Acht Zaligheden (Noord-Brabant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Acht zaligheden (Brabant))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een suikerzakje van het voormalige en tevens gelijknamige restaurant De Acht Zaligheden afkomstig uit de jaren 70 van de 20e eeuw, met daarop een schematische weergaven van de Acht Zaligheden.

Acht Zaligheden (oorspronkelijk: Selligheden)[1] is de van oorsprong schertsende benaming voor een achttal van oudsher armoedige dorpen, die alle uitgaan op -sel en gelegen zijn in de Nederlandse Kempen, ten zuidwesten van Eindhoven. Het betreft de dorpen Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel, Steensel en Wintelre. Hoewel de dorpen Duizel en Wintelre niet op -sel eindigen, worden ze taalkundig gezien alsnog bij de Acht Zaligheden gerekend. Zo werd Duizel van oudsher geschreven als Duijsel, en wordt Wintelre in de volksmond Wijntersel genoemd. Hierdoor is het dorp regelmatig terug te vinden onder de naam Wintersel.[2][3][4]

Naamgeving[bewerken | brontekst bewerken]

De Acht Zaligheden zouden zijn ontstaan tijdens de Belgische Opstand (1830-1839) door toedoen van het ingekwartierde Nederlandse leger dat voornamelijk afkomstig was van boven de rivieren. De oudste vermelding van de benaming Acht Zaligheden dateert dan ook uit 1841, twee jaar na de Belgische opstand, van de hand van dr. C.R. Hermans.[5] Vanaf de omwenteling in 1830 tot de Tiendaagse Veldtocht (1831) verbleven en trokken al grote hoeveelheden militairen, die onder andere bestonden uit schutterijen, studentencompagnieën en huzaren, in en door de Kempen. Ook de daarop volgende status quo, die tot 1839 bleef aanhouden, werden er militairen ingekwartierd bij de lokale boerenbevolking in de grensstreek.[6] Deze soldaten bestonden voornamelijk uit protestantse mannen, waarvan enkele ook vermogend of geschoold waren en uit gebieden kwamen waar beduidend meer welvaart was. De Kempen daarentegen werd in de 19e eeuw beschouwd als achtergebleven en geïsoleerd gebied en was een van de armoedigste regio's van het land. Zo bestond er weinig tot geen industrie en de overwegend rooms-katholieke bevolking, die voornamelijk bestond uit keuterboeren, leidde er door de onvruchtbare en schrale grond een zwaar en armoedig leven.[7] Voornamelijk vanwege het grote contrast tussen beide partijen, werd deze grensstreek door het Nederlandse leger spottend Acht Zaligheden genoemd.[8][9]

De Vrijwillige Jagers der Leijdsche Hoogeschool tijdens hun verblijf in de Acht Zaligheden op de Eerselse Heide, gedurende de opmars van de Tiendaagse Veldtocht op 2 augustus 1831.

Armzalige zandgrond[bewerken | brontekst bewerken]

Er is niet met zekerheid te zeggen wie van deze militairen verantwoordelijk is of zijn voor de naamgeving en hoe deze exact tot stand is gekomen. Een van de eersten, zo niet de eerste, die scheef over het ontstaan van de Acht Zaligheden was W.J.D. van Iterson in 1868. Volgens de landbouwkundige zou de naam Acht Zaligheden, in de periode dat de Nederlandse soldaten waren gelegerd in de grensstreek, ontstaan zijn ten gevolge van de arme Kempische zandgrond.[9] Ook C.R. Hermans verwees in zijn publicaties van 1841 en 1845 nadrukkelijk naar deze onvruchtbare en schrale grond, en benadrukt dit bewust door in zijn tweede publicatie deze zandgrond armzalige grond te noemen, en lijkt hiermee te suggereren dat deze term toendertijd smalend omgezet werd naar Zaligheden.[10] De verwijzing naar het woord armzalig valt ook in 1872 bij F.C. Donders, die zelf tot de jaren dertig van de 19e eeuw zijn jeugd heeft doorgebracht in de Acht Zaligheden, en noemde de daarbijbehorende plaatsen de armzaligste heidorpen op de zuidelijke grenzen van Noord-Brabant.[11]

