Hapert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hapert
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Hapert
Hapert
Situering
Provincie Vlag Noord-Brabant Noord-Brabant
Gemeente Vlag Bladel Bladel
Coördinaten 51° 22′ NB, 5° 15′ OL
Algemeen
Oppervlakte 20,74 km²
- land 20,66 km²
- water 0,08 km²
Inwoners (2015) 5.355
Inwonersnaam Hapertenaar
- Bijnaam Gaper
Overig
Postcode 5527
Netnummer 0497
Belangrijke verkeersaders A67 N284
Foto's
Hapert vanuit de lucht
Hapert vanuit de lucht
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Hapert (Brabants: Haopert) is een dorp dat deel uitmaakt van de gemeente Bladel, provincie Noord-Brabant en is gelegen in regio de Kempen. Het dorp telt 5.355 inwoners (2015) inclusief de buurtschap Dalem.

Etymologie[bewerken]

In de naam Hapert heeft men het oude Heopardum willen herkennen waar aartsbisschop Willibrord vanaf 710 verscheidene goederen verwierf. De naam duikt voor het eerst op in een oorkonde waarin word omschreven dat Bertilindis haar gehele moederlijke erfdeel, waaronder goederen te Heopardum, aan de aartsbisschop heeft geschonken. De naam is later verbasterd tot Happaert, Happert en uiteindelijk Hapert. Aan de naam Hapert is ook een legende verbonden waaruit blijkt dat Julius Caesar met zijn troepen, tijdens hun opmars door de Kempen, aan het muiten sloegen in Heopardum. Daar haperde dus de Romeinse opmars. Aan de hand hier van koos Caesar er voor om een Castra, wat Latijn is voor legerplaats, in te richten op de plaats waar nu het dorp Casteren is gelegen. Dankzij dit volksverhaal is de volgende woordspeling ontstaan; In Hapert hapert het altijd.

Geschiedenis[bewerken]

Het oorspronkelijke middeleeuwse kerkdorp Hapert is ontstaan op de smalle dekzandrug tussen de beekdalen van de Grote Beerze en het Wagenbroeks Loopje. Het dorp bestond uit de 6 gehuchten, Kerkeneind, Lemel, De Straat, De Pan, Ganzestart en Dalem. De Oude Provincialeweg, Castersedijk en de Ganzestraat zijn de wegen waarlangs lintbebouwing is ontstaan en vormen de basis van de kern.

Archeologie[bewerken]

De geschiedenis van Hapert gaat terug tot aan de bronstijd (ca. 3000 tot 800 v.Chr.), dit is aan de hand van archeologische opgravingen vast gesteld. Zo zijn er sporen van prehistorische bewoning terug gevonden in het meest zuidelijke gebied van Hapert nabij de grens met de gemeente Bergeijk ter hoogte van de buurtschap Witrijt. Op deze locatie zijn ook vuursteen artefacten en urnenvelden terug gevonden. Die dateren uit de late bronstijd, ook wel bekend als de urnenveldencultuur. Ook werden er urnenvelden terug gevonden die dateren uit de ijzertijd. Deze opgravingen vonden plaats op de Hapertse Heide en het bosgebied van buurtschap De Pan. Naast deze urnen werden er ook vondsten gedaan die er op wijzen dat er spraken was van nederzetting. In deze periode werd het gebied al eeuwen lang bewoond door de Eburonen. Deze stam verdween na de komst van de Romeinse dictator Julius Caesar, die de gehele stam compleet van de kaart veegde. Ook zijn er Romeinse vondsten gedaan. Zo zijn er sporen van bewoning gevonden en is er een Romeinse muntschat ontdekt met 2598 munten uit de 3e, 4e en 5e eeuw. Er zaten munten tussen van o.a. Tetricus I, Julianus, Valentinianus I, Honorius en Arcadius. Deze zijn gevonden aan de Castersedijk ter hoogte van de rioolwaterzuivering.

Rechten en goederen[bewerken]

Volgens het Liber Aureus werd het dorp in 710 bezit van aartsbisschop Willibrord, ook wel bekend als de abt van de benedictijner abdij van Echternach. In de dertiende eeuw kwam het dorp door schenking en aankoop in handen van de abdij van Tongerlo, die hier vele goederen en rechten verwierf. Deze norbertijnenabdij bezat onder andere tot 1590 de heerlijkheid Hapert, Hoogeloon en Casteren. Deze heerlijkheid ging in 1590 over op het bisdom 's-Hertogenbosch. Nadat Den Bosch was gevallen in 1627, werden de rechten en de bezittingen van het bisdom door de Staten verbeurd verklaard. Vanaf toen werden alle goederen en rechten beheerd door de rentmeester der bisschoppelijke goederen, deze verkocht nog in 1740 een heide aan de inwoners van Hapert.

