Jan Andries vander Mersch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Gegraveerd portret uit 1791
Standbeeld van generaal Vander Mersch in Menen

Jan Andries vander Mersch (ook: Jan André van der Meersch) (Menen, 10 februari 1734Dadizele, 14 september 1792) was een spilfiguur in de Brabantse Omwenteling en bekend voor zijn overwinning bij de Slag bij Turnhout (1789).

Levensloop[bewerken]

Van kindsbeen af ging zijn belangstelling uit naar alles wat militair was. Als vrijwilliger nam hij dienst in het Franse leger. Tijdens de Zevenjarige Oorlog wist hij zich in verschillende veldslagen te onderscheiden. Als luitenant-kolonel keerde hij terug naar zijn geboortestreek. In 1775 huwde hij met Emerence Titlin. Het koppel ging wonen in Dadizele. In 1778 nam hij gedurende korte tijd dienst in het Oostenrijkse leger.

De radicale hervormingen van keizer Jozef II leidden tot een monsterverbond tussen burgerij, aristocratie en kerk. In de verzetsbeweging traden twee opinierichtingen naar voren: de behoudsgezinde statisten en de meer democratische vonckisten.

Brabantse Omwenteling[bewerken]

Het was Jan Frans Vonck die kolonel-op-rust J.A. vander Mersch contacteerde via de advocaten Pieter Emmanuel de Lausnay en Jan Jozef Raepsaet overhaalde om de leiding te nemen van een patriottenleger. Vander Mersch kreeg de graad van luitenant-generaal. Tegen het goed geoefende en sterk bewapende Oostenrijkse leger maakte het patriottenleger eigenlijk weinig kans. Vanuit Breda viel het patriottenleger geleid door Vander Mersch, de Zuidelijke Nederlanden binnen. Op 27 oktober 1789 vond de slag bij Turnhout plaats. Mede door de actieve hulp van de plaatselijke bevolking slaagden de patriotten erin de Oostenrijkers te verslaan. Deze overwinning had een zeer grote weerklank in de Oostenrijkse Nederlanden. In korte tijd werden de Oostenrijkers, zonder veel bloedvergieten, verdreven.

Vander Mersch was - in de eerste plaats door zijn overwinning in Turnhout - de held van het nieuwe vaderland. Overal werd hij triomfantelijk onthaald. Nadat de verschillende gebieden binnen de Oostenrijkse Nederlanden elk apart hun soevereiniteit hadden uitgeroepen werd op 11 januari 1790 een verdrag gesloten dat een confederatie inhield onder de naam van de Verenigde Nederlandse Staten. Dit verdrag was sterk geïnspireerd door de eerste Amerikaanse grondwet, de Articles of Confederation (Artikelen van de Confederatie). Hendrik van der Noot werd eerste minister.

Aan de dijk gezet[bewerken]

Er ontstond vlug onenigheid tussen de beide politieke groepen. Generaal Vander Mersch stond van in het begin achter Vonck en zijn ideeën. Toen de rol van de vonckisten uitgespeeld was, voerden de statisten ook een lastercampagne tegen Vander Mersch. Van april tot november 1790 werd hij samen met zijn vrouw opgesloten in de citadel van Antwerpen. In december 1790 konden de Oostenrijkers de Zuidelijke Nederlanden heroveren. Dit betekende het einde van de jonge Republiek. De eerste opperbevelhebber van een onafhankelijk Zuid-Nederlands ('Belgisch') leger stierf op 14 september 1792 te Dadizele.

In 1992, naar aanleiding van de 200e verjaardag van zijn overlijden, gaf het Vander Merschcomité een boek en een gedenkpenning uit en werd er op het Vander Merschplein te Menen een standbeeld opgericht