Europees Wisselkoersmechanisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
 Eurozone
 Leden van WKM II
 Leden van de EU die geen lid zijn van WKM II
 Niet-leden van de EU die de euro gebruiken

Het Europees Wisselkoersmechanisme (WKM) was een economisch systeem om de Europese wisselkoersen te stabiliseren als voorbereiding op de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) en de introductie van de euro. Het Europees Wisselkoersmechanisme werd geïntroduceerd op 13 maart 1979.

Samen met de ecu was het WKM een van de bouwstenen van de economische unie. Het gaf valuta's een centrale wisselkoers ten opzichte van de ecu.

Het werd gehoopt dat het mechanisme zou helpen bij het stabiliseren van de wisselkoersen, handel tussen Europese landen zou bemoedigen en inflatie zou beperken.

Het WKM gaf nationale valuta's een boven- en een onderlimiet waartussen de valuta's mochten fluctueren.

Op 16 september 1992, bekend geworden als Zwarte Woensdag, werd het Britse pond sterling door toedoen van wisselkoersspeculanten gedwongen het systeem te verlaten. De Italiaanse lire verliet het systeem eveneens. De Spaanse peseta devalueerde sterk.

WKM II[bewerken | brontekst bewerken]

In 1999 verving WKM II het originele WKM. In dit systeem mogen munteenheden binnen een marge van ± 15% ten opzichte van de centrale wisselkoers tegenover de euro fluctueren.

Aanvankelijk werden de Griekse en Deense munteenheden deel van het systeem, maar Griekenland voegde zich in 2001 bij de eurozone. Daardoor bleef alleen de Deense kroon over in het systeem.

Op 28 juni 2004 traden Estland, Litouwen en Slovenië toe tot WKM II. Op 1 januari 2007 trad Slovenië toe tot de eurozone, op 1 januari 2011 volgde Estland en op 1 januari 2015 Litouwen.

Op 2 mei 2005 traden Cyprus, Letland en Malta toe tot WKM II. Op 1 januari 2008 traden Cyprus en Malta toe tot de eurozone.

Op 28 november 2005 trad Slowakije toe tot WKM II. Op 1 januari 2009 trad Slowakije toe tot de eurozone, op 1 januari 2014 gevolgd door Letland en op 1 januari 2015 door Litouwen. Op dat moment maakte dus alleen de Deense Kroon deel uit van WKM II. Voor deze munteenheid wordt de wisselkoers gehouden binnen ongeveer ± 2,25% tegenover de centrale wisselkoers van EUR 1 = DKK 7,460 38.

Op 10 juli 2020 traden Bulgarije en Kroatië toe tot het wisselkoersmechanisme. Op zijn vroegst zullen beide landen in 2023 de euro in kunnen voeren.