Elsken Joosten
| Elsken Joosten | ||||
|---|---|---|---|---|
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Elsken Joosten Aerts | |||
| Bijnaam | Geuze Els[1] Moeder Els (dialect: Moeier Els)[2][3] | |||
| Geboren | ca. 1605 Strijp | |||
| Overleden | tussen 16 oktober 1687 en 9 maart 1696 Hapert | |||
| Nationaliteit | ||||
| Geboorteland | ||||
| Religie | Nederduits-gereformeerd | |||
| Bekend van | rooms-katholieke volksrijmpjes afkomstig uit de Brabantse Kempen en overige delen van de meierij van 's-Hertogenbosch | |||
| ||||
Elsken Joosten Aerts (Strijp (Eindhoven), ca. 1605 – Hapert, tussen 16 oktober 1687 en 9 maart 1696)[4] is bekend onder de bijnamen Geuze Els en Moeder Els in volksrijmpjes uit de Kempen en overige delen van de historische meierij van 's-Hertogenbosch dat verwijst naar een talrijk en protestants nageslacht door een groot kindertal.[1]
Joosten gold als de stam- en oermoeder van met name de Kempische protestanten, aangezien het overgrote deel tot aan de 19e eeuw verwant waren aan haar.[5] Deze protestantse nakomelingen hebben zich op hun beurt in eerste instantie verspreid en gevestigd over het Kempenland en vervolgens over de rest van de meierij van 's-Hertogenbosch. Om deze reden en het bijbehorende verwantschap werd Geuze Els door de overwegend rooms-katholieke bevolking op ludieke wijze afgeschilderd als de zondebok voor de in verhouding kleinschalige opkomst van de protestanten in deze regio, en werd hierdoor tot aan het begin van de 20e eeuw beschouwd als een legendarisch fenomeen in de Meierij.[4]
Volksrijm
[bewerken | brontekst bewerken]Het van oorsprong spottende volksrijmpje is een vorm van orale literatuur die ruim 100 jaar na de dood van Elsken Joosten schriftelijk werd vastgelegd als een distichon. Het volksrijmpje heeft meerdere eeuwen centraal gestaan binnen de Kempense en later ook in mindere mate de Meierijse volkscultuur.
- De Geuze Els,
heeft de heele Kempen gevelst.
Het woord gevelst betekent in het Meierijs letterlijk vervalst en moet gelezen worden als "bedorven", "aangestoken" of "verpest", Geuze verwijst naar het scheldwoord geus, wat in de volksmond een benaming was voor een protestant, en Kempen is een afkorting voor het in de Kempen gelegen kwartier Kempenland. De laatste letter van het woord gevelst weerhoudt het rijmpje van traditionele eindrijm. In werkelijkheid is er sprake van assonantie aangezien de beklemtoonde klinkers in zowel Els als ge-velst precies hetzelfde zijn met uitzondering op het voorvoegsel ge-, deze wordt uitgesproken als een stomme e. Daarnaast is er een woordspeling op basis van klankovereenkomst (paronomasie) verweven in het versje. Het woord gevelst is een klankmatige versmelting van twee concepten: het dialectwoord voor vervalst (verpest) en de naam Els. De naam Geuze Els is hierdoor onlosmakelijk verbonden met de daad waarnaar verwezen wordt. Hoewel in het verleden het rijmpje afgeschilderd werd als anti-protestants, is het aannemelijker dat er in dit geval sprake is van volkshumor.[6]
Literaire overlevering
[bewerken | brontekst bewerken]Dit spotrijm is voor het eerst schriftelijk overgeleverd in een van de reisverslagen van de hervormde predikant Stephanus Hanewinkel. De predikant trok in 1799 door de Meierij van 's-Hertogenbosch toen hij het rijmpje opving. Hierdoor kan gesteld worden dat het rijmpje eind 18e eeuw in zwang was onder de Kempense bevolking en wellicht in overige delen van de Meierij. Het is niet duidelijk wanneer het rijmpje voor het eerst in gebruik raakte. Uit een van zijn reisverslagen bleek dat hem ter ore was gekomen dat het grootste deel van de protestanten in het Kempenland aan elkaar verwant waren. Dit zou het resultaat geweest zijn van een bepaalde vrouw die vele protestantse kinderen zou hebben nagelaten en nog altijd spottend Geuze Els genoemd werd in een lokaal volksrijmpje.
Eer ik deezen sluit, moet ik hier nog iets bijvoegen. De Hervormden in Kempenland zijn voor het grootst gedeelte onder elkanderen vermaagschapt; dit komt, zegt men, omdat eene zekere Vrouw, die men nog spotswijze de Geuze Els noemt, zeer veele Kinderen naliet, welke zich alle in Kempenland, de een hier, de ander daar, nederzetteden en vermenigvuldigden. Hier van het spreekwoord, dat denklijk van Roomsche afkomst is, want het verraad veel bitterheid:
"De Geuze Els,
"Heeft de heele Kempen gevelst."— Stephanus Hanewinckel, 1799 [7]
Hanewinkel was van mening dat het spreekwoord hoogstwaarschijnlijk van katholieke herkomst was, aangezien de predikant hier veel verbittering uit kon opmaken. Daarnaast stond de predikant in zijn publicaties bekend om zijn neerbuigendheid naar de katholieke bevolking toe en schreef dan ook onder een pseudoniem. Op het moment dat Hanewinkel het rijmpje memoreerde, beweerde hij in het Kempenlandse Valkenswaard te verblijven, zijn laatste Kempenlandse verblijfplaats voordat hij richting het Peellandse Budel afreisde.[1] Echter is niet uitgesloten dat de reisverslagen gebaseerd zijn op fictieve reizen en bestaan er twijfels of de predikant de beschreven reizen gemaakt heeft in de vorm en de volgorde zoals hij ze beschreven heeft. Aangezien de familie Hanewinkel een vermaard predikanten- en schoolmeestersgeslacht betreft, is het niet uitgesloten dat de kennis omtrent Geuze Els en het bijbehorende rijmpje hem eerder ter oren is gekomen dan hij in zijn publicatie doet vermoeden.[8]
Varianten
[bewerken | brontekst bewerken]Er bestaan meerdere varianten die zeer waarschijnlijk afgeleid zijn van het door Hanewinkel overgeleverde volksrijmpje. Echter valt niet uit te sluiten of deze rijmpjes al voor of pas na 1799 in gebruik waren en uit welk deel van de Meierij deze afkomstig zijn.
