Het Achterhuis (dagboek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Achterhuis.
Dagboekbrieven 14 juni 1942 - 1 augustus 1944
De uitgave uit 1947
De uitgave uit 1947
Auteur(s) Anne Frank
Voorwoord Annie Romein-Verschoor
Land Nederland
Taal Nederlands
Genre dagboek
Uitgever Prometheus
Oorspronkelijke uitgever Contact
Uitgegeven 1991
Oorspronkelijk uitgegeven 1947
Pagina's 302 pagina's
Grootte 20 cm
ISBN-code 9789044616170
Verfilming The Diary of Anne Frank
Anne Frank: The Whole Story
Externe link
Volledige tekst Het Achterhuis. Dagboekbrieven 14 juni 1942 - 1 augustus 1944
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Het Achterhuis is de titel van het dagboek van Anne Frank (1929-1945). Het is genoemd naar de bijnaam van het onderduikpand op de Prinsengracht en is het verhaal van een ondergedoken jong Joods meisje ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het is wereldwijd een van de meest gelezen boeken.[1]

Ontstaansgeschiedenis[bewerken]

Aanhalingsteken openen "Ik weet dat ik kan schrijven. Een paar verhaaltjes zijn goed, m'n Achterhuisbeschrijvingen humoristisch, veel uit m'n dagboek spreekt, maar... of ik werkelijk talent heb, dat staat nog te bezien."
— Anne Frank, Het Achterhuis, 5 april 1944
Aanhalingsteken sluiten

Anne Frank krijgt voor haar dertiende verjaardag (12 juni 1942) een roodgeruit dagboek van haar ouders cadeau. Vanaf dat moment zal ze er, weliswaar met tussenpozen, haar gedachten en belevenissen in beschrijven. Anne noemt haar dagboek "Kitty", omdat ze een vriendin mist aan wie ze al haar geheimen kwijt kan.

De frequentie van het schrijven neemt toe wanneer ze op 6 juli, nauwelijks een maand later, moet onderduiken. Door de drukte van het achterhuis en het constant op elkaars lip moeten zitten, nemen de spanningen onderling ook toe. Vooral de relatie met haar moeder, die zeer turbulent is, en haar opkomende gevoelens voor een van de andere onderduikers, Peter van Pels, vormen een belangrijke basis voor de dagboekbrieven. Verder komt Anne langzaam in de puberteit, waardoor ze ook anders tegen haar seksualiteit begint aan te kijken.

Op Radio Oranje roept minister Gerrit Bolkestein op 28 maart 1944 op om alle dagboeken zoveel mogelijk te bewaren voor oorlogsdocumentatie, de latere basis voor het NIOD.[2] Bij Anne Frank leidde dit ertoe om haar dagboek te herschrijven voor publicatie. Hierbij gebruikte zij haar dagboekaantekeningen voor een publicatieversie. Deze publicatieversie (versie B) heeft zij niet kunnen voltooien en van de oorspronkelijke versie (versie A) zijn sommige aantekeningen niet meer bewaard gebleven.

De familie Frank wordt samen met de familie Van Pels (in het dagboek Van Daan) en de Joodse tandarts Fritz Pfeffer (in het dagboek Mr. Dussel) door de Grüne Polizei opgepakt en afgevoerd naar concentratiekamp Westerbork.

In de persoonlijke eigendommen van de families wordt het dagboek gevonden door Miep Gies (in het dagboek Miep van Santen genoemd) en Bep Voskuijl (in het dagboek Elli Vossen genoemd), twee van de verzorgers van de onderduikers. Omdat het lot van Anne op dat moment nog niet zeker is, wordt het dagboek zorgvuldig bewaard.

Na de oorlog blijkt dat Anne, net als haar moeder, zus, de familie Van Pels en Fritz Pfeffer, het kamp niet overleefd heeft. Alleen Otto Frank, Annes vader, overleeft de gruwelen van de kampen.

