Edith Frank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Edith Frank-Holländer
Stolpersteine voor Edith Frank in Aken
Stolpersteine voor Edith Frank in Aken
Algemeen
Geboortedatum 16 januari 1900
Sterfdatum 6 januari 1945
Geslacht Vrouw
Geboorteplaats Aken, Duitsland
Plaats van overlijden Auschwitz-Birkenau, Polen
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Edith Frank-Holländer (Aken, 16 januari 1900Auschwitz-Birkenau, 6 januari 1945) was een Joods-Duitse vrouw. Ze was de moeder van Anne Frank en Margot Frank.

Jeugd[bewerken]

Edith werd geboren op 16 januari 1900 in Aken. Zij was een dochter van Abraham Holländer (1860-1928) en Rosalie Stern (1866-1942) en één van hun vijf kinderen. Edith kende een zorgeloze jeugd tot haar zus Bettina Holländer overleed in 1914. Na haar afstuderen aan de middelbare school werkte Edith enkele jaren in het familiebedrijf van haar ouders.

Huwelijk[bewerken]

Edith Holländer ontmoette Otto Frank op het verlovingsfeest van Otto's broer Herbert. Later ontmoeten ze elkaar opnieuw in een Italiaanse badplaats, waar ze verliefd werden. In april 1925 verloofde het koppel zich. Edith Holländer trouwde op 12 mei 1925 in de synagoge van Aken met Otto Frank. Na hun huwelijksreis naar San Remo trok het koppel in bij de moeder van Otto in Frankfurt am Main.

Kinderen[bewerken]

Edith kreeg samen met Otto twee dochters, Margot en Anne.

Margot werd geboren op 16 februari1926, het gezin verhuisde een jaar later, in 1927 naar een eigen appartement. In datzelfde jaar overleed de vader van Edith op zesenzestigjarige leeftijd. Anne werd geboren op 12 juni1929. Door de wereldwijde financiële crisis trok het gezin noodgedwongen in bij de moeder van Otto in 1931.

Verhuizen naar Nederland[bewerken]

Omdat Adolf Hitler in Duitsland aan de macht kwam en het er gevaarlijk werd voor Joden, besloten Edith en Otto om Duitsland te ontvluchten. In 1933 ging Otto naar Nederland, terwijl Edith met haar dochters in Aken bij haar moeder logeerde. Na de oprichting van het bedrijf Opekta door Otto in Amsterdam, verhuist Edith in november 1933 naar Amsterdam. Haar oudste dochter Margot verhuisde een maand later naar Nederland en Anne komt op 16 februari1934 aan; ze werd als verjaardagscadeau voor de jarige Margot op tafel gezet. Edith had het moeilijk met haar nieuwe leven in Nederland. Ze had heimwee naar haar land, familie en vrienden. De Nederlandse taal kreeg ze met moeite onder de knie. De moeder van Edith kwam in 1939 bij het gezin Frank wonen, zij stierf bijna 3 jaar later aan kanker.

Onderduiken[bewerken]

Op 5 juli 1942 kreeg de zestienjarige Margot Frank een oproepingsbrief om te gaan werken in een werkkamp. Edith en Otto vreesden voor het leven van hun dochter, waardoor ze vanaf 6 juli1942 onderduiken in een pand in Amsterdam, bijgenaamd Het Achterhuis. Edith zat samen met haar gezin, de familie van Pels en Fritz Pfeffer twee jaar lang ondergedoken.

Overlijden[bewerken]

Nadat zij verraden waren, werden zij op 4 augustus 1944 opgepakt. In eerste instantie kwamen zij in het kamp Westerbork terecht, maar later werden zij overgebracht naar het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau waar Edith Frank begin 1945 zonder familie op 44-jarige leeftijd in het vrouwenkamp overleed. Ze werd bijna 45 jaar. Haar beide dochters werden naar het kamp Bergen-Belsen overgebracht in november 1944 en stierven daar aan vlektyfus.

Externe link[bewerken]