Regionaliserend rijmpje
[bewerken | brontekst bewerken]In 1883 beschreef Arnold Kremer in het blad De Navorscher een volksrijmpje wat zich richt tot de gehele Meierij, wat het gevolg was van het feit dat de nakomelingen van Geuze Els zich steeds verder over de Meierij hebben weten te vestigen:
- Geuze Elst,
heeft de heele Meyerij verfelst.
Het is het eerste rijmpje die voldoet aan zowel eind- als volrijm doordat de naam Geuze Elst is voorzien van een extra medeklinker. Het woord verfelst is eveneens afkomstig uit het Meierijse dialect en kan net als het woord gevelst gelezen worden als "vervalst". Bij het woord gevelst heeft een vorm van prefigering plaats gevonden waarbij het voorvoegsel ge- in de loop der jaren is vervangen voor ver-. Met de Meierij wordt naast Kempenland de stad 's-Hertogenbosch en de voormalige kwartieren Peelland, Oisterwijk en Maasland bedoeld. Deze streek komt globaal overeen met het huidige Oost-Brabant. Kremer refereerde eveneens naar een talrijk nageslacht, maar voegde daaraan toe dat deze over de Meierij verspreide afstammelingen als ijverige voorstanders van het gereformeerde geloof bekend stonden.[9]
Lokaliserend rijmpje
[bewerken | brontekst bewerken]Petrus Panken leverde omstreeks 1902 in een manuscript over de geschiedenis van Hapert een rijmpje aan bestaande uit twee varianten. Dit rijmpje was gericht op het dorp waar Elsken Joosten grotendeels gewoond heeft en waar haar kinderen zijn geboren en opgegroeid:
- Geuze Elst heeft heel Hapert gefelst.
- Moeder Elst heeft heel Hapert gefelst.
Opmerkelijk is te noemen dat Elsken Joosten in een variant van het door Panken overgeleverde Hapertse rijmpje, naast haar originele bijnaam, Moeder Els genoemd wordt. Een bijnaam die voor zover bekend nog niet eerder terug te vinden was tot dit geschrift uit circa 1902 en in het Kempenlands uitgesproken werd als Moeier Els.[2] Panken beschouwde zowel het Meierijse als het Hapertse rijmpje als een monostichon door het op te tekenen in een enkele versregel. Hierdoor komt het eindrijm te vervallen en betreft het binnenrijm.
Expliciterend rijmpje
[bewerken | brontekst bewerken]Hendrik Ouwerling schreef in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek deel 4 van 1918, naast het originele rijmpje, een Kempense variant die zich nog meer toespitst op het protestantse nageslacht:
- Moeder Els heeft heel de Kempen met Geus gevelst.
Ook in dit rijmpje komt de protestantse benaming geus terug naar voren. Alleen in dit geval werd het op zijn Brabants uitgesproken en geschreven in enkelvoud, terwijl hiermee de meervoudsvorm geuzen bedoeld werd. Verder vermeldt Ouwerling dat beide rijmpjes bekend zijn over de gehele Meierij, wat inhoud dat Elsken Joosten naast haar bijnaam Geuze Els ook bekend stond als Moeder Els in de overige delen van de Meierij.[3]
Emfatisch rijmpje
[bewerken | brontekst bewerken]In een publicatie uit 1949 van Klaes Sierksma, die na 1945 schreef onder het pseudoniem Okke Haverkamp, dook het originele volksrijmpje op met een toevoeging waarbij de boodschap nadrukkelijker wordt aangezet:
- Ja, ja, de Geuze-Els,
heeft de hele Kempen gevels.
Daarnaast werd door Sierksma de t van het woord gevelst bewust weggelaten om zo het rijmpje qua spelling rijmend te maken.[10]
Identificatie
[bewerken | brontekst bewerken]Mede doordat er voor 1969 in geen enkele historische bron een naam vermeldt werd die te koppelen viel aan de bijnaam Geuze Els, is de identiteit van deze vrouw onder de geschiedschrijvers enige tijd een mysterie gebleven.[4] Wanneer de naam Elsken Joosten in de vergetelheid is geraakt is niet duidelijk, maar er kan met zekerheid gesteld worden dat eind 19e eeuw onder de Kempische bevolking geen familienaam meer bekend was van Geuze Els.[11][4]
De protestantse naam 'Fabri'
[bewerken | brontekst bewerken]Eind jaren negentig van de 19e eeuw gingen de heemkundige Petrus Panken en historicus Alexander van Sasse van Ysselt tijdens hun onderzoek ervan uit dat Geuze Els de vrouw moest zijn geweest van een fabri, wat in de 17e eeuw ontleend werd aan het woord smid. Deze theorie werd gebaseerd op de aannemelijke orale traditie dat Geuze Els nabij de middeleeuwse kerk te Hapert zou hebben gewoond en het feit dat Fabri, ook wel geschreven als Fabrie of Fabry, in de 18e eeuw een bekende protestantse naam was in de Kempen die eveneens voorkwam in Hapert. Aangezien het schepenarchief van de fusiegemeente Hoogeloon, Hapert en Casteren niet volledig was, kon er niet met zekerheid gezegd worden of het hier de bloedlijn van de Geuze Els betrof.
