Jan Andries vander Mersch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gegraveerd portret
Standbeeld van generaal Vander Mersch in Menen

Jan Andries vander Mersch (ook: Jan André van der Meersch) (Menen, gedoopt op 10 januari 1734[1]Dadizele, 14 september 1792) was een spilfiguur in de Brabantse Omwenteling en is vooral bekend om zijn overwinning bij de Slag bij Turnhout (1789). In zijn tijd ging hij door voor de Belgische Washington.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Van kindsbeen af ging zijn belangstelling uit naar alles wat militair was. In 1744 werd zijn geboortestad ingenomen door de Fransen en bezocht door koning Lodewijk XV. Tien jaar na deze inlijving nam Vander Mersch als vrijwilliger dienst in het Franse leger. Tijdens de Zevenjarige Oorlog wist hij zich in verschillende veldslagen te onderscheiden, onder meer tijdens de Slag bij Roßbach (1757) en de Slag bij Hochkirch (1758). Na Bösensell werd hij op het slagveld benoemd tot luitenant-kolonel van de dragonders. Zijn wens om naar Amerika te vertrekken werd geweigerd, waarna hij in 1772 terugkeerde naar zijn geboortestreek en er drie jaar later trouwde met Emerence Titlin. Het koppel ging wonen in Dadizele. In 1778 nam hij nog dienst in het Oostenrijkse leger om kort daarna op rust te gaan.

De radicale hervormingen van keizer Jozef II leidden tot een monsterverbond tussen burgerij, aristocratie en kerk. In deze nationale verzetsbeweging traden twee opinierichtingen naar voren: de behoudsgezinde statisten en de meer democratische vonckisten.

Brabantse Omwenteling[bewerken | brontekst bewerken]

Het was Jan Frans Vonck die kolonel-op-rust J.A. vander Mersch contacteerde via de advocaten Pieter Emmanuel de Lausnay en Jan Jozef Raepsaet. In de pastorij van Bekkerzeel haalde Vonck hem over om de leiding te nemen van een patriottenleger. De kolonel diende zijn ontslag in bij de keizer en kreeg in het patriottenleger in wording de graad van luitenant-generaal. Hij voegde zich bij het Comité van Breda dat zich net over de grens installeerde. Tegen het goed geoefende en sterk bewapende Oostenrijkse leger maakten de Belgen eigenlijk weinig kans. Vander Mersch probeerde de toestromende vrijwilligers enigszins te organiseren, maar training was moeilijk aangezien de wapens op Oostenrijks gebied verborgen dienden te worden om uitwijzing te voorkomen.

Vanuit Breda viel het patriottenleger de Zuidelijke Nederlanden binnen en op 27 oktober 1789 vond de slag bij Turnhout plaats. Mede door de actieve hulp van de plaatselijke bevolking slaagden de patriotten erin de Oostenrijkers te verslaan. Deze overwinning had een zeer grote weerklank in de Oostenrijkse Nederlanden, maar Vander Mersch achtte het niet veilig om door te stoten en trok zich na enige tijd weer terug over de grens. Na de Vier Dagen van Gent en de opstand van Henegouwen, waar hij niet bij betrokken was, viel hij opnieuw binnen langs de Kempen en nam hij zonder veel weerstand Tienen en Diest. Hij sloot een tiendaagse wapenstilstand met militair gouverneur Richard d'Alton om te reorganiseren. De Brusselse bevolking kwam in opstand, waarna het Oostenrijkse gezag desintegreerde en halsoverkop naar Luxemburg vluchtte. Vander Mersch' patriottenleger ging het niet achterna want voor een open veldslag moest het nog steeds beducht zijn. Op 18 december, de dag waarop Hendrik van der Noot (ook wel geschreven als Vandernoot) zich liet lauweren in Brussel, was Vander Mersch in Ciney. Pas op 25 januari ging hij de zaak van het leger bepleiten in Brussel, waar hij onthaald werd als held van het nieuwe vaderland.

Nadat de verschillende gebieden binnen de Oostenrijkse Nederlanden elk apart hun soevereiniteit hadden uitgeroepen, trad op 11 januari 1790 het Tractaet van Vereeninge in voege dat een confederatie inhield onder de naam van de Verenigde Nederlandse Staten. Dit verdrag was sterk geïnspireerd door de eerste Amerikaanse grondwet, de Articles of Confederation (Artikelen van de Confederatie). Hendrik van der Noot werd eerste minister.

Aan de dijk gezet[bewerken | brontekst bewerken]

Na de overwinning kwam de onenigheid tussen de statisten en de vonckisten vlug aan de oppervlakte. Generaal Vander Mersch stond van in het begin achter Vonck en zijn ideeën en werd daarom het doelwit van een lastercampagne door de statisten. Op 13 april werd hij gearresteerd en tot november 1790 samen met zijn vrouw opgesloten in de citadel van Antwerpen. Begin december konden de Oostenrijkers de Zuidelijke Nederlanden heroveren onder Bender. Deze Eerste Oostenrijkse Restauratie betekende het einde van de jonge republiek. De eerste opperbevelhebber van een onafhankelijk Zuid-Nederlands ('Belgisch') leger stierf op 14 september 1792 te Dadizele.

Eerbetoon[bewerken | brontekst bewerken]

In 1992, naar aanleiding van de 200e verjaardag van zijn overlijden, gaf het Vander Merschcomité een boek en een gedenkpenning uit en werd er op het Vander Merschplein te Menen een standbeeld opgericht.

Zie de categorie Jan Andries vander Mersch van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.