Evangelie naar Judas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De kus van Judas

Het Evangelie naar Judas (ook wel Evangelie van Judas of Evangelie volgens Judas) is een gnostische tekst over het leven van Jezus Christus en zijn apostelen, met name Judas Iskariot.

Van de oorspronkelijk waarschijnlijk Griekse tekst van het Evangelie is een versie gevonden in de Koptische taal. Het exemplaar dateert naar de mening van de weinige deskundigen die de tekst ter inzage hadden uit de 3e eeuw of 4e eeuw. Volgens de C14-datering is het papyrus waarop de tekst is geschreven te dateren tussen 230 en 330 na Christus. Paleografen hebben aangetoond dat de tekst zelf ongeveer in de tweede helft van de 4e eeuw is geschreven.

Deze codex werd in 2006 gedeeltelijk gerestaureerd en gereconstrueerd; volgens een vroege schatting zou 85% hebben overleefd, maar inmiddels staat vast dat de omvang van het oorspronkelijke document aanzienlijk groter is geweest dan aanvankelijk werd aangenomen.[1] Het evangelie spreekt voornamelijk over Judas Iskariot, maar er is geen tekst bij die door hem zèlf is geschreven. Opmerkelijk hierin is dat Judas niet wordt afgeschilderd als 'schurk' of 'verrader', maar juist als een vroom en gelovig man, die tégen zijn wil deed wat Jezus van hem verlangde: hem overleveren aan de Romeinen.

Datering[bewerken]

Het is onmogelijk te achterhalen wanneer de originele tekst is geschreven. Sommigen vermoeden dat de oorspronkelijke tekst dateert uit de 2e helft van de 2e eeuw, maar het zou ook geschreven kunnen zijn ten tijde van het opschrijven van de andere evangeliën, tussen 60 en 100 na Chr. In het jaar 180 vermeldde de bisschop Irenaeus van Lyon het Judasevangelie in zijn Ontdekking en weerlegging van de valse kennis, bekender onder de naam Adversus Haereses (Tegen de Ketters). Van dit werk is er nu nog slechts een Latijnse vertaling uit de vierde eeuw. Volgens onderzoekers grijpt Irenaeus terug op de visie van Justinus de Martelaar twintig jaar eerder. Irenaeus maakt in zijn Adversus Haereses melding van het feit dat sommigen meenden, dat Judas de waarheid gekend zou hebben en daarom Jezus had verraden. Irenaeus noemt dit een bedenksel van warhoofden. De Kaïnieten worden ook genoemd in de Panarion van Epiphanius van Salamis, waarin hij beschreef hoe deze groepering in Kaïn, Esau, Korach en de Sodomieten de bezitters van gnosis zag in tegenstelling tot Abel, Henoch, Abraham en Mozes.

De Adversus Haereses is de vroegste bevestiging dat er in die tijd Het Evangelie van Judas circuleerde. Theodoretus van Cyrrhus vermeldde in zijn geschriften dat het evangelie naar Judas de verrader zou verheerlijken als de ingewijde in het "mysterie van het verraad".

Ontdekking[bewerken]

Het Evangelie naar Judas werd waarschijnlijk in de jaren 50 of 60 van de twintigste eeuw in Egypte gevonden en later het land uit gesmokkeld. In een poging tot een clandestiene verkoop, liet de Egyptische eigenaar het hele werk in 1983 kort onderzoeken in een hotelkamer in Genève door enkele wetenschappers, onder andere Dr. Stephen Emmel van de Universiteit van Münster. Deze verklaarde later een aantal papyri gezien te hebben, waarvan twee in het Grieks en één in het Koptisch. Het voorblad leek sterk op dat van de Nag Hammadi-codex. Ook viel hem op dat er veel over Judas gesproken werd en hij zag al snel dat het om een kostbaar, belangrijk werk ging dat snel naar een bibliotheek of museum moest voor conservatie, maar hij besefte toen nog niet dat het hier om het Evangelie naar Judas ging. Omdat de wetenschappers samen slechts 100.000 dollar konden betalen, maar de eigenaar er 3 miljoen voor wilde hebben, mislukte de verkoop. In hetzelfde jaar verdween het uiteindelijk jarenlang in een kluis van een Amerikaanse bank in Hicksville, New York. Hierdoor is het evangelie in kwaliteit flink achteruitgegaan. Pas in 1996 werd het werk door de antiekhandelaar Frieda Tchacos voor 300.000 dollar gekocht. Zij probeerde het weer te verkopen en ontdekte daarbij pas waar het precies om ging. Eind jaren 90 werd het gekocht door een galeriehoudster in Genève, die het onderbracht in de Maecenas Stichting.

