Gisèle d'Ailly-van Waterschoot van der Gracht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gisèle d'Ailly-van Waterschoot van der Gracht
van Waterschoot van der Gracht (1957)
van Waterschoot van der Gracht (1957)
Persoonsgegevens
Volledige naam Marie Giselle Madeleine Josephine d'Ailly-van Waterschoot van der Gracht
Geboren 11 september 1912 (Den Haag)
Overleden 27 mei 2013 (Amsterdam)
Oriënterende gegevens
Jaren actief sinds 1940
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Marie Giselle Madeleine Josephine (Gisèle) d'Ailly-van Waterschoot van der Gracht (Den Haag, 11 september 1912Amsterdam, 27 mei 2013) was een Nederlands kunstenares en kunstmecenas. Ze was vooral bekend als schilderes en glazenier.

Familie[bewerken]

Van Waterschoot van der Gracht werd in 1912 geboren in Den Haag als lid van de patriciaatsfamilie Van Waterschoot van der Gracht en is een dochter van de geoloog mr. W.A.J.M. van Waterschoot van der Gracht (1873-1943) en de Oostenrijkse Josephine Rudolfine Maria Gisella Ferdinandine Freiin (barones) von Hammer Purgstall (1881-1955); uit dit huwelijk werden behalve Gisèle drie zonen geboren. Ze is een kleindochter van Walther Simon Joseph van Waterschoot van der Gracht (1845-1921). Ze groeide op in de Verenigde Staten, Oostenrijk, Parijs en Limburg.[1] In 1957 trouwde de kunstenares met Arnold Jan d'Ailly, die vanaf 1946 burgemeester van Amsterdam was, maar in 1956 vanwege zijn relatie met haar ontslag had moeten nemen. Ze liggen naast elkaar begraven op het kerkhof van Spaarnwoude.

Kunstenaarsleven[bewerken]

Herengracht 401, Amsterdam

In 1939 trok ze naar Bergen, waar ze in contact kwam met Adriaan Roland Holst, E. du Perron en de Duitse dichter Wolfgang Frommel. Samen met Frommel verborg ze gedurende de oorlogsjaren in haar huis aan de Herengracht in Amsterdam vijf Joodse kunststudenten. Voor haar hulp bij het onderduiken ontving ze in 1998 de Yad Vashemonderscheiding[2].

Expositie van wandtapijten van Van Waterschoot van der Gracht in 1959

Na de oorlog bleven de onderduikers bij haar wonen. Het was ook na de oorlog dat de stichting Castrum Peregrini werd opgericht. Deze Latijnse naam, die 'Burcht van de Pelgrim' betekent, was de schuilnaam van haar woning tijdens de Tweede Wereldoorlog. De stichting draait op twee grote giften van de kunstenares en van Selina Pierson en zet zich in voor kunstenaars. Na het overlijden van haar man in 1967 woonde en werkte ze ruim 25 jaar elke zomer in haar atelier op het Griekse eiland Paros, in een klein voormalig kloostergebouw dat zij in 1965, nog met haar echtgenoot, had "ontdekt", om zich aan de schilderkunst te wijden.

Op 29 januari 2011 ontving ze uit handen van de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan een koninklijke onderscheiding voor haar kunstmecenaat en werd Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Aan de feestelijkheden rond haar honderdste verjaardag in september 2012 heeft ze nog actief kunnen deelnemen. In januari 2013 ging haar gezondheid echter als gevolg van een val in haar atelier achteruit. Op 27 mei 2013 is ze thuis overleden.[3] Ze is naast haar man en oorlogsvrienden begraven op de begraafplaats van Spaarnwoude naast het kerkje de Stompe Toren. In september 2013 werd zij als honderdjarige onder meer herdacht in de 100-jarige sociëteit De Industrieele Groote Club te Amsterdam door haar vaste team van Castrum Peregrini.

Cees van Ede maakte een televisieportret over haar toen ze 84 was. Deze documentaire werd in 1997 uitgezonden en bij haar dood 16 jaar later herhaald in de documentaireserie Het uur van de wolf.[4] Susan Smit schreef in 2013 de historische roman Gisèle, waarin als een van haar minnaars A. Roland Holst werd gepresenteerd.

Werk[bewerken]

  • Tweede helft jaren '40, begin jaren '50 brandschilderde zij de glas-in-lood-ramen van de Begijnhofkapel in Amsterdam, die zij met "Gisele" signeerde.