Menno ter Braak
| Menno ter Braak | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboortedatum | 26 januari 1902 | |||
| Geboorteplaats | Eibergen | |||
| Overlijdensdatum | 15 mei 1940 | |||
| Overlijdensplaats | Den Haag | |||
| Geboorteland | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Universiteit van Amsterdam | |||
| Beroep | schrijver | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1923-1940 | |||
| Werken | ||||
| Genre(s) | essay, roman, literaire kritiek | |||
| Stroming(en) | literair modernisme, Forumgeneratie | |||
| Bekende werken |
| |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Werken in collectie | Museum de Scheper,[1] Stedelijk Museum Amsterdam[2] | |||
| Dbnl-profiel | ||||
| https://mennoterbraak.nl/ | ||||
| ||||
Menno ter Braak (Eibergen, 26 januari 1902 – Den Haag, 15 mei 1940) was een Nederlands schrijver, essayist, cultuur- en literatuurcriticus. Samen met E. du Perron en Maurice Roelants was Ter Braak oprichter van het invloedrijke literaire tijdschrift Forum.
Biografie en ontwikkeling van zijn denken
[bewerken | brontekst bewerken]Menno ter Braak bracht zijn middelbareschooltijd door in Tiel, waar hij woonde bij zijn oom en tante.[3] Tijdens zijn studie Nederlands en geschiedenis in Amsterdam kwam hij in contact met Joris Ivens, met wie hij De Nederlandsche Filmliga oprichtte. Met deze organisatie wilden zij experimentele films toegankelijk maken voor het grote publiek. Tegelijkertijd waarschuwden zij het bioscooppubliek voor wat zij beschouwden als de verdwazing door "Hollywood", een waarschuwing waaraan de Amsterdamse bioscoop "De Uitkijk" zijn naam dankt. In 1924 en 1925 was hij redacteur van studentenblad Propria Cures, waar hij zijn eerste filmrecensies schreef. In zijn opstel Cinema Militans uit 1928 pleitte hij voor de erkenning van de film als kunstvorm. Voor het internationale avant-garde tijdschrift i10, onder hoofdredactie van Arthur Lehning, schreef Ter Braak in de periode 1927-1929 diverse artikelen over film en filmesthetiek in de rubriek Filmkroniek, zoals zijn essay Absolute film. Ook besteedde hij in het blad aandacht aan het nieuwe fenomeen 'geluidsfilm', die vanaf 1927 zijn intrede deed in de bioscoop.
Nadat Ter Braak leraar aan het Rotterdamsch Lyceum was geworden, schreef hij in 1930 Het carnaval der burgers. Hierin beschrijft hij de tegenstelling tussen de uitdrukking van gevoelens in de kunst en de maatschappij die deze gevoelens onderdrukt. Toch hebben de 'dichter' en de 'burger' elkaar nodig, want zij bestaan pas in samenhang met elkaar, aldus Ter Braak. In dit eerste boek van zijn hand is de invloed merkbaar van de filosoof Hegel en de feministische Nederlandse schrijfster Carry van Bruggen, die hij zeer bewonderde.
In 1933 werd Ter Braak aangenomen als letterkundig redacteur van het dagblad Het Vaderland waardoor hij zijn baan als leraar kon opgeven. Zijn leraarschap zou hij later nog verwerken in het sterk autobiografische Dr. Dumay Verliest. Gedurende zijn loopbaan als redacteur maakte Ter Braak naam met kritieken waarin hij zich, behalve over de boeken die hij recenseerde, ook regelmatig uitliet over de actualiteit en de maatschappelijke problemen van zijn tijd. In deze wekelijkse Kronieken vergeleek hij gewoonlijk diverse boeken met elkaar, zowel nieuwe uitgaven als herdrukken, waardoor zijn kritisch werk een spiegel is geworden van de Nederlandse literatuur tussen 1900 en 1940 op hoog essayistisch niveau. De Kronieken alleen al beslaan drie delen van zijn zevendelig Verzameld Werk. Ter Braaks vergelijkende methode stelde hem ook in staat zijn criteria voor de beoordeling van literair werk steeds scherper te formuleren én te verantwoorden. Zijn kritieken zijn ook uitzonderlijk omdat Ter Braak zich tot taak stelde de boeken die hij besprak zo veel mogelijk te plaatsen binnen het geheel van de literatuur of cultuur waarbinnen zij verschenen; een eis waaraan slechts weinig Nederlandse critici kunnen voldoen. Ter Braak was dan ook zeer belezen in de Duitse, Franse en Engelse literaire tradities, en besprak daarnaast dikwijls cultuurfilosofische werken als De ondergang van het Avondland van Oswald Spengler en Homo Ludens van Johan Huizinga, een neef van zijn moeder.