Bijnaam inwoners Hapert[bewerken]

In de 18e eeuw woonde in De Kuil te Hapert een teut die in bloedzuigers handelde. Hij kocht de beestjes in verre landen en zette ze in een kuil achter zijn huis. Vandaar verkocht hij ze aan doktoren in België en het zuiden van Nederland. Aan een behandeling met deze diertjes werd een medisch heilzame werking toegeschreven. Hapert was in die tijd een soort medisch centrum met een zeer speciale apotheek. Deze apotheek werd door mensen uit de regio bezocht en was tevens de locatie waar zij dit 'medicijn' konden kopen. Traditiegetrouw werd een apotheek voorzien van een gaper boven de ingang. De gaoper werd dan ook tot de bijnaam voor de inwoners van Hapert. Daarnaast worden de Hapertenaren gaopers genoemd omdat ze vaak, in gedachte verzonken, zouden kijken naar wat er zoal te zien is in hun omgeving.

De bijnaam is nog steeds terug te vinden in het dorp. Zo is er sinds 1978 een standbeeld geplaatst met als naam, De Haopertse Gaoper. Het standbeeld beeldt een man met stok uit die aan de kant staat en filosofeert over wat er zoal aan hem voorbij trekt. Ook het eeuwenoude verhaal staat vermeld op de sokkel van het beeld. Naast het standbeeld wordt er sinds 2000 op het jaarlijkse carnavalsconcert iemand benoemd tot lid van het Haopertse Gaoper Genootschap, een Hapertse inwoner die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de gemeenschap. En tot slot is er in 2017 het Gaoperspad geopend. Dit gebeurde door de 17 leden van het Haopertse Gaoper Genootschap en de waarnemend burgemeester Peter Maas. Het Gaoperspad is een 3 kilometer lang wandelpad over het Kempisch Bedrijvenpark.

Religie[bewerken]

Het Belhuis (voormalige pastorie)

Hapert en Hoogeloon vormden aanvankelijk één parochie met twee kerken. De kerk van Hapert was gewijd aan Sint-Severinus. De patronaatsrechten waren in handen van de abt van Tongerlo.

Middeleeuwse kerk[bewerken]

De middeleeuwse kerk was een kleine eenbeukige kerk van twee traveeën met toren van drie geledingen en is gebouwd in een laatmiddeleeuwse gotische stijl. De kerk en toren van Hapert zou gebouwd zijn rond 1350 en werd al in 1310 genoemd. Het religieuze gebouw stond op het Kerkeneind op de plaats waar nu het pand Oude Provincialeweg 69 staat. Tot voor kort heette dat pand 'den oude Toren'. Dit pand is vernoemd naar de toren van de kerk die eenzaam is blijven staan na de sloop van de kerk in 1857. Uiteindelijk is de middeleeuwse kolos ook gesloopt in 1902 met als gevolg dat in 1916 het kerkbestuur de grond, waarop de oude kerk stond, verkocht en werd er uiteindelijk het huidige pand gebouwd. In 1648 na de Vrede van Münster werd de provincie onder de naam Staats-Brabant een generaliteitsland dat toebehoorde tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Met als gevolg dat het hervormde geloof de enige toegestane godsdienst werd. Zo werd de Hapertse kerk aan de Rooms-Katholieke-eredienst onttrokken en aan de Hervormden toegewezen. Tevens werd bevolen de kerk voor de katholieken gesloten te houden en er alle beelden en andere paapse ornamenten uit te verwijderen.

Schuurkerk[bewerken]

Nadat de hervormden de toegewijde kerk in handen kregen, werd het lezen van de mis door de katholieken in het geheim voortgezet. Sommige van hen reisden over de Belgische grens om daar een mis bij te wonen met als reden dat de Staten-Generaal daar geen zeggenschap had. Uiteindelijk kreeg de katholieke bevolking toestemming om in 1737 een schuurkerk te bouwen en deze bleef in gebruik tot 1821. De schuurkerk mocht van buitenaf niet het uiterlijk hebben van een gewone kerk en moest aan bepaalde soberheidseisen voldoen. Zo mochten de daken niet met pannen bedekt worden maar moest men stro gebruiken. Voor elke kleine verandering aan de kerk moest men toestemming vragen aan de Staten-Generaal. Van binnen was de armoede goed terug te zien. De kerk had geen beschikking over een altaar, spreekstoel of communicatiebank.

