Gliwice

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gliwice
Gleiwitz
Stad in Polen Vlag van Polen
vlag wapen
Gliwice
Gliwice
Situering
Woiwodschap Silezië
District stadsdistrict
Coördinaten 50° 17′ NB, 18° 40′ OL
Algemeen
Oppervlakte 133,88 km²
Inwoners (2016) 182.969 (1367 inw./km²)
Overig
Identificatiecode 24660
Website gliwice.pl
Portaal  Portaalicoon   Polen
De fontein "Drie Faunen" voor het stadhuis

Gliwice (uitspraak: [ɡliˈvit​͡sɛ]?, ong. glievietse ["g" als in zakdoek]) (Duits: Gleiwitz) is een stad in het Poolse woiwodschap Silezië, gelegen in de powiat Gliwice. De oppervlakte bedraagt 133,85 km², het inwonertal 182.969 (2016).

Geschiedenis[bewerken]

In 1276 wordt ‘civitas Gliwiz’ voor het eerst genoemd als een volgens Duits recht ingerichte stad. In het proces van voordurende opdeling en ook weer samenvoeging van de vorstendommen in dit deel van Silezië wordt de stad in 1337 de residentie van een hertog. De Silezische hertogen namen in deze tijd afstand van de Poolse koning, en zochten de Boheemse koningen als hun leenheer aan; zodoende werden hun territoria deel van het Duitse Rijk. In 1526 werden de Habsburgers koning van Bohemen en als gevolg daarvan ook de leenheren over Silezië. De stad hoorde vanaf die datum tot het Habsburgse Rijk totdat in 1742 Oostenrijk na de verloren oorlog hun Silezisch bezit moesten overdragen aan de koning van Pruisen. De stad bleef in al deze wederwaardigheden economisch van een marginale betekenis en moest de dorpen die haar toebehoorden verkopen of verpanden. Aan het einde van de 18de eeuw woonden er nog geen 2.000 mensen. De vindplaatsen van ijzererts leidden tot de bouw van de eerste hoogovens aan het begin van de 19de eeuw. Aanleg naar de Oder van het Klodnitzkanaal, en in 1845 de eerste spoorweg naar Breslau (nu Wrocław) sloten het gebied aan op overig Pruisen. Pas na 1868 vond een grootschalige uitbouw van de industrie plaats met fabrieken die de delfstoffen ter plaatse verwerkten. De stad groeide nu in zeer snel tempo door de toestroom van vele duizenden arbeiders. Aan het einde van de 19de eeuw werd de stad verrijkt met bestuurlijke, gerechtelijke, onderwijs- en culturele instellingen, waarvan de monumentale gebouwen veelal nog steeds in gebruik zijn. Deze functies droegen aanzienlijk bij tot de germanisering die de stad tot de meest ‘Duitse’ in de industrieregio maakte. In 1850 gaf een derde van de inwoners zich als Duitstalig op; 1910 was dat 87%. Velen waren echter tweetalig, en ook onder de Poolstalige minderheid was dat trouwens het geval.

Na de Eerste Wereldoorlog eiste het nieuw opgerichte Polen geheel Opper-Silezië op. Toen de geallieerden na twee jaren van gewelddadige onrust in Opper-Silezië een volksstemming organiseerden om te bepalen of de provincie bij Duitsland zou blijven dan wel aan Polen toegewezen zou worden, gaf bijna 79% van de bevolking te kennen bij Duitsland te willen blijven. Omdat de uitslag voor geheel Opper-Silezië niet eenduidig uitgelegd kon worden werd besloten tot verdeling. Gleiwitz werd een grensstad in Duitsland en verloor een deel van zijn achterland en daarmee mijnen en fabrieken aan Polen. De bevolking was tussen 1870 en 1920 van 13.000 tot 40.000 gegroeid, met de omgeving meegerekend 70.000. Deze stormachtige ontwikkeling werd door de nieuwe grenssituatie onderbroken maar werd daarna voortgezet, hoewel ook door de annexatie van de omringende dorpen. 117.000 inwoners waren er in 1939. Na de machtsovername door de nationaalsocialisten in 1933 werd het gebruik van de Poolse taal stap voor stap in het openbare leven teruggedrongen. Op 31 augustus 1939 pleegden als Poolse partizanen verklede Gestapo-beambten een overval op het plaatselijke radiostation (Operatie Himmler, Duitse SD-commandotroepen]]). Hitler riep deze daad uit tot ‘oorlogsverklaring’ en een reden om Polen binnen te vallen, waarmee de Tweede Wereldoorlog een feit was. In 1944 werden bij Gleiwitz vier dependance-kampen van Auschwitz ingericht voor productiewerk. Eind januari daarop kwam het Sovjetleger de stad binnen en werden een aantal gebouwen in brand gestoken en enkele duizenden bijeengedreven mannen standrechtelijk geëxecuteerd. De industrie werd ontzien met het oog op het belang van Polen dat kort daarop het openbare gezag ging uitoefenen. De meerderheid van de bevolking was Duitstalig en werd geïnterneerd en later uitgewezen of naar de Sovjet-Unie gedeporteerd. Zie: Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. De tweetaligen die mochten blijven, werd verboden nog langer de Duitse taal te gebruiken. Na de oorlog zouden nog velen de Duitse nationaliteit (opnieuw) aanvragen om te kunnen emigreren. Gliwice werd na de oorlog uitgebouwd tot de culturele hoofdstad van Opper-Silezië en haar inwonertal nam toe 223.000 in 1980 om daarna weer te gaan zakken tot 185.000 in 2013, vanwege de economische neergang als gevolg van de veroudering van de industriële techniek en het uitblijven van investeringen voor de modernisering en vervanging. Bij de volkstelling van 2002 gaf bijna 90% van de bevolking de Poolse nationaliteit als de hare aan.

