Gelede bus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een gelede trolleybus in Arnhem
Dubbelgelede bus in Utrecht
Bushalte in Curitiba met dubbelgelede bussen

Een gelede bus (ook wel harmonicabus genoemd) is een bus met scharnier. Gelede bussen bestaan uit twee delen, zijn maximaal 18,75 meter lang en hebben minimaal drie assen. Tussen de twee helften zit een vouwbalg. Een gelede bus kan zo'n 30% meer reizigers vervoeren dan een niet-gelede bus, met dezelfde hoeveelheid personeel (1 buschauffeur), waardoor de exploitatiekosten per reiziger lager kunnen liggen.

Gelede bussen hebben de motor halverwege het voorste gedeelte (aandrijving van de middelste, vaste as in het voorste deel van de bus; een zogenaamde 'puller', trekken van de 'aanhanger') of achterin het achterste gedeelte (aandrijving van de achterste as, de as in de 'aanhanger'; een zogenaamde 'pusher', duwen van de hele bus).

Voor het besturen van een gelede bus is rijbewijs D voldoende, omdat het achterste deel niet als een aanhanger geldt. Het besturen ervan werkt wel hetzelfde als met een aanhanger.

De achterste as kan soms onafhankelijk van de andere assen (tegen)gestuurd worden. Dit is handig in scherpe bochten en bij het manoeuvreren op het busperron. Dit kan natuurlijk alleen bij 'puller'aandrijving. Bij 'pusher'aandrijving kunnen de wielen van de achterste as niet (tegen)sturen.

Geschiedenis van de gelede bus in Nederland[bewerken]

Gelede streekbussen[bewerken]

Nadat er tussen 1956 en 1971 al gelede streekbussen hadden gereden bij de GTW, kwamen de eerste in 1976 in bedrijf genomen gelede streekbussen oorspronkelijk op de lijn Zoetermeer-Den Haag te rijden. Vervolgens kwamen in 1980 gelede bussen op de lijn Lelystad-Amsterdam, aangezien er toen nog geen treinen van Lelystad naar Amsterdam reden. Omdat het meestal ging om een grote hoeveelheid reizigers werd ervoor gekozen om het prototype MB(G) (G van geleed) door te zetten en deze in bedrijf te nemen op deze route.

De eerste gelede bussen, nadat de GTW er in 1971 afscheid van had genomen, kwamen bij Westnederland in dienst en waren van Mercedes met een carrosserie van Hainje. Deze hadden vier bedrijfsdeuren en nog geen afgeschuinde achterzijde. De bussen voor de lijn naar Lelystad (Flevodienst) waren gebaseerd werd op een carrosserie van de Belgische carrosseriebouwer VDL Jonckheere. De motor werd geleverd door Volvo. De bus werd gebouwd volgens de standaard streekbusnorm, zodat eventuele reserveonderdelen makkelijk te verkrijgen waren, en geen problemen zouden leveren ten opzichte van de later gekomen bussen. Het voorste gedeelte week dus niet af van een gewone ‘korte bus’ van die tijd. Het interieur en de indeling van de bus was exact hetzelfde. De aanhanger (harmonica) werd door de Duitse chassisbouwer Schenck gemaakt. De gangwissel (automaat) kwam van de Engelse fabrikant Allison. De bussen reden tot ongeveer 1996, waarna ze later verkocht werden voor particulier gebruik. In 1980 kwam nog een serie gelede bussen bij Westnederland in dienst, wederom van Mercedes maar nu met een Duitse carrosserie.

Vanaf 1982 kwamen er op grote schaal gelede bussen in dienst bij ZWN, NZH, BBA, CN en VAD. Het betrof DAF/Den Oudsten wagens met een standaardcarrosserie en bij diverse lijnen ten zuiden van Amsterdam (lijn 67, 170, 171/172, 174) en de meeste lijnen naar Waterland en Flevoland en ten oosten van Rotterdam (93, 96 en 98) werden toen geheel geleed gereden (met open instapregime uitgezonderd de VAD).

Bij de VAD kwam ook nog een serie Volvo-Jonckheere geledes en bij WN en ZWN Mercedes 0405G geledes. Later kwamen er ook nog grote series Volvo/Berkhof Duvedec geledes. Behalve bij de Capelse en Krimpense WN-lijnen werden sinds 1989 de stempelautomaten verwijderd en werd het open instapregime afgeschaft.