Vorm of vent
[bewerken | brontekst bewerken]Eind 1930 raakte Ter Braak bevriend met de uit Nederlands-Indië afkomstige schrijver Edgar du Perron. Uit die vriendschap kwam, behalve een omvangrijke briefwisseling, ook het vernieuwende literaire tijdschrift Forum voort. Ter Braak publiceerde daarin regelmatig essays, waaronder zijn Démasqué der Schoonheid, waaruit de discussie voortkwam die bekend werd als 'Vorm of vent': namelijk de vraag, in hoeverre in een kunstwerk de vorm (schoonheid of l'art pour l'art) of de persoonlijkheid van de kunstenaar de leidende kracht of het leidende principe is. Volgens Ter Braak en du Perron was dit laatste het geval. Vormen, welke dan ook, zag Ter Braak als tijdelijk, als een roes, voor welks verleiding men niet dient te bezwijken: de schoonheid als vaste vorm is dan ook dood. Tijdelijke vormen zijn weliswaar niet te vermijden, maar de inhoud, het leven, diende zich in zijn ogen van die vorm telkens weer te bevrijden, en het kan niet anders, dan dat men daarmee de eigen persoonlijkheid op het spel zet. Dat is het avontuur van het leven, dat ook het avontuur van de ware, originele, individuele persoonlijkheid is, aldus Ter Braak. Hiermee zette Forum zich sterk af tegen de literaire erfenis van de Tachtigers, en opende het de literatuur meer voor buitenlandse invloeden, onder andere die van Ter Braaks grote voorbeeld Nietzsche, met wie hij het schrijven in paradoxen gemeen had.
Dit criterium van de persoonlijkheid van de schrijver heeft tot op heden grote invloed op de Nederlandse literatuur én de literaire kritiek; dit hoewel er na de oorlog ook veel kritiek op werd uitgeoefend, niet in de laatste plaats door de vertegenwoordigers van de Vijftigers, die Ter Braak onder andere verweten geen oog te hebben gehad voor het surrealisme en andere bewegingen, waarin het juist de vormen waren die centraal stonden en níet de kunstenaar zelf of diens persoonlijkheid. Niettemin zou Gerard Reve zonder Ter Braak waarschijnlijk nooit zijn doorbraak hebben beleefd, en zou ook W. F. Hermans, die Ter Braak bekritiseerde - zij het op een niveau dat deze als schrijver geen recht deed - zonder diens invloed niet de schrijver zijn geworden die hij was. Ter Braak wilde in de romans die hij las, niet worden verzwolgen door woorden, stijl en perspectief; dat hij de persoon wilde ontmoeten, betekende voor Ter Braak echter geen ongeboetseerde uitstorting van emoties of naakt realisme. Hij verlangde wel degelijk een zekere distantie, humor, en vooral ook beheersing van het onderwerp. Zo was Multatuli een van zijn helden, omdat deze met humor, kennis en gezag, boven zijn onderwerp bleef staan. Hier lag wellicht ook het gevoelige punt voor de vele tegenstanders van Ter Braak, zowel tijdens diens leven als erna.

Dat het woord 'vent' voor de voorlieden van Forum iets te maken zou hebben met geslacht, zoals wel is verondersteld, is zeker onjuist: Carry van Bruggen was een van Ter Braaks grote voorbeelden, maar ook schrijfsters als Top Naeff en Beb Vuyk konden zijn goedkeuring wegdragen, evenals de dichteres-psychiater Vasalis. Ter Braak probeerde laatstgenoemde op 5 mei 1940, enkele dagen voor de Duitse inval, nog te spreken te krijgen voor een advies. Dit mislukte doordat Vasalis net in die tijd beviel van haar eerste dochter. Zijn ideeën en die van Forum kunnen mede worden gezien in het licht van zijn tijd, waarin mooischrijverij en slaafse navolging van Freud opgeld deden, en maar weinig kritiek werd geleverd op de populistische bewegingen van het interbellum, zowel ter linker- als ter rechterzijde.
