Geleiderail

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stalen vangrail in de middenberm van een autosnelweg
Betonnen barrière van het type 'step'

Een geleiderail of vangrail is een barrière die naast wegen wordt geplaatst om te voorkomen dat voertuigen de weg in zijdelingse richting verlaten, kantelen of de middenberm doorkruisen. Hierdoor wordt letsel aan inzittenden en schade aan de auto zo veel mogelijk beperkt.

Geleiderails zijn algemeen gebruikelijk bij snelwegen. Ook worden geleiderails geplaatst voor de geleiding van verkeer op secundaire wegen en in parkeergarages, ter bescherming van gebouwen, hekwerken, palen, machines, stellingen en om aanrijschade van gebouwen te voorkomen. Bij hoogteverschillen voorkomen ze ook vallen.

Nodig of niet[bewerken]

Meestal is er alleen een geleiderail als een verdwaald voertuig ernstige schade of letsel kan aanrichten, hetzij aan het voertuig en de inzittenden, hetzij aan objecten langs de weg. Men vindt een geleiderail onder andere bij brugpijlers, praatpalen en ravijnen. Omdat de rijbaan voor het tegenliggende verkeer ook bescherming nodig heeft bestaat er de geleiderail in de middenberm, civieltechnisch bekend onder de term 'middengeleider'.

Omdat een breed grasveld zonder obstakels minder gevaar voor een verdwaald voertuig oplevert wordt een geleiderail hier onnodig geacht. Is er een zeer brede middenberm, zoals bij de A1 op de Veluwe, dan wordt een geleiderail in de middenberm evenmin nodig gevonden.

Uiteinde van de geleiderail[bewerken]

Een ruw afgewerkt uiteinde - als hier een auto tegenop rijdt, lopen de inzittenden groot gevaar
Uiteinde schuin onder de grond afgewerkt

Voorheen hadden veel geleiderails een ruw afgewerkt uiteinde. Dit was een groot gevaar, aangezien een voertuig aan de rail geregen kon worden. Naar de huidige inzichten dient een uiteinde schuin afgewerkt te worden, tot onder de grond, en dat geldt vooral aan de kant van het komende verkeer. Een voertuig dat vlak voor de geleiderail van de weg raakt, zal nu schuin tegen de geleiderail omhoog komen. Een andere oplossing is het uiteinde te voorzien van een obstakelbeveiliger, een constructie die de energie van de botsing absorbeert of het botsende voertuig van richting doet veranderen.[1]

Uitvoering[bewerken]

De gebruikelijkste vorm van de geleiderail wordt uitgevoerd in thermisch verzinkt staal. De geleiderail kan worden hergebruikt na te zijn gerenoveerd.[2]

Ook zijn er geleiderails die bestaan uit een combinatie van hout/staal en aluminium. Een 'houten' geleiderailconstructie is onder andere toegepast langs de toegangsweg tot de Westerscheldetunnel in Terneuzen en langs de A50 bij Veghel.

De Nederlandse geleiderailconstructie heeft een hoogte van 75 cm. De 'vangrailplank' met het kenmerkende 'bobbelend' profiel is van het type A.

Permanent of tijdelijk[bewerken]

Er zijn 2 typen bermbeveiligingsvoorzieningen, permanente en tijdelijke. Een tijdelijke voorziening wordt vooral bij wegwerkzaamheden toegepast.

Bij tijdelijke situaties worden 'barriers' toegepast in plaats van geleiderail. De reden hiervoor is dat barriers tegenwoordig uitgevoerd worden met 'snelkoppelingen', hierdoor kan men een bepaald wegvak snel afschermen. Een barrierstreng bestaat uit meerdere barrièrelementen, elk met een lengte van circa 3x4=12 meter (in verband met vervoer op meestal een vrachtauto met oplegger). Een barrièrelement kan in staal of beton worden uitgevoerd. Het profiel van een tijdelijke barrier kan 'Step' of 'New Jersey' zijn. In permanente situaties is het profiel altijd 'Step', de zogenaamde stepbarrier.

Zogenoemde calamiteitendoorsteken (CADO's) staan langs rijkswegen aangegeven met rode borden. Bij deze doorgangen is het voor hulpdiensten mogelijk een deel van de vangrail op te klappen en naar de andere rijbaan te gaan.