Eetstoornis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Eetstoornis
Coderingen
ICD-10 F50
ICD-9 307.5
MeSH D001068
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Een eetstoornis is een psychische aandoening, een afwijking van het normale eetgedrag behorend bij de leeftijd, het geslacht, en dergelijke. Het probleem kan zich bevinden in de hoeveelheid voedsel die iemand tot zich neemt (te veel of te weinig), in eetaanvallen, in het uitbraken van voedsel (met als doel gewichtscontrole), in voedselweigering, et cetera.

Indien de betroffene lijdt aan overeten, ontstaat het risico van obesitas (vetzucht).

In het handboek Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders zijn twee eetstoornissen beschreven:

  • Anorexia nervosa (magerzucht): men zal er alles aan doen om heimelijk wegen te vinden niet te hoeven eten.
  • Boulimia nervosa: men is sterk geobsedeerd om heimelijk veel te eten en dit kort daarna weer uit te braken, of te laxeren.

Afhankelijk van de effectiviteit van braken of laxeren zal de betroffene in gewicht afnemen of toenemen. Verder wordt in het handboek ook nog melding gemaakt van een restgroep: eetstoornis niet anderszins omschreven. Hieronder vallen stoornissen die wel afwijkingen van het eetgedrag betreffen, maar niet onder de bovenstaande ziektebeelden vallen.

In appendix B van het DSM-IV (voorgestelde onderzoekscriteria) is ook nog sprake van de eetbuistoornis (Binge Eating Disorder): Deze eetstoornis heeft grote overeenkomsten met boulimia nervosa doordat de betrokkene aan eetbuien lijdt, maar het compensatiegedrag (braken etc.) ontbreekt. Als gevolg hiervan kan de patiënt gewichtproblemen ontwikkelen. Dit kan vervolgens weer tot lichamelijke en psychische klachten leiden.

(Nog) niet in het het DSM-IV vermeld, maar wel in onderzoek, is de aandoening orthorexia nervosa, die zich kenmerkt door een obsessie voor de gezondheid van het voedsel.

Volgens psycholoog Tatjana van Strien komen eetbuien veel voor bij mensen die lijnen. Abnormaal eetgedrag onderscheidt men in emotioneel eetgedrag (eten wanneer men zich rot voelt, of eten voor de gezelligheid) en extern eetgedrag (eten terwijl men geen honger heeft, maar naar aanleiding van een externe aanleiding). Volgens haar hebben beide categorieën baat bij psychologische hulp alvorens te gaan lijnen.

Bij kinderen komt een aantal speciale eetstoornissen voor, bijvoorbeeld pica en ruminatiestoornis.

Een andere eetstoornis is de selectieve eetstoornis waarbij men heel kieskeurig is over wat men wel en niet eet. Aan het televisieprogramma Farm of Fussy Eaters deden enkele mensen met deze eetstoornis mee.

Mogelijke oorzaken voor een eetstoornis[bewerken]

De oorzaken voor een eetstoornis kunnen op verschillende manieren uitgelegd worden.[1]

1. Naargelang het tijdstip van ontwikkeling kunnen voorbeschikkende, uitlokkende of in stand houdende factoren onderscheiden worden.

Voorbeschikkende factoren zijn vooral terug te vinden bij mensen die in hun persoonlijkheid meer kwetsbaar zijn (bv. angstig, weinig zelfvertrouwen, erg perfectionistisch, behoefte aan controle over het leven). Het gezin kan invloed hebben wanneer er bijvoorbeeld weinig over emoties gepraat wordt of als er veel ruzies leven. De maatschappij kan als voorbeschikkende factor invloed hebben doordat vrouwen meer bestookt worden met zogenaamde ideale maten. Daarnaast komen ook tegenstrijdige verwachtingen naar boven, zoals sterk zijn (in de buitenwereld) tegenover zorgzaamheid (in het huisgezin).

Uitlokkende factoren doen zich voor bij bijvoorbeeld het overlijden van een dierbare of bij opmerkingen over het uiterlijk. Voor wie al kwetsbaar is, kunnen zulke gebeurtenissen er net te veel aan zijn en verhogen zij het risico van een eetstoornis.

In stand houdende factoren zijn omstandigheden waardoor de betrokkene aan de eetstoornis blijft lijden. Zo brengt een eetstoornis tal van fysische processen op gang, met emotionele en cognitieve problemen tot gevolg, die de eerstoornis nog versterken. Soms gaat een patiënt over tot compenserende maatregelen zoals vasten of overdadig sporten, waardoor het hongergevoel vaak te sterk op de proef wordt gesteld, met nadien een verhoogde kans op eetbuien.

2. Eetstoornissen kunnen ook ingedeeld worden naargelang het niveau waarop beïnvloedende factoren meespelen.

Op microniveau gaat het om factoren die binnen de persoon spelen, met name lichamelijke, psychologische en/of persoonlijkheidselementen. Lichamelijke factoren kunnen zich voordoen op hormonaal vlak. Het huishoudingsysteem van het lichaam wordt uit balans gebracht. Een menstruatie kan ook langer uitblijven. In welke mate genetische voorbeschiktheid een invloed heeft, is uit onderzoek momenteel nog altijd niet helemaal duidelijk. Psychische gevolgen van een eetstoornis zijn bijvoorbeeld meer rigide denken of depressieve neigingen. Ook hebben patiënten vaker de neiging tot dwangneuroses, zoals het vasthouden aan een al te sterke dagstructuur of aan vaste voedingsmiddelen. Persoonlijkheidsfactoren zijn mogelijk een lagere zelfwaardering, onvrede met het eigen uiterlijk of traumatische belevenissen in het verleden.

Op mesoniveau gaat het om de interactie tussen mensen. Het gaat dan vooral om de druk die een betrokkene voelt in communicatie met medemensen. Mogelijk ook kan een patiënt moeilijker omgaan met ruzies of het opkomen voor een eigen mening.

Op macroniveau gaat het om maatschappelijke of culturele factoren. In de Westerse samenleving gaat het vaak om een slankheidsideaal versus overconsumptie.

Vanuit de Anonieme Overeters wordt de directe aanleiding van een overdadige eetbui of een voedselweigering toegeschreven aan een hongergevoel, aan boosheid, aan een gevoel van eenzaamheid of aan vermoeidheid.

Samengevat, een eetstoornis komt vaker voor bij patiënten met verhoogd risico van kwetsbaarheid of bovengemiddeld weerbaarheidsgebrek. De stressbestendigheid bij deze mensen is kleiner, waardoor omstandigheden van binnenaf (interpretaties en eigengevoel) of buitenuit (omgevingsfactoren) sneller subjectief als belastend worden ervaren.

Voor veel patiënten bestaat een behandeling dan ook uit een combinatie van herstel van het voedingspatroon met cognitieve gedragstherapie en psychologische ondersteuning voor de verwerking van eventueel slecht verwerkte levenservaringen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]