Bisdom Luik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Dit artikel gaat over het kerkelijke Bisdom Luik. Zie ook het staatkundige Prinsbisdom Luik tot 1795.
Bisdom Luik
Basisgegevens
Land België
Kerkprovincie Belgische rooms-katholieke kerkprovincie
Bisschopszetel Luik
Kathedraal Sint-Pauluskathedraal
Geschiedenis
Oprichting (718?) 1191
Stichter Hubertus van Luik
Hiërarchie
Bisschop Jean-Pierre Delville
Statistieken
Dekenaten 21
Parochies 529
Locatie
Bisdom Luik
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Bisdommen in de Nederlanden voor 1559

Het bisdom Luik (Latijn : Episcopatus Leodiensis) is het oudste van de acht Belgische bisdommen. Het vierde zijn achthonderdste verjaardag in 1991.[1] Tot in 1795 was het een Germaans bisdom (zie prinsbisdom Luik), na het concordaat met Napoleon was het Frans en pas na de revolutie van 1830 werd de Belgische kerkprovincie opgericht.

De huidige bisschop van het bisdom Luik is Jean-Pierre Delville. Hij is de 92ste bisschop.

De kathedraal van het bisdom is de Sint-Pauluskathedraal. Tot 1794 was dat de in dat jaar vernielde Sint-Lambertuskathedraal.

Geschiedenis[bewerken]

Seminarie en bisschoppelijk paleis Luik

De vroegste geschiedenis van het bisdom is omgeven met legenden, maar gaat waarschijnlijk terug tot de 4e eeuw. De oorspronkelijke bisschopszetel van het zogeheten "bisdom der Tungri" bevond zich waarschijnlijk in de civitashoofdstad Tongeren, maar werd volgens de overlevering in 384 verplaatst naar Maastricht (vanaf begin 6e eeuw zetelden de bisschoppen hier aantoonbaar) en werd waarschijnlijk in 718 door Hubertus overgebracht naar Luik. Het bisdom Luik bezat de prestigieuze Karolingische residentiestad Aken.

In 980 kreeg de toenmalige bisschop Notger van keizer Otto II van het Heilige Roomse Rijk de heerlijke rechten en kon dus naast de geestelijke macht ook de wereldlijke macht uitoefenen. Vanaf dat ogenblik werd een deel van het bisdom Luik een prinsbisdom en genoot het immuniteit, onder bescherming van de keizer. Het was de facto een semi-zelfstandig land geworden. In de eeuwen daarna werden de Condroz, Tussen-Samber-en-Maas, Haspengouw en de Kempen aan het prinsbisdom toegevoegd. Het prinsbisdom omvatte daarnaast vele enclaves buiten het eigenlijke Luikse gebied, zoals Heerewaarden, Deurne (Waals-Brabant), Bevekom en Luyksgestel in Brabant, alsook tijdelijk de heerlijkheid Mechelen. In 1366 werd ook het graafschap Loon toegevoegd. Bij de oprichting van de Universiteit Leuven in 1425 was de bisschop van Luik niet enthousiast. Immers in Leuven, een uithoek van zijn bisdom, ontstond een universiteit door pauselijke instructies, los van de jurisdictie van de Luikse bisschop. Volgens sommige historici was de Luikse bisschop gewoon niet op de hoogte van de voorbereidingen van de stichting van de universiteit en vernam hij het achteraf.

Het geestelijk bisdom Luik was tot 1559 veel groter dan het wereldlijk gebied en omvatte onder andere het grootste deel van de huidige provincies Luik, Belgisch Limburg, Nederlands Limburg, Noord-Brabant, delen van de provincies Luxemburg, Namen, Waals Brabant, Vlaams Brabant, Antwerpen en het gebied rondom de stad Aken. Dit besloeg een groot oppervlak van circa 20.000 vierkante km en vond zijn oorsprong in het oude hertogdom Neder-Lotharingen. Op het toppunt van zijn kerkelijke macht was het bisdom Luik ingedeeld in de volgende aartsdiaconaten[2], die zelf hun oorsprong hadden in Frankische pagi:

- Condroz (Hoei; Ciney)

- Ardennen (Stavelot; St. Hubert; Bastogne) maar zonder Aarlen en Luxemburg (bisdom Trier)

- Famenne (Rochefort; Chimay)

- Henegouwen (Namen; Thuin; Fleurus; Dinant)

- Brabant (Leuven; Tienen; Haacht) maar zonder Brussel, Mechelen, Antwerpen (bisdom Kamerijk)

- Haspengouw (St. Truiden; Maastricht)

- Kempen (Maaseik; Roermond; Venlo; Kuik; 's Hertogenbosch; Breda; Tilburg; Bergen-op-Zoom).

