Opper-Silezië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de gelijknamige Pruisische provincie, zie Opper-Silezië (provincie).
Het plebisciet in Opper-Silezië in 1921.
Doorlopende lijnen: Duitse Rijksgrens van 1918 en Opper-Silezische districten.
Stippellijnen: Neder-Silezische districten.
Lila: Tsjecho-Slowakije, met inbegrip van van Duitsland verkregen gebieden.
Groen: Polen, met inbegrip van zonder plebisciet van Duitsland verworven gebieden.
Geelgroen: op grond van de uitslag aan Polen toegevallen gebieden.
Oranje: op grond van de uitslag bij Duitsland gebleven gebieden.
Affiche ten tijde van het plebisciet. "Bij Duitsland blijvende welvaart; bij Polen armoede en leegloop"

Opper-Silezië is het zuidoostelijke, hoger gelegen gedeelte van Silezië in het zuiden van Polen. Het wordt voor een groot deel in beslag genomen door het grote industriegebied rondom Katowice, waartoe ook steden als Gliwice, Zabrze, Bytom en Chorzów behoren. Het inwonertal van het gebied bedraagt circa 3.487.000 (2001), waarmee het een van de grootste metropolen van Europa is.

Geschiedenis[bewerken]

Opper-Silezië was, als deel van Silezië, van 1526 tot 1742 Oostenrijks en van 1742 tot aan het einde van de Eerste Wereldoorlog Pruisisch. De Hervorming die overal ingang had gevonden, werd na het midden van de 16de eeuw door de contrareformatie met succes bestreden en dat hield ook de band met de Poolse cultuur in stand. In de 19de eeuw zouden de ontwikkeling van mijnbouw en daarmee verbandhoudende industrie het agrarisch gebied verstedelijken tot een 'tweede Roergebied van Duitsland'. De economische integratie in het Duitse Rijk bracht, vooral in de steden, een culturele verduitsing met zich mee. Omdat de kleine meerderheid van de bevolking van Opper-Silezië, met name de plattelanders, Poolse dialecten sprak, maakte het in 1919 opgerichte nieuwe Polen aanspraak op het gebied, waartegen fel verzet ontstond van de Duitsgezinden. Het Verdrag van Versailles bepaalde dat de bevolking in een volksraadpleging (plebisciet) zelf moest bepalen bij welke staat zij wilde behoren. Na een periode van grote onrust en geweldplegingen koos 60% voor Duitsland. Op last van de entente werd het gebied toch verdeeld tussen Duitsland en Polen, waarbij aan Polen het grootste deel van het industriegebied toeviel, hoewel juist in de geïndustrialiseerde stadsgebieden een grotere meerderheid voor Duitsland had gestemd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Oder-Neissegrens als nieuwe Pools-Duitse grens vastgesteld en vanaf toen was geheel Opper-Silezië Pools. Een groot deel van de bevolking vluchtte of werd verdreven. Alleen degenen die in staat waren Pools te spreken mochten voorlopig blijven, mits zij een verzoek indienden om Pools staatsburger te worden, wat overigens alleen na een taalkundige en een politieke toetsing toegestaan kon worden. Zie: Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. Daarna werd het verboden in het openbaar nog langer Duits te spreken.

Opper-Silezië had tot de Tweede Wereldoorlog een zeer gemengde bevolking. Voor de verdeling sprak in 1910 op een totale bevolking van 2.110.732, 884.045 (40,2%) Duits, en 1.169.340 (55,4%) Pools. Na de verdeling sprak in het bij Duitsland gebleven deel 59,6% Duits, de overigen gaven op beide talen (28,1%) of alleen Pools (11,2%) te spreken. In het bij Polen gevoegde deel gaf een derde deel van de bevolking op dat zij als Duitstalig wilde worden beschouwd. In het verdelingsverdrag werd bepaald dat zij recht hadden op eigen onderwijs.

Na 1945 bleef een autochtone bevolking achter waarvan een deel zich Duits bleef voelen. Een strenge repoloniseringspolitiek had kennelijk beperkt succes want na 1990 woont er rond en ten oosten van Opole (Duits: Oppeln) nog een Duitse, overigens Pools sprekende, minderheid van enkele honderdduizenden Sileziërs. Na 1990 kreeg deze groep het recht op de Duitse nationaliteit. Zie: Duitse minderheid in Polen.

Tram[bewerken]