Barend Cornelis Koekkoek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Haus Koekkoek)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Barend Cornelis Koekkoek
Zelfportret van B.C. Koekkoek, circa 1825.
Zelfportret van B.C. Koekkoek, circa 1825.
Persoonsgegevens
Geboren Middelburg, 11 okt 1803
Overleden Kleef, 5 apr 1862
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep(en) kunstschilder
Oriënterende gegevens
Stijl(en) Romantiek
Bekende werken Bosgezicht, (1848)
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Beluister

(info)

Barend Cornelis Koekkoek (Middelburg, 11 oktober 1803 - Kleef, 5 april 1862) was een Nederlands romantisch landschapsschilder.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Barend Koekkoek werd geboren in Middelburg als de oudste van vier zonen van Johannes Hermanus Koekkoek (Veere 1778-1851 Amsterdam) en Anna van Koolwijk. Zijn vader was schilder van rivier- en zeegezichten. Gedurende een deel van zijn Middelburgse periode [voor 1822] was Cornelis een leerling van de plaatselijke tekenacademie waar hij onderwijs kreeg van Abraham Krayestein, die hem met het tekenen van landschap vertrouwd maakte. Ook kreeg hij al vroeg les van vader Koekkoek, die een bekwame marineschilder was. Al vanaf zijn 17e nam de jonge Koekkoek aan tentoonstellingen deel; zijn allereerste tekeningen maakte hij van het vredige Zeeuwse landschap. Vrij jong vertrok Barend naar Amsterdam en studeerde onder andere aan de Rijksakademie van beeldende kunsten aldaar met behulp van koninklijke ondersteuning. Als student kopieerde hij schilderijen van oude meesters en slaagde er geleidelijk aan in om zijn werken eigenhandig met figuren te stofferen. Barends vroegste geschilderde landschappen ontstonden in 1823.[1] Vanaf het eerste begin was het landschap zijn specialiteit, waarom hij dan ook vanaf 1826 veel reizen ondernam om de natuur zelf uitvoerig te bestuderen en er veel in te schetsen; hij verbleef o.a. op de Veluwe, rondom Nijmegen, langs de Rijn en in de Harz.[2]

Leven en werk[bewerken]

In 1833 trouwde Barend met Elise Thérèse Daiwaille, de dochter van zijn leermeester en vriend Jean Augustin Daiwaille. Zij kregen vijf dochters. Een jaar later vestigden zij zich definitief in Kleef, waar hij al vaak tijdelijk zijn verblijf had gezocht vanwege de mooie uitzichten. Zijn besluit gaf aanleiding tot de volgende tekst in 'De Kunstkronijk': 'Niet dat wij het onze Duitsche naburen misgunnen, maar er is in ons land nog zo veel te verbeteren! en buiten dat, wie verliest gaarne uit zijne kroon paarlen van een zo zuiver water, als Koekkoek, die door zijn talent medewerken kan, om Hollands roem in de kunsten, door den vreemdeling te doen benijden.' [3]. Dit commentaar geeft aan dat zijn faam in die jaren al wijd verbreid was in Nederland.

In 1841 maakt hij ook met enkele schildersvrienden een tocht door het Ahrdal. Over zijn belevenissen op die reis schrijft hij een boek met de titel Herinneringen en mededeelingen van een landschapsschilder waarin hij veel van zijn denkbeelden en inzichten over de schilderkunst noteert, zoals 'Het doel van de schilder is, naar mijne wijze van zien, in zoverre met dat des dichters gelijk, dat beiden op het gevoel van den beschouwer of den lezer willen werken. Dit kunnen zij onmogelijk doen, zodra hunne tafereelen.. ..den stempel der natuur, de waarheid, missen.' Voor Koekkoek is de natuur verheven en hij vereert deze, een houding waarmee hij zich duidelijk onderscheidt van de andere grote romantische schilder in Nederland, Wijnand Nuijen.[2] De meeste werken van Koekkoek zijn dan ook landschapsschilderijen. 'De natuur is het volmaakte schilderij' hield Koekkoek zijn toehoorders voor. Zijn schilderkunst is als romantisch te bestempelen omdat het geen exacte maar een poëtische weergave van de natuur is, hoewel hij deze voortdurend als 'waarheid' bestempelt. Vaak bestaan zijn schilderijen uit een bos met een kasteel of ander gebouw op de achtergrond. De natuur beslaat het grootste gedeelte van het doek, waarin mensen rondlopen, staan of zitten.

Opmerkelijk is de rol van het licht in de doeken van B.C. Koekkoek. Licht was een element in zijn schilderkunst waar hij zelf veel belang aan hechtte, getuige zijn uitspraak uit 1841: 'Beschouwt vooral de werking van het licht, want dat is de ziel van alles' . Het licht accentueert een gedeelte van het schilderij, zodat het oog van de toeschouwer automatisch daarop valt. Hij was al in zijn eigen tijd beroemd om zijn romantische weergave van landschappen.