De schuurkerk was zelfs zo armoedig dat er geen enkel heiligenbeeld in stond, wat zeer zelden voorkwam bij religieuze gebouwen die verbonden waren aan het katholieke geloof. Dit heeft geleid tot een uitdrukking die tot op heden nog steeds wordt gebruikt door sommige mensen uit de regio tijdens een willekeurig kaartspelletje. Een kaartspeler maakt gebruik van de uitdrukking zodra hij geen enkele afbeelding (Boer, Vrouw, Heer of Aas) tussen zijn kaarten heeft zitten en beweerd dan in de schuurkerk van Hapert te zijn. Hij of zij maakt dit duidelijk door te roepen, Ik ben in de Hapertse kerk.

Scheiding[bewerken]

Nadat het land in Franse handen viel besloot Lodewijk Napoleon de kerken terug te geven aan de katholieken. Uiteindelijk werd in 1809 de oude parochiekerk weer aan de katholieken toegewezen, maar omdat er in Hapert, evenals in Hoogeloon, moeilijkheden ontstonden omtrent de financiële vergoeding, die aan de hervormden voor het kerkgebouw moest worden betaald, werd de parochie pas in 1819 door bemiddeling van koning Willem I in het bezit van de kerk gesteld. De parochie Hapert werd in datzelfde jaar van Hoogeloon afgescheiden, daarvoor werden de parochies altijd gediend door één pastoor. Van vroeger uit had de abdij van Tongerlo het recht hier de pastoors te benoemen en dat werd voor het laatst gedaan in 1810. Deze scheiding kwam mede tot stand nadat er in Hapert en Hoogeloon een kwaadaardige en aanstekelijke koorts opdook. Hierbij overleden vele inwoners. Eén van hen was Dionysius de Canter, de kapelaan van beide dorpen. De Kapelaan Lambertus de Jongh van Goirle werd als assistent naar Hoogeloon overgeplaatst. In datzelfde jaar mocht hij zich nog de eerste pastoor van Hapert noemen tot zijn dood in 1858.

Protestantse kerk[bewerken]

De Protestantse Kerk in Hapert was een driezijdig gesloten zaalkerk met een torentje en werd gebouwd in 1826. Dit gebeurde omdat de protestanten, na de teruggaaf van de kerk aan de katholieken in 1819, ook over een kerk moesten beschikken. Uiteindelijk werd de kerk een kleine 7 jaar later alsnog gebouwd. De kerk stond aan het kerkeneind tussen de al lang verdwenen boerderij van Van Heijst (later Verhoeven) en de tegenwoordige Poort van Brabant. Het lag wat verscholen tussen de bomen en het torentje reikte niet zo heel erg hoog, vandaar dat het niet zo in het oog liep. De laatste decennia van zijn bestaan was het ook niet zo’n lust vóór het oog en het werd al lang niet meer gebruikt. Dit gebeurde voor het laatst in 1914, toen er een dienst werd gehouden voor de gemobiliseerde en hier gestationneerde militairen. Door de eigenaar, de Hervormde Gemeente Bladel-Hapert, werd het ook niet meer onderhouden en het takelde zienderogen af. In 1939 besloot de kerkeraad om het maar te slopen en de grond van de hand te doen. Dit ging telkens niet door omdat het gebouw inmiddels een rijksmonument was.

Op 5 februari 1954 is er een gemeenteraadsvergadering in het oude gemeentehuis in Hoogeloon. Burgemeester van Woensel was ter ore gekomen dat het oude protestantse kerkje te koop zou zijn en stelde voor om het aan te kopen. De gemeente zou er een geschikt bouwterrein aan over kunnen houden. Bovendien werd het kerkje als een schandaal beschouwt voor iedereen die er langs liep. De raad ging akkoord maar het leidde opnieuw tot niets. Tien dagen later viel in Hoogeloon alsnog het besluit om het gebouw te slopen en werd er een vergunning verleend tot het slopen van het gebouw van de Hervormde Gemeenschap te Hapert op grond van bouwverordening. Over de momumentenstatus van het kerkje werd met geen woord gerept. Dat het verkocht was, bleek uit de jaarrekening van de Hervormde Gemeente Bladel-Hapert over 1954. Zo ging het kerkje na 128 jaar dan toch nog tegen de vlakte.

