Norbert Elias

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Norbert Elias
Norbert Elias, onderscheiden door minister Deetman (1987)
Norbert Elias, onderscheiden door minister Deetman (1987)
"I always knew the ruling things are phoney".
Algemene informatie
Geboren Breslau, 22 juni 1897
Overleden Amsterdam, 1 augustus 1990
Land Vlag van Duitsland Duitsland, Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Beroep lector en hoogleraar sociologie
Werk
Genre filosofie, psychologie, Medicijnen, sociologie
Bekende werken Über den Prozeß der Zivilisation (Het civilisatieproces)
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Norbert Elias (Breslau, 22 juni 1897 - Amsterdam, 1 augustus 1990) was een Joods-Duits-Brits socioloog.

Levensloop[bewerken]

Elias werd geboren als zoon van de textielhandelaar Hermann Elias in het destijds Duitse Breslau, het tegenwoordige Wrocław in Polen. Hij volgde het gymnasium en deed in 1915 eindexamen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij van 1915 tot 1919 als vrijwilliger in het Duitse leger, aanvankelijk als telegrafist aan het front en na een psychische crisis in 1917 als ziekenverpleger te Breslau. Hier studeerde hij vanaf 1917 medicijnen, filosofie en psychologie. Toen het vermogen van zijn vader verdampte als gevolg van de naoorlogse hyperinflatie, ging Elias in 1922 bij een ijzerwarenfabriek werken als hoofd Export. In 1924 promoveerde hij aan de Universiteit van Breslau tot doctor in de filosofie en de psychologie op het proefschrift "Idee und Individuum". Toen zijn ouders zich financieel weer konden redden ging hij vanaf 1925 sociologie studeren in Heidelberg bij Alfred Weber. Hier raakte hij bevriend met Karl Mannheim, die toen nog een niet-betaalde docent was (Privatdozent), en hielp hij hem in diens contacten met studenten. Toen Mannheim in 1930 Max Scheler aan de universiteit van Frankfurt opvolgde, nodigde hij Elias uit om zijn assistent te worden met uitzicht op habilitatie na drie jaar. De volgende jaren legde Mannheim zich vooral toe op de grote hoorcolleges voor studenten en bezoekers uit de Frankfurtse intelligentsia, terwijl Elias werkcolleges voor zijn rekening nam en studenten begeleidde bij het schrijven van scripties en dissertaties. Daarnaast werkte hij aan zijn habilitatiestudie (die pas veel later in uitgebreide vorm zou worden uitgegeven als Die höfische Gesellschaft), maar tot het houden van een aanstellingsvoordracht als Privatdozent kwam na de machtsovername door de Nazis niet meer.

In maart 1933 moest hij Duitsland ontvluchten en zocht hij eerst zijn toevlucht in Parijs, waar hij een fabriekje voor houten speelgoed opzette. Bij ontbreken van enig uitzicht op een universitaire positie vertrok hij, zonder veel kennis van het Engels, anderhalf jaar later naar Londen, waar hij met financiële steun van een joodse vluchtelingenorganisatie kon werken aan "Über den Prozeß der Zivilisation", een groots opgezet onderzoek naar de sociale herkomst van de meer beschaafde gedragsvormen in Europa en de achterliggende ontwikkeling van de westerse staatssamenlevingen, waarvan het tweede deel in 1939 werd voltooid. Hij kreeg een baan als onderzoeker aan de London School of Economics, en werd met zijn collega's in het begin van de oorlog geëvacueerd naar Cambridge. Toen Duitsland het Verenigd Koninkrijk dreigde binnen te vallen werden Duitsers als verdachte 'aliens' preventief geïnterneerd, eerst in een kamp bij Liverpool en later op het eiland Man. Na zijn vrijlating, acht maanden later, werkte hij mee aan het volwassenenonderwijs van de Labour Party en van de Universiteit van Londen. Op een onbekend tijdstip werd hij genaturaliseerd tot Engelsman. In 1954 vestigde hij zich in Leicester na zijn benoeming tot lector aan de nieuw opgerichte faculteit sociologie van de universiteit aldaar; zijn pensionering volgde in 1962. Van 1961 tot 1964 was hij als hoogleraar sociologie verbonden aan de Legon University in Accra (Ghana).

Vanaf 1964 was Elias gasthoogleraar op diverse plaatsen in Duitsland en in Amsterdam (1969-1970) en Den Haag (1971). Hij woonde een groot deel van deze periode in Amsterdam, waar hij op 93-jarige leeftijd overleed. De laatste jaren van zijn leven was hij vrijwel blind en dicteerde hij zijn manuscripten aan medewerkers.