Sel-, Selig- of Selligheden als oorspronkelijke benaming[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens meerdere publicaties zou de spotnaam voor deze streek haar oorsprong vinden in de meertalige woordspeling Selligheden, wat zowel verwijst naar het achtervoegsel -sel als de verbastering Zaligheden. De naam Selligheden werd, voor zover bekend, voor het eerst benoemd in 1855 door dr. N.B. Donkersloot die zelf in 1831 had deelgenomen aan de Tiendaagse veldtocht.[1] Hoe deze mogelijke woordspeling tot stand gekomen zou moeten zijn en op welke taal deze gebaseerd is, is echter nooit vermeld. Armzalig daarentegen is afgeleid van het Duitse armselig en zou een logische verklaring kunnen zijn. Ook het woord zalig, dat overigens een geheel andere etymologie heeft, wordt in het Duits als selig geschreven.[12] Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de naamgever afkomstig zou kunnen zijn uit Friesland, aangezien er voor een groot gedeelte ook Friezen in het gebied ingekwartierd waren. In het Oudfries werd er gesproken en geschreven over selich, waarmee zalig bedoeld werd. Ook zou de naamgeving afgeleid kunnen zijn van het Oudnederlandse Salig, waar verwezen zou kunnen worden naar -sala of -sali, waarvan -sel een verbastering is.[13] Naast Donkersloot sprak ook de in Duizel geboren archeoloog en kenner van de streek P.N. Panken over de Selligheden-etymologie in zijn publicatie van na 1883. Hier valt uit op te maken dat deze man zich op oudere leeftijd nog bijzonder sterk gekwetst voelt door het kwetsende karakter van de naamgeving.[14] Met de spottende term Zaligheden werd verwezen naar de sel-dorpen en hun omgeving, waarvan de inwoners, in hun onwetendheid van de welvaart elders, dachten dat zij een zalig leven leidden.[3][15]

Vergelijkbare, bijbelse en katholicistische woordspelingen[bewerken | brontekst bewerken]

De Prins van Oranje voert het Nederlandse leger aan, na een dag eerder de Drie Goddelijke Deugden te zijn binnengevallen bij Poppel, in de Slag bij Ravels op 3 augustus 1831.

Opmerkelijk is te noemen dat de huidige naam Acht Zaligheden, wat tevens een toespeling is op de Acht Zaligheden van de Bergrede, een term is die voornamelijk voorkomt binnen het katholicisme. Protestanten daarentegen spraken niet van Acht Zaligheden, maar van Acht Zaligsprekingen. Het heeft er dan ook alle schijn van dat, gezien de katholieke naamgeving, de naam Acht Zaligheden is voortgekomen uit de trots voor de afkomst en de trouw aan de rooms-katholieke kerk van de lokale bevolking die zich mogelijk heeft laten inspireren door de denigrerende naam Zaligheden (Sel-, Selig- of Selligheden).[3] Ook bleek het vanaf de 19e eeuw een katholiek fenomeen te zijn om bijbelse begrippen te gebruiken voor dorpen of woningen die als tamelijk armoedig beschouwd werden en aaneengesloten lagen van elkaar, aangezien dit fenomeen in de 19e eeuw voornamelijk voorkwam in het zuiden van de Nederlanden. Enkele voorkomende voorbeelden hiervan zijn: De Twaalf Apostelen, De Tien Geboden, De Tien Deugden, De Vier Uitersten en De Drie Koningen.[6] De in de Antwerpse Kempen gelegen dorpen Weelde, Poppel en Ravels, die samen bekend staan als De Drie Goddelijke Deugden, worden bijvoorbeeld beschouwd als de tegenhanger van de Acht Zaligheden, aangezien deze beide gebieden aan elkaar grenzen, kampen met dezelfde arme zandgrond en vermoedelijk rond dezelfde periode zijn ontstaan.[16][17]

