Gasthuiskapel (Den Oever)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De herbouwde Gasthuiskapel in het Zuiderzeemuseum
Het vervallen gasthuiscomplex in Den Oever in 1962

De Gasthuiskapel is een voormalige kapel uit Den Oever, die is overgeplaatst naar het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen.

Geschiedenis[bewerken]

In Den Oever op het later (in de jaren twintig van de 20e eeuw) met het vasteland en de Wieringermeerpolder verbonden eiland Wieringen stonden lange tijd een gasthuis en kapel tegen elkaar geleund. Het gasthuis werd door monumentenzorg tot de oudste liefdadigheidsinstellingen van Noord-Holland gerekend en stamde uit de 14e eeuw. In de 16e eeuw kreeg het gasthuis gezelschap van een kapel, verbonden aan de naam van de heilige Elisabeth. Het geheel, aanvankelijk los van elkaar gebouwd, werd na een verbindende verbouwing een langerekt complex. Het stond midden in het dorp.

De kapel was een zaalkerkje, gebouwd in een stevige baksteen, voorzien van een koor en zonder steunberen, met eenvoudige spitsboogvensters. De kapel droeg tal van sporen van restauraties en aanpassingen. Op de smalle, vierkante kerktoren, met torenuurwerk, stond een dakruiter. Gravures uit de 17e eeuw laten een hoger torentje zien. In het gebouw bevond zich een gesmeed hekwerk met voorzangerslessenaar.

Er hing in de kapel een schip, een bewapende driemaster koopvaarder zonder zeilen, genaamd Anna, uit circa 1800. Het scheepsmodel herinnerde aan een op Wieringen gestrand schip met suiker. De lading werd opgeslagen in de kapel, die voor de Wieringers regelmatig de ruimte bood aan strandvondsten en juttersgoed. De kapelvoogden ontvingen dan een percentage van de opbrengsten. In 1846 werd melding gemaakt van kettingpompen voor het bergen van schepen, die in de kapel werden opgeslagen. Vanuit de kapel werden reddingswerkzaamheden voor gestrande Oeverse schepen georganiseerd. De consistorie van de kapel heeft dienstgedaan als school. Het gasthuis werd na de Tweede Wereldoorlog, in vervallen toestand, gebruikt als stal.

Verhuizing[bewerken]

In de jaren zestig van de 20e eeuw werd het complex afgebroken. Het gasthuis was niet meer te redden, de kapel werd steen voor steen ontmanteld en in 1967 in het Zuiderzeemuseum opnieuw opgebouwd. Ook in de herbouwde kapel hangt weer het scheepje en is het gesmede hekwerk herplaatst. In het torendeel staan enkele stenen sarcofagen opgesteld die eveneens van Wieringen afkomstig zijn.

Literatuur[bewerken]