Publicatie en inhoud[bewerken]

Nadat de Nederlandse journalist Henk Schutten in Het Parool op Goede Vrijdag 2005 het bestaan van het evangelie had onthuld, hield Rodolphe Kasser van de Universiteit van Genève op het achtste internationale congres van Koptische studies in juni 2005 een lezing over het Evangelie naar Judas. Het was het eerste openbare wetenschappelijke bericht over het gevonden manuscript. Het evangelie naar Judas zou geschreven zijn door een Judaspriester van de vroegchristelijke gnostische Kaïnitische sekte, die de moordenaar Kaïn vereerde. De achtergrond daarvan is dat volgens gnostici God de Schepper een boze god is, die weerstand geboden dient te worden. Om die reden zou de sekte ook Judas vereerd hebben als vervuller van een goddelijk plan, als oorzaak van de reddende kruisdood van Jezus. In het evangelie van Judas wordt Judas' verraad een mystieke weldaad, die door Jezus gewenst zou zijn. De tekst veronderstelt een afkeer van de materiële wereld, want de dood is voor Jezus geen nederlaag, maar de mogelijkheid zich te bevrijden van het stoffelijke lichaam.

De in het Koptisch geschreven vroegchristelijke tekst zou Judas Iskariot inderdaad als verrader èn held weergeven. Volgens de tekst zou Judas als enige apostel echt begrepen hebben wat de missie van Jezus was en de anderen konden dit niet begrijpen omdat ze daartoe niet 'waardig' of 'rijp' genoeg waren. Dit is een belangrijk kenmerk van gnosticisme: slechts enkelen zijn 'uitverkoren' en kunnen de 'ware kennis' (gnosis) begrijpen. Dit was en is overigens ook een belangrijk kenmerk van mysteriegodsdiensten en sekten. Alleen na een bepaalde 'inwijding' kan men deelachtig worden aan de 'ware leer en kennis'.

Een fragment uit het Evangelie van Judas[bewerken]

Scène 1

Op een dag was hij met zijn discipelen in Judea, en vond hen zittend bij elkaar allen in vrome ceremonie.
Toen hij zijn discipelen naderde, deze zaten bij elkaar in een dankgebed voor het brood, lachte [hij]. De discipelen zeiden tot [hem], “Meester waarom lacht u om [ons] gebed van dankbetuiging? We hebben gedaan wat juist is. ”Hij antwoordde en zei tot hen, "ik lach niet om jullie. <Jullie> doen dit niet vanwege je eigen wil, maar omdat het door dit is dat jullie god geprezen [zal worden].” Zij zeiden,”Meester, u bent [….] de zoon van onze God.”
Jezus zei tot hen, ”Hoe kent u mij? Waarlijk [ik] zeg u, geen generatie van de mensen te midden van u zal mij kennen.

De discipelen worden boos.

Toen de discipelen dit hoorden, werden zij geïrriteerd en boos en begonnen in hun hart godslasterlijk tegen hem te spreken. Wanneer Jezus hun gebrek aan [begrip] bemerkte, [zei hij] tot hen, "waarom heeft deze opschudding je geleid tot boosheid? Uw god welke in u is en […] heeft u opgehitst tot boosheid [in] uw zielen. Laat iemand van u die [moedig genoeg] is tussen menselijke wezens de perfecte mens bekend maken en voor mijn aangezicht staan. Zij allen zeiden, "We hebben de kracht." Maar hun geesten durfden niet voor [hem] te gaan staan, behalve Judas Iscariot. Hij was in staat om voor hem te staan, maar kon hem niet in de ogen kijken, en draaide zijn gezicht weg.
Judas [zei] tot hem, "Ik weet wie u bent en waar u vandaan bent gekomen. U bent van het onsterfelijke koninkrijk Barbelo. En ik ben niet waardig uw naam uit te spreken of van de gene die u heeft gezonden.”