Ook in overwegend en van oudsher katholieke plaatsen van boven de rivieren deed dit fenomeen zich meerdere malen voor en ook is de naam Acht Zaligheden meerdere malen gebruikt voor arbeidswoningen van boven de rivieren. Hierbij moet gedacht worden aan plaatsen als: Rotterdam, Dokkum, Bunnik en Lichtenvoorde, waardoor ook de soldaten mogelijk al bekend waren met vergelijkbare naamgevingen. Voor zover bekend zijn de Acht Zaligheden uit de Brabantse Kempen de oudste in zijn soort, waardoor het vermoeden bestaat dat deze dan ook als inspiratie diende voor de vele vergelijkbare naamgevingen die daarna volgden. In sommige gevallen worden de Acht Zaligheden ook wel eens in verband gebracht met de vele malen oudere en tevens aangrenzende plaatsen van De Zeven Heerlijkheden.[6]

Samenstelling[bewerken | brontekst bewerken]

Feitelijk gezien bestaan de Acht Zaligheden uit zeven dorpen die daadwerkelijk uitgaan op -sel. Over de dorpen Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel en Steensel bestaat dan ook geen enkele twijfel. Al sinds het ontstaan van de spotnaam verschillen de meningen als het gaat over welk dorp nu daadwerkelijk gerekend kan worden als achtste Zaligheid. Zo bestond er al onenigheid over de samenstelling van de Acht Zaligheden onder de Nederlandse soldaten die tijdens de Belgische opstand ingekwartierd waren in de streek. Door hen werden al eerder de tussenliggende dorpen Hapert en Hoogeloon genoemd als achtste lid en werd zelfs de gemeente Hooge en Lage Mierde, waar Hulsel tot 1996 onderdeel van was, genoemd als zevende Zaligheid.[18][19] Dat er al een paar eeuwen lang belangstelling bestaat omtrent de achtste Zaligheid, blijkt uit de vele publicaties die er verschenen zijn met betrekking tot dit onderwerp, waarin verschillende taalkundige, historici en hoogleraren zich gemengd hebben in de discussie en wat geleid heeft tot verdere verdeeldheid. Deze aanzienlijke meningsverschillen hebben voornamelijk betrekking op het van oorsprong toegerekende dorp Bladel en het taalkundig correcte Wintelre.

Het monument de Stenen der Zaligheden bij de Groote Cirkel in Reusel, waarbij Wintelre het achtste lid vormt.

Bladel als hoofdplaats der Acht Zaligheden[bewerken | brontekst bewerken]

Wat de oorspronkelijk samenstelling van de Acht Zaligheden moet zijn geweest is niet meer met zekerheid te achterhalen. Over het algemeen wordt Bladel gezien als de achtste en oorspronkelijke plaats, aangezien deze tijdens de 19e eeuw in bijna alle gevallen gerekend werd tot dit selecte gezelschap, en werd in meerdere publicaties zelfs bestempeld als de hoofdplaats der Acht Zaligheden.[10][20] Volgens A. Snieders zou Bladel al rond 1830 deze titel toegewezen hebben gekregen door de Nederlandse soldaten die destijds in de Kempen verbleven.[8] Naast Snieders zijn er legio voorbeelden van 19e eeuwse auteurs die zonder enige twijfel Bladel als volwaardig lid van de Acht Zaligheden beschreven. Enkele voorbeelden hiervan zijn: C.R Hermans, F.J.E. van Zinnicq Bergmann, A.J. van der Aa, J.R. Snieders en P.N Panken.[5][10][21][22] Het is niet geheel duidelijk waarom Bladel van oorsprong gerekend werd tot de Acht Zaligheden, aangezien deze niet op -sel eindigt, ook niet in mondelinge varianten. Zo kwam bijvoorbeeld Van Zinnicq Bergmann met de theorie dat de namen van de zeven omliggende sel-dorpen, mogelijk waren afgeleid van de ooit centraal gelegen Pladella Villa.[23] Het lijkt daarentegen vooral te zijn ingegeven door een grote fixatie op de plaatsnaam en de ligging van het dorp wegens het gebrek aan sel-dorpen, om zo de toespeling te kunnen maken naar de Acht Zaligheden uit de bijbel.

