Fermiparadox

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een grafische voorstelling van de Areciboboodschap - de eerste menselijke test van het gebruik van radiogolven in de poging om te communiceren met buitenaardse beschavingen

De Fermiparadox is een paradox waarin de grote statistische waarschijnlijkheid van het bestaan van intelligent buitenaards leven in schril contrast staat met een gebrek aan bewijs daarvoor.

Omschrijving van de paradox[bewerken]

De leeftijd van het universum en het reusachtige aantal sterren lijken aanwijzingen voor de aanname dat buitenaards leven veel zou moeten voorkomen (zie de vergelijking van Drake). Tijdens een lunch in 1950 praatte de natuurkundige Enrico Fermi daarover met zijn collega's, en zou toen hebben gezegd: "Waar zijn ze dan? Als er zo veel buitenaardse beschavingen in de Melkweg zijn, waarom is er dan geen bewijs, zoals sondes, ruimteschepen of radio-uitzendingen?"

Deze eenvoudige vraag "Waar zijn ze dan?" (of, "Waar is iedereen?") is misschien apocrief maar in het algemeen krijgt Fermi de eer voor het op heldere en eenvoudige wijze onder woorden brengen van het vraagstuk van de waarschijnlijkheid van buitenaards leven.

Er is een breed scala van mogelijke oplossingen voor de Fermi-paradox voorgesteld. Al deze oplossingen vallen onder een van de vier hoofdcategorieën:

  1. buitenaards leven bestaat niet en wij zijn alleen in de kosmos
  2. buitenaards (intelligent) leven bestaat wel maar heeft tot op heden nog nooit contact gelegd met de aarde
  3. buitenaards leven heeft in het verleden of het heden inderdaad al op enigerlei wijze contact gelegd met de aarde
  4. buitenaards (intelligent) leven is zich allang bewust van ons maar heeft geen interesse in de mens en zijn technologie of wil geen contact met ons

Basis[bewerken]

De Fermiparadox is een conflict tussen een argument van schaal plus waarschijnlijkheid en het ontbreken van bewijs. Een completere definitie kan als volgt omschreven worden:

De grootte en leeftijd van het universum suggereren dat er veel technologisch geavanceerde buitenaardse beschavingen zouden moeten bestaan. Deze hypothese is echter inconsistent met het ontbreken van gevonden bewijs dat deze stelling ondersteunt.

Buitenaards leven bestaat niet[bewerken]

Aarde is uniek[bewerken]

  • De Aarde is uniek en is de enige planeet in het hele universum (of nog extremer: in het hypothetische multiversum) die levende wezens herbergt. Tot nu toe is er voor leven buiten de Aarde nog geen enkel hard bewijs geleverd. En voor wat betreft het leven op de planeet Aarde zelf: het is ondanks decennialang onderzoek en speculatie nog steeds niet duidelijk hoe uit levenloze stoffen vanzelf leven kan zijn ontstaan. Misschien moeten er zoveel afzonderlijke factoren samenkomen dat het (bijna) onmogelijk is dat er spontaan leven kan ontstaan. Mogelijk is de Aarde de enige plek in de geschiedenis van het heelal waar zich, door de zeer onwaarschijnlijke samenkomst van alle benodigde factoren, daadwerkelijk ooit vanzelf leven heeft ontwikkeld.
  • Het heelal, de Aarde en het leven is letterlijk geschapen door een god, of 'de goden', zoals in de diverse godsdiensten van de mensheid beweerd wordt. Die, of dezen, vonden het niet nodig om ander (buitenaards) leven te scheppen.

Buitenaards leven bestaat maar heeft nog nooit contact gemaakt met de aarde[bewerken]

Zeldzaamheid[bewerken]

  • Leven is niet helemaal beperkt tot alleen de Aarde maar is evengoed toch extreem zeldzaam, wellicht zijn er per melkwegstelsel (of misschien nog zeldzamer: groep van melkwegstelsels) gemiddeld maar een of twee planeten waar leven ontstaan is. Het vanzelf ontstaan van leven is uiterst zeldzaam en als het al ontstaan is dan verloopt de eventuele ontwikkeling naar intelligente wezens zeer traag. Misschien zijn wij tot nu toe zelfs het enige of het verst ontwikkelde bewuste leven in het heelal.
  • Intelligent leven bestaat wel, maar is, net zoals wij, nog niet ver genoeg ontwikkeld om andere sterren te bereiken. Het heelal bestaat te kort voor de ontwikkeling van zulk intelligent leven.

Niet duurzaam[bewerken]

  • Intelligent leven roeit zichzelf spoedig uit in een kernoorlog of door andere zelfveroorzaakte rampen.

Intelligent leven wordt al snel "bovenmenselijk"[bewerken]

  • Intelligent leven groeit binnen kort tijdsbestek uit tot een technologische singulariteit en is daarna onherkenbaar voor ons.
  • De mens is een fase in de ontwikkeling van intelligent leven, die daarna automatisch overgaat in een intelligent wezen met de mogelijkheden van wat wij engelen of goden zouden noemen. In die volgende fase zijn technische communicatiemiddelen van nu niet meer nodig omdat men dan wellicht telepathisch communiceert. Men reist dan met een onbeperkte snelheid door het heelal met speciale ijl-stoffelijke lichamen. Zoals de huidige mens niet meer als gelijke kan/wil communiceren met dieren, zo hebben die "goden" niet meer de behoefte of interesse om te communiceren met mensen. We kunnen dus alleen andere wezens van een gelijk ontwikkelingsniveau ontmoeten. Dit stuit echter op technische problemen van codering van informatie en van energie om de immense afstanden te overbruggen. De kans op een sonde, ruimtevaartuig of overdracht is te gering door de geringe tijd dat de typisch menselijke (tussen)fase in een bepaald stelsel zal bestaan.
  • Ander intelligent leven begeeft zich in andere dimensies. De snaartheorie gaat ervan uit dat op zeer kleine schaal de ruimte niet vier-, maar tien-, of zelfs elfdimensionaal is. De zes 'extra' dimensies zijn 'opgerold', en daardoor niet waarneembaar.