Uitgaven[bewerken]

De eerste transcriptie van Annes dagboek was in het Duits, gemaakt door Otto Frank voor zijn vrienden en familieleden in Zwitserland, die hem overtuigden om het voor publicatie aan te bieden. De tweede was een samenstelling van Anne Frank versies A en B evenals uittreksels van haar essays, met een epiloog geschreven door een vriend van de familie over het lot van de auteur. In het voorjaar van 1946 kwam het onder de aandacht van de historici Jan Romein en zijn vrouw Annie Romein-Verschoor. Ontroerd door het verhaal deden ze vergeefse pogingen om een uitgever te interesseren. Uiteindelijk bracht Romein in een column van Het Parool het dagboek onder de aandacht: "Voor mij echter is in dit schijnbaar onbetekenende dagboek van een kind, in dit door een kinderstem gestamelde 'de profundis' alle afzichtelijkheid van het fascisme belichaamd, méér dan in alle processtukken van Neurenberg bij elkaar. "[3]

De column op de voorpagina trok de belangstelling van uitgeverij Contact in Amsterdam, die Otto Frank benaderde om een ​​Nederlandse versie van het manuscript in te dienen. De uitgeverij bood aan om het te publiceren, maar adviseerde Otto Frank dat Anne's openhartigheid over haar opkomende seksualiteit bepaalde conservatieve lezers zou storen en stelde voor enkele passages te schrappen. Het dagboek - een combinatie van versie A en versie B - werd gepubliceerd onder de naam Het Achterhuis. Dagbrieven van 14 juni 1942 tot 1 augustus 1944. Het voorwoord bij de eerste uitgave werd geschreven door Romein-Verschoor. Otto Frank sprak later over dit moment, "Als ze hier was geweest, zou Anne trots zijn geweest " Het boek, waarvan de tekstversie bekendstaat als versie C, verkocht goed, de 3000 exemplaren van de eerste editie waren snel uitverkocht, en in 1950 werd een zesde editie gepubliceerd. Tot aan 1999 zijn er van het boek 25 miljoen exemplaren verkocht en is het boek in 55 talen vertaald.[4]

In 1986 verscheen een wetenschappelijke editie (critical edition), waarin de versies A, B en C zijn opgenomen op basis van wetenschappelijk onderzoek van het NIOD vanwege uitlatingen over de authenticiteit van het dagboek. Hierin is ook een samenvatting opgenomen van het rapport van het Gerechtelijk Laboratorium over de echtheid. Dit werd gepubliceerd in drie delen met in totaal van 714 pagina's. In de wetenschappelijke editie is te zien wat de laatste versie is die door de schrijfster zelf is gemaakt. De handelseditie gaat niet uit van deze zogeheten 'Ausgabe letzter Hand'.

In 1991 verschijnt een herziene handelseditie (definitive edition) aan de hand van de uitgave van Otto Frank en onder redactie van Mirjam Pressler waarin de fragmenten over seksualiteit en de relatie met haar moeder zijn opgenomen die in de eerdere uitgave van 1947 waren weggelaten.[5] De passages die hierover handelen, hebben ervoor gezorgd dat sommige Amerikaanse ouders het boek als 'te pornografisch voor hun kinderen' beschouwen.[6] Deze editie uit 1991 staat bekend als versie D.[7] In 2001 werd een hernieuwde versie uitgebracht waarin enkele losse bladen zijn opgenomen die later zijn ontdekt.

Echtheid auteurschap[bewerken]

De dagboeken van Anne Frank worden als echt beschouwd. Dat bevestigde onder andere het Duitse Bundeskriminalamt (BKA) in een onderzoek. Het papier en de inkt die de schrijfster in haar dagboek gebruikte, stammen uit de oorlogsjaren. In een eerder onderzoek in 1980 merkte het BKA nog op dat er enige balpeninkt was gebruikt die pas in 1951 op de markt kwam. Voor neonazi's was dit vele jaren aanleiding om te beweren dat het dagboek niet echt was. De aangetroffen balpeninkt was echter niet aangebracht in het dagboek, maar op losse blaadjes. Deze blaadjes bleken afkomstig van een Duitse onderzoekster die de dagboeken in 1960 bestudeerde. Sinds 2009 staat Annes dagboek op de Werelderfgoedlijst voor documenten van UNESCO.

