Grooming (pedofilie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Grooming is het winnen van het vertrouwen van een kind met het oogmerk om tot seksueel contact te komen.[1] Wanneer grooming plaatsvindt binnen een digitale omgeving wordt het ook wel digitaal kinderlokken genoemd.[2]

Definitie[bewerken]

Er bestaan verschillende definities.

Veel kinderlokkers gebruiken het internet om in contact te komen met kinderen. Volwassenen benaderen minderjarigen online, met als doel ze seksueel te misbruiken. Deze activiteiten noemen we grooming. Daarnaast wordt grooming ook omschreven als 'het door pedofielen actief benaderen van minderjarigen, bijvoorbeeld via internet, met als doel seksueel contact'. Als laatste kunnen we zeggen dat grooming het benaderen is van en contact leggen met kinderen door een pedofiel met als uiteindelijke doel het mogelijk maken van seksueel contact door de seksuele drempels en remmingen van het kind te verlagen.

Grooming wordt soms als volgt omschreven: "Grooming is het benaderen van kinderen en jongeren en het opbouwen van een vertrouwensrelatie met hen met als uiteindelijk doel het mogelijk maken van seksueel misbruik door de seksuele of andere drempels en remmingen van het kind of de jongere weg te werken of te verlagen. Seksueel misbruik, en zeker langdurig seksueel misbruik, is doorgaans niet het onverwachte gevolg van een reeks toevallige factoren, maar wel het resultaat van een dergelijk weloverwogen proces van grooming door de dader."[3].

Kenmerken van grooming[bewerken]

  • Het winnen van vertrouwen bij het kind.
  • Het bevoorrechten van het kind.
  • Het afschermen van het kind.
  • Het stapsgewijs verder leggen van de grenzen.
  • Het proces gebeurt geheim.[4]

Grooming in de wet[bewerken]

Strafbaar[bewerken]

Grooming is in Nederland strafbaar sinds 1 januari 2010, zie artikel 248e Sr.

Grooming is ook in België strafbaar. In de wet staat dat het uit twee constitutieve bestanddelen bestaat, nl. een materieel en moreel element. Het materieel element bestaat uit vier verschillende zaken. Ten eerste moet het door een meerderjarige aan een min-zestienjarige gebeuren. Daarnaast moet het gebeuren via informatie- en communicatietechnologie. Als derde moet er een voorstel tot ontmoeting plaatsvinden van de meerderjarige aan de minderjarige gericht. Dit wordt dan gevolgd door materiële handelingen die tot een dergelijke ontmoeting zouden kunnen leiden Daarnaast wordt er in de wet ook gesproken over een moreel element. Dit verwijst naar het voorstellen van een ontmoeting aan een min-zestienjarige met het bijzonder motief (bijzonder opzet) om aldus een aanranding van de eerbaarheid, een verkrachting of een vorm van aanzetten tot ontucht of prostitutie of van openbare zedenschennis op of met de min-zestienjarige te kunnen plegen.

Grooming kan als verzwarende omstandigheid gezien worden, als aan volgende zaken voldaan is per constitutief bestanddeel. Bij het materieel element spreken we hiervan wanneer de dader een seksueel misdrijf op of met een min-zestienjarige pleegde en dit misdrijf die voorafgegaan werd door een benadering van deze minderjarige door de dader met het oogmerk op een later tijdstip het seksuele misdrijf op of met de min-zestienjarige te plegen. Bij het moreel element is er sprake van verzwarende omstandigheden als de dader het oogmerk heeft om op een later tijdstip een seksueel misdrijf te plegen. Effect op strafmaat hiervan is verdubbeling van de minimumstraf in geval van een gevangenisstraf en verhoging met twee jaar in geval van opsluiting.

Poging tot grooming[bewerken]

Poging tot grooming is niet strafbaar. Het is al een voorbereidingsdelict. Poging tot het voorbereiden van grooming kan daardoor nooit strafbaar zijn. Voor een veroordeling voor grooming is het nodig dat er een seksafspraak wordt gemaakt. Het is niet zo dat een gewone ontmoeting al strafbaar is, er moet echt sprake zijn van een oogmerk seksuele handelingen te plegen (hetgeen uit de inhoud van chats, e-mail e.d. kan blijken). Daarnaast moet voor de ontmoeting een uitvoeringshandeling zijn uitgevoerd door de verdachte op de ontmoeting, zoals het zich naar de afgesproken plaats begeven of aan het kind geld overmaken voor bijvoorbeeld een treinticket. Dit volgt o.a. uit een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 24 juli 2015.[4]