Acht Zaligheden (Noord-Brabant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Acht zaligheden (Brabant))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het monument de Stenen der Zaligheden bij de Grote Cirkel in Reusel, deze bestaat uit een geografische formatie van natuurstenen, die de Acht Zaligheden op schaal weergeeft.
Het Streekmuseum De Acht Zaligheden te Eersel, die gehuisvest is in een typisch Kempische langgevelboerderij.
De Contente mens (tevreden man), een beeldje op de markt van Eersel. Het staat symbool voor de Kempenaar, die ondanks de armoede een "zalig" leven wist te leidden.

Acht Zaligheden is de benaming voor een achttal dorpen in de Nederlandse Kempen. Het betreft de dorpen Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel, Steensel en Wintelre. De naam Zaligheden, wat van oudsher een spotnaam was, werd door de jaren heen een geuzennaam die ook door horeca en toerisme werd ontdekt. Daarnaast is de bijnaam een toespeling op de acht zaligsprekingen van de Bergrede, en verwijst het naar het -sel waarop de naam van deze dorpen eindigt. Hoewel de dorpen Duizel en Wintelre niet op -sel eindigen, worden ze taalkundig gezien alsnog bij de Acht Zaligheden gerekend. Zo werd Duizel van oudsher geschreven als Duysel, en wordt Wintelre in de volksmond Wèntersel genoemd, hierdoor is het dorp regelmatig terug te vinden onder de naam Wintersel.[1]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De oudste vermelding van de benaming Acht Zaligheden dateert uit 1845, zes jaar na de Belgische opstand, uit een publicatie van dr. C.R. Hermans, ook wel bekend als de medeoprichter van het eerbiedwaardige Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant.[2] Er is niet met zekerheid te zeggen wie verantwoordelijk is voor de naamgeving, en wanneer deze tot stand is gekomen. Hoogstwaarschijnlijk is de naam Acht Zaligheden ontstaan tussen 1803 en 1845, aangezien dominee S. Hanewinkel in de jaren 1798 en 1799 in de streek rondtrok en in zijn publicatie van 1803, waarin meerdere bladzijdes gespendeerd werden aan de in de Meierij gelegen -sel dorpen, de term Acht Zaligheden geen enkele keer vermeld.[3]

Belgische Revolutie[bewerken | brontekst bewerken]

De prins van Oranje voert het Nederlandse leger aan in de Slag bij Ravels op 3 augustus 1831, tijdens de Tiendaagse Veldtocht.

De meest voor de handliggende theorie is dat de naam van de Acht Zaligheden is ontstaan tijdens de Belgische Opstand (1830-1839). Deze theorie werd ondersteund door een publicatie uit 1868 van W.J.D van Iterson, die schrijft dat de naam van deze acht dorpen werd omgedoopt tot Acht Zaligheden in de periode dat de Nederlandse soldaten in de streek waren ingekwartierd.[4]

Situatie in de Kempen[bewerken | brontekst bewerken]

In 1830 begon de Belgische opstand met als gevolg dat er in de Brabantse Kempen veel soldaten, die onder andere bestond uit schutterijen, studentencompagnieën en huzaren, werden ingekwartierd van boven de rivieren. Ook tijdens de Tiendaagse Veldtocht, die begon op 2 augustus 1831, bivakeerde en trokken al vele soldaten in en door de grensstreek. De daaropvolgende status quo zorgde er voor dat aan de grensgebieden van Noord-Brabant, waaronder ook de kempen, tot 1839 vele soldaten werden ingekwartierd bij de boerenbevolking uit de Kempen.[5][6]

Verstandhouding tussen soldaten en bevolking[bewerken | brontekst bewerken]