Om echter niet de indruk te wekken, dat het hem alléén om de kracht van de persoonlijkheid te doen was en niet ook om diens integriteit, voegde Ter Braak hier het aan Pascal ontleende criterium aan toe van de honnête homme, de fatsoenlijke of waardige mens, die zich niet laat inpalmen door de geest of de macht. Dit 'consequente christendom' wenste hij te verdedigen tegen het officiële christendom in, dat in zijn ogen inconsequent was, omdat het aanspraak maakte op De Waarheid of De Macht, in plaats van te accepteren wat het in de praktijk altijd was; namelijk een zoeken naar evenwicht tussen beide, waarbij men eigenlijk van iedere steun van buiten zou moeten afzien. Ter Braaks stellingname was in die zin uitzonderlijk, dat hij er zich ook als atheïst volledig rekenschap van gaf het product te zijn van een christelijke cultuur, en besefte dat hij diende te roeien met de riemen die die cultuur hem had aangereikt.
Democratie en de Grote Gelijkheid
[bewerken | brontekst bewerken]In de loop van de jaren dertig, toen het nationaalsocialisme steeds meer terrein won, keerde Ter Braak zich fel tegen deze beweging en riep hij intellectuelen zelfs op tot een "opportunistische" trouw aan de democratie.[4] De opkomst van zowel nationaalsocialisme als communisme was in de ogen van Ter Braak uitdrukking van 'De Grote Gelijkheid', het decor van de grote massabewegingen van zijn tijd. Hoe die bewegingen samenhingen met de ontwikkeling van het christendom schilderde hij in zijn boek Van oude en nieuwe christenen (1937).
In een reeks essays, waarvan vooral Het nationaal-socialisme als rancuneleer uit 1937 indruk maakte, leverde hij een scherpe analyse van het nationaalsocialisme, en bekritiseerde hij degenen die de invloed en aanhang ervan bagatelliseerden. Om het niet alleen bij woorden te laten, richtte hij in deze jaren samen met onder anderen Du Perron, de historicus Dr. Jan Romein en dominee Buskes, tevens het Comité van Waakzaamheid tegen het nationaalsocialisme op. In samenwerking met Hermann Rauschning bracht Ter Braak in augustus 1939 een ingeleide en bewerkte Nederlandse vertaling uit van diens werk De nihilistische Revolutie. Schijn en werkelijkheid in het Derde Rijk.
Duitse emigrantenliteratuur
[bewerken | brontekst bewerken]Ter Braak bemoeide zich ook intensief met de literatuur van de Duitse emigranten - de zogenaamde Exil-literatuur - van wie er na de machtsovername door Adolf Hitler in het buurland, velen een toevlucht in Nederland hadden gezocht. Onder de Duitse schrijvers die hij protegeerde waren onder meer Erich Noth, Konrad Merz en Nobelprijswinnaar Thomas Mann, met wie hij tot zijn dood bevriend bleef en die na de oorlog een bijzonder In memoriam aan hem wijdde.
