Gruit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jopen Koyt, een gruitbier uit Haarlem

Gruit is een kruidenmengsel dat wordt gebruikt als smaakmaker bij het brouwen van bier. De samenstelling van gruit is streekafhankelijk en werd in vroeger tijden zwaar gereglementeerd met belastingen. De brouwer betaalde, al was het bier voor eigen gebruik, een gruitbelasting. Na het vervangen van gruit door hop, werd ook deze belasting vaak naar hop overgedragen.

In eerste instantie zat in bier geen hop. Pas in de 14e eeuw werd het nut van hop bij het bierbrouwen ontdekt. Hop voorkomt bederf en besmetting door slechte gisten. Het gebruik van ervan werd in korte tijd zeer populair. Keizer Karel IV schreef in 1364 in een oorkonde over de Novus modus fermentandi cervisiam, ofwel 'een nieuwe methode om bier te brouwen' die toen al enkele decennia in zwang was, het gebruik van hop.[1]

Er is weleens beweerd dat gruit een libidoverhogend effect zou hebben gehad, en dat het daarom door de kerk zou zijn afgeschaft.[2] Daar zal echter geen sprake van zijn: juist kerkelijke instanties hadden belang bij het in stand houden van de gruit, omdat ze er inkomsten van hadden. De oorkonde van Karel IV uit 1364 geeft bijvoorbeeld de bisschop van Utrecht het recht om ook belasting om hopbier te heffen, omdat de inkomsten van gruit verminderd waren. Nog in 1404 klaagde de bisschop van Utrecht over het hopbier dat zo algemeen gedronken werd, dat zijn inkomsten uit gruit in de stad Zwolle sterk achteruit waren gegaan.[3]

Gruit kan onder meer de volgende ingrediënten bevatten: rozemarijn, gagel, salie, duizendblad en laurierbessen. Door de heren van Gruuthuse in Brugge werd in hun 'gruut' hoofdzakelijk gedroogde bloemen van de gagel gebruikt.[bron?]

Brouwers[bewerken]