J.H. Leopold

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
J.H. Leopold
JHLeopold.jpg
Algemene informatie
Geboren 11 mei 1865, Den Bosch
Overleden 21 juni 1925, Rotterdam
Beroep leraar, vertaler
Werk
Genre gedichten
Bekende werken Cheops
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Jan Hendrik Leopold ('s-Hertogenbosch, 11 mei 1865Rotterdam, 21 juni 1925) was een Nederlands dichter en classicus die wordt gerekend tot het symbolisme. Zijn werk draait om de tegenstelling tussen het verlangen in een groter romantisch of metafysisch verband op te gaan en de onmogelijkheid om buiten de eigen persoonlijkheid te treden. Leopolds bekendste werken zijn het verhalende gedicht Cheops uit 1915 en de naar Arabische en Perzische dichters gemodelleerde kwatrijnen in Oostersch uit 1922.

Levensloop[bewerken]

Niet lang na zijn geboorte verhuisde het gezin naar Goes. Na enkele jaren werd zijn vader aangesteld als directeur van een Kweekschool te Arnhem. In die plaats bracht Leopold zijn jeugd door. Leopold vestigde zich op 2 maart 1892 te Rotterdam. In hetzelfde jaar promoveerde hij in Leiden op het boek Studia Peerlkampiana. Vanaf 1891 was hij leraar klassieke talen aan het Erasmiaans Gymnasium tot hij in 1924 wegens doofheid werd afgekeurd; bij deze school herinnert een bronzen portret op hardstenen reliëf met één van zijn gedichten aan hem. Met zijn leerlinge Ida Gerhardt, die als dichteres en lerares klassieke talen in zijn voetsporen trad, onderhield hij vriendschappelijke betrekkingen.

Werk[bewerken]

Hoewel het oeuvre niet zo omvangrijk is, worden daarin drie perioden onderscheiden. Het staat niet vast wanneer hij begon met dichten, maar dit was geruime tijd voor zijn debuut, de gedichtencyclus 'Zes Christus-verzen' die in 1893 verscheen in het tijdschrift De Nieuwe Gids. In deze periode is een grote invloed van Gorter en het sensitivisme aanwijsbaar. Aan het begin van de twintigste eeuw verdiepte Leopold zich in de filosofie, met name in de Stoa, waarover hij ook publiceerde. Kenmerkend voor de tweede periode is het streven om een onderliggende ordening van al het bestaande uit te drukken in poëzie, die daarmee afstandelijker en minder ik-gericht werd. Met de publicatie van het gedicht Cheops in De Nieuwe Gids uit 1915 nam de derde en laatste fase een aanvang, waarin de dichter afstand doet van zijn overtuiging dat aan het heelal een diepere samenhang te onderkennen is. Uit deze fase stammen tevens Leopolds vertalingen, of eigenlijk bewerkingen, van het werk van Perzische en Arabische dichters als Omar Khayyám. In 1922 verscheen de bundel Oostersch.

Thematiek[bewerken]

Als centraal thema in zijn gehele oeuvre wordt beschouwd het onmogelijk te realiseren verlangen om te ontsnappen aan het eigen ik door op te gaan in een groter verband, dat van romantische of metafysische aard kan zijn. In de loop der jaren ontwikkelde zich de thematiek en werd de eenzaamheid niet meer alleen als onafwendbaar maar ook als gewenst voorgesteld.

Poëtica[bewerken]

Leopold hield er een aan de Franse dichter Mallarmé verwante, symbolistische literatuuropvatting op na, welke inhoudt dat poëzie niet naar een bestaande werkelijkheid verwijst, maar zelfstandigheid bezit. Het gaat om een talige constructie die een werkelijkheid op zichzelf voorstelt. In de loop der jaren ontwikkelde het werk van Leopold zich naar een steeds hogere concentratie.

Trivia[bewerken]

Het Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek in Deventer bezit een Leopold-collectie, in 2009 geschonken door Gerard Burger, voorzitter van het Humanistisch Verbond, Deventer.[1]

Werken[bewerken]

Cheops

Verzamelde werken[bewerken]

J.H. Leopold

In 1912 bundelde de dichter P.C. Boutens buiten medeweten en zonder toestemming van Leopold de verschenen gedichten:

  • Verzen (1912; oplage: 80 exemplaren)

In 1914 werkte de dichter wél mee aan een bij uitgeverij Brusse verschenen uitgave:

  • Verzen (1914; 350 genummerd exemplaren waarvan de eerste 25 gesigneerd door de dichter)

In 1926 verschenen zijn verzamelde werken bij uitgeverij Brusse in twee delen:

  • Verzen (1926)

In 1935 verschenen opnieuw zijn verzamelde werken bij uitgeverij Brusse in twee delen:

  • Verzen (1935)

Begin jaren 1950 bracht de uitgever G.A. van Oorschot opnieuw de verzamelde verzen uit in twee delen:

Onder auspiciën van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen verscheen een historisch-kritische editie in drie delen, samen in zeven banden:

  • Gedichten (1983-1985)

Deze historisch-kritische editie was de basis voor de in twee delen verschenen

  • Verzamelde verzen (1982-1988)

Gedicht[bewerken]

LAATSTE WIL VAN ALEXANDER

Dan, als ik tuimel in de kist
doodsoverwonnen en bezweken,
laat mijn twee handen zijn ontbloot
en uit de baar naar buiten steken.

Uit:Verzen II

KWATRIJN XXVII - Omar Khayyám

Tentmaker zie, uw lichaam is een tent,
den Sultan ziel tot een kort logement
De vorst vertrekt; straks vouwt het linnen op
de dood en geen die nog de standplaats kent

Uit:Verzen II

Trivia[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Bork, G.J. van (2008). 'Jan Hendrik Leopold.' Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject).
  • Stuiveling, G. en G.J. van Bork (1985). 'Jan Hendrik Leopold.' In: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse (red), De Nederlandse en Vlaamse dichters van middeleeuwen tot heden. Weesp, Haan.

Noten[bewerken]