Margot Frank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Margot Frank
Margot Frank op het Joods lyceum, december 1941
Margot Frank op het Joods lyceum, december 1941
Algemene informatie
Volledige naam Margot Betti Frank
Geboren Frankfurt am Main, Duitsland, 16 februari 1926
Overleden Concentratiekamp Bergen-Belsen, februari of maart 1945 (19 jaar)
Doodsoorzaak Vlektyfus, Holocaust
Nationaliteit Staatloos
Bekend van Het dagboek van Anne Frank
Overig
Religie Joods
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog
gedenksteen in Bergen-Belsen

Margot Betti Frank (Frankfurt am Main, 16 februari 1926Bergen-Belsen, februari of maart[1] 1945) was een uit Duitsland afkomstig Joods slachtoffer van de Holocaust. Ze heeft bekendheid gekregen als de drie jaar oudere zus van de beroemde Joodse dagboekschrijfster Anne Frank. Beiden overleden kort voor de bevrijding in het concentratiekamp Bergen-Belsen aan de gevolgen van vlektyphus.

Eerste levensjaren in Duitsland[bewerken]

Margot werd in 1926 geboren als de eerste dochter van Otto Frank en Edith Frank-Holländer. Haar tweede voornaam herinnerde aan haar tante Bettina Holländer, die in 1914 op zestienjarige leeftijd was overleden. Vanaf 1927 woonde Margot met haar ouders aan de Marbachweg in Frankfurt am Main. In 1932 ging Margot naar de Ludwig-Richter-Schule, een openbare school in de buurt. Margot was vaak in de ruime tuin van hun huis te vinden, waar ze speelde met buurtkinderen. Zodra haar zusje Anne, geboren in 1929, kon lopen was ze ook van de partij.[2] Toen het gezin in 1933 naar de Ganghoferstrasse verhuisde, moest Margot van school wisselen.

Vluchten naar Nederland[bewerken]

Het hele gezin Frank woonde tot 1933 in Frankfurt am Main in Duitsland. Toen Adolf Hitler in 1933 in Duitsland aan de macht kwam, en het antisemitisme om zich heen greep, vluchtte de familie naar Nederland. Vader Otto vertrok als eerste in de zomer van 1933 om zijn bedrijf Opekta op te zetten. Moeder Edith reisde op en neer tussen Amsterdam en Aken, waar Anne en Margot tijdelijk bij hun oma Rosa Holländer in Aken logeerden, vlak bij de Nederlandse grens. Nadat er een woning in Amsterdam gevonden was, brachten twee broers van Edith Margot eind december naar haar ouders in Nederland. Anne arriveerde als laatste, in februari 1934. Het gezin woonde aan het Merwedeplein in een nieuwbouwwijk in Amsterdam Zuid. Margot volgde vanaf januari 1934 tot juli 1938 lager onderwijs aan de Jekerschool waar ze in de 2e klas startte.[3]

Margot was netjes, rustig, een ijverige leerlinge. Ze moest Nederlandse leren en nadat ze de nieuwe taal vlug eigen had gemaakt haalde ze goede cijfers op school. Margot had al snel een kring van vrienden en vriendinnen met wie ze onder meer roeide, tenniste en schaatste. Met haar moeder bezocht ze regelmatig de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam. Ze ging naar Joodse les en werd in 1940 lid van de zionistische jeugdvereniging Makkabi Hazair.[4]

Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen en volgde de een na de andere anti-Joodse maatregel. Toen het in 1941 in Nederland voor Joden verboden werd om naar niet-Joodse scholen te gaan, gingen Margot en Anne naar het Joods Lyceum. Margot had als droom om na de oorlog naar het toenmalige Mandaatgebied Palestina te emigreren en daar kraamverzorgster te worden.

Onderduiken in Het Achterhuis[bewerken]

Op 5 juli 1942 kreeg Margot Frank een oproep om in een werkkamp te gaan 'werken' voor de Duitsers. Otto en Edith Frank hadden al voorbereiding getroffen om onder te duiken. Otto Frank was enkele maanden eerder begonnen om een schuilplaats in te richten in het achterhuis van zijn bedrijf Opekta aan de Prinsengracht. Het plan om te gaan onderduiken werd door de oproep vervroegd. De familie besloot direct de volgende dag naar de schuilplaats te vertrekken. Die avond, op 5 juli, kwamen Jan en Miep Gies langs om nog een paar laatste dingen op te halen en de volgende ochtend vroeg gingen Miep en Margot op de fiets naar de Prinsengracht. Anne, Otto en Edith liepen met zijn drieën (een half uur later dan Margot) ook naar het achterhuis.[5]

Op 13 juli 1942 voegde Peter, Auguste en Hermann van Pels zich bij de familie Frank in het Achterhuis. Hermann van Pels was een zakenpartner van Otto Frank en de twee families waren bevriend. De Duits-Joodse familie Van Pels kwam uit Osnabrück. In het dagboek van Anne wordt deze familie Van Daan genoemd. In november 1942, kwam er een achtste onderduiker bij: Fritz Pfeffer. Margot sliep vanaf die dag bij haar ouders op de kamer en Anne deelde haar kamertje met Fritz Pfeffer.

Er werd een draaibare boekenkast gemaakt door Johannes Voskuijl, de vader van helpster Bep Voskuijl, die voor de deur naar Het Achterhuis werd geplaatst, zodat het echt een geheime schuilplaats werd.

4 augustus 1944[bewerken]

Na meer dan twee jaar ondergedoken te zijn in Het Achterhuis, werden de acht onderduikers verraden (zie: Het verraad van Anne Frank). Op 4 augustus werden ze opgepakt samen met Victor Kugler en Johannes Kleiman, twee van hun helpers. De acht onderduikers verbleven vier dagen in de gevangenis en werden op 8 augustus 1944 in een trein naar kamp Westerbork getransporteerd. Omdat ze zich niet vrijwillig hadden gemeld kwamen ze terecht in de strafbarak. Overdag moesten ze batterijen uit elkaar halen. Dit was smerig en ongezond werk.

Auschwitz-Birkenau en Bergen-Belsen[bewerken]

Op 3 september 1944 werd Margot, samen met de andere onderduikers vanuit kamp Westerbork gedeporteerd. Na een verschrikkelijke treinreis van drie dagen kwamen ze in het donker aan op het perron van Auschwitz-Birkenau in het bezette Polen. De mannen en vrouwen werden gescheiden van elkaar. Het was de laatste keer dat Otto Frank zijn vrouw en dochters zag.[6]

Na een selectie tussen eind oktober en begin november 1944 werden Margot en Anne op transport gezet naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. De beide meisjes waren erg verzwakt en kregen hoge koorts. In het kamp stierf Margot in februari of maart 1945 aan vlektyfus, slechts een paar dagen voor Annes overlijden en een paar weken voor de bevrijding van het kamp Bergen-Belsen.

Net als Anne hield Margot tijdens de oorlog een dagboek bij, maar dat werd nooit gevonden.

Externe link[bewerken]