Neogotische kerk[bewerken]

Sloop van de kerktoren aan het huidige kerkhof in 1956

In het jaar 1857 werd er een nieuwe Neogotische kerk gebouwd nadat de oude middeleeuwse kerk te klein en ongunstig gelegen zou zijn. Met als gevolg dat deze dan ook werd gesloopt. Na de sloop werd er gebruik gemaakt van een noodkerk tot de ingebruikneming van de nieuwe kerk in oktober 1858. De eerste steen werd gelegd door pastoor Lambertus de Jongh op 8 januari 1857. De voltooiing van de bouw heeft hij echter niet meer mee mogen maken nadat hij ruim één jaar later, na het leggen van de eerste steen, stierf op 28 april. Naast een nieuwe kerk werd er in 1859 ook het huidige kerkhof aangelegd en nog eens uitgebreid in 1913. Nadat de nieuwe kerk was voorzien van een kerktoren in 1901 vond men dat ook de oude kerktoren op het Kerkeneind gesloopt moest worden. In deze nieuwe toren hing een tiendklok die in 1746 door J. Chaudoir te Leuven werd gegoten. Deze klok werd in 1943 geclaimd door de Duitsers en in 1948 kocht men daar twee nieuwe klokken voor in de plaats met als naam; Severinus en Donatus. In 1923 werd de bouw van de huidige kerk afgerond en zodoende werd het gebouw in 1924 alweer afgebroken. De toren van de kerk werd pas afgebroken in 1956, nadat het slecht onderhouden was. Van deze tweede kerk resteert alleen nog de pastorie, tegenwoordig het Belhuis geheten. Volgens de heemkundekring van Bladel zijn de fundamenten van de tweede kerktoren, mogelijk nog aanwezig op het parochiekerkhof.

Neoromaanse kerk[bewerken]

De huidige kerk van Hapert, gelegen aan de Kerkstraat, is een neoromaanse driebeukige kruiskerk met dakruiter en lagere apsis met gekoppelde rondboogramen. In 1918 schonk Cornelis Claassen aan de kerk een perceel grond langs de Provinciale Weg om daarop weer een kerk te bouwen. Dit omdat de nog niet zo oude kerk uit 1857/58 wederom te klein en vervallen zou zijn. Het kerkbestuur kocht naast het perceel nog een huisje met een erf. Op 22 september 1922 begon de aannemer met de bouw en op 24 september 1923 werd de kerk plechtig geconsacreerd. De inwoners van Hapert schonken veel kunstwerken ter verfraaiing van het interieur van de kerk. Zo schonk het personeel van sigarenfabrikant Gebroeders De Graaf een beeld van het Heilig Hart van Jezus. Het geld daarvoor hadden ze bijeen gespaard door over te werken. Aan deze kerk is, net als de vorige, een bedevaart verbonden (tweede zondag in juli 1898). Tegenwoordig bekend als de verering van de heilige Donatus. Deze ontstond naar aanleiding van de dood van twee parochianen in 1897 nadat zij waren getroffen door de bliksem. Een jaar na dit ongeval begon in de vorige parochiekerk de openbare verering en werd een devotiebroederschap ter ere van de bliksemheilige opgericht. In 1938 werd de huidige kerk uitgebreid met een open ingangsgalerij, een doopkapel en een Sint-Donatiuskapel. Tot de jaren 60 van de 20e eeuw werd Donatus te Hapert bezocht door bedevaartgangers uit de gehele Kempen en daarbuiten. Vandaag de dag wordt de feestdag van Donatus nog steeds gevierd, met name door de lokale bevolking.

