Hoedjesparade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jet Bussemaker op Prinsjesdag 2014
Videofragment van de hoeden tijdens de troonrede van 2016
Marianne Thieme vraagt aandacht voor meer vrouwen in de politiek met haar hoed in 2016

De hoedjesparade is een traditie in Nederland tijdens Prinsjesdag waarbij vrouwelijke leden van de Staten-Generaal, het kabinet en het Koninklijk Huis bij de troonrede een hoed dragen. Het hoofddeksel is vaak opvallend door de grootte, kleur of model. In de media is vaak aandacht voor de meest opvallende hoeden.

Geschiedenis[bewerken]

Minister van Schaik in 1935 bij Prinsjesdag met een steek op het hoofd begeleid door een vrouw met hoed
Steek met struisvogelveren van minister Jan van den Tempel uit 1939
Kamerlid Erica Terpstra met hoed in 1984
Troonrede in 2015 met mannelijke ministers Rutte, Dijsselbloem en Asscher in jacquet zonder steek en vrouwelijke minister Jeanine Hennis-Plasschaert met hoed

Het kledingvoorschrift voor kamerleden en ministers op Prinsjesdag was het door Koninklijk Besluit vastgestelde ambtskostuum[1], voor het laatst geactualiseerd voor ambassadeurs in 1948 .[2] Kamerleden droegen het groot kostuum (rokkostuum) met verplicht een steek als hoofddeksel en degen als wapen. De steek was voorzien van zwarte veren, een gouden lis van zes trenzen met knoop en een oranje kokarde. [3]

Na de oorlog versoberde koningin Wilhelmina het uiterlijk vertoon en werd het ambtskostuum, hoewel niet officieel afgeschaft, steeds minder gedragen.[4] Het kabinet draagt sindsdien een jacquet.[5] Na de oorlog traden ook steeds meer vrouwen in functie, maar voor hen was er echter geen ambtskostuum.[6]

De eerste die een hoed droeg tijdens Prinsjesdag was het net toegetreden toenmalige lid van de Tweede Kamer, de latere staatssecreataris Erica Terpstra in 1977.[7] Naast Terpstra droeg dat jaar alleen de Koningin en een vrouw van het corps diplomatique een hoed.[8] De reden om een hoed te dragen was uit eerbetoon aan koningin Beatrix [9] en tegen de grijze massa. Terpstra: "Als je in Den Haag op Prinsjesdag geen hoed draagt, wanneer dan wél?". Het kreeg sindsdien navolging. In de begintijd was het ongepast een hoed te dragen die groter is dan de hoed van de Koningin. Deze regel is inmiddels losgelaten.[10]

De hoeden worden niet zelden voor de gelegenheid ontworpen. Zo ontwierp hoedenontwerpster Herma de Jong in 2014 voor zeven vrouwen de hoeden.[11]

Politieke boodschap[bewerken]

Soms wordt de kleur van de hoed afgestemd op de kleur van de politieke partij, bijvoorbeeld rood voor de PvdA en blauw voor de VVD. Enkele kamerleden vragen met haar kleding en hoofddeksel aandacht voor de eigen politieke agenda. Zo had in 2005 Krista van Velzen van de SP een hoed gemaakt van autobanden om zo aandacht te vragen voor haar anti-asfaltbeleid.

In 2017 had Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren een hoed op, maar vooral opvallend was haar sjerp, die een herinnering was aan de invoering van het vrouwenkiesrecht honderd jaar eerder, in 1917.[12] Zij had ook een afbeelding van Emmeline Pankhurst op haar japon; een foto gemaakt bij haar arrestatie tijdens een demonstratie tegen onderdrukking van vrouwen in de politiek.[13] Ook in 2016 maakte Thieme al een statement tegen genderongelijkheid in de Nederlandse politiek, door een hoge hoed te dragen met de tekst Man..Man..Man erop.[14]

Carla Dik-Faber van de Christenunie maakte in 2017 via haar kleding een statement voor een Nederlandse traditie, door een jasje te dragen van oude klederdrachtstoffen[15] uit Staphorst.[16] Het jaar ervoor droeg zij een jurk gemaakt van opgevist plastic, met accenten van visleer.[17] Haar hoed was gemaakt van vissenhuiden die worden weggegooid bij restaurants.

Wetenswaardigheden[bewerken]

Op de Engelse paardenraces, met name Royal Ascot, worden traditioneel ook extravagante hoeden gedragen. In 2016 werd door het gemeentemuseum Den Haag hoeden gedragen op Prinsjesdag geexposeerd in Zoveel hoeden, zoveel zinnen.[18]

Foto's[bewerken]

Zie ook[bewerken]