Na verder onderzoek bleek dat er in Westerhoven ook een protestantse familie Fabri leefde die vermoedelijk afkomstig was van de Hapertse. De eerste Fabri die in het dorp kwam wonen was de vorster Jacob Aerts Fabri in 1662. Een van zijn kinderen droeg de naam Elsken, wat vaak ook geschreven werd als Els of Elsje, waardoor het vermoeden bestond dat dit een familienaam zou moeten zijn. Ook het vak van smid was terug te vinden in deze familie. Zo had bijvoorbeeld Isaac Aerts Fabri, de broer van deze vorster, een zoon die smid bleek te zijn in Leende. Hierdoor werd aangenomen dat Geuze Els zeer waarschijnlijk tot dit geslacht behoorde, ontstond het vermoeden dat Geuze Els de moeder moest zijn geweest van deze vorster uit Westerhoven en de vrouw van een smid met de vermoedelijke naam Aart Fabri.[11]
Het ontbrekende stukje van de genealogische puzzel
[bewerken | brontekst bewerken]In het Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie deel 23 bevindt zich het artikel "Nakomelingen van de beroemde "Geuze Els"" van dr. Willem de Vries over de resultaten van zijn genealogisch onderzoek naar nakomelingen van de Geuze Els. In dit onderzoek werd de theorie over de familie Fabrie grotendeels bevestigd. De aanleiding van het onderzoek was een brief uit 1828 afkomstig uit het archief van de Maatschappij tot Bevordering van Welstand te Breda, die steun verleende aan landbouwers van protestanten huize in Brabant. Volgens deze brief zou oprichter ds. Jacob van Heusden uit Hilvarenbeek bezoek hebben gehad van een zekere Peter Michael uit Hoogeloon die verwant zou zijn aan de Geuze Els.
Verleden week heb ik weer bij mij gehad Pieter Michael, nog een afstammeling van de beroemde "Geuze Els".
— Jacob van Heusden, 1828 [12]
Michael wilde in aanmerking komen voor plaatsing op de hoeve van deze maatschappij. Hij wilde met deze bewering zijn kansen aanzienlijk proberen te vergroten. Uit verder onderzoek bleek dat deze Peter Michael via zijn moeders kant verwant was aan de familie Fabri. Ook zijn vrouw en de stiefmoeder van zijn vader bleken tot deze familie Fabri te behoren. De Vries ging naar aanleiding van Petronella Fabri, de moeder van Peter Michael, de Familie Fabri naspeuren. Hieruit bleek dat Abraham Aerts Fabri een directe voorouder bleek te zijn van Peter Michael. Daarnaast bleek deze Abraham een broer te zijn van de Westerhovense vorser Jacob Aerts Fabri, aangezien zij beide voortgekomen zijn uit het huwelijk tussen Aert Jansen en Elsken Joosten.[6][13] Naast families als Fabri en Micheal onderzocht De Vries later ook andere uit Noord-Brabant afkomstige protestantse families. Hieruit bleek dat het verhaal van Hanewinkel over dat een zeer groot deel van de protestanten in de Kempen tot begin van de 19e eeuw afstammen van hun stammoeder Elsken Joosten te kloppen.[5]
Biografie
[bewerken | brontekst bewerken]
Jonge jaren
[bewerken | brontekst bewerken]Elsken Joosten, ook wel Els of Elske genoemd, werd begin 17e eeuw geboren in het plaatsje Strijp, dat inmiddels een stadsdeel van Eindhoven is, als dochter van een bouwman en bestaande uit een gezin van minimaal zes kinderen. Haar vader Joost Aerts (van de Sande) was pachter van landbouwgrond en betaalde deze door het overmaken van vleestienden in de vorm van lammeren. Daarnaast moet haar vader een gezaghebbende positie hebben genoten binnen de Strijpse gemeenschap aangezien hij tussen 1599 en 1610 de functie van schepen vervulde. Ook het schoolmeestersvak was terug te vinden bij Elskens broer Dierck. Dat de familie kredietwaardig was bleek onder andere uit de nalatenschap van haar broer Jan Joosten die Elsken Joosten meerdere weilanden naliet, waaronder een aanzienlijk stuk in Lievendaal.[14] De gegevens van de familie van Elsken Joosten doken op in de registers van de gemeente Gestel, Strijp en Stratum. De mogelijkheid bestaat dat het hier gaat om de Strijpse familie Van de Sande, aangezien er meerdere overeenkomsten zijn met bepaalde namen en deze familie ook deels was overgegaan tot het protestantisme.
De jeugd van Joosten speelde zich grotendeels af ten tijde van het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). In deze periode maakte de Meierij, en dus ook het Kempense plaatsje Strijp, onderdeel uit van het Spaanse Rijk. Vanaf 1629 neemt het leven van Joosten drastische wendingen aan. In dat jaar vond het Beleg van 's-Hertogenbosch plaats, waardoor de gehele Meierij ingelijfd werd door de Republiek met desastreuze gevolgen voor de katholieken. Desondanks bleef de situatie in de Kempen onbeslist met als gevolg dat er geregeld doortochten van zowel Spaanse als Staatse troepen plaatsvonden. Rond deze periode vond Joosten in de smid Aert Janssen een geschikte huwelijkspartner en trok naar Hapert. Uit een testament werd bevestigd dat Elsken Joosten samen met haar man sinds 1629 nabij de middeleeuwse kerk in de huizing en hof aan den Hoogebocht bij de hoeve te Hapert is gaan wonen.[15] In verschillende overleveringen werd lang aangenomen dat Joosten pas in 1648 als buitenstaander in de Meierij was komen wonen. In tegenstelling tot wat lang gedacht werd bleek haar gezin inheems te zijn.