Klooster[bewerken]

In september 1929 werd begonnen met de bouw van het zusterklooster, nadat pastoor Arnoldus Petrus van Gerwen al ruim 3 jaar hierop aandrong. De reden hiervan was dat er een meisjesschool begonnen moest worden en men zat met personeelsproblemen. In 1930 arriveerde de Dochters van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart in het dorp voor een nieuwe stichting. Op 4 december van dat jaar werd de kapel ingezegend en werd de eerste mis opgedragen, ook de ziekenverpleging begon aanstonds en er volgde cursussen zoals naaien en knippen. In 1931 werd de naaischool opgericht, met opleiding voor diploma lingerie, coupeuse en costumière. Naast deze activiteiten voorzorgde de zusters ook de kleuterschool, lagere school, voortgezet gewoon lager onderwijs (VGLO), Wit-Gele Kruis en wijkverpleging. In 1933 trad de eerste Hapertse postulante in de congregatie en uiteindelijk leverde het dorp twaalf Dochters van het Heilig Hart. De zusters hadden als bijnaam Hartjeszusters. Dit kwam omdat zij tot in het midden van de jaren zestig een hartvormige kap droegen. Buiten Hapert werden ze ook wel Gutjesnonnen genoemt omdat de inkeping leek op een gootje, gutje in het Tilburgs dialect. De zusters vertrokken in 1967 uit het dorp. Toch is het klooster, na inwendige verbouwingen en naamsveranderingen (Mariaoord - Eureka), nog enkele jaren gebruikt voor verpleging van hulpbehoevende bejaarden. Uiteindelijk is het gebouw gesloopt en is er onder anderen De Kloostertuin gebouwd, een diensten- en ontmoetingscentrum voor ouderen.

Economische ontwikkeling[bewerken]

Het overgrote deel van de inwoners van Hapert heeft, evenals de rest van de Kempenaren, tot ver in de negentiende eeuw een armoedig bestaan geleid. De meesten vonden hun bestaan in de landbouw. De veranderingen in het sociale en economische klimaat komen pas op het eind van de 19e eeuw op gang en zetten zich voort in de eerste decennia van de 20e eeuw om na de terugslag in de crisisjaren definitief door te zetten na de Tweede Wereldoorlog. Kenmerkend voor deze ontwikkeling in het dorp zijn onder andere de opkomst van de sigarenindustrie, eerst in de vorm van huisnijverheid, later geconcentreerd in fabrieken, de aanleg van de tramlijn Eindhoven - Reusel, de opkomst van de metaalindustrie, met name het bedrijf VDL Groep van de inmiddels gepensioneerde Wim van der Leegte, en tot slot de aanleg van het ambitieuze industrieterrein Kempisch Bedrijvenpark.

Gemeentelijke herindeling[bewerken]

Hapert, Hoogeloon en Casteren in 1867

Hapert maakte sinds 1186 deel uit van de heerlijkheid Hoogeloon, Hapert en Casteren, later werd dit de gemeente Hoogeloon CA. Het gemeentehuis stond sinds 1886 aan de Hoofdstraat in Hoogeloon en in 1965 werd er in Hapert een nieuw gemeentehuis gebouwd, met als reden dat Hapert gunstiger gelegen is en inmiddels groter was geworden dan Hoogeloon. Het gebouw kwam bij het centraal gelegen dorpspark aan de Arnold van Rodelaan. Ondanks dat waren er vele mensen die het hier niet mee eens waren, toch werd het plan door gezet.

In 1997 was er in Noord-Brabant de gemeentelijke herindeling. Hier uit werd duidelijk dat de gemeente Hoogeloon zou gaan fuseren met de gemeente Bladel en Netersel. Hier is de huidige gemeente Bladel uit ontstaan. Er werd een nieuw gemeentehuis gevestigd in Bladel en het gemeentehuis in Hapert kwam enkele jaren leeg te staan. Het pand werd afgebroken en in 2008 werd er een appartementencomplex voor in de plaats gebouwd.

Bezienswaardigheden[bewerken]

De Korenmolen uit 1896, gelegen aan de Molenstraat.
De Haopertse Gaoper, die filosofeert en uitkijkt over de markt sinds 1978.
De voormalige smidse aan de Oude Provincialeweg.

Monumentale gebouwen[bewerken]