In november 1858 kreeg Koekkoek een beroerte, hetgeen het einde van zijn loopbaan als kunstenaar betekende. Hij stierf op 58-jarige leeftijd in 1862.

Werkwijze[bewerken]

Heuvellandschap met rustend boerenvolk onder een eik, 1843

Zijn schilderijen, tekeningen en litho's zijn gedetailleerd uitgewerkt en hebben bos-, berg-, en panoramische Rijnlandschappen met zwaar geboomte als onderwerp. De verfijnd gestoffeerde en meestal in helder koloriet uitgevoerde geschilderde landschappen heeft hij aan de hand van studieschetsen en herinneringen uit zijn geheugen achteraf geconstrueerd, met olieverf in een gladde penseelvoering. Ten opzichte van Koekkoeks vroegere oeuvre werd in de jaren dertig van de negentiende eeuw zijn beeldopbouw gecompliceerder en zijn stoffage rijker uitgevoerd. Vanaf 1841 was B.C. Koekkoek op het hoogtepunt van zijn roem en bestonden zijn schilderijen vooral uit Duitse Rijnlandschappen die hij in zijn in 1843 gebouwde ateliertoren, de Belvédère schilderde. Typerend voor de jaren vijftig zijn Koekkoek's schilderijen met vaak overdadig aangebrachte stofferingen.[1]

Koekkoek schilderde dus niet ter plekke in het landschap, maar maakte veel schetsen naar de natuur en stelde van daaruit zijn schilderijen later samen op het atelier, zoals ook de andere meester van de Hollandse Romantiek, Andreas Schelfhout in die tijd deed. Voor de composities van zijn werken liet Koekkoek zich ook duidelijk herkenbaar inspireren door de landschappen van de grote meesters uit de Hollandse Gouden Eeuw, zoals Ruysdael en Hobbema.[2] De bomen stonden centraal in bijna elk werk van hem - vaak knoestige oude eiken, die tot in het fijnste detail werden geschilderd. Maar het gehele schilderij was wel degelijk gecomponeerd en geen directe weergave van de werkelijkheid.[2]

Het "Tekencollege" van B.C. Koekkoek[bewerken]

Kleef: Haus Koekkoek plafond

In 1841 richtte Koekkoek een tekenacademie op in een bovenzaal van het toenmalige raadhuis aan de Grote Straat in Kleef. Tweemaal in de week tekende hij hier samen met zijn talrijke leerlingen naar levend model. Een keer in de maand corrigeerde hij samen met de leerlingen hun vrije werk. Zo ontstond in Kleef, als onderdeel van de Nederlandse romantiek, de Kleefse schilderschool. Koekkoek had ongeveer veertig leerlingen, onder wie zijn zwager Alexander Joseph Daiwaille en zijn broer Marinus Adrianus Koekkoek, Johann Bernhard Klombeck, Louwrens Hanedoes, Cornelis Lieste, Paul Gabriël en Fredrik Marinus Kruseman. Een belangrijke leerling die Koekkoek nooit in zijn lessen heeft gezien was J.W. Bilders die zichzelf als autodidact schoolde aan de schilderijen van Koekkoek en sterk werd geïnspireerd door zijn voorbeeld. . Volwaardig lidmaatschap van getalenteerde dames lag minder eenvoudig, zoals de schilderes Anna van Sandick in haar memoires schreef: "Toen ik in Cleve kwam in '48 heb ik eerst eenig onderrigt van Koekoek gehad, in het landschap schilderen; deze wilde mij op zijn atelier hebben, maar in dien tijd ging dat niet zoo. O tijdgeest alweder! Nu is alles gepermitteerd van onderrigt. Hij kwam dan bij mij aan huis, als ook later J.B. Klombeck van tijd tot tijd, maar op ateliers ben ik nooit geweest".[4] In het werk van deze kunstenaars wordt, net zoals door Koekkoek zelf, de ongerepte natuur van het Kleefs-Duitse land met zijn bossen en aantrekkelijke vergezichten verheerlijkt.

Het B.C. Koekkoek-huis en de Belvédère[bewerken]

In 1841 verhuisde Koekkoek met zijn vrouw naar Kleef. De reden voor deze verhuizing was dat Kleef voor Koekkoek schilderachtige panorama's bood. De stad ligt op meerdere heuvels en dientengevolge heeft men er een goed uitzicht op de Rijn en de laagvlaktes ten noorden en oosten van de stad. Verder lagen in de buurt veel parken en bossen, die in de 17e eeuw waren aangelegd door onder anderen Johan Maurits van Nassau-Siegen. De in de ogen van Koekkoek schitterend bevonden panorama's waren dan ook de reden dat hij eerst een ateliertoren (Frans: 'Belvedère') liet bouwen met vensters op het noorden, het oosten en het westen, voordat hij tot de aanbouw van een woning overging.