Tegenover diens zoon Klaus Mann, die het in Nederland uitgegeven literaire tijdschrift die Sammlung had opgericht, stond Ter Braak echter uiterst afwijzend, wat onder meer tot uitdrukking kwam in een vernietigende kritiek over Manns roman Flucht in den Norden. Dat juist Klaus Mann een van de auteurs was die qua stijl en scherpzinnigheid niet voor Ter Braak onderdeden en diens afkeer van negentiende-eeuwse 'woordkoekebakkerij' deelden, mag tragisch worden genoemd, vooral daar Manns grote antinazistische roman Mephisto aan al Ter Braaks criteria leek te voldoen. Maar dit werk, zeker een van de hoogtepunten van de Exil-literatuur, bleef in Ter Braaks besprekingen geheel achterwege. Wel was Ter Braak ook kritisch over tal van andere Exil-auteurs, wie hij onder andere verweet in hun ballingschap gewoon de draad van hun schrijven van vóór 1933 weer op te pakken, zonder hun emigratie als zodanig te thematiseren. Ter Braak vond dat veel Exil-auteurs zich te breed als gevestigde literaten neerzetten, zonder goed en wel doordrongen te zijn van hun veranderde positie. Zo moesten onder andere Jakob Wassermann, Lion Feuchtwanger en Alfred Döblin het zwaar ontgelden in zijn kritieken, die hij onder andere in het Duits publiceerde in verschillende Exil-bladen. De emigratie diende in Ter Braaks ogen juist een positief effect te hebben op hun literaire productie: de persoonlijkheid van de schrijver kreeg nu immers alle kans.
Dat Ter Braak in deze kringen weerstand wekte, mag dan ook nauwelijks verwonderlijk heten: vele van deze schrijvers hadden ternauwernood het vege lijf kunnen redden en verkeerden niet in de luxepositie van Thomas Mann, die dan wel geëmigreerd was, maar zijn boeken nog steeds in Berlijn liet drukken en later gemakkelijk kon leven van de royalty's die zijn vertalingen opbrachten. In die zin diende onder andere Ludwig Marcuse Ter Braak scherp van repliek: in zijn ogen was het nationaalsocialisme nu eenmaal geen geestelijke beweging en kon het dus ook geen (anti-)uitgangspunt vormen voor een nieuwe Duitse literatuur. Ook werd Ter Braak voorgehouden dat de emigrantenliteratuur een uit nood geboren lotsgemeenschap was, maar geen literaire beweging met een eigen programma.
Toch konden, vooral na de oorlog, veel voormalige Exil-schrijvers wel waardering opbrengen voor het geëngageerde optreden van Ter Braak in hun kringen; internationaal gezien lag hier zelfs het hoogtepunt van zijn werkzaamheid als auteur.
Aanklacht wegens Hitlers eigen woorden
[bewerken | brontekst bewerken]In 1940 brachten Ter Braak en Max Nord Hitlers eigen woorden uit, hun vertaling van Rauschnings Gespräche mit Hitler. De verkoop overtrof alle verwachtingen, maar nadat op 1 maart ‘van Duitsche zijde’ de aandacht op ‘den onneutralen inhoud van het boek’ gevestigd was, werd het restant van de voorraad van de uitgever, enkele honderden exemplaren, op 8 maart in beslag genomen. Ook bij boekhandels probeerde justitie de voorraad te vorderen, maar op veel plaatsen bleef het boek 'onder de toonbank' verkrijgbaar. De uitgever, Robert Leopold, die intensief met Ter Braak samenwerkte, werd persoonlijk aangeklaagd wegens 'belediging van een bevriend staatshoofd', wat sinds de jaren dertig een regelmatig gebruikt censuurmiddel was.[5] Ondanks kritische vragen van SDAP-Kamerlid Van der Goes van Naters keurde minister van Justitie Gerbrandy, de latere premier, de beslaglegging goed. De zaak zou op 14 mei voor de rechter komen, maar op 9 mei werd de klacht ingetrokken.[6][7] Na de Duitse inval verwijderden vele lezers het werk uit hun boekenkast, uit angst voor de bezetter.

Zelfdoding in 1940
[bewerken | brontekst bewerken]Ter Braak was naar het schijnt al jaren vastbesloten, in geval van een nazi-bezetting van Nederland uit het leven te stappen. Na het binnenvallen van het Duitse leger op 10 mei 1940 deed hij met zijn vrouw en enkele vrienden een (halfhartige) poging om via Scheveningen naar Engeland te vluchten. Op de avond van 14 mei 1940, toen het Nederlandse leger had gecapituleerd, pleegde Ter Braak in de woning van zijn broer J.W.G. (Wim) ter Braak, zenuwarts te Den Haag, zelfmoord door een combinatie van een slaapmiddel en een injectie, toegediend door zijn broer. Zijn vriend Eddy du Perron overleed rond dezelfde tijd, tussen tien en elf uur 's avonds, aan hartfalen. Zijn uitgever ging een dag later ook over tot zelfdoding.[5] Deze Robert Leopold, die de dagelijkse leiding had van H.P. Leopold's Uitgeversmaatschappij (de tegenwoordige Uitgeverij Leopold), was de zoon van Leopold-oprichter Joes Leopold en een neef van de dichter J.H. Leopold.