Twijfel en ongenoegen[bewerken | brontekst bewerken]

Ook T.I. Welvaarts was een van de vele 19e eeuwe auteurs die zonder twijfel van mening was dat Bladel de achtste zaligheid was. De archivaris van de Abdij van Postel benoemd in zijn publicatie van 1890 Bladel dan ook als een van de voornaamste der Acht Zaligheden. Echter werd in de voorrede van deze zelfde publicatie door de prior vermeld dat er door sommigen twijfel is ontstaan of Bladel wel bij de Zalig- of Seligheden hoort, aangezien de naam van dit dorp niet uitgaat op -sel. Voor zover bekend is dit de oudste vermelding waarbij een vorm van twijfel werd uitgesproken over Bladel als lid van de Acht Zaligheden.[24] In 1925 werd Bladel door de Vlaamse schrijver J. Persyn beschreven als dat lastige lid van de Acht Zaligheden, dat niet wil uitgaan op -sel, wat ook doet vermoeden dat er ongenoegen bestond over Bladel als Zaligheid.[25] Dat er in deze periode nadrukkelijk gezocht werd naar een oplossing bleek wel in 1929, toen Woensel als eerste officiële plaatsvervanger genoemd werd door Hendrik Blink.[26] Daarnaast was ook Woensel ooit onderdeel van het kwartier van Kempenland, net als de overige Zaligheden, op Hulsel na. Ook in toeristische tijdschriften als de Kampioen werd Woensel daarna bestempeld als het achtste dorp. Het dorp bleef dan ook tot halverwege de 20e eeuw een geduchte concurrent van Bladel.[27] Het in Eindhoven opgegaande dorp werd voor het eerst in 1910 in verband gebracht met de Acht Zaligheden als negende Zaligheid.[28]

Wintelre als corrigerende invaller[bewerken | brontekst bewerken]

Kort voor de Tweede Wereldoorlog begon ook het aan Knegsel grenzende Wintelre, nadat de naam steeds vaker viel als Zaligheid, zich te mengen in de strijd als achtste Zaligheid. De definitieve ommekeer ontstond na een publicatie uit 1949 van politicus en historicus dr. H.J.J. van Velthoven.[3] En verwijst onder andere naar de oorspronkelijke benaming Selligheden en de mondelinge variant Wintersel, een naam die al ruim voor de Belgische opstand door de Kempenaren en de overige Meierijenaren in gebruik was.[29] Op deze manier werd het ongemak van het niet op -sel uitgaande Bladel weggewerkt. De daar op volgende publicaties spraken bijna allemaal in het voordeel van Wintelre. Een enkeling deed nog een poging om het onrecht wat Bladel zou zijn aangedaan recht te zetten. Zo schreef in 1958 de Oerlese dialectkenner A.P. de Bont in het vocabularium van zijn boek dat er feitelijk maar zeven dorpen zijn die op -sel eindigen, maar beschrijft in plaats van Wintelre toch Bladel als achtste Zaligheid.[30] In een latere publicatie beweerd de dialectkenner dat Kempenaren het niet eens kunnen zijn met deze Wintersel interpretatie en doelt hierbij op een enquête uit 1952 van de Heemkundige Studiekring De Acht Zaligheden, waarbij destijds Bladel nog unaniem werd beschouwd als lid van de Acht Zaligheden.[7] Naast De Bont, die wel degelijk de variant Wijntersel erkend heeft, bracht ook in 1971 de heem- en taalkundige H.M.C.A Mandos nog een gezaghebbende publicatie uit waarin Bladel als een van de acht werd beschouwd.[31][6] Op dat moment was het pleit definitief in het voordeel van Wintelre beslecht, en ook in Bladel zelf ontstond verwarring. Dit was in 1975 goed terug te zien in een publicatie over de geschiedenis van Bladel en Netersel van onder andere F. Verachtert, die met hun titel indirect verantwoordelijk werden gehouden voor de bijnaam Negende Zaligheid, zoals het dorp werd genoemd door de eigen inwoners nadat Bladel officieel werd verstoten door Wintelre.[32]

Aanhoudende onenigheid in de 21e eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

De Bladelse kei op zijn nieuwe locatie naast de N284 in Reusel, de verbindingsweg tussen Bladel en Reusel, met de ironische tekst: Rust, wat een Zaligheid.