Jezus spreekt privé tot Judas

Wetende dat Judas bewogen was door iets van grote betekenis, zei Jezus tot hem, “verwijder u van de anderen en ik zal u van het mysterie van het koninkrijk vertellen . Het is mogelijk voor u om dit te bereiken, maar u zult er veel verdriet van hebben. Want iemand anders zal uw plaats innemen, zo dat de twaalf [discipelen] mogelijk weer tot vereniging komen met god. Judas zei tegen hem, Wanneer zal u mij deze dingen vertellen, en [Wanneer] is de grote dag dat dit ontwakende licht verschijnt voor de generatie? Maar toen hij dit had gezegd, verliet Jezus hem.
(Hier begint scène 2)

Betekenis voor wetenschap en kerk[bewerken]

De verwachtingen ten aanzien van de onderzoeksresultaten zijn verdeeld. De Nederlandse emeritus hoogleraar Gilles Quispel had zeer hoge verwachtingen,[2] terwijl hoogleraar Hans van Oort de meeste opwinding toeschrijft aan een bewust gecreëerde mediahysterie door de eigenaren van het manuscript. Dit met het oog op een eventuele verkoop om van tevoren de marktwaarde ervan flink op te drijven. Van Oort vermeldt daarbij ook dat Judas in de oudste lagen van de Bijbelse evangeliën nog lang niet die gemene en geldzuchtige slechterik en uiteindelijk prototype van de Jood is die de latere traditie van hem heeft gemaakt.

De Amerikaanse hoogleraar April DeConinck heeft er op gewezen dat het denkbaar is dat de tekst geheel geen evangelie is, maar een parodie op de orthodoxe visie op Jezus' dood. Volgens DeConinck staat in de tekst dat Judas een afgezant was van de demon Ialdaboath en dat Jezus door toedoen van Judas' verraad geofferd werd aan de demon. [3]

Ervan uitgaande dat het Evangelie van Judas inderdaad een evangelie is, zal het onderzoek in elk geval meer kennis opleveren van de gnostische sekte van de Kaïnieten. Het is onder meer niet duidelijk of deze groep al bestond voor het christendom (zoals Filastrius van Brescia in de 4e eeuw vermeldde) of dat hij eerst nadien ontstond.

Wat vast lijkt te staan, is het gnostische milieu waarin deze apocrief werd gelezen. De codex, waarin het evangelie naar Judas is gevonden, bevatte een aantal andere apocriefen, die ook al in de bibliotheek van Nag Hammadi zijn aangetroffen.

Problemen met de vertaling[bewerken]

In tussentijd zijn de koptische (herstelde) teksten vrijgegeven door National Geographic, die de herstellingen deed. Volgens verschillende geleerden die deze teksten zelf vertaald hebben, wordt Judas niet zo opgehemeld. Het is waarschijnlijk een tekst geschreven door gnostici als reactie op de apostolische kerk (het geloof dat de boventoon voerde en vandaag vooral bekendstaat als Rooms-Katholiek en Orthodox-Christelijk). Deze bedenkingen worden o.a. geuit in de dertiende apostel.

Noten[bewerken]

  1. Henk Schutten, "Perkamentsnippers op eBay. Het Judasevangelie na de hype", in: Momentum (2006).
  2. Geciteerd door Henk Schutten, "Het evangelie volgens Gilles Quispel", in: Het Judas-Evangelie (2006).
  3. April DeConinck, "Gospel Truth", New York Times, 1 december 2007.

Literatuur[bewerken]

  • Het evangelie van Judas, inleiding, vertaling, toelichting J. van Oort.
  • Het Evangelie van Judas, vertaald door Servas Goddijn 2006 Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam
  • Het Judas-evangelie (2006), door Henk Schutten
  • De dertiende apostel; wat het evangelie werkelijk zegt, April DeConinck, 2007.

Externe links[bewerken]