De schouwarts, die de volgende ochtend arriveerde, vulde 15 mei in als datum van Ter Braaks overlijden. Hij werd op 18 mei begraven op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. In het graf werden later zijn echtgenote Ant en haar halfzus Mineke, weduwe van Menno's broer Wim, bijgezet.
Invloed
[bewerken | brontekst bewerken]In het populismedebat dat opgeld deed na de opkomst van LPF en Wilders, in de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw, werd Ter Braaks Het nationaal-socialisme als rancuneleer opnieuw actueel. De daarin verkondigde theorie dat zowel linkse als rechtse extremen in het politieke spectrum verklaard konden worden als rancune, dan wel ressentiment, voortvloeiend uit de onmogelijkheid om het democratische en socialistische gelijkheidsideaal te verwerkelijken, werd veelvuldig toegepast op hedendaagse electorale verschuivingen (door bijv. Arnon Grunberg en in Duitsland door Peter Sloterdijk).[4] Deze nietzscheaanse kritiek op het gelijkheidsdenken wordt op zijn beurt gehekeld door M. Oudenampsen, die Ter Braak en zijn moderne volgelingen voor de voeten werpt dat dit wijzen op "ressentiment" vooral dient om de ook onder fascisten populaire Nietzsche vrij te pleiten en om politieke propaganda te voeren (zoals ook Fredric Jameson in een vergelijkbare context al heeft gesteld).[4] Ter Braak zelf heeft overigens op diverse plaatsen dit claimen van Nietzsche door fascisten of nationaalsocialisten met kracht van argumenten verworpen[8]. Politieke propaganda was hem bovendien vreemd, zoals hij onder meer laat zien in Politicus zonder Partij. Ook J.J. Voskuil schrijft in het in 2022 verschenen eerste deel van zijn dagboek ‘Bijna een man’ in verschillende passages over de invloed van Ter Braak.
Bibliografie
[bewerken | brontekst bewerken]- 1928 - Kaiser Otto III. Ideal und Praxis im frühen Mittelalter (proefschrift) (Digitale versie)
- 1929 - Cinema militans (essay) (Digitale versie)
- 1930 - Het carnaval der burgers. Een gelijkenis in gelijkenissen (essay) (Digitale versie)
- 1931 - De absolute film (essay) (Digitale versie)
- 1931 - Afscheid van domineesland (essay) (Digitale versie)
- 1931 - Hampton Court (roman) (Digitale versie)
- 1931 - Man tegen man (essay) (Digitale versie)
- 1932 - Démasqué der schoonheid (essay) (Digitale versie)
- 1932-1935 - Forum (Maandschrift voor letteren en kunst (tijdschrift) Samen met E. du Perron en Maurice Roelants)
- 1933 - Dr. Dumay verliest ... (roman) (Digitale versie)
- 1934 - Politicus zonder partij (essay) (Digitale versie)
- 1935 - De pantserkrant. Een tragicomedie van wapens, schrijfmachines en idealen. Gevolgd door een bief aan een vijandin van het tooneel (toneel) Digitale versie)
- 1935 - Het tweede gezicht (essays) (Digitale versie)
- 1937 - Douwes Dekker en Multatuli (essay) (Digitale versie)
- 1937 - Multatuli en zijn zoon. Brieven van Multatuli aan J. van der Hoeven (Digitale versie)
- 1937 - Het christendom. Twee getuigenissen in polemischen vorm, Anton van Duinkerken, Menno ter Braak (Digitale versie)
- 1937 - Van oude en nieuwe Christenen (essay) (Digitale versie)
- 1937 - Het nationaal-socialisme als rancuneleer (Digitale versie)
