Eieretende slang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Eieretende slang
IUCN-status: Niet bedreigd (2009)
Vlak na de maaltijd; het ei is goed zichtbaar.
Vlak na de maaltijd; het ei is goed zichtbaar.
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Serpentes (Slangen)
Superfamilie:Colubroidea
Familie:Colubridae (Gladde slangen)
Onderfamilie:Colubrinae
Geslacht:Dasypeltis
Soort
Dasypeltis scabra
(Linnaeus, 1758)
Afbeeldingen Eieretende slang op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Eieretende slang op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De eieretende slang, ook wel Afrikaanse eier(etende) slang (Dasypeltis scabra) is een niet-giftige slang uit de familie gladde slangen (Colubridae). De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Carolus Linnaeus in 1758. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Coluber scaber gebruikt.[1]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De eieretende slang wordt meestal tussen 70 en 90 centimeter lang, met uitschieters tot 1,2 meter. De kop lijkt versmolten te zijn met de rest van het lichaam, terwijl bij de meeste soorten slangen er een duidelijke verdunning zit.

De basiskleur is grijsbruin met op de rug een lichtomrand donker vlekkenpatroon en op de flanken lichtomzoomde, donkere en dorsale strepen, die soms ook een bandering kunnen vormen. Ook een donkere streep van kop naar staart onderbroken door witte banden komt voor, verder heeft de kop meestal blauwe ogen en een verticale pupil. Juveniele dieren zijn lichtbruin en erg dun en hebben meestal een egale kleur.

Leefwijze[bewerken]

Deze slang heeft de gewoonte alleen de eieren van vogels te eten, het zijn één van de weinige ovivore dieren in de natuur. Het is even wonderlijk als simpel hoe ze dat doen; ze slikken het ei in één keer door. Daarna pas wordt de schaal gekraakt door uitsteeksels in de halswervels van de slang, waarna de vertering begint en de schaal wordt uitgebraakt. Een ei kan drie keer de grootte van de kop hebben. De uitrekking van de bek en huid is zo groot dat iedere andere slangensoort, ook wurgslangen erbij doen verbleken. Voor twee 'heterdaad' foto's zie 1). Het zijn overigens niet de enige slangen die weleens eieren eten, enkele Elaphe-soorten, soorten uit het geslacht Elachistodon en de andere soort uit dit geslacht, D. atra. Omdat deze soort makkelijk is als het gaat om de voeding in vergelijking met andere slangen, ook kippeneieren kunnen worden gevoerd, is de eieretende slang populair in terrarea en is er veel bekend over de levenswijze.

De slang klimt ook wel in bomen en struiken op zoek naar voedsel. Het reukvermogen is goed ontwikkeld om nesten op te sporen maar deze slang weet ook feilloos de rotte of te ver ontwikkelde exemplaren eruit te houden, want deze worden niet gegeten. Het liefst worden verse eieren gegeten van op de bodem broedende vogels. Deze soort heeft als uitzondering op de meeste andere slangen geen echte tanden, deze zouden alleen maar in de weg zitten.

Juveniele dieren echter kunnen slechts een ei aan dat in verhouding is met de ouders, sterk aangeraden wordt om zeker nog geen kippeneieren, maar kwartel- of duiveneieren aan te bieden. Deze soort kan namelijk eerder stikken in de grote en ronde 'prooi' dan andere soorten doordat een net te groot ei de luchtpijp kan afsluiten.

Voorkomen[bewerken]

De eieretende slang komt voor in het grootste deel van Afrika, met Zuid-Afrika als natuurlijke zuidgrens en de denkbeeldige lijn Ghana - Ethiopië als noordgrens. In het noorden en uiterste westen van het continent komt deze soort niet voor. De habitat bestaat uit vochtige maar open gebieden in bosachtige streken waar de nesten van vogels kunnen worden beslopen.

Externe links[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]