Filibusteren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Filibusteren is het extreem lang rekken van redevoeringen, met het doel de behandeling van een wetsvoorstel te vertragen of blokkeren (: 'obstructie'). Er wordt urenlang gesproken; soms worden er zelfs telefoonboeken voorgelezen.[1] Het individuele record filibusteren staat op naam van de Amerikaanse senator Strom Thurmond, die in 1957 bij het bediscussiëren van een burgerrechtenwet 24 uur en 18 minuten lang aan het woord bleef.

Het woord is afgeleid van filibuster, de benaming voor een 19e-eeuwse ontdekkingsreiziger, die op zijn beurt afgeleid is van het Nederlandse woord vrijbuiter.

De techniek is vooral bekend van het gebruik in de Amerikaanse Senaat, waar het daadwerkelijk mogelijk is een wetsvoorstel op deze wijze tegen te houden zolang er geen gekwalificeerde meerderheid van 60 (van de 100) senatoren is om een stemming af te dwingen.

Buiten de VS[bewerken]

Bij uitbreiding wordt het begrip ook wel gebruikt in andere landen. Zo werd een soortgelijke tactiek in het Belgische parlement in november 2003 gebruikt om de stemming over een wetsvoorstel dat migranten gemeentelijk stemrecht zou verlenen, uit te stellen. De tegenstanders van deze wet (onder meer van het Vlaams Blok en de VLD) stelden in de Senaat zo veel mogelijk irrelevante vragen en hielden lange toespraken over zaken zoals de economische toestand in Thailand.

Nederland[bewerken]

In Nederland mogen Tweede Kamerleden in principe onbeperkte spreektijd aanvragen, maar het moet wel gaan over het onderwerp in kwestie, en de spreker mag niet in herhaling vervallen. Een meerderheid van kamerleden kan vervolgens in het kader van het Reglement van Orde besluiten de spreektijd te beperken. Dit vergt dan wel dat voldoende Kamerleden die niet constant tijdens het lange debat aanwezig zijn wel standby zijn om te komen stemmen.

In 2012 vroegen SP en PVV onevenredig veel spreektijd aan bij een debat over de verhoging van het eigen risico in de Nederlandse zorg.[2][3]

In 2017 vroegen Martin van Rooijen (50Plus) en Edgar Mulder (PVV) tientallen uren spreektijd aan voor een debat in de Tweede Kamer over de geleidelijke afbouw van de wet Hillen.[4] Het doel was de behandeling van de wet zodanig te vertragen dat deze afbouw, gezien de lange voorbereidingstijd die de Belastingdienst hier volgens de regering voor nodig heeft, nog niet in 2019 maar pas in 2020 zou kunnen beginnen. Om 4 uur 's nachts, toen Van Rooyen zijn betoog ruim voor de afloop van zijn spreektijd afgerond had en Mulder bezig was, werd na groeiende irritatie over zijn te weinig relevante uitweidingen met 78 stemmen voor en 1 (Mulder) tegen besloten de spreektijden te verkorten.[4][5]

Noten[bewerken]