Tijden van (religieuze) conflicten
[bewerken | brontekst bewerken]In de 17e eeuw werd de Meierij beschouwd als bufferzone en fungeerde regelmatig als strijdtoneel voor meerdere conflicten met als gevolg dat de lokale bevolking het moest ontgelden en de armoede vaak nog vergroot werd. Enkele gebeurtenissen in deze eeuw hebben directe invloed gehad op het leven van Joosten en haar gezin.
Bekering en Meierijse reformatie
[bewerken | brontekst bewerken]Wanneer Elsken Joosten is overgegaan tot het protestantisme is niet duidelijk. Zover bekend bestaat er een betrouwbare bron met betrekking tot de bekering van Joosten daterend uit 1655, zeven jaar na de Vrede van Münster. Met dit verdrag kwam er een einde aan de Tachtigjarige Oorlog, kwam de Kempen officieel onder de Republiek te vallen, werd de katholieke eredienst verboden en konden ambtelijke functies slechts door protestanten worden uitgeoefend. Vanaf dat moment komt Aert Janssen veelvuldig als plaatselijke schepen in de archieven van de Raad van State voor. In een van deze documenten komt de bekering van Aert ter sprake; die is overgegaan naar de gereformeerde religie met zijn hele huisgezin. Deze toevoeging wekt de indruk dat Joosten en haar man gedurende of kort voor 1655 zich liet bekeren. Aan de hand van deze resolutie kan voorzichtig worden aangenomen dat Joosten in ieder geval moeder was van een of meerdere kinderen toen zij de keuze maakte om over te stappen.[16] Bij aanvang van de 20e eeuw bestond er nog een mondelinge traditie onder de lokale bevolking waar men eveneens sprak van een bekering halverwege de 17e eeuw.[2]
Nadat de definitieve Reformatie een feit was, werd de Nederduitse Gereformeerde Kerk uitgeroepen tot de publieke kerk van de zojuist erkende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De middeleeuwse kerk in Hapert viel hierdoor in protestantse handen, waardoor Elsken Joosten en haar gezin diensten mochten volgen in de voormalige rooms-katholieke kerk. Deze ontwikkelingen moeten een doorn in het oog geweest zijn voor de Hapertse katholieken die daarentegen werden veroordeeld tot stiekeme bijeenkomsten bij hen thuis en diensten in zogenaamde nabijgelegen grenskerken en later schuurkerken.
Ontvoering van echtgenoot
[bewerken | brontekst bewerken]Uit een document van de Raad van State uit 1666 blijkt dat ds. Huijsingius, de dominee van de gemeente Bladel-Hapert, een verzoek heeft ingediend waarin hij te kennen geeft een schadevergoeding te willen van de staat nadat hij, twaalf Staatse soldaten en de schepen Aert Janssen, de echtgenoot van Elsken Joosten, ten tijde van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog gevangen zijn genomen door 70 tot 80 Münsterse troepen. Nadat deze troepen Hapert waren binnen gevallen zouden zij vervolgens tegen hun wil in meegenomen zijn naar het betwiste gebied van Postel, waarna toestemming is verleend voor het betalen van losgeld ter waarde van 140 gulden om de betrokkenen vrij te krijgen.[17] Deze door koning Karel II gefinancierde troepen afkomstig uit Münster trokken als gevolg van de Eerste Münsterse Oorlog enige tijd foeragerend rond door Staats-Brabant en hadden het voornamelijk gemunt op Staatse protestantse predikanten en ambtenaren.
Franse plundering
[bewerken | brontekst bewerken]Hoewel de sterfdatum van Elsken Joosten niet geheel duidelijk is, is het aannemelijk dat in 1688 zij getuige is geweest van het feit dat onder andere Hapert grotendeels verwoest werd door een Franse legerbende bestaande uit dragonders. Deze verwoestende plundering vond plaats gedurende de Negenjarige Oorlog en hierbij zou eveneens de toenmalige protestantse middeleeuwse kerk volgens overlevering door hen uitgebrand zijn.[18]
Het befaamde nageslacht
[bewerken | brontekst bewerken]Het stel kreeg grofweg tussen 1629 en 1648 minimaal negen kinderen die zich uiteindelijk over alle uithoeken van de protestantse gemeenschap in de Kempen hebben verspreid.[19] Het is opvallend te noemen dat al deze negen nakomelingen de volwassen leeftijd wisten te bereiken, wat in de 17e eeuw verre van vanzelfsprekend was, trouwden en bijna allemaal voor nageslacht zorgden wat resulteerde in etnische enclaves binnen het overwegend katholieke gebied.[20] De kinderen van Joosten kenden zich als eerste generatie de naam Fabri toe, een verbastering van het uit het Latijn afkomstige woord faber (smid), wat dus te herleiden valt naar de naam en het ambacht van de patrilineaire lijn. De Fabri's stonden in de Kempen bekend als ijverige voorstanders van het gereformeerde geloof en die reputatie was eind 19e eeuw in omvang flink uitgebreid over verschillende delen van de Meierij, mede door verdere verspreiding van deze beruchte nazaten over dit historische gebied. Hierbij wist het gros ten tijde van de protestantse dominantie in de Republiek zich op ambtelijke posities te vestigen in combinatie met het uitoefenen van maatschappelijke invloed of stonden in aanzien.