Sinds de komst van de niet-gelede 15 meter bussen worden er aanmerkelijk minder gelede bussen ingezet. Uitgezonderd de Zuidtangent en Q-link worden op streeklijnen vrijwel geen lijnen meer uitsluitend met gelede bussen gereden, maar worden ze hoofdzakelijk ingezet op drukke ritten. Zo rijden op de lijnen ten zuiden van Amsterdam, enkele uitzonderingen op drukke ritten daargelaten, geen gelede bussen meer en ook lijn 97/98 van Rotterdam naar Krimpen aan de IJssel zijn de gelede bussen, die daar sinds 1980 reden, sinds 2008 verdwenen. Ook sinds de komst van EBS in Waterland in december 2011 is het aantal gelede bussen daar aanzienlijk afgenomen en worden alleen nog op drukke ritten ingezet.

Sinds 12 december 2010 rijden er op de Veluwelijn gelede bussen. Deze rijden sinds de nieuwe concessie van Syntus Gelderland, opererend op de Veluwe. Ten opzichte van de Veolia-dienstregeling rijden hier extra en lange gelede bussen wegens de drukke vervoersverbinding, omdat er zich geen directe spoorlijn bevindt tussen deze twee plaatsen. Deze bussen rijden momenteel op de Veluwelijnen 201, 202 en 203.[1]

Gelede stadsbussen[bewerken]

Als enige stadsvervoerder had het GVB Amsterdam vanaf 1977 een serie van 25 gelede Mercedes/Hainje bussen met een aanhanger van Schenk in dienst. Vanaf 1987 kwamen er diverse vervolgseries maar nu van Volvo/Hainje(Berkhof) of Den Oudsten. Als tweede stadsvervoerder volgde de RET in 1988 en in 1989 kreeg het GVU gelede bussen. Den Haag volgde in 1997. Ook in diverse andere steden kwamen gelede bussen te rijden.

Thans worden bij het stadsvervoer alleen in Amsterdam, Utrecht, Groningen, Eindhoven, Nijmegen en Arnhem (gelede trolleybussen) nog grote aantallen gelede bussen ingezet. In Rotterdam en Den Haag zijn ze verdwenen, behalve een tweetal hybride Mercedes/Citaro proefbussen die sinds 2010 op proef worden ingezet in Rotterdam. In diverse andere steden rijden gelede stadsbussen vooral op drukke ritten.

In Eindhoven worden door Hermes de gelede Phileasbussen ingezet op lijn 401 (Eindhoven - Meerhoven - Eindhoven Airport). De Phileas is op 5 september 2004 op beide lijnen in gebruik genomen.

Dubbelgelede bus[bewerken]

In 1985 kwam Renault Heuliez met de Mégabus, een dubbelgelede bus met een capaciteit van 200 personen. Bij de NZH te Haarlem heeft een demo gereden en maakte een proefrit tussen Purmerend en Amsterdam.

In de Braziliaanse stad Curitiba worden op grote schaal dubbelgelede bussen ingezet. Ook in Bordeaux hebben dubbelgelede bussen gereden.[2]

In Utrecht zet vervoerbedrijf GVU sinds 2002 dubbelgelede bussen in op de lijnen 11, 12, 12s, 31 naar De Uithof en op lijn 28 in de avonduren. Deze Van Hool AGG300-bussen bestaan uit drie delen (aantal assen respectievelijk 2, 1, 1, in totaal 4) en zijn bijna 25 meter lang (24,785 m). Deze bussen van het GVU uit de serie 4901-4927 zijn de eerste en vooralsnog enige dubbelgelede bussen die in Nederland in de lijndienst rijden.

Van de Phileas, die ook in Eindhoven wordt ingezet, bestaat ook een dubbelgelede versie. Van dit type bestaan twee demo-voertuigen, waarvan er één in Israël is ingezet in de commerciële dienst.

Dubbelgelede bussen rijden op een aparte vergunning: ze zijn officieel nog niet toegelaten op de openbare weg en mogen zich dan ook niet buiten hun route c.q. vervoersgebied begeven.

De AutoTram Extra Grand heeft vijf assen (per deel respectievelijk 2, 2, 1) en is 30 meter lang.[3]

Bronnen, noten en/of referenties