- 1938 - In gesprek met de vorigen (essay) (Digitale versie)
- 1938 - Mephistophelisch (essay) (Digitale versie)
- 1939 - De Augustijner monnik en zijn trouwe duivel (Digitale versie)
- 1939 - De nieuwe elite (essay) (Digitale versie)
- 1943 - De duivelskunstenaar. Een studie over S. Vestdijk (essay) (Digitale versie)
- 1944 - Reinaert op reis (essays) (Digitale versie)
- 1945 - Menno ter Braak over over waardigheid en macht. Politiek-cultureele kroniek (essay) (Digitale versie)
- 1945 - Journaal 1939 (dagboek) (Digitale versie)
- 1946 - In gesprek met de onzen (essay) (Digitale versie)
- 1949 - Briefwisseling Ter Braak - Du Perron. Een bloemlezing
- 1949-1951 - Verzameld werk
- (Dl. 1): Hetcarnaval der burgers; Afscheid van domineesland; Man tegen man; Kaiser Otto III (Digitale versie)
- (Dl. 2): Hampton Court; Dr. Dumay verliest ...; De pantserkrant; Cinema militans; De absolute film; Démasqué der schoonheid (Digitale versie)
- (Dl. 3): Politicus zonder partij; Van oude en nieuwe christenen; Het tweede gezicht; Het nationaal-socialisme als rancuneleer; Het christendom; De augustijner monnik en zijn trouwe duivel; De nieuwe elite (Digitale versie)
- (Dl. 4): In gesprek met de vorigen; Douwes Dekker en Multatuli; De duivelskunstenaar; Verspreide artikelen; Critisch journaal; Beschouwingen van de toneelcriticus; Nagelaten werk (Digitale versie)
- (Dl. 5): Kronieken (Artikelen verschenen in: Het Vaderland, 1933-1935) (Digitale versie)
- (Dl. 6): Kronieken (Artikelen verschenen in: Het Vaderland, 1935-1938) (Digitale versie)
- (Dl. 7): Kronieken (Artikelen verschenen in: Het Vaderland, 1938-1940) (Digitale versie)
- 1962-1967 - Briefwisseling, 1930-1940, Menno ter Braak, E. Du Perron
- Deel.I (Digitale versie)
- Deel II (Digitale versie)
- Deel III (Digitale versie)
- Deel IV (Digitale versie)
- 1965 - Afscheid van domineesland. Man tegen man. Een keuze ISBN 90-282-0211-0
- 1965 - Het verraad der vlaggen (essays) (ingeleid door H. van Galen Last). Amsterdam, Querido
- 1974 - Ter Braak-nummer (Tirade ; jrg. 18, 193/194), onder red. van G.A. van Oorschot en R. Spoor. Amsterdam, G.A. van Oorschot. Met bijdragen van: A. Roland Holst, H. van Galen Last, Carel Peeters, Paul Vincent, Hans Würzner, Konrad Merz, J de Kadt en Ronald Spoor. Bevat tevens enkele brieven van Menno ter Braak aan Konrad Merz en aan E. du Perron
- 1978 - Menno ter Braak. Een verzameling artikelen (Bzzlletin ; jrg. 7; nr. 54), onder red. van Sjoerd van Faassen. Nederlandse en Engelse tekst ISBN 90-6291-014-9
- 1978 - De Propria Curesartikelen. 1923-1925, met een inl. door Carel Peeters ISBN 90-6291-013-0 (Digitale versie)
- 1980 - De artikelen over emigrantenliteratuur. 1933-1940 (bijeengebracht en ingeleid door Francis Bulhof) ISBN 9062910491 (Digitale versie)
- 1992 - De draagbare Ter Braak (samengesteld en ingeleid door Eep Francken) (ISBN 9053330984)
- 2002 - Een waarlijk zeer markante geest: de briefwisseling Dr. P.H. Ritter Jr. - Menno ter Braak (1930-1936), bezorgd en van aantekeningen voorzien door Jan. J. van Herpen. (ISBN 90-76911-10-X)
- 2004 - De canon. Nederlandse cultuur in veertig portretten. Amsterdam, Meulenhoff, 2004 ISBN 90-290-7414-0