Waarborgen maatschappelijke status
[bewerken | brontekst bewerken]Elsken Joosten en haar man streden voor het welzijn van de kinderen. Zij streefden er naar om het nageslacht bepalende functies te laten bekleden in de regio om zo hun invloedrijke positie binnen de gemeenschap te bestendigen en uiteindelijk te vergroten. De man van Elsken was als schepen van de dingbank van Bladel en Hapert een bepalende factor binnen de gemeenschap met betrekking tot het plaatselijke ding. Daarnaast blijkt uit documenten van de Raad van State dat Aert Jansen vanuit zijn ambtelijke functie verschillende verzoeken indiende die mogelijk ten goede zouden komen voor het nageslacht. Het stel maakte in 1655 het besluit hun zoon Jacob voor te dragen als schoolmeester, koster, voorlezer en voorzanger te Bladel middels een verzoek aan de Staten-Generaal. Men eiste een attestatie van de classis van Peel- en Kempenland waarna hun zoon ongeschikt werd bevonden.[16][21] Het is opmerkelijk dat op Jacob na de overige drie zonen op een zeker moment de (neven)functie van schepen hebben bekleed, zij het in Hapert of in een omliggende of aangrenzende plaats.[14] Ook Jacob vervuld later zijn ambtelijke taak als vorster van Westerhoven. Deze toezegging is mede tot stand gekomen door een huwelijk met een protestantse familie uit Bergeijk. In hoeverre Joosten en haar man bemiddeld hebben in dit huwelijk en of de reputatie van de familie hier aan bijgedragen heeft is niet geheel duidelijk.[11]
Ontferming over dochters
[bewerken | brontekst bewerken]Elsken Joosten en haar man maakte zich niet enkel hard voor het mannelijk nageslacht. Zij speelden in op de patriarchale samenleving die gedurende de 17e eeuw van kracht was en ondernamen pogingen om de kloof van sociale ongelijkheid voor hun dochters zover mogelijk te dichten. Joosten en haar man bleken nauw betrokken door de belangen te behartigen van de huwelijkspartners van hun dochters, om hun positie op de maatschappelijke ladder aanzienlijk te verbeteren. Een bewijs hiervan werd geleverd nadat hun zoon Jacob was afgewezen als schoolmeester te Bladel en middels een officieel verzoek Wijnant Wijnants, die getrouwd was met hun oudste dochter Catalijn, uiteindelijk tevergeefs voorgedragen werd door het stel om die functie te bekleden.[22] Wijnants werd in tegenstelling tot Jacob wel geschikt bevonden als schoolmeester en bekleedde die functie jarenlang in Hapert. Opvallend is ook dat de man van dochter Maria uiteindelijk de functie van vorster in Hoogeloon, Hapert en Casteren toebedeeld kreeg.[14] Deze Johannes (Jan) Jansz. van Breda had als behuwdzoon een goede verstandhouding met zijn schoonfamilie en toonde zijn dankbaarheid door zijn neefje Dirck Abraham, de zoon van Abraham Aerts (Fabri) en de kleinzoon van Elsken Joosten, naar voren te schuiven als beoogde opvolger voor zijn functie als vorster nadat hijzelf vrijwillig afstand deed van zijn functie in 1693.[23]
Daarnaast is er ook een verzoek bekend uit 1659 aan de thesaurier-generaal van weleer. Hieruit blijkt dat het stel als pachter van de hoeven aan de Hoogebocht defenitief eigenaar wilde worden van deze hoeven.[24] In 1670 bezocht het stel een notaris te Hoogeloon waarbij al hun vorige testamenten, codicillen en uiterste wilsbeschikkingen werden herroepen. Hierbij wordt de hoeven aan de Hoogebocht door gegeven aan hun drie jongste dochters Jenneken, Henrixken en Aleken, op dat moment nog ongehuwd. Al hun resterende goederen moeten gelijk onder al hun kinderen en erfgenamen worden verdeeld.[15] Op deze manier hebben de Fabri's zich weten te manifesteren tot een gerespecteerde familie binnen de protestantse gemeenschap van het oostelijk deel van Staat-Brabant en werden beschouwd als geschikte huwelijkspartners, waarbij de basis gelegd werd door Joosten en haar man.
Laatste jaren
[bewerken | brontekst bewerken]
Elsken Joosten en haar man hebben tot 1681 gewoond aan den Hoogebocht bij de hoeve in Hapert en heeft de laatste periode van haar leven als weduwe doorgebracht na de dood van haar man in oktober 1687.[15] In enkele overleveringen stond zij expliciet bekend als een weduwe, wat zou kunnen duiden op een leven in weduwschap van meerdere jaren.[2] Aangezien Aert Jansen begraven is op 16 oktober 1687 te Hapert, wordt aangenomen dat het stel na 1681 in Hapert is blijven wonen.[25] Er kan na genealogisch onderzoek met zekerheid gezegd worden dat Joosten nadat haar man stierf en voor 9 maart 1696 gestorven moet zijn.[26] Elsken Joosten behaalde voor 17e eeuwse begrippen een hoge leeftijd en liet uiteindelijk minimaal vier zonen en vijf dochters na. De kans dat Elsken Joosten nabij de fundamenten van de in 1857 afgebroken middeleeuwse kerk op de toenmalige protestantse begraafplaats is begraven is zeer reëel.[27]
Aangezien Elsken Joosten een van de weinige protestanten moet zijn geweest in zowel het dorp Hapert als de regio, vermoedelijk sterk afwijkend gedrag vertoonde ten opzichte van de lokale rooms-katholieke bevolking, openlijk haar godsdienst kon uitoefenen en nog eens minstens negen protestantse nakomelingen naliet, waaraan de volksrijmpjes en haar bijnaam nog altijd herinneren, kan gesteld worden dat Elsken Joosten een zeer markant dorpsfiguur moet zijn geweest.[11]
Reputatie
[bewerken | brontekst bewerken]Rijm en bijnaam
[bewerken | brontekst bewerken]Het is opmerkelijk te noemen dat de naam Geuze Els gedurende de eeuwen levend is gebleven onder de Meierijse bevolking, zeker ook omdat de naam Els sinds 1701 is verdwenen uit de familie nadat Elsken Joostens kleindochter op zesjarige leeftijd overleden is.[4] Al kent het originele volksrijmpje een katholieke oorsprong, het wordt als de grootste oorzaak gezien van het levendig houden van de naam Geuze Els: een dubbelzinnige vermenging van bespotting en trots in de volkse overlevering. Het lijkt niet aannemelijk dat die bijnaam, in tegenstelling tot de bijnaam Moeder Els, vooral toe te schrijven is aan haar kroostrijke gezin (zulke gezinnen waren eerder regel dan uitzondering). Veelal wordt vermoed dat zij fanatiek in woord en daad opkwam voor haar geloof en idealen.[6]
Ik acht het veel meer aannemelijk, dat zij haar naam "Geuze Els" te danken zal hebben gehad aan de wijze, waarop zij in woord en daad opgekomen zal zijn voor hetgeen men in haar tijd noemde "het enige ware, Christelijke Gereformeerde geloof". Daardoor bij de Protestanten "beroemd" en bij de Rooms-Katholieken "berucht" geworden, zal de herinnering aan haar nog lang levendig zijn gebleven.