In 2015 maakte het Anne Frank Fonds bekend dat het dagboek onder co-auteurschap van Otto Frank is uitgegeven. Volgens Yves Kugelmann van het Fonds blijkt na bestudering dat Otto Frank door herschikken, bij elkaar voegen en knippen van de teksten uit het dagboek en de aantekeningen een collage heeft gemaakt, waaruit een nieuw auteursrecht volgt. Anderen waarschuwen hiertegen dat hierdoor de authenticiteit van het dagboek ter discussie komt te staan.[8][9]

Ook Mirjam Pressler heeft in 1991 de tekst herzien en 25 procent meer materiaal toegevoegd van het dagboek voor een "definitieve editie" in 1991. Hierdoor is ook een ander langdurig auteursrecht gecreëerd.[8] Dit wordt door sommigen gezien als een manier om de duur van het auteursrecht voor dit werk op te rekken.

Auteursrecht[bewerken]

Over het auteursrecht op het dagboek en het al dan niet verlopen daarvan bestaat discussie. Sommigen beweren dat het auteursrecht op het dagboek met ingang van 1 januari 2016 is vervallen (70 jaar na het overlijden van de auteur), maar het Anne Frank Fonds, dat in ieder geval tot die datum de rechten van het dagboek in handen had, is van mening dat het auteursrecht nog zeker tot 2050 van kracht blijft. Dit, omdat de vader van Anne Frank significant zou hebben bijgedragen aan de tekst en hij pas in 1980 overleed.[10]

Otto Frank heeft de originele manuscripten aan het NIOD nagelaten. Het auteursrecht echter heeft hij aan het Anne Frank Fonds nagelaten. De duur van het auteursrecht verschilt per land, maar voor landen in de Europese Unie geldt dat het werk 70 jaar na de dood van Anne Frank vrij zou komen op 1 januari 2016. In Nederland zou destijds voor de originele publicatie uit 1947 (die bestaat uit tekstdelen van beide versies van Anne Franks werk), en voor een versie gepubliceerd in 1986 (die beide versies compleet bevat), het auteursrecht oorspronkelijk niet vervallen 50 jaar na de dood van Anne Frank (1996), maar 50 jaar na publicatie als een resultaat van een regeling voor postuum gepubliceerde werken (dat zou neerkomen op 1997 en 2036 respectievelijk). Toen het auteursrecht in 1995 werd verlengd naar 70 jaar, verdween de speciale regel voor postuum werk, maar werd wel een overgangsregeling ingesteld die ervoor zorgde dat een en ander niet zou leiden tot een verkorting van het auteursrecht. Dit leidt volgens de Rechtbank van Amsterdam in een uitspraak van december 2015 tot de beëindiging van het auteursrecht voor de eerste versie op 1 januari 2016, en voor het nieuwe materiaal dat in 1986 gepubliceerd werd, in 2036.[11]

Edities[bewerken]

  • Anne Frank - Het Achterhuis. Dagboekbrieven 14 juni 1942 - 1 augustus 1944. Amsterdam, 1947.
  • De dagboeken van Anne Frank (met inleiding door Harry Paape, Gerrold van der Stroom en David Barnouw met de samenvatting van het rapport van het Gerechtelijk Laboratorium opgesteld door H.J.J. Hardy), Den Haag, 1986
  • De dagboeken van Anne Frank (herzien, met inleiding door Harry Paape, Gerrold van der Stroom en David Barnouw met de samenvatting van het rapport van het Gerechtelijk Laboratorium opgesteld door H.J.J. Hardy), Den Haag, 2006. (ISBN 9789035121997)
  • Anne Frank - Het Achterhuis. Dagboekbrieven 14 juni 1942 - 1 augustus 1944. Amsterdam, 1991. (ISBN 9789044616170)

Secundaire literatuur[bewerken]

  • Bert Bakker, Het fenomeen Anne Frank, Amsterdam, 2012

Film en toneel[bewerken]

Er zijn diverse films op het dagboek gebaseerd, zoals The Diary of Anne Frank (1959), dat drie Oscars won.

In 2014 is het toneelstuk Anne in Amsterdam in première gegaan.