in volle wapenuitrusting de rivier in sprongen, in een poging de schepen te bereiken. Andere kwamen vast te zitten in het moeras. Dirk maakte direct gebruik van de paniek en het machtige leger van de hertog werd volledig in de pan gehakt. Godfried werd hierbij gevangengenomen.[7]

Keizersopvolging[bewerken]

Nadat de keizer in 1024 kinderloos overleed, steunde Dirk Koenraad II in diens strijd om de opvolging.

Pelgrimstocht naar Jeruzalem: Hierosolymita (ca. 1030)[bewerken]

In de 12e-eeuwse Annalen van Egmond staat Dirk III vermeld met de bijnaam Hierosolymita, de Jeruzalemganger. Dat duidt erop dat hij een pelgrimstocht naar het Heilige Land heeft gemaakt. Volgens de 14e-eeuwse geschiedschrijver Johannes de Beke heeft Dirk zijn tocht rond het jaar 1030 ondernomen.

Overlijden[bewerken]

Na het overlijden van Dirk III op 27 mei 1039,[2] ging zijn vrouw terug naar Saksen, waar zij op 31 maart 1044 overleed. Dirk III is begraven in de Abdij van Egmond. Othilde werd begraven in Quedlinburg.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Dirk III's vrouw was Othelhilde (ca. 985 - Quedlinburg, 9 maart 1043/44).[8] Over haar afkomst bestaat geen zekerheid. Als zij een dochter van hertog Bernhard I van Saksen was, dan trouwde haar zoon Floris met zijn volle nicht. Als vader wordt ook wel Bernard I van Brandenburg, de markgraaf van de Noordmark, genoemd.

Uit het huwelijk van Dirk met Othelhilde werden vier kinderen geboren:

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Dirk III van Holland
Overgrootouders Dirk I van Holland bis (875-939)
∞ 928?
Gerberga van Hamaland (912-)
Arnulf I van Vlaanderen (889-965)
∞ 934
Aleidis van Vermandois (916-960)
Wigerik (886-919)

Kunigunde (890–940)
? (-)

? (-)
Grootouders Dirk II van Holland (932–988)
∞ 948
Hildegard van Vlaanderen (936-990)
Siegfried van Luxemburg (922-998)
∞ 950
Hedwig van Nordgau (937–993)
Ouders Arnulf van Gent (951-993)
∞ 980
Lutgardis van Luxemburg (960-1005)
Dirk III van Holland (+/-982-1039)

Noten[bewerken]

  1. a b Dit leidt men af uit een vermelding dat hij twaalf jaar oud was, toen zijn vader in 993 sneuvelde (Rijmkroniek van Holland I rr. 913-916 (p. 32).
  2. a b Johannes de Beke, Necrologium Egmundanum (O. Oppermann (ed.), Fontes Egmundenses, Utrecht, 1933, p. 107): Anno Domini MXXXIX tercius Theodericus Hollandie quartus comes obiit VI kal. Iunii
  3. Annalen van Egmond ad annum 1039 (pp. 126-127).
  4. Annales Egmundani 993 (MGH, SS XVI, p. 444), Johannes de Beke, Chronologia 37 (p. 71), oorkonde van 20 september 995 (Liber traditionum sancti Petri Blandiniensis, 102, p. 97).
  5. Annales Egmundani 993 (MGH, SS XVI, p. 444).
  6. Thietmar, Chronicon VIII 27 (p. 380). Koning Hendrik II was in 1014 tot keizer gekroond.
  7. Het verloop van de veldslag is opgetekend door de monnik Alpertus van Metz. Alpertus werd vermoedelijk geboren in het bisdom Utrecht. Hij werd monnik te Metz en keerde daarna waarschijnlijk als kanunnik naar Utrecht terug. Uit zijn verslag blijkt duidelijk dat hij aan de kant van de bisschoppen stond.
  8. Annales Egmundani (MGH, SS XVI, p. 444), Johannes de Beke, Chronicon 39a (p. 73), Oorkondenboek Holland (1970), 88, p. 181.

Historische bronnen[bewerken]

Referenties[bewerken]

Externe links[bewerken]