— Willem de Vries, 1969 [28]
Stam- en oermoeder
[bewerken | brontekst bewerken]De protestantse gemeenschap in de Kempen was in talloze opzichten op elkaar aangewezen en kende opvallend onderlinge trouw met daarbij de nodige voortvloeiende gevolgen. Bij deze verspreiding is uiteindelijk de basis gelegd voor het feit dat begin 19e eeuw het overgrote deel van de toendertijd in de Kempen woonachtige protestanten zich op afstamming van Geuze Els konden beroepen. De reden dat het overgrote deel van de Kempische protestanten verwant waren aan Elsken Joosten, kwam omdat de protestanten te midden van de overwegend rooms-katholieke bevolking altijd behoorlijk in de minderheid bleken te zijn, waardoor zij vaak op elkaar waren aangewezen.[29] Het gevolg hiervan was dat er een merkwaardige vorm van inteelt ontstond.[1][30] Deze ontwikkeling, die alom bekend was, heeft een grote bijdrage geleverd aan de reputie van Elsken Joosten, zowel positief als negatief.
Legendarische status
[bewerken | brontekst bewerken]Daar waar Elsken Joosten berucht was onder de katholieken kan gesteld worden dat zij beroemd was onder de protestanten. Dit werd ruim na haar dood in 1828 bevestigd door ds. Van Heusden nadat hij Elsken Joosten omschreef als de beroemde Geuze Els naar aanleiding van de vele geloofsbrieven die hij ontving van afstammelingen als aanbeveling voor het verkrijgen van ondersteuning van de Maatschappij van Welstand.[31] Ook blijkt hieruit dat de protestanten trots waren om af te stammen van Elsken Joosten en werd haar bijnaam dan ook gebruikt als een geuzennaam. Binnen de landelijke protestantse kringen raakte men geïntrigeerd omtrent de faam van Elsken Joosten. Haar verhaal werd in het verleden meerdere malen met de pen vastgelegd door individuen afkomstig uit een gerenommeerd predikantengeslacht. Dit gebeurde in eerste instantie in de provincie Noord-Brabant mede door de constatering van ds. Van Heusden en de beschrijving van ds. Hanewinkel, waarbij het rijmpje publiekelijk aan het licht werd gebracht en het verband met het verwantschap van deze talrijke nakomelingen werd gelegd. Haar faam reikte niet veel later ook tot ver buiten de provinciegrenzen door onder anderen de journalist en domineeszoon A.J.C. Kremer, zoon van de Ogendominee, en Tweede Kamerlid ds. Eerdmans.[9][32]
Katholieke afgunst
[bewerken | brontekst bewerken]De naam Geuze Els en het daarbij behorende spotrijm is tot aan het begin van de 20e eeuw onder de lokale bevolking bekend gebleven.[11][33] Voornamelijk door de protestantse bevolking werd zij destijds bestempeld als een legendarisch fenomeen, hoewel de overwegend katholieke bevolking bij aanvang van deze eeuw op zijn zachts gezegd nog altijd allesbehalve gecharmeerd waren van deze, in hun ogen, onterechte faam. Er werd bewust afgeweken van de legendarische status die haar toegekend werd om dit vervolgens te omschrijven als een vergissing. Tot begin 20e eeuw was onder de lokale katholieke bevolking nog een overlevering bekend waarin Elsken Joosten beticht werd van opruiende heterodoxie, waarbij zij werd afgeschilderd als dwaalleraar en ketter. Zo werd zij omschreven als een toverheks of spook, spotnamen die in het verleden vaker zijn toebedeeld door de katholieke bevolking aan personen die beschuldigd werden van heresie. Verder zou zij onzedelijkheden hebben verspreid binnen de Hapertse parochie en daarbuiten. Daarnaast wist men te vertellen dat zij regelmatig mislukte pogingen ondernam bij katholiek afval met als doel deze te doen bekeren of viel regelmatig vrouwelijke kerkgangers lastig door kerkboeken uit hun handen te stoten.[2]
Genealogisch en biografisch onderzoek
[bewerken | brontekst bewerken]Sinds de onthulling van de identiteit kwam Elsken Joosten veelvuldig voor in verschillende genealogische onderzoeken en publicaties en werd op basis van haar reputatie opgenomen in het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, een onderzoeksproject van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, onder leiding van historica Els Kloek. Uit dit onderzoek kwam, eveneens onder leiding van Kloek, 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis voort, waar wederom de reputatie van Elsken Joosten groots genoeg bleek om een plek in het naslagwerk te bemachtigen.[13]
Misconcepties
[bewerken | brontekst bewerken]