Deze soldaten bestonden voornamelijk uit protestantse mannen, waarvan enkele ook vermogend of geschoold waren en uit gebieden kwamen waar beduidend meer welvaart was. De Kempen daarentegen werd destijds beschouwd als achtergebleven gebied en was een van de meest armoedige regio's van het land. Zo bestond er weinig tot geen industrie en de boeren leidden er, door de onvruchtbare grond, een zwaar en armoedig leven. De verstandhouding tussen de soldaten en de rooms-katholieke bewoners van de Kempen was dan ook verre van goed. De angst voor onlusten was groot, en markten en kermissen werden verboden. Ook processies mochten alleen plaatsvinden bij de kerk zelf. Daarnaast preekten de pastoors over de verderfelijke invloed van de soldaten. In de periode 1830-1839 ontstond er dan ook een piek aan onwettige kinderen in de grensstreek.[7] Tot de jaren vijftig van de 20e eeuw herrinerde de Eerselse voddeguld nog aan een traditie, welke bestond uit een optocht en het begraven van de Voddejanus, een pop van vodden en stro die symbool stond voor de ingekwartierde soldaat, die herrinerde aan de slechte verstandhouding tussen beide partijen.[6]

De ingekwartierde soldaten als mogelijke naamgevers[bewerken | brontekst bewerken]

De Acht Zaligheden zouden hun bijnaam te danken kunnen hebben aan deze Nederlandse soldaten, die regelmatig klaagden in hun dagboeken en brieven over de in hun ogen slechte omstandigheden waarin ze moesten leven, en die op hun beurt de streek als armzaligheid bespotten. Deze soldaten ontdekten al snel dat van acht dorpen in deze arme streek de plaatsnaam eindigde op -sel, herleid van het Frankische woord -sala, wat woning betekend. Deze dorpen, die door de soldaten ook wel kleinerend en kwetsend Salig-, Sellig-, of Seligheden genoemd werden, werden toen mogelijk smalend omgezet in Acht Zaligheden. Dorpen waarvan de inwoners, in hun onwetendheid van de welvaart elders, dachten dat zij een zalig leven leidden.[8][7] Vier van deze Zaligheden liggen dan ook aan de oude route naar België, die ten tijde van de opstand fungeerde als belangrijke militaire route. De route doorkruisten op chronologische volgorde de dorpen Steensel, Eersel, Duizel, Hapert, Bladel en Reusel. De vier overige Zaligheden, Knegsel, Wintelre, Netersel en Hulsel, liggen net iets ten noorden van deze route.[5]

De katholieke term Zaligheden[bewerken | brontekst bewerken]

De term Seligheden werd spottend gebruikt door de Nederlandse soldaten, maar de term Acht Zaligheden is van katholieke herkomst, waardoor de mogelijkheid bestaat dat deze naam al voor of tijdens de Belgische Opstand werd gebruikt door de lokale katholieke bevolking .

Vergelijkbare termen[bewerken | brontekst bewerken]

Zo kwam de term Acht Zaligheden in zowel Vlaanderen als Noord-Brabant al vaker voor, en zijn er meerdere vergelijkbare Bijbelse begrippen die gebruikt werden voor dorpen of woningen die als tamelijk armoedig beschouwd werden en aaneengesloten lagen van elkaar. Enkele voorkomende voorbeelden hiervan zijn: De Twaalf Apostelen, De Tien Geboden, De Tien Deugden, De Zeven Heerlijkheden, De Vier Uitersten, De Drie Koningen en De Drie Goddelijke Deugden. Opmerkelijk is te noemen dat begrippen als deze alleen voorkwamen in gebieden en plaatsen waar de bevolking voornamelijk rooms-katholiek was. Zo lijkt het een typisch katholiek gebruik om termen als deze toe te passen op plaatsen en woningen met de nodige armoede.