Rond de eeuwwisseling van de 20e naar de 21e eeuw ontstond langzaamaan steeds meer belangstelling voor de samenstelling van de Acht Zaligheden. Ook vele regionale bladen en kranten, zoals bijvoorbeeld het Eindhovens Dagblad, hebben de ophef rondom de achtste Zaligheid meerdere malen aangekaart.[7] Dat deze belangstelling niet beperkt is gebleven tot de regio en de provincie zelf, is terug te zien aan kwaliteitskranten als de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw die al eens aandacht hebben besteed aan de Acht Zaligheden en de totstandkoming van de huidige samenstelling.[33][15][34]

Deze belangstelling was grotendeels te danken aan de ophef rondom de, door de heemkundekring van Reusel geplaatste, Stenen der Zaligheden. Het op de Peelse Heide gelegen monument uit 2001 bestaat uit een formatie van natuurstenen die geheel geografisch en op schaal de Acht Zaligheden weergeeft, waarin Wintelre, in tegenstelling tot het aan Reusel grenzende Bladel, beschouwd wordt als de achtste Zaligheid. In mei 2003 verscheen als gevolg hiervan op mysterieuze wijze een negende steen, die vele male groter was dan de overige stenen, op de plaats waar Bladel gelegen zou moeten zijn. Het fenomeen trok veel publiciteit, die zowel binnen als buiten de grenzen van de Kempen niet onopgemerkt bleven. Het leidde tot een ware dorpsrel tussen Reusel en Bladel. Er werden meerdere ludieke teksten ingezonden naar lokale bladen en er volgde een aantal tegenacties. Ook werd nogmaals duidelijk dat de meningen sterk verdeeld waren onder de lokale bevolking.[7][34]

In 2010 kwam de discussie opnieuw ter sprake, nadat zanger JW Roy, die zelf geboren is in Knegsel, een boek en een cd uitbracht over de Acht Zaligheden (Acht Zaligheden/Ach, Zalig Man). Zes nummers werden geschreven door JW Roy zelf en de twee andere nummers door Gerard van Maasakkers en Guus Meeuwis. Naast het boek en de cd werden er ook voorstellingen gehouden. Onder andere JW Roy zelf, Frank Lammers en Roel Spanjers, trokken langs de acht dorpshuizen van de Acht Zaligheden, waarbij die van Bladel, tot ongenoegen van de Bladelnaren zelf, er niet een van was.[15]

Deze eeuwig durende discussie wordt gedurende de 21e eeuw in de Kempen nog altijd gevoerd, in het bijzonder tussen Bladel en Reusel.[7]

Eretitel[bewerken | brontekst bewerken]

De zogenaamde Acht Zaligheden was niet alleen een spotnaam voor de sel-dorpen, maar ook voor de armoede in de omliggende dorpen en de streek zelf, die van vroeger uit ook wel aangeduid werd als land der Acht Zaligheden, en globaal overeenkwam met het oude kwartier van Kempenland.[6]  In het tweede deel van de 20e eeuw groeide de streek, naarmate de welvaart groeide, langzamerhand uit tot een trekpleister, die ook door horeca en toerisme werd ontdekt. Door met name de toeristische sector werd de naam Acht Zaligheden aangegrepen als het symbool voor de streek. Zo werden de sel-dorpen afgeschilderd als pittoreske plaatsjes waar een gemoedelijke, tevreden en bourgondische levenstijl de boventoon voeren. Mede hierdoor werd de term Zaligheid omgezet naar een eretitel voor deze dorpen, waar in het verleden menig dorp van wilde mee profiteren.[34][33][35][36]

Onder andere door de bijzonder snelle ontwikkeling van de streek, die halverwege de 19e eeuw op gang kwam en waarbij de introductie van de kunstmest een grote rol speelde, werd de naam Acht Zaligheden door de lokale bevolking steeds meer beschouwd als een ambivalente geuzennaam. Vanaf toen konden de van nature uitgestrekte heidevelden grotendeels worden ontgonnen. Daarvoor werden deze intensief geplagd voor de bemesting van de akkers, en boeren lieten hun kuddes koeien en schapen de heidegrond bemesten om zo de vruchtbaarheid te verhogen. In 1897 trad de streek officieel uit haar isolatie, doordat de tramlijn Eindhoven - Reusel werd aangelegd, waardoor de industrie, die voornamelijk bestond uit de zeer bepalende sigarenindustrie, een enorme vooruitgang onderging.[37] Daarnaast is ook het huidige landschap bepalend voor de toeristische sector, aangezien door de late ontwikkelingen het landschap grotendeels agrarische gebleven is, en de landwegen relatief laat werden verhard, is de streek rijk aan monumentale langgevelboerderijen, maar ook zijn er, integenstelling tot het overgrote deel van Nederland en los van de centrumstraten, nog altijd landelijke kasseistroken gelegen in het gebied, voornamelijk rondom de zaligheden Hulsel en Netersel.[38]