Naarmate de eeuwen verstreken zijn er vele gegevens over deze vrouw verloren gegaan, desondanks is de bijnaam Geuze Els, mede door de levendige volksrijmpjes, door de eeuwen heen nooit in zijn geheel uit de Meierijse volkstaal verdwenen. Door de eeuwen heen zijn er verschillende misvattingen, aannames en volksverhalen ontstaan die gekoppeld werden aan de bijnaam Geuze Els. Door een aantal van hen werden de vertellingen omtrent deze vrouw tot in de eerste helft van de 20e eeuw nog afgeschilderd als een traditionele sage.[34]
Geslachtsnamen
[bewerken | brontekst bewerken]Met zekerheid kan gesteld worden dat er eind 19e eeuw onzekerheid bestond onder de lokale bevolking met betrekking tot een familienaam. Zo bestond er een plaatselijke overlevering dat Geuze Els oorspronkelijk Uils geheten zou hebben en dat zij Els of Elst genoemd werd om het volksrijmpje rijmend te maken.[2] In tegenstelling daarvan werd ook de achternaam Van der Elst aangegrepen als oorspronkelijke tot standkoming van de bijnaam Geuze Els.[11] In de 19e eeuw werden daarnaast ook adellijke geslachten als De Bye, Des Abeilles en Benen genoemd als afstammende van Geuze Els. Echter is deze theorie nooit onderzocht en is dus niet in zijn geheel uitgesloten.[9]
Afkomst
[bewerken | brontekst bewerken]In Noord-Brabant was men lang in de veronderstelling dat protestantse families in Noord-Brabant niet konden hebben behoord tot de autochtone bevolking, maar pas naar het zuiden trokken nadat de provincie Staats werd (1648).[35] Mede door deze premisse werden plaatsen als Rhoon en Pendrecht genoemd als de plaatsen waar Geuze Els afkomstig van zou zijn voordat ze zich in de Meierij vestigde.[11] Naar aanleiding van de orale traditie dat Geuze Els nabij de oude toren gewoond had, ontstonden ook niet onderbouwde aannames dat zij geboren zou zijn in Hapert.[10]
Daden
[bewerken | brontekst bewerken]Naarmate de bijnaam bekendheid verwierf over de gehele Meierij, werd de naam klakkeloos gekoppeld aan een overlevering die verwijst naar de Bossche Sint-Janskathedraal. Geuze Els zou bekeerd zijn in de stad 's-Hertogenbosch na het beleg door het Staatse leger in 1629, om zo haar plaats in de Sint-Janskathedraal niet te verliezen.[9] De heemkundige Panken was begin 20e eeuw op de hoogte van het volksverhaal en deed het af als een vergissing. Die zelfde Panken deelde daarna eveneens een levendige overlevering, namelijk dat Geuze Els pogingen ondernomen zou hebben om volgers van het rooms-katholieke geloof te doen bekeren en zou daarnaast met enkele regelmaat vrouwelijke kerkgangers fysiek lastiggevallen hebben. Er bestaan geen bewijzen dat deze gebeurtenissen daadwerkelijk plaatsgevonden hebben.[2]
Bekende afstammelingen
[bewerken | brontekst bewerken]- Pieter Roelof Michaël (1892-1985), chirurg, hoogleraar in de heelkunde en tevens een van de weinige protestantse ridders in de Orde van Sint-Gregorius de Grote.
Stamboom[14][36]
[bewerken | brontekst bewerken]| ? | Joost Aerts (Van de Sande) ±1561-<1629 | ? | Jan de Smit ±1570→1638 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Jan Joosten Aerts (Van de Sande) | Dierck Joosten (Van de Sande) | Jenneken Joosten | Perina Joosten | Neesken Joosten | Elsken Joosten Aerts ±1605-→1687 | Aert Jansen Smits ±1600-1687 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Joost Aerts Fabri ±1630-<1697 | Catalijn Aertsdr Jansen Fabri ±1632-<1696 | Maria Aerts Fabri ±1634 1696 | Abraham Aerts Fabri ±1634-→1695 | Isaaks Aerts Fabri ±1640-→1697 | Jacob Aertsen Fabri ±1636/42-±1695 | Jenneken Aertsdr Fabri ±1644→1670 | Henrixken Aertsdr Fabri ±1645→1696 | Aleken Aertsdr Fabri ±1648→1670 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vader van minstens 6 kinderen | Moeder van minstens 5 kinderen | Moeder van minstens 1 kind | Vader van minstens 4 kinderen | Vader van minstens 3 kinderen | Vader van minstens 3 kinderen[11] | Geen kinderen bekend | Geen kinderen bekend | Geen kinderen bekend | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Hanewinckel, Stephanus, Reize door de majorij van 'sHertogenbosch in den jaare 1799. (In brieven) (1800) (p. 41-42)
- Kremer, A.J.C., De Navorscher: Een middel tot gedachtenwisseling en letterkundig verkeer, tusschen allen die iets weten: iets te vragen hebben, of iets kunnen oplossen, Jaargang 33 (1883) (p. 335-336)
- Panken, Petrus & Sasse van Ysselt van, Alexander, Beschrijving van Bergeik (1900) (p. 259-263)
- Panken, Petrus, Geschiedenis van Hapert (1902) (p. 20-21)
- Eerdmans, Bernardus, Theologisch tijdschrift - Volume 45 (1911) (p. 194)
- Ouwerling, Hendrik, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek deel 4 (1918) (p. 653)
- Ouwerling, Hendrik, Geschiedenis der dorpen en heerlijkheden Deurne, Liessel en Vlierden (1933) (p. 441)