De katholieke bevolking als mogelijke naamgevers[bewerken | brontekst bewerken]

Aangezien de ingekwartierde soldaten voornamelijk protestants waren bestaat de kans dat zij niet de bedenkers zijn van het begrip Zaligheden, een term die vrijwel onbekend was onder de protestanten, aangezien deze de term Zaligsprekingen hanteren. Mogelijk is de naam Acht Zaligheden een katholieke verbastering van Seligheden, of zijn bespottingen als armzaligheden en Seligheden van de mogelijk toen al bestaande term Zaligheden afgeleid. Wel kan gesteld worden dat deze ingekwartierde soldaten, door het schrijven van spottende teksten in brieven en dagboeken, minimaal verantwoordelijk waren voor het verwerven van landelijke bekendheid over deze toen zeer armzalige streek.[7][5]

Discussie omtrent achtste Zaligheid[bewerken | brontekst bewerken]

De Bladelse kei op zijn nieuwe locatie naast de N284 in Reusel, de verbindingsweg tussen Bladel en Reusel, met de spottende tekst: Rust, wat een Zaligheid.

De meningen verschillen als het gaat over welke dorpen nu daadwerkelijk gerekend kunnen worden tot dit selecte gezelschap. Over de zeven dorpen Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel en Steensel bestaat geen enkele twijfel, maar de strijd om de achtste plek gaat al decennia lang tussen Wintelre en Bladel. Er zijn meerdere feiten en theorieën die zowel in het voordeel van Wintelre als die van Bladel spreken. Na de definitieve keuze voor Wintelre als achtste Zaligheid, werd Bladel door haar inwoners ook wel de Negende Zaligheid genoemd.[9][10]

Bladel als lid van de Acht Zaligheden (1845-1930)[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf het ontstaan van de Acht Zaligheden tot eind 19e eeuw werd Bladel, volgens meerdere publicaties, zonder enige twijfel beschouwd als een van de Acht Zaligheden. Pas in 1890 is er een teken van twijfel terug te vinden in de publicatie van T.I. Welvaarts. De archivaris van de Abdij van Postel schrijft in zijn voorrede dat er door sommige twijfel is ontstaan of Bladel wel bij de Zaligheden hoort, aangezien deze niet eindigt op -sel. Integenstelling daarvan beschrijft de prior het dorp Bladel als een van de voornaamste der Acht Zaligheden.[11] Ruim daarvoor, in 1845, schreef dr. C.R. Hermans al dat Bladel naast Eersel de hoofdplaats der Acht Zaligheden is.[2] Ook Elf jaar later in 1856 bracht politicus F.J.E. van Zinnicq Bergmann een publicatie uit waarin hij een volle bladzijde spendeerde aan de herkomst van het Frankische woord sala, en noemde bij de daarvan afgeleide -sel dorpen ook Bladel, met als reden dat de plaatsnaam gebaseerd is op Pladella Villa.[12] Ook streekkenner en archeoloog P.N. Panken spreekt, in zijn publicatie van na 1883, over Bladel als lid van de Acht Zaligheden. Daarnaast gaven, de uit Bladel afkomstige broers, J.R Snieders en A. Snieders aan zich Kempische zonen van de Acht Zaligheden te voelen.[5] Na de eeuwwisseling komt de naam van Bladel ook weer boven drijven. Dit keer in een publicatie uit 1930 van J. Cornelissen over spot- en bijnamen, en werd Bladel, naast dat ze Zwetsers genoemd werden, ook hier weer tot de Acht Zaligheden gerekend.[13] In 1890 werd Wintelre nog niet genoemd als een mogelijk lid van de Acht Zaligheden. Wel werd Bladel in een publicatie van J. Persyn uit 1925 beschreven als dat lastige lid van de Acht Zaligheden, dat niet wil uitgaan op -sel, wat doet vermoeden dat er tussen 1890 en 1925 al twijfel en ongenoegen bestond over Bladel als lid van de Acht Zaligheden.[14]

Het omslagpunt (1949-1975)[bewerken | brontekst bewerken]