De aartsdiakens hadden de belangrijke plicht de kerkelijke tienden en andere fondsen te verwerven.


In 1559 werden bij de kerkelijke herindeling met de pauselijke bul Super universas de bisdommen Roermond, 's-Hertogenbosch en delen van de bisdommen Namen, Antwerpen en aartsbisdom Mechelen-Brussel hiervan afgescheiden.

In 1795, bij beslissing van de Nationale Conventie tijdens de Franse tijd, hield het prinsbisdom Luik op te bestaan.

Bisdom heropgericht[bewerken]

In 1801 werd bij het concordaat tussen Napoleon Bonaparte en paus Pius VII[3] het bisdom Luik opnieuw opgericht, maar nu zonder alle wereldlijke macht. Met de heroprichting van het bisdom in 1801 viel het gebied samen met de Franse departementen Ourte en Nedermaas. Het gebied rond Aken werd afgesplitst als een nieuw bisdom Aken. In het nieuw opgerichte bisdom Luik werd de draad met het Rooms-Duitse Rijk doorgeknipt: Luik werd een suffragaanbisdom van de aartsbisschop van Mechelen-Brussel (toen onder Franse controle) en niet meer van de aartsbisschop van Keulen. Het prinsbisschoppelijk paleis bleef geconfisqueerd door de Franse staat; daarom kozen de Fransen voor de voormalige abdij van Beaurepart als nieuw bisschoppelijk paleis.

Na de Franse tijd omvatte het bisdom Luik de provincies Luik en Limburg.

Met de Belgische onafhankelijkheid werd in 1840 het apostolisch vicariaat Limburg afgesplitst en reduceerde het gebied van het bisdom Luik tot de Belgische provincies Luik en Limburg. Na de 1ste wereldoorlog werden Eupen en Malmedy van de Pruisische Rijnprovincie aan de provincie Luik toegevoegd; het bisdom Luik droeg in de jaren '20 tijdelijk de naam Bisdom van Luik, Eupen en Malmedy[4]. In 1967 is het Limburgse deel verzelfstandigd en vormt sindsdien het bisdom Hasselt. Sinds dat jaar vallen de grenzen van het bisdom Luik en de provincie Luik samen. Voor de Duitstaligen in Luik is er een apart vicariaat opgericht[5].

Statistische gegevens[bewerken]

  • oppervlakte: 3869 km²

In 2003 telde het:

Bisschoppen van na het Concordaat[bewerken]

83. Jean-Évangéliste Zäpfel (1802-1808)
84. Corneille Richard Antoine van Bommel (1829-1852)
85. Théodore Alexis Joseph de Montpellier (1852-1879)
86. Victor-Joseph Doutreloux (1879-1901)
87. Martin-Hubert Rutten (1902-1927)
88. Louis-Joseph Kerkhofs (1927-1961)
89. Guillaume-Marie van Zuylen (1961-1986)
90. Albert Houssiau (1986-2001)
91. Aloys Jousten (2001-2013)
92. Jean-Pierre Delville (2013-heden)

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Bornewasser, J.A. (1977): Winkler Prins Geschiedenis der Nederlanden Prehistorie tot 1500, Amsterdam/Brussel, ISBN 9010017443, p. 151-153

Externe link[bewerken]

  1. hoewel de bisschopszetel al sinds 718 in Luik staat.
  2. http://www.fabrice-muller.be/liege/histoire/diocese.html
  3. De prelaat die namens de Roomse kerk optrad bij de onderhandeling van het concordaat was Giovanni Battista Caprara (Fr wiki:https://fr.wikipedia.org/wiki/Giovanni_Battista_Caprara)
  4. http://www.catholic-hierarchy.org/diocese/dlieg.html
  5. http://liege.diocese.be/Default.asp?X=5E4D4A2687767C7B0406020E1E7673620508020C0013757461040E05090D14757961000B0592