Naast het ontginnen van de heidevelden, zijn er begin 20e eeuw ook vele heides bebost voor de productie van stuthout voor de mijnbouw in zowel Belgisch als Nederlands Limburg, waardoor verschillende bos- en heidegebieden behouden zijn gebleven. Ook het behoud van deze landschappen hebben een grote bijdrage geleverd aan de naam Acht Zaligheden als toeristisch uithangbord. Zo zijn er in de bosrijke gebieden van de Kempen en rondom zo'n beetje alle dorpen van de zaligheden grote aantallen aan grafheuvels terug te vinden, en zijn er in de omgeving vele recreatiegebieden onstaan, die onder andere ook zijn opgenomen in het wandel- en fietsroutenetwerk.[39][36]

De van vroeger uit armoedige Acht Zaligheden zijn begin 21e eeuw niet alleen afhankelijk van het toerisme en de agrarische sector. Het heeft over de eeuwen heen een ware industriële revolutie ondergaan en is dan ook een vast onderdeel van Brainport Regio Eindhoven. Zo werd de gemeente Bladel, waar Netersel ook onderdeel van uitmaakt, in 2014 gerekend tot de top tien sterkste economische gemeenten van Nederland.[40]

De Contente mens (tevreden man), een beeldje op de markt van Eersel. Het staat symbool voor de Kempenaar, die ondanks de armoede een "zalig" leven wist te leidden.

Topografie[bewerken | brontekst bewerken]

De dorpen van de Acht Zaligheden bevinden zich in het zuiden van Noord-Brabant, in de streek de Kempen en zijn van zuid tot west omringd door de grens met België. De Acht Zaligheden bevinden zich ten zuidoosten van Tilburg, ten zuidwesten van Eindhoven, ten noorden van Lommel (B) en ten oosten van Turnhout (B), steden die relatief dicht bij de dorpen gelegen zijn. De acht dorpen zijn verspreid over de drie Kempengemeenten, Reusel-De Mierden (2), Bladel (1) en Eersel (5).

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

Het Streekmuseum De Acht Zaligheden te Eersel, dat gehuisvest is in een typisch Kempische langgevelboerderij.
  • De naam Acht Zaligheden is om verschillende redenen terug te vinden in het dorp Eersel. Zo bestond lange tijd het restaurant Acht Zaligheden, waarvan de naam sinds 1956 gebruikt werd en dat tussen 1983 en 1995 in het bezit was van een Michelinster. Ook kent het dorp sinds 1980 een nog altijd bestaand en gelijknamig streekmuseum en is ook de heemkundekring van Eersel voorzien van deze naam.
  • Het dorp Steensel werd vaak gezien als de armzaligste van heel de regio. Aangezien op deze plek de grond het minst vruchtbaar bleek te zijn, werd er aangenomen dat er nog geen pier in deze schrale zandgrond zou kunnen overleven. Ook bestaat er een legende over een pier die per toeval in Steensel terechtkwam en door de bevolking aan de ketting werd gelegd. Steenselnaren worden in de volksmond ook wel pieren genoemd.[17][35]
  • Tot aan de jaren vijftig van de 20e eeuw herinnerde de Eerselse voddeguld nog aan een traditie, welke bestond uit een optocht en het begraven van de Voddejanus, een pop van vodden en stro die symbool stond voor de ingekwartierde soldaat, die herinnerde aan de slechte verstandhouding tussen de overwegend rooms-katholieke bevolking van de Kempen en de protestantse ingekwartierde militairen.[41]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]