Werk en receptie[bewerken]

Vanaf zijn komst in Engeland zette Elias zijn onderzoek voort in het Britse Museum. Min of meer bij toeval stuitte hij op etiquetteboeken. In zijn speurtocht naar de ontwikkeling van de daarin aanbevolen gedragingen kwam hij telkens woorden als “courtoisie”, “civilité” en “civilisation” tegen, en kwam hij tot de slotsom dat dit trefwoorden waren voor wat in verschillende perioden gezien werd als toonaangevend gedrag. Elias vroeg zich af of deze gedragsstandaarden doorheen de opeenvolgende edities van de manierenboeken veranderd waren. Het antwoord was zeer verrassend: niet alleen waren de sociale standaarden drastisch veranderd sedert de middeleeuwen en de Renaissance, maar sommige gedragingen uit vroegere tijden waren later volstrekt onacceptabel geworden. De gevoeligheid van Europeanen met betrekking tot het menselijk lichaam en de fysieke kanten van het bestaan (eten, slapen, opvoeding, seks en geweld) was ingrijpend veranderd. De menselijke natuur had zich vanuit een middeleeuwse gewelddadige spontaniteit ontwikkeld in de richting van meer stabiele, gematigde en beheerste gedrags- en gevoelspatronen. Terwijl in een proces van honderden jaren de maatschappelijke vervlechtingen gedifferentieerder en dwingender werden (in het kader van geweldsmonopolisering en staatsvorming), was de structuur van de persoonlijkheid “beschaafder” geworden.

"Über den Prozeß der Zivilisation" verscheen (afgezien van een beperkte 'Vorabdruck' van deel I in 1937), in 1939 bij een tamelijk onbekende Zwitserse uitgever. Menno ter Braak las het boek en wijdde er lovende beschouwingen aan. Die werden begin jaren vijftig gelezen door de sociologie-student Joop Goudsblom, die als hoogleraar, met de historicus Maarten Brands, Elias later naar Nederland haalde, en een pleitbezorger van diens werk zou blijven. In 1973 kwam er een Franse vertaling uit van het 'magnum opus' en in 1978 volgde de Engelse (The Civilizing Process, in het kader van het Verzameld Werk hernoemd tot On the Process of Civilisation). Een eerste televisieportret van Elias werd uitgezonden door de VPRO in 1975. In Duitsland kwam Elias' doorbraak met de Suhrkamp-pocketeditie van 1976. Vele vertalingen in andere talen volgden. De Nederlandse verscheen in 1982. Ook in de 21e eeuw blijft het werk onderzoekers in alle continenten inspireren.

De twee delen van " Über den Prozeß der Zivilisation" werden in het Frans apart uitgegeven als “La civilisation des moeurs” (1973) en “La dynamique de l’Occident” (1975). Het werk werd vergeleken met het boek van Philippe Ariès L'Enfant et la vie familiale sous l'Ancien Régime. De Franse herontdekking van het boek stimuleerde de hernieuwde interesse ervoor in Noordwest-Europa. Francois Furet noemde het boek “een ware betovering” en “zowel charmant als diepzinnig”. Hij zette hiermee de toon voor vele lovende recensies. Ook kritische reacties bleven niet uit.

Elias wordt als een van de belangrijkste sociologen van de twintigste eeuw beschouwd. In 1977 ontving hij de Theodor Adorno-prijs van de stad Frankfurt. In 1987 benoemd tot Commandeur , in 1989 de 'Premio Europeo Amalfi per la Sociologia e le Scienze Sociali' en in 1990 de 'Premio Nonino'.

Publicaties (keuze)[bewerken]

Over zijn leven, werk en internationale receptie
  • Human Figurations, Essays for / Aufsätze für Norbert Elias uitg. Amsterdams Sociologisch Tijdschrift (1977)
  • De sociologie van Norbert Elias. Weerklank en kritiek. De civilisatietheorie door J. Goudsblom (1987)
  • De geschiedenis van Norbert Elias, interview door A.J. Heerma van Vos en A. van Stolk, gevolgd door Notities bij mijn levensloop door Norbert Elias (1987).
  • Über Norbert Elias. Das Werden eines Menschenwissenschaftlers door Hermann Korte (1988), Suhrkamp Taschenbuch #1558
  • Blicke auf ein langes Leben - Norbert Elias und die Zivilisationstheorie door Hermann Korte, Picus Verlag Wien (1993)
  • Over Elias. Herinneringen en anekdotes (red. Han Israëls, Mieke Komen & Abram de Swaan), Amsterdam: Het Spinhuis 1993

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]