Ongediertebestrijding[bewerken]

  • Er is in het universum iets of iemand aanwezig die intelligent leven opspoort en vervolgens uitroeit als 'ongedierte'. Alle beschavingen die eventueel in het verleden contact hadden kunnen leggen met de aarde zijn hier aan ten prooi gevallen. Om de een of andere reden is de aarde nog niet opgespoord en is daarom tot op heden nog niet 'gesteriliseerd' of is zij nog niet ver genoeg in haar ontwikkeling om de moeite waard te zijn om te worden uitgeroeid.

Buitenaards leven bestaat en heeft (ooit) contact met de aarde (gemaakt)[bewerken]

Buitenaardse intelligentie heeft in het verleden contact gehad met de Aarde[bewerken]

  • Intelligente buitenaardsen hadden in het (verre) verleden contact met ons maar nu (waarschijnlijk) niet meer. Deze contacten waren zo indrukwekkend voor de toenmalige mensen dat ze hen als goden beschouwden en veel mythen en godsdiensten zijn hierop terug te voeren. Wellicht hebben deze 'goden' de vroege mens ook op het spoor van de beschaving gezet en/of hen daarmee geholpen als 'leraren'. Zie ook piramidologie#Paleo-SETI.

Buitenaardsen zien tot nu toe bewust af van ieder contact[bewerken]

  • Intelligent leven vermijdt uit eigen beweging elk contact met ons. Om onbekende redenen of wellicht uit angst voor besmetting met het een of ander.

Buitenaardse intelligentie heeft op dit moment contact met de Aarde maar maakt dit niet bekend aan ons[bewerken]

  • Buitenaardse intelligentie is allang gearriveerd op Aarde maar om voor ons onbekende redenen kiest het ervoor zich niet openbaar te vertonen. Hun extreem geavanceerde technologie, die het mogelijk maakt om ons te bereiken, maakt het voor hen ook mogelijk om zich onzichtbaar voor ons over de Aarde te bewegen. Een collega van Fermi, de Hongaar Leó Szilárd, maakte hierover de "grap" dat aliens inderdaad al hier zijn en dat de mens ze kent als Hongaren.

De Aarde wordt ongemerkt geobserveerd[bewerken]

  • De dierentuinhypothese stelt dat er superintelligent buitenaards leven bestaat dat ervoor kiest om geen contact met het leven op aarde op te nemen om ons ongemerkt te bestuderen of om de menselijk beschaving zo de kans te geven om zich in lijn met zijn eigen natuurlijke evolutie te ontwikkelen.[1] Deze ideeën zijn misschien wel het meest aannemelijk als er een relatief universele culturele of juridische entiteit zou bestaan die zijn wil aan een veelheid aan buitenaardse beschavingen op kan leggen. In een universum zonder hegemoniale macht zouden sommige willekeurige beschavingen met onafhankelijke doelstellingen het naar alle waarschijnlijkheid in hun belang vinden om contact te maken. Dit maakt een met beschaafd leven gevuld universum, waar echter duidelijk omschreven en effectief afdwingbare regels gelden, plausibeler. Deze theorie kan instorten onder een foutieve uniformiteit van motief aanname: er is niet meer nodig dan dat een enkele cultuur of beschaving binnen ons detectiebereik besluit om zich niet aan de dwingende voorschriften te houden. De waarschijnlijkheid van een dergelijke overtreding neemt toe met het aantal beschavingen. Misschien is een voldoende technologisch en sociaal geavanceerde beschaving echter in staat om de handhaving van regels effectiever af te dwingen dan de huidige mensheid gewoon is. T.W. Hair [2] heeft een Monte Carlo-analyse uitgevoerd op de tijdspannes die tussen het verschijnen van de verschillende beschavingen in de Melkweg liggen, dit op basis van gemeenschappelijke astrobiologische aannames die suggereren dat aangezien de eerste beschaving zo'n indrukwekkende voorsprong op later ontstane beschavingen zou hebben, zij in de gelegenheid was om de dierentuinhypothese als een galactische/universele norm op te leggen en de resulterende "paradox" door een cultureel stichtereffect, met of zonder de voortdurende activiteit van de eerste stichtende beschaving.
  • De Planetarium- of simulatie-hypothese. Een aanverwant, op het eerste gezicht vergezocht, idee is dat het door de mensheid waargenomen heelal deel uitmaakt van een ​​gesimuleerde werkelijkheid analoog aan de schijnwereld zoals getoond in de film The Matrix (1999). De planetarium-hypothese stelt dat een zeer hoog ontwikkelde beschaving deze simulatie, waarin het heelal geen ander intelligent leven kent dan de mensheid, om hun moverende redenen (vertier, wetenschappelijk experiment, andere voor ons niet te vatten redenen) in het leven heeft geroepen. De filosoof Nick Bostrom heeft over deze these een verhandeling gepubliceerd.[3]