- 2022 - Het nationaalsocialisme als rancuneleer (samengesteld en ingeleid door Bas Heijne ISBN 978-90-4465-089-1 (Digitale versie)
Vertalingen
[bewerken | brontekst bewerken]- 1939 - De nihilistische revolutie. Schijn en werkelijkheid in het Derde Rijk. Vert. van: Die Revolution des Nihilismus. Kulisse und Wirklichkeit im Dritten Reich van Hermann Rauschning; ingel. en bew. uit het Duitsch door Menno ter Braak
- 1939 - Hitlers eigen woorden. Politieke gesprekken met Adolf Hitler over zijn werkelijke bedoelingen. Vert. van: Gespräche mit Hitler van Hermann Rauschning; vert. uit het Duits en ingel. door Menno ter Braak en Max Nord
Bestseller 60
[bewerken | brontekst bewerken]| Boeken met noteringen in de Nederlandse Bestseller 60 | Jaar van verschijnen | Datum van binnenkomst | Hoogste positie | Aantal weken | Opmerkingen[9] |
|---|---|---|---|---|---|
| Het nationaalsocialisme als rancuneleer | 2022 | 19-01-2022 | 12 | 3 | samengesteld en ingeleid door Bas Heijne |
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Max B. Teipe en Johan van der Woude. Dr. Menno ter Braak. "Reinaert uit Eibergen". Een proeve van beschouwing. Hilversum, Rozenbeek en Venemans, 1936
- H. Marsman. Menno ter Braak. Een studie. Amsterdam, Querido, 1937 (Digitale versie)
- De schoondochter is Annetta Douwes Dekker. De waarheid over Multatuli en zijn gezin. Een antwoord aan: Julius Pée, Menno ter Braak e.a. van de schoondochter. 's-Gravenhage, Van Stockum, 1939 (Digitale versie)
- W.L.M.E. van Leeuwen. Drie vrienden. Studies over en herinneringen aan Menno ter Braak, H. Marsman en E. du Perron. Utrecht, W. de Haan, 1947
- Roger Henrard. Menno ter Braak in het licht van Friedrich Nietzsche. 1956. Proefschrift Luik. Hasselt, Heideland, 1963 (Digitale versie)
- Roger Henrard. Menno ter Braak, Nietzsche en het cultuurprobleem. Brussel, Marcel Didier, 1958
- Albert Borsboom. Menno ter Braak. Onpersoonlijk nihilisme en nihilistische persoonlijkheid, 1962. Proefschrift Amsterdam. Utrecht, Reflex, 1980 (Digitale versie)
- Peter Frits Schmitz. Kritiek en criteria. Menno ter Braak en het literaire waardeoordeel. Proefschrift Leiden. Amsterdam, Huis aan de Drie Grachten, 1979 ISBN 90-6388-101-0 (Digitale versie)
- A.F. van Oudvorst. Menno ter Braak als woordvoerder van de intellektuelen. Een literatuursociologische benadering. Ook verschenen als proefschrift ???. Amsterdam, Huis aan de Drie Grachten, 1980 ISBN 90-6388-131-2
- Francis Bulhof. Over Politicus zonder partij van Menno ter Braak. Amsterdam, Wetenschappelijke Uitgeverij, 1980 ISBN 90-6287-881-4 (Digitale versie)
- Emanuel Kummer. Literatuur en ideologie. Proust en ter Braak. Proefschrift Leiden. 1985 ISBN 90-6388-461-3 (Digitale versie)
- Barry Materman. Menno ter Braak en het dramaturgisch perspectief. Amsterdam, Universiteit van Amsterdam, Sociologisch Instituut, 1986 (i.e 1987) ISBN 90-70473-12-7 (Digitale versie)
- Hans Anten, 'De contemporaine kritiek op Menno ter Braaks Hampton Court. In: De Nieuwe Taalgids 80 (1987), nr 2, p. 125-139. (Digitale versie)
- Willem Bruls. Menno ter Braak en Thomas Mann. Een literaire vriendschap. Utrecht, Veen, 1990 ISBN 90-204-1919-6 (Digitale versie)