Sport[bewerken]

Voor 1945 Voor de oorlog was Vorwärts-Rasensport Gleiwitz enkele malen kampioen in de voetbalcompetitie van Opper-Silezië. Piast Gliwice is nu de professionele voetbalclub van Gliwice en speelt vaak op het hoogste niveau, de Ekstraklasa.

Geboren in Gleiwitz/Gliwice[bewerken]

  • Wilhelm (William) von Blandowski (1822-1878), natuurkundig onderzoeker in Australië en lid Royal Academy of Victoria
  • Richard Wetz (1875-1935), componist in Weimar
  • Lothar Bolz (1903–1986), DDR-minister van Buitenlandse Zaken
  • Emanuel Larisch (1906–1944), communist en verzetsstrijder tegen het nazi-regime
  • Herbert Scherpe (1907–1997), SS-er en ‘verpleger’ in Auschwitz
  • Maria Goeppert-Mayer (1906-1972), Duits-Amerikaans natuurkundige en Nobelprijswinnares (1963)
  • Richard Kucharczyk (1908–1985), communist, vanaf 1933 in nazi-arbeidskampen opgesloten, na 1945 politiebeambte in de DDR
  • Alfred Gebauer (1909–2005), hoogleraar in Frankfurt in de Röntgendiagnostiek en computertomografie
  • Richard Kubus (1914-1987), voetballer bij Vorwärts-Rasensport Gleiwitz
  • Reinhard Schaletzki (1916-1995), voetballer bij Vorwärts-Rasensport Gleiwitz
  • Ernest Wilimowski (1916-1997), profvoetballer in Duitsland
  • Hannes Tkotz (1925–2017), topvoetballer en trainer in de Oberliga Nord
  • Horst Bienek (1930–1990), dichter en uitgever, in 1952 tot 20 jaar strafkamp veroordeeld, in 1955 amnestie en vertrek naar de Bondsrepubliek (BRD)
  • Ernst Degner (1931-1983), motorcoureur en wereldkampioen
  • Waldemar Kozuschek (1930–2009), chirurg orgaantransplantatie in Duitsland (Bochum)
  • Paul Latussek (* 1936), vicevoorzitter van de Bund der Vertriebenen (BdV)
  • Klaus-Michael Kodalle (* 1943), hoogleraar godsdienstfilosofie in Hamburg en Jena
  • Jürgen Sikora (* 1943), Bondsdag-afgevaardigde voor de CDU
  • Christoph Zöpel (* 1943), ), Bondsdag-afgevaardigde voor de SPD
  • Teresa Kowalska (* 1946), hoogleraar chromatografie in Katowice
  • Jerzy Kukuczka (1948-1989), bergbeklimmer
  • Roman Ogaza (1952-2006), voetballer in Polen
  • Andrzej Buncol (*1959), voetballer na 1986 bij Düsseldorf
  • Jan Furtok (*1962), voetballer, speelde na 1988 bij Hamburg en Frankfurt
  • Krzysztof Warzycha (*1964), voetballer in Polen en Griekenland
  • Jacek Kowalczyk (*1981), voetballer in Polen
  • Lukas Podolski (*1985), Duits voetballer na 2004 in Duitsland

Partnersteden[bewerken]