  • Sint-Severinuskerk is een neo-romaanse kerk uit 1923 die ontworpen is door Joseph Franssen. De kerk heeft een miniem torentje op het dak. Voor de kerk bevindt zich een bronzen afbeelding van de heilige, ontworpen door H.C. 't Jong uit Dordrecht.
  • Korenmolen, een windmolen uit 1896 aan de rand van de bebouwde kom.
  • Mariakapel aan de Ganzestraat, uit 1954, gebouwd vanwege de behouden terugkeer van de soldaten die tegen de onafhankelijkheidsstrijders in Indonesië moesten vechten. Eén van hen is er gesneuveld, waaraan een gedenkteken herinnert. Het Mariabeeld is geplaatst in 1996 en is afkomstig van de voormalige Mariaschool. De kapel bevat aan de buitenkant enkele merkwaardige kapitelen waarop episoden uit het leven van Maria zijn afgebeeld. Ook heeft ze een smeedijzeren ingangshek.
  • Belhuis, de voormalige pastorie, die gelegen is aan de Kerkstraat naast het huidige kerkhof. Het gebouw stamt uit het jaar 1883. In de loop der jaren is het gebouw meerdere malen gerenoveerd om aan de hedendaagse woonwensen te voldoen, de authentieke stijlelementen zijn behouden gebleven.
  • Oude Jongensschool, een gemeentelijk monument dat gelegen is aan de markt in Hapert. Het gebouw stamt uit het jaar 1936 en heeft in zijn beginjaren dienstgedaan als jongensschool, gemengde school en later als openbare bibliotheek. Inmiddels is er een restaurant/wijnbar in gevestigd.
  • Voormalige Smidse aan de Oude Provincialeweg is een oude smederij die afkomstig is uit het jaar 1905. Het bij behorende woonhuis valt overigens niet onder de Monumentenwet en het bedrijfsgedeelte is inmiddels een hobbyruimte. Smederijen in deze vorm en staat zijn zeldzaam.
  • Huidige Pastorie is gebouwd in 1926, vier jaar na de bouw van de Sint-Severinuskerk.
  • Villa Oude Provincialeweg 48, het huis is in 1937 gebouwd in opdracht van de Hapertse sigarenfabrikant P.C. Claassen. De villa is nog in originele staat.
  • Tramstation, is gelegen aan de Oude Provincialeweg op de huisnummers 83-85. Het bouwjaar is rond het jaar 1900 enkele jaren na de aanleg van de tramrails. Op de voorgevel van het gebouw staat de tekst; TRAMSTATION.HAPERT.CAFE.DE.ZWAAN.EN.STALLING

Beeld en kunstwerken[bewerken]

  • De Haopertse Gaoper, een bronzen beeldje van Nic van Leest, geplaatst in 1978. Het is een man met stok die aan de kant staat en filosofeert over wat er zoal aan hem voorbij trekt. Het standbeeld verwijst naar zowel de inwoners van Hapert als hun bijnaam.
  • Kuuskesrijer, een bronzen beeld van Willem Mignot, uit 1971. Het is een vrolijke accordeonspeler gezeten op een varken en verwijst naar de vrolijkheid die vroeger heerste als de varkens van stal werden verwisseld.
  • Zo ’t klokje thuis tikt is een bronzen beeldje van Pierre van Leest dat voor de voormalige Openbare Bibliotheek (oude jongensschool) staat en een vrouw uitbeeldt die een boek leest.
  • Kinderkopjes Maar Dan Anders, een kunstwerk van Aurelia van den Burght, geplaatst in 2002. Het kunstwerk symboliseert de oude tramrails die door Hapert liep. Deze rails was onderdeel van de tramlijn Eindhoven - Reusel. De verbinding werd in 1897 voor het eerst in gebruik genomen. In 1937 werd er definitief geen gebruik meer gemaakt van de rails.

Overige[bewerken]

  • De Muziekkiosk, bevindt zich op het binnenplaatsje van de straat Alexanderhof. Aan deze binnenplaats is ook gemeenschapshuis Den Tref gelegen, die regelmatig gebruik maakt van de kiosk. Ook wordt de kiosk in gebruik genomen tijdens evenementen in het dorp.
  • Dorpspark Hapert, is een openbaar park gelegen in het centrum van Hapert. Een gedeelte van het park is omringt door een ijzer hekwerk, waar verschillende diersoorten rond lopen. Ook is er een groot gedeelte van het hekwerk weggelaten om hier een vijver voor aan te leggen. Dit staat bekend als Ût Dierenwaaike en is zo gemaakt dat bezoekers bij de dieren betrokken raken.

Nabijgelegen kernen[bewerken]

   Aangrenzende kernen   
    Casteren / Hoogeloon    
 Bladel  Brosen windrose nl.svg  Duizel 
    Dalem   Eersel 

Economie[bewerken]

De hoofdontsluiting van industrieterrein Hapert aan de N284

Industriële ommekeer[bewerken]

Tot eind 19e eeuw was Hapert een dorp dat beschouwd werd als achtergebleven gebied. De ommekeer begon op het moment dat duidelijk werd dat er veel behoefte was aan dennenhout in Limburg. Het provinciebestuur besloot om de uitgestrekte heidevelden te gaan bebossen met dennenbossen als leverancier van het benodigde hout voor de mijnbouw. Al snel werd er een tramlijn aangelegd van Reusel naar Eindhoven om onder andere de nodige goederen te transporteren, maar ook werd de tram gebruikt als openbaar vervoer. Mede dankzij deze ontwikkelingen kwam de sigarenindustrie snel opgang.