Na in verschillende huurwoningen in Kleef gewoond te hebben, liet Koekkoek een kunstenaarswoning bouwen om zijn status als meesterskunstenaar gestalte te geven. Dit in navolging van de kunstenaarswoningen in Italië die hij tijdens zijn bezoek aan Italië vast en zeker gezien zal hebben. In 1842 begon men met de bouw, die in 1848 werd voltooid. De kunstenaarswoning is in klassieke stijl gebouwd en bestaat uit drie verdiepingen. Hier ontving Koekkoek zijn belangrijke klanten uit de hele wereld.

Selectie van schilderijen[bewerken]

Haus Koekkoek[bewerken]

Na zijn overlijden verkocht zijn weduwe de kunstenaarswoning. Er vonden kleine verbouwingen plaats, de begane grond huisvestte enige tijd een tandartspraktijk, maar de indeling van de bel-etage en vele details in het trappenhuis zijn nog origineel. Op wonderbaarlijke wijze doorstond het huis de bombardementen op Kleef in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. De omringende gebouwen werden volledig verwoest. Van 1945 tot 1960 fungeerde het gebouw als het stadhuis. Bij de ingebruikname van een nieuw gebouwd stadhuis werd het Haus Koekkoek ingericht als stedelijk museum waarin de werken van hem en andere Koekkoeks zouden worden tentoongesteld.

Museum Haus Koekkoek heeft een grote collectie werk van B.C. Koekkoek en andere landschapschilders uit zijn tijd in bezit. Ook zijn er schilderijen te zien die een relatie hebben met de geschiedenis van Kleef. Op de bovenste verdieping zijn kamers met wisseltentoonstellingen. Op de begane grond is een museumwinkel. Het museum werd van 1976 tot 2010 geleid door de Nederlandse kunsthistoricus Guido de Werd, die van 1997 tot 2010 tevens directeur was van Museum Kurhaus in dezelfde plaats. De activiteiten van Haus Koekkoek worden financieel ondersteund door de Stiftung B.C. Koekkoek-Haus.

Het klassieke schilderspaleisje is gevestigd aan de Koekkoekplatz 1 (vroeger: Kavarinerstraße 33) in het centrum van Kleef. Het huis vormt samen met de Belvedère een bijzonder monument waar de schilderijen van romantische schilders uit Kleef centraal staan. Naast het Museum Kurhaus Kleef en het kasteel Schwanenburg is het B.C. Koekkoek-huis een van de meest karakteristieke gebouwen in de stad. Sinds 2006 staat midden op de Koekkoekplatz een borstbeeld dat de kunstenaar uitbeeldt op 41-jarige leeftijd, op het hoogtepunt van zijn roem.


Eerbewijzen en onderscheidingen[bewerken]

Dat Koekkoek's werk in zijn tijd enorm gewaardeerd werd, blijkt uit de vele eerbewijzen en onderscheidingen die hij gedurende zijn leven heeft ontvangen:

1829: Gouden medaille van de kunstenaarsvereniging Felix Meritis in Amsterdam
Felix Meritis benoemt Koekkoek tot Titulatuur-lid van de tekenafdeling.
1830: Zilveren medaille van de kunstenaarsvereniging Felix Meritis in Amsterdam.
1831: Erelid van de kunstenaarsvereniging Arti Sacrum in Rotterdam.
1832: Lid van de Koninklijke Academie der Beeldende Kunsten in Amsterdam.
1835: Corresponderend lid van het Koninklijke Nederlands Instituut.
1837: Zilveren medaille van de Salon in Brussel.
1839: Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
Gouden medaille op de Salon in Brussel
Gouden medaille op de Salon in Den Haag.
1840: Gouden medaille op de Salon in Parijs.
Bronzen medaille op de tentoonstelling in Antwerpen naar aanleiding van het Rubensfeest.
1841: Oorkonde in plaats van een tweede gouden medaille op de Salon in Den Haag.
1842: Ridder in de Belgische Leopoldsorde
1843: Gouden medaille op de Salon in Parijs
Ridder in de Orde van het Legioen van Eer.
1844: IV-klasse in de Orde van de Rode Adelaar, verleend door koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen.
1851: Erelid van de Akademie der Beeldende Kunsten in Rotterdam
1855: Gouden medaille op de Salon in Parijs.
Erevicepresident van de Societé Universelle pour l'encouragement des Arts et de l'Industrie in Londen.
1856: Erelid van de 'Societé Belge des Aquarellistes' in Brussel.
1861: Erelid van de Keizerlijke Academie van Schone Kunsten in St. Petersburg.

Nog een voorbeeld van de waardering die hem ten deel viel is dat B.C. Koekkoek de Hollandse koning Willem II op een reis naar Luxemburg begeleidde. De koning droeg hem op een negental landschapschilderijen te maken.

Maar ook heden ten dage wordt het werk van Koekkoek gewaardeerd gezien de prijzen die voor zijn werken worden betaald. De recordprijs voor een werk van B.C. Koekkoek staat op € 1.412.000, in april 2006 bij Christie’s geboden door een anonieme Russische verzamelaar.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikiquote Wikiquote heeft een verzameling Engelstalige citaten gerelateerd aan Barend Cornelis Koekkoek.