Margot Frank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Margot Frank
gedenksteen in Bergen-Belsen
gedenksteen in Bergen-Belsen
Algemene informatie
Volledige naam Margot Betti Frank
Geboren Frankfurt am Main, Duitsland, 16 februari 1926
Overleden Concentratiekamp Bergen-Belsen, februari of maart 1945 (19 jaar)
Doodsoorzaak Vlektyfus, Holocaust
Nationaliteit Duits, Nederlands
Bekend van Het dagboek van Anne Frank
Overig
Religie Joods
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Margot Betti Frank (Frankfurt am Main, 16 februari 1926Bergen-Belsen, februari of maart[1] 1945) was een oorspronkelijk uit Duitsland afkomstig Joods-Nederlands slachtoffer van de Holocaust. Ze heeft bekendheid gekregen als de drie jaar oudere zus van de beroemde Joodse dagboekschrijfster Anne Frank. Beiden kwamen kort voor de bevrijding om in het concentratiekamp Bergen-Belsen.

Ze was vernoemd naar haar tante Bettina Holländer. Haar ouders waren Otto Frank en Edith Frank-Holländer. In Nederland gingen Margot en Anne naar het Joods Lyceum toen het voor Joden verboden was om naar niet-Joodse scholen te gaan.

Ze werd door veel overlevenden beschreven als de perfecte dochter. Ze was netjes, rustig en haalde goede cijfers op school. Ze had het plan om na de oorlog naar het toenmalige Mandaatgebied Palestina te emigreren en daar kraamverzorgster te worden.

Vluchten naar Nederland[bewerken]

De hele familie Frank woonde tot 1933 in Duitsland. Toen Adolf Hitler in Duitsland aan de macht kwam, vluchtte de familie naar Nederland. Vader Otto ging als eerste, in de zomer van 1933. Moeder Edith ging in september, Anne en Margot gingen toen tijdelijk naar hun oma in Aken, vlak bij de Nederlandse grens. Toen er een woning gevonden was, ging Margot in december naar haar ouders in Nederland, samen met twee broers van Edith. Anne ging als laatste, in februari 1934.

Onderduiken in Het Achterhuis[bewerken]

Op 5 juli 1942 kreeg de familie een oproep voor Margot om in een werkkamp te gaan werken voor de Duitsers. Otto en Edith Frank waren hier al op voorbereid, Otto Frank was al bezig om een schuilplaats te regelen in het achterhuis van zijn bedrijf Opekta aan de Prinsengracht. Het plan was om op 16 juli pas te gaan onderduiken. Maar door de oproep was de familie gedwongen de volgende dag al onder te duiken. Die avond kwamen Jan en Miep Gies langs om nog een paar laatste dingen naar het Het Achterhuis te brengen en 's ochtends vroeg, voordat het licht werd, gingen Miep en Margot op de fiets naar de schuilplaats. Anne, Otto en Edith liepen met zijn drieën (een half uur later dan Margot) ook naar de schuilplaats.

De bedoeling is dat later nog drie andere Joden bij hen komen wonen, het zijn vrienden van de familie Frank: Peter, Auguste en Hermann van Pels. Na een tijdje, in november 1942, kwam er nog iemand bij, Fritz Pfeffer. Margot sliep vanaf die dag bij haar ouders op de kamer, en Anne deelde haar kamertje met Fritz Pfeffer.

Er werd een draaibare kast gemaakt door Johannes Kleiman, die voor de deur naar Het Achterhuis werd geplaatst, zodat het nu echt een geheime schuilplaats werd.

4 augustus 1944[bewerken]

Na meer dan twee jaar ondergedoken te zijn in Het Achterhuis, werden de acht onderduikers verraden (zie: Het verraad van Anne Frank). Op 4 augustus werden ze opgepakt samen met Victor Kugler en Johannes Kleiman, twee van hun helpers. Ze verbleven vier dagen in de gevangenis en de acht onderduikers werden op 8 augustus 1944 in een trein naar kamp Westerbork getransporteerd. Omdat ze zich niet vrijwillig hadden gemeld kwamen ze terecht in de strafbarak. Overdag moesten ze batterijen uit elkaar halen. Dit was smerig en ongezond werk, maar zo konden ze tenminste met elkaar praten.

Auschwitz-Birkenau en Bergen-Belsen[bewerken]

Na een verschrikkelijke treinreis van drie dagen kwamen ze in het midden van de nacht aan op het perron van Auschwitz-Birkenau. De mannen en vrouwen werden gescheiden van elkaar. Het was de laatste keer dat Otto Frank zijn vrouw en kinderen zag.

Na 5 september heeft Margot nooit meer wat gehoord of gezien van haar vader, na een tijdje dachten zij, Anne en Edith dat hij naar de gaskamers was gestuurd en al dood was.

Na een selectie in oktober 1944 werden Margot en Anne op transport gezet naar Bergen-Belsen. Daar stierf Margot in februari of maart 1945: slechts een paar dagen voor Annes overlijden en een paar weken voor de bevrijding van het kamp Bergen-Belsen.

Net als Anne had Margot tijdens de oorlog een dagboek bijgehouden, maar dat werd nooit gevonden.

Externe link[bewerken]