Kort voor de Tweede Wereldoorlog begon Wintelre, nadat de naam steeds vaker viel als Zaligheid, zich te mengen in de strijd als achtste Zaligheid. De definitieve ommekeer ontstond na een publicatie uit 1949 van politicus en historicus dr. H.J.J. van Velthoven. In zijn boek werd Wintelre tot volwaardig lid van de Acht Zaligheden gerekend, waardoor Bladel buiten de boot viel.[1] De theorie die Van Velthoven er op los liet, gebaseerd op de naam Wintersel en de bijnaam Selligheden, werd gezien als de totstandkoming van de Acht Zaligheden zoals deze vandaag de dag nog altijd bekend staat. Op deze manier werd het ongemak van het niet op -sel uitgaande Bladel weggewerkt. Klaarblijkelijk hadden niet veel mensen hier moeite mee, aangezien de daar op volgende publicaties bijna allemaal in het voordeel van Wintelre spraken. Een enkeling deed nog een poging om het onrecht wat Bladel zou zijn aangedaan recht te zetten. Zo schreef in 1958 dialectkenner A.P. de Bont in het vocabularium van zijn boek dat er feitelijk maar zeven dorpen zijn die op -sel eindigen, maar beschrijft in plaats van Wintelre toch Bladel als achtste Zaligheid.[15] In een latere publicatie beweerd de dialectkenner dat Kempenaren het niet eens kunnen zijn met deze Wintersel interpretatie, en ook in 1971 bracht de heem- en taalkundige H.M.C.A Mandos nog een gezaghebbende publicatie uit waarin Bladel als een van de acht werd beschouwd.[5] Op dat moment was het pleit definitief in het voordeel van Wintelre beslecht, en ook in Bladel zelf ontstond verwarring. Dit was in 1975 goed terug te zien in een publicatie over de geschiedenis van Bladel en Netersel van onder andere F. Verachtert, die met hun titel indirect verantwoordelijk werden gehouden voor de bijnaam Negende Zaligheid.[10]

De dorpsrel (2001-2003)[bewerken | brontekst bewerken]

De discussie over de achtste Zaligheid werd weer opgerakeld in 2001, nadat de heemkundekring van Reusel op de nabij gelegen Peelse Heide het monument de Stenen der Zaligheden aanlegde, een formatie van natuurstenen die de Acht Zaligheden verbeelden. De overige Kempendorpen, waaronder ook het naburige Bladel, werden weergegeven met kleine platte stenen. Het gevolg hiervan was dat er in mei 2003 door onbekende een negende steen werd geplaatst op de plek van Bladel, die vele malen groter was dan de rest van de stenen en ommenabij 1500kg woog. Naast de steen werd er ook een bordje geplaatst met de tekst: Bladel ziel der zaligheden, en werden de zes bronnen (1845-1958) weergegeven op een informatiebord. Het leidde tot een ware dorpsrel tussen Reusel en Bladel. Er werden meerdere ludieke teksten ingezonden naar lokale bladen en er volgde een aantal tegenacties. Volgens de heemkundige kringen binnen de Kempen is Bladel als achtste Zaligheid een misverstand en lijkt het vooral te zijn ingegeven door een te grote fixatie op de plaatsnaam en ligging op de militaire route, en zou het weinig te maken hebben met historische feiten. Ook op grond van het taalkundige kenmerk zou Bladel geen Zaligheid kunnen zijn, aangezien deze niet op -sel eindigt, ook niet in mondelinge varianten.  

Door de ludieke actie ontstond niet alleen in de regio zelf, maar ook ver daar buiten grote belangstelling omtrent de discussie over de achtste Zaligheid. Meerdere hoogleraren en historici hebben zich gebogen over de discussie, wat gezorgd heeft voor verdere verdeeldheid. Deze eeuwig durende discussie wordt tot op heden in de Kempen nog altijd gevoerd, in het bijzonder tussen Bladel en Reusel.[8][7]

Link met de Bijbel[bewerken | brontekst bewerken]

De Bergrede door Carl Bloch

De Acht Zaligheden is niet alleen een spottende verwijzing naar de armoede in de Kempen. Het is ook een verwijzing naar de Acht Zaligheden zoals deze zijn omschreven in de Bijbel. Daarin verteld de evangelist Matteüs aan Jezus van Nazareth dat hij op een zekere dag samen met zijn leerlingen op de top van een heuvel belandt. Vanaf die plek hield hij een rede, de zogenaamde Bergrede. Jezus somt op welke de acht Zaligsprekingen of Zaligheden zijn om zalig te worden. Het woord 'zalig' is in de loop der jaren vervangen voor het woord 'gelukkig'.