- Léon Hanssen. Leven in geleende tijd. Over Menno ter Braak. 1992 ISBN 90-90-05633-5 (Digitale versie)
- Petronella Elisabeth Maria van Dijk. De politiek van de literatuurkritiek. De reputatie-opbouw van Menno Ter Braak in de Nederlandse letteren. Proefschrift Tilburg, Katholieke Universiteit Brabant. Delft, Eburon, 1994 ISBN 90-5166-375-7 (Digitale versie)
- Michel van Nieuwstadt. De verschrikkingen van het denken. Over Menno ter Braak. proefschrift Katholieke Universiteit Brabant, Tilburg. Groningen, : Historische Uitgeverij, 1997 ISBN 90-6554-421-6
- H.A. Gomperts. Een kern van waarheid. Amsterdam, Van Oorschot, 2000 ISBN 90-282-0938-7 (Digitale versie)
- Léon Hanssen, Menno ter Braak 1902-1940. Amsterdam, Balans, 2000-2001
- Dl 1: Want alle verlies is winst, 1902-1930 ISBN 90-5018-527-4 (Digitale versie)
- Dl 2: Sterven als een polemist, 1930-1940 ISBN 90-5018-528-2 (Digitale versie)
- H.W. von der Dunk, Ter Braak voor de afgrond. In: Mensen, machten, mogelijkheden. Historische beschouwingen. Amsterdam, Bert Bakker, 2002, pp. 85-112 ISBN 90-351-2400-6
- Ewoud Kieft. Het plagiaat. De polemiek tussen Menno ter Braak en Anton van Duinkerken. Nijmegen, Vantilt, 2006 ISBN 978-90-75697-96-4
- Frank Berndsen. Heimwee naar de daad. Ter Braaks opvattingen over leven en literatuur in ontwikkeling, 1923-1926. Groningen, Passage, 2006 ISBN 90-5452-138-4 (Digitale versie)
Bronnen
- Biografieën, werken en teksten bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl) - inclusief het Verzameld Werk, de briefwisseling met Du Perron en de artikelen over emigrantenliteratuur
- Biografie van Menno ter Braak in twee delen geschreven door Léon Hanssen
- Website Menno ter Braak met uitvoerige informatie en digitale versies van vrijwel alle werken, samengesteld door o.a. Krijn ter Braak
- Forum (alle jaargangen)
- Willem Frederik Hermans over Menno ter Braak
- Menno ter Braak en de Filmliga (dbnl)
Referenties
- ↑ Plattegrond van Eibergen 1917. Geraadpleegd op 14 maart 2021.
- ↑ Het tweede gezicht (Verzamelde essays). Geraadpleegd op 7 september 2021.
- ↑ Walter Post, Oude Bekenden 7: Menno ter Braak vond een thuis bij Tielse oom en tante. De Tielenaar (5 oktober 2019). Gearchiveerd op 5 augustus 2020. Geraadpleegd op 29 december 2019.
- 1 2 3 Oudenampsen , Merijn (25 juni 2014). Het komt niet door rancune. Gearchiveerd op 9 juli 2023. De Groene Amsterdammer 2014: p. 41
- 1 2 Boeken onder druk: censuur en pers-onvrijheid in Nederland sinds de boekdrukkunst. Amsterdam University Press, Amsterdam (2011), pp 122 - 124. ISBN 9789089643063. NUR 092.6. Gearchiveerd op 25 januari 2022. Geraadpleegd op 23 augustus 2016.
- ↑ Hanssen, Léon (2001). Hoofdstuk 24 bij dbnl — Sterven als een polemist: Menno ter Braak 1930-1940. Balans, Amsterdam, p 483. Geraadpleegd op 23 augustus 2016.
- ↑ Léon Hanssen geeft 14 mei als procesdatum, maar Marita Mathijsen geeft 15 mei. De datum van Hanssen is aangehouden, omdat hij veel gedetailleerdere informatie geeft.
- ↑ Menno ter Braak: Friedrich Nietzsche. G.A. van Oorschot, Amsterdam (1951), pp 311 - 316. ISBN 9028205152. Gearchiveerd op 27 december 2021. Geraadpleegd op 27 december 2021.
- ↑ Menno ter Braak. De Bestseller 60 (2022). Geraadpleegd op 25 juni 2024.