- Sinninghe, Jacques, Noord-Brabantsch sagenboek (1933) (p. 285)
- Haverkamp, Okke, En Nederland lacht: deel. Noord-Brabant (1949) (p. 58-59)
- Vries de, Willem, Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie XXIII - Nakomelingen van de beroemde "Geuze els" (1969) (p. 66-97, 325-326)
- Vries de, Willem, 150 jaar welstand: de Maatschappij tot Bevordering van Welstand, voornamelijk onder Landlieden 1822-1972 (1972)
- Vries de, Willem, De Brabantse Leeuw (5-6) - Wijnants (1974) (p. 77-83)
- Melssen Th.M., Jan, De Brabantse Leeuw (3-4) - Een testament van "Geuzen Els" uit 1670 (1977) (p. 62-63)
- Melssen Th.M., Jan, De Brabantse Leeuw - Kwam "Geuze Els" uit Strijp? (1986) (p. 21-24)
- Rooijakkers, Gerard, Rituele repertoires: volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant, 1559-1853 (1994) (p. 5)
- Althena, Marga, Spiegelbeeld: reflecties bij 25 jaar vrouwengeschiedenis, Nummer 25 (2005) (p. 187)
- Kloek, Els, 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis (2013) (biografienummer: 229)
Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]- Portret in Digitaal Vrouwenlexicon
- 1 2 3 4 Reize door de majorij van 'sHertogenbosch in den jaare 1799 (Zevende brief deel 4) stephanushanewinckel.nl, 11 december 2019
- 1 2 3 4 5 6 7 Geschiedenis van Hapert - Petrus Panken (ca. 1902) (p.20-21) johanbiemans.nl, 5 juni 2025
- 1 2 Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek deel 4 (1918) (p.653) Resources Huygens ING - KNAW, 27 november 2019
- 1 2 3 4 5 Rooijakkers, Rituele repertoires: volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant, 1559-1853 (1994) (p. 291 & 292)
- 1 2 Wijnants, brabantserfgoed.nl, 3 juli 2020. Gearchiveerd op 18 mei 2021.
- 1 2 3 De Vries, Nakomelingen van de beroemde "Geuze els" (1969) p. 86
- ↑ Stephanus Hanewinckel (1766-1856) Reize door de majorij van 'sHertogenbosch in den jaare 1799 (p.41 42)
- ↑ Stephanus Hanewinkel, auteur en predikant brabantserfgoed.nl, 8 november 2024
- 1 2 En Nederland lacht: deel. Noord-Brabant books.google.nl, 11 januari 2021. Gearchiveerd op 28 juni 2023.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 Beschrijving van Bergeik (p.259-263) Delpher, 5 november 2019
- ↑ D.s. Jacob van heusden (1757-1841) een brief d.d. 30 dec. 1828; Gem Archief Breda, Archief van de Maatschappij tot bevordering van Welstand, portef. Ingekomen Correspondentie, 1828, no. 155
- 1 2 Els Kloek, Joosten, Elsken, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland d.d. 13 januari 2014
- 1 2 3 4 Parenteel Joost Aerts (van de Sande) mijn-genea.nl 19 april 2026
- 1 2 3 Schoolmeesters in de Meierij - Persoonlijke gegevens Elsken Joosten Aerts "Geuze Els;" van de Sande genealogieonline.nl 1 oktober 2023
- 1 2 Resoluties Raad van State (178.197) bhic.nl 5 april 2026
- ↑ Resoluties Raad van State (178.208) bhic.nl 18 januari 2025
- ↑ Geschiedenis van Hapert - Petrus Panken (p.28) johanbiemans.nl, 7 juni 2025
- ↑ De nakomelingen van Elsken Joosten Aerts (stamboom) Genealogie online, 15 april 2020. Gearchiveerd op 28 juni 2023.
- ↑ Kwam 'Geuze Els' uit Strijp? brabantserfgoed.nl, 3 juli 2020. Gearchiveerd op 18 mei 2021.
- ↑ Resoluties Raad van State (178.198)1 bhic.nl 19 april 2026
- ↑ Resoluties Raad van State (178.198)2 bhic.nl 5 april 2026
- ↑ Resoluties Raad van State (178.31) bhic.nl 12 mei 2026
- ↑ Resoluties Raad van State (178.201) bhic.nl 5 april 2026
- ↑ Schoolmeesters in de Meierij - Persoonlijke gegevens Aert Jansen Smits Fabri genealogieonline.nl 29 augustus 2025
- ↑ K.J. Slijkerman, De Nederlandsche leeuw - Volumes 98-100 (1981) (p.191)
- ↑ Geuzenelsken was markant dorpsfiguur: 'Ze verdient een beeld in Hapert' Eindhovens Dagblad, 23 september 2023
- ↑ Willem de Vries (1908-1977) Jaarboek van het centraal bureau voor genealogie, deel XXIII (p.86)
- ↑ De Vries, Nakomelingen van de beroemde "Geuze els" (1969) p. 70
- ↑ De Vries, Nakomelingen van de beroemde "Geuze els" (1969) p. 74
- ↑ Knape, Prof. dr. P.R. Michaël - levensbeschrijving van een chirurg (1988) p. 10
- ↑ Eerdmans, Theologisch tijdschrift - Volume 45 (1911) (p. 194)
- ↑ Toen Geuze Els in Hapert woonde Kempenland historie, 12 april 2020. Gearchiveerd op 12 april 2020.
- ↑ J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch Sagenboek (1933) (p. 285)
- ↑ De Vries, Nakomelingen van de beroemde "Geuze els" (1969) p. 67
- ↑ Schoolmeesters in de Meierij van 's-Hertogenbosch 1648-1795 » Elsken Joosten Aerts "Geuze(n) Els;" van de Sande (± 1605-1696) genealogieonline.nl, 7 mei 2026