Verwijzing naar de dorpen[bewerken | brontekst bewerken]

De steen die Wintersel (Wintelre) weergeeft als de arme van geest bij het monument De Stenen der Zaligheden te Reusel.

De dorpen van de Acht Zaligheden hebben elk, in een verkorte variant, hun eigen Zaligheid toegewezen gekregen bij het monument van de Stenen der Zaligheden te Reusel.

Zaligspreking Plaats Bijnaam
1. Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Wintelre De arme van geest
2. Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden. Duizel De treurende
3. Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk beërven. Eersel De zachtmoedige
4. Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Hulsel De hongerige naar gerechtigheid
5. Zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden. Reusel De barmhartige
6. Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien. Steensel De zuivere van hart
7. Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. Knegsel De vreedzame
8. Zalig zijn zij die vervolgd worden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Netersel De vervolgde

Etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

Naast de historische naamsverklaring zou de term Zaligheden ook een verbastering kunnen zijn van het Oudnederlandse Sheligheden, wat verwijst naar het achtervoegsel -sel. Dat is dan weer afgeleid van het Latijnse "sele", op zijn beurt een verbastering van sala, wat woning of hoofdverblijf betekent.

Topografie[bewerken | brontekst bewerken]

Topografische weergave van de acht zaligheden.

De dorpen van de Acht Zaligheden bevinden zich in het zuiden van Noord-Brabant, in de streek de Kempen en zijn van zuid tot west omringd met de grens met België. De Acht Zaligheden bevinden zich ten zuidoosten van Tilburg, ten zuidwesten van Eindhoven, ten noorden van Lommel (B) en ten oosten van Turnhout (B), steden die relatief dicht bij de dorpen gelegen zijn. De acht dorpen zijn verspreid over de drie Kempengemeenten, Reusel-De Mierden (2), Bladel (1) en Eersel (5).

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 2010 bracht de zanger JW Roy, die zelf geboren is in Knegsel, een boek en een cd uit over de Acht Zaligheden (Acht Zaligheden/Ach, Zalig Man). Zes nummers werden geschreven door JW Roy zelf en de twee andere nummers door Gerard van Maasakkers en Guus Meeuwis. Naast het boek en de cd werden er ook voorstellingen gehouden. JW Roy, Karin Stroo en Frank Lammers trokken ermee langs de acht dorphuizen van de Acht Zaligheden. De eerste acht shows waren meteen uitverkocht.[8]
  • Op de markt in Eersel bestond lange tijd het restaurant Acht Zaligheden, waarvan de naam sinds 1956 gebruikt werd en tussen 1983 en 1995 in het bezit was van een michelinster. Ook kent het dorp sinds 1980 een nog altijd bestaand en gelijknamig streekmuseum.
  • De in de Antwerpse Kempen gelegen dorpen Weelde, Poppel en Ravels, die samen bekend staan als de Drie Goddelijke Deugden, werden, gezien de nabijheid, als de tegenhanger van de Acht zaligheden beschouwd.[13]
  • Het dorp Steensel werd vaak gezien als de armzaligste van heel de regio, aangezien op deze plek de grond het minst vruchtbaar bleek te zijn, werd er aangenomen dat er nog geen pier in deze schrale zandgrond zou kunnen overleven. Ook bestaat er een legende over een pier die per toeval in Steensel terechtkwam en door de bevolking aan de ketting werd gelegd. Steenselnaren worden in de volksmond ook wel pieren genoemd.[9]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]