Joop Goudsblom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Johan (Joop) Goudsblom (Bergen, 11 oktober 1932) is een Nederlands socioloog, die vooral bekend werd als de pleitbezorger van het werk van Norbert Elias en door zijn werken over langetermijnontwikkelingen.

Leven[bewerken]

Goudsblom werd geboren te Bergen (Noord-Holland) als zoon van een onderwijzer en hij groeide op in Krommenie. Al op jeugdige leeftijd bracht hij zijn vrije tijd door in het Rijksarchief in Noord-Holland te Haarlem, om reeds op zijn zestiende in plaatselijke kranten te kunnen publiceren over de geschiedenis van Zaanse molens. Een opstelwedstrijd bracht hem twee maanden naar Engeland en een beurs een jaar naar de Verenigde Staten (Middletown, Connecticut).

Van 1951 tot '57 studeerde hij sociale psychologie en pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. In die tijd maakte hij ook deel uit van de redactie van het studentenblad Propria Cures (1955-1957), waarin hij eveneens onder een hele reeks pseudoniemen schreef. Ook behoorde hij tot de oprichters van het literaire tijdschrift Tirade. Zijn aforismen zijn gebundeld in Pasmunt (1958) en Reserves (1998). Toch besloot hij uiteindelijk de sociologie te verkiezen boven de literatuur. Van 1968 tot 1997 was hij hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Ook heeft hij gasthoogleraarschappen bekleed aan de universiteiten van Konstanz (1975) en Exeter (1988).

Goudsblom woont in Amsterdam en was getrouwd met Maria Oestreicher vanaf 1958 tot aan haar overlijden in 2009.

Werk[bewerken]

Goudsblom promoveerde in 1960 cum laude op de studie Nihilisme en cultuur. In zijn ook in het Engels en Duits vertaalde boek Balans van de sociologie (1974) werkte hij de vier vereisten uit waar sociologisch onderzoek volgens hem aan moet voldoen: precisie, systematiek, reikwijdte en relevantie.

Goudsblom las in het begin van zijn studietijd de beschouwingen van Menno ter Braak over Über den Prozeß der Zivilisation van Norbert Elias. Hij verdiepte zich in deze Duits-Britse socioloog en haalde hem ten slotte in 1969 naar Amsterdam voor een gasthoogleraarschap. Dit was het begin van een lange traditie, een schoolvorming, van figuratie- en processociologie in Amsterdam. Velen zijn bij Goudsblom op een figuratiesociologisch of civilisatietheoretisch onderwerp gepromoveerd. De samenwerking werd ook een vriendschap; Elias was van 1984 tot zijn overlijden in 1990 zelfs Goudsbloms bovenbuurman.

Geleidelijk aan begon Goudsblom de processociologie steeds verder uit te breiden tot de studie van ontwikkelingen op de zeer lange termijn. Zo heeft hij de omgang van de mens met vuur (Vuur en beschaving, 1992) en met de tijd (Het regime van de tijd, 1997) beschreven vanaf het ontstaan van de mensheid tot nu. Hierbij maakte hij gretig gebruik van de inzichten uit vele andere wetenschappelijke disciplines.

Bibliografie[bewerken]

  • Pasmunt (aforismen) (1958)
  • Nihilisme en cultuur (1960), (2003) ISBN 9789046130155
  • Balans van de sociologie (1974)
  • De sociologie van Norbert Elias (1987)
  • Taal en sociale werkelijkheid (1988)
  • Vuur en beschaving (1992)
  • Het regime van de tijd (1997)
  • Reserves (aforismen) (1998)
  • Stof waar honger uit ontstond. Over evolutie en sociale processen (2001)
  • Stof waar honger uit ontstond. Van biologische evolutie naar sociaal culturele ontwikkeling (2009) Olympus pockets 191 pagina's ISBN 9789046701980
  • Voor en over Goudsblom werd in 1997, bij zijn emeritaat, het liber amicorum Alles verandert. Opstellen voor en over J. Goudsblom uitgebracht.