Sigarenindustrie[bewerken]

Naast Eindhoven en vele andere Kempische dorpen was ook Hapert een plaats waar het produceren van sigaren veel plaats vond. Dit gebeurde zowel in de vorm van huisnijverheid als in fabrieken. Enkele bekende sigarenfabrikanten die in het dorp gevestigt zaten waren gebr. De Graaf, sigarenfabriek Kerssemakers, sigarenfabriek J. Hermans en gebr. Claassen. Hiervan zijn de laatste twee het meest succesvol. De grootste en bekendste van deze fabrikanten was Claassen en was tevens het eerste bedrijf wat zich in Hapert wist te vestigen (1885). De sigarenfabriek van de gebroeders Claassen verdwijnt uiteindelijk uit Hapert en fuseert in de jaren 50 met sigarenfabriek Cadena uit Reusel tot sigarenfabriek Cadena Claassen. Dit bedrijf wordt uiteindelijk in juli 1996 verkocht aan het Britse Imperial Tobacco. Het kleine familiebedrijf van Hermans vertrok al eerder uit hapert en verhuisd naar een grotere locatie in Bladel. Hier werd zijn sigarenmerk verkocht onder de naam Graaf Tilly tot eind jaren 80 van de 20e eeuw. Daarna werd het overgenomen door Hofnar uit Valkenswaard.

Inmiddels is ATD machinery B.V. het enige bedrijf in Hapert die nog actief is in de sigarenbranche. Het bedrijf wordt gezien als 's werelds grootste ontwikkelaar en bouwer van sigarenproductiemachines. Het bedrijf is in de jaren 70 ontstaan als de Agio Technische Dienst en was een onderdeel van sigarenfabriek Agio Cigars uit Duizel. Ruim 40 jaar na haar ontstaan verhuisd het bedrijf in 2014 naar de Smaragdweg in Hapert om hier geheel zelfstandig verder te gaan.

Industrieterrein Hapert[bewerken]

Uiteraard ontwikkelde zich nieuwe industriële activiteiten te Hapert, waarvan de bedrijven van de VDL Groep een belangrijk deel uitmaken. In 1962 werd door oprichter Pieter van der Leegte besloten om van Eindhoven naar Hapert te verhuizen. Dit gebeurde nadat er een grote order binnen kwam voor Honda-kettingkasten. Mede dankzij deze verhuizing van het Eindhovense bedrijf ontstond er langzamerhand het industrieterrein Hapert. Het terrein bevindt zich ten Noordoosten van de kern en is aangelegd in de jaren 60 van de vorige eeuw met een netto oppervlakte van ca. 500.000 m². De N284 zorgt voor een afscheiding tussen het dorp en het terrein. De bestemming bestaat inmiddels uit plaatsgebonden industriële en groothandelsbedrijven. Het bedrijventerrein bevat een aantal grotere bedrijven en wordt tegenwoordig voor een groot deel gedomineerd door het VDL-concern.

Kempisch Bedrijvenpark[bewerken]

In 1998 is, door de vier Kempische gemeentes Bladel, Reusel-De Mierden, Eersel en Bergeijk, besloten een onderzoek te laten doen naar het nut en de noodzaak van een nieuw bedrijventerrein. Bestaande terreinen hadden onvoldoende capaciteit om aan de vraag van bedrijven te kunnen voldoen. Het onderzoek wees uit dat voor de korte, maar zeker ook voor de langere termijn er een grote behoefte was. Er werd gekozen voor één nieuw bedrijventerrein. Dat was beter voor natuur en landschap dan in elke gemeenten nieuwe terreinen aan te leggen. In april 2000 werd door de raad van Bladel besloten dat het Kempisch Bedrijvenpark (KBP) in Hapert-Zuid zou komen. Daar werd wel een aanvullende voorwaarde aan gekoppeld, er zou een aansluiting moeten komen op de A67.

In 2011 is het gebied in Hapert-Zuid, met een oppervlakte van 1,7 km², gereedgemaakt voor de bouw van bedrijven en was het mogelijk om kavels te kopen vanaf minimaal 5000 m². Ook werd de N284 omgelegd zodat deze via het nieuwe industrieterrein aansluiting vond aan de nieuwe op- en afrit. Door de aansluiting op de A67 bij de nabijgelegen Belgische grens vormt het KBP de poort van Brainport Eindhoven en is er een uitstekende verbinding met Internationale industriële en logistieke centra zoals Antwerpen, Venlo, het Ruhrgebied en het nabijgelegen Eindhoven. Ten noorden van het KBP is een woonbos aangelegd om een een afscheiding tussen de kern en het industrieterrein te creëren.

Trivia[bewerken]

  • Tijdens Carnaval heet het dorp Pintewippersrijk.
  • Het dorp behoort niet tot de acht dorpen van de Acht zaligheden, toch worden Hapert en Casteren als tussenliggende dorpen, volgens de Hollandse militairen die hier tijdens de Belgische revolutie (1830) gelegerd waren, gezien als bijbehorend gebied.
  • In 1993 viel in Hapert een dodelijk slachtoffer door een bungeejumpsprong. Het was het eerste dodelijke slachtoffer met bungeejumpen in Nederland. Dit gebeurde tijdens een voorstelling op de Boerenmert.

Natuur en landschap[bewerken]

De omgeving van Hapert is voor een deel verstedelijkt door bedrijventerreinen en drukke wegen, ondanks dat is het gebied toch rijk aan natuur en landbouwgebieden.

Bosgebieden[bewerken]

Bosgebied De Pan met de Cartierheide en Hapertse Heide gezien vanuit de lucht

Het natuurgebied van Hapert behoort tot de Boswachterij De Kempen. Zo behoort het bosgebied De Pan, dat zich ten zuiden van Hapert bevindt, tot één van de grotere bospercelen. In dit gebied zijn ook de natuurgebieden Cartierheide en Hapertse Heide te vinden. Deze twee gebieden worden van elkaar gescheiden door een restant van de oude Bredasebaan, beter bekend als de landweg van Luik naar Breda.

Ten westen van deze natuurgebieden bevindt zich het landgoed Pals. Dit landgoed grenst aan het grondgebied van Bladel. Dit gebied staat ook bekend om een neergestorte Lancaster III bommenwerper waarbij vier bemanningsleden omkwamen. Dit gebeurde op 19 september 1944 tijdens de Operatie Market Garden. Er is nooit een gedenkplaats of monument voor geplaatst.

Ten noorden van deze natuurgebieden, nabij het gehucht Dalem, bevindt zich een klein bosperceel wat rijk is aan kleine vennen. Het perceel wordt in de volksmond ook wel De Schouwberg genoemd. Ook is er sinds 1970 bungalowpark Het Vennenbos geopent, wat inmiddels onderdeel is van Landal GreenParks. Het park heeft verschillende faciliteiten, waarbij de horeca is geconcentreerd op de Parc Plaza. Er zijn verscheidene sportfaciliteiten en het park beschikt over een subtropisch zwemparadijs.

Diverse wandel- en fietsroutes doen deze gebieden aan en zijn zowel verhard als onverhard. Ook is Hapert en zijn omgeving opgenomen in het wandelroutenetwerk en fietsroutenetwerk.

Rivieren en stroompjes[bewerken]

Vanuit het zuidwesten van Hapert stroomt het Dalems Stroompje. Het stroompje ontspringt vanaf de Cartierheide en stroomt richting het noorden. Ter hoogte van het dorp komt het samen met het riviertje Aa of Goorloop waarna beide riviertjes hun loop voort zetten als de Grote Beerze.

De Grote Beerze ligt ten westen van Hapert en is tevens de grens tussen Hapert en Bladel. Ten noorden van Hapert bevindt zich een rioolwaterzuivering die uiteindelijk via Waterpark De Dommel het water nazuivert om vervolgens in de Grote Beerze te stromen. Dit park bestaat uit rietvelden en moerasbossen en is toegankelijk voor wandelaars.

In het verstedelijkt gebied van het dorp ontspringt het riviertje Wagenbroeks Loopje. Deze loopt via Lemel richting Casteren en vind zijn weg uiteindelijk in de Grote Beerze.

Geboren in Hapert[bewerken]

Overleden[bewerken]

Buurtschappen[bewerken]

Zie ook[bewerken]