Keith Ellison

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Keith Ellison
Keith Maurice Ellison
Keith Maurice Ellison
Geboren 4 augustus 1963
Detroit (Michigan)
Politieke partij Minnesota Democratic-Farmer-Labor Party (Democratische Partij)
Partner Kim Ellison (1987-2012, gescheiden)
Beroep Politicus
Advocaat
Religie Islam (soennisme)
Lid van Huis van Afgevaardigden namens het 5e congresdistrict van Minnesota
Aangetreden 3 januari 2007
Einde termijn 3 januari 2019
Voorganger Martin Olav Sabo
Opvolger Ilhan Omar
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Keith Maurice Ellison (Detroit, 4 augustus 1963) is een Amerikaans politicus van de Democratic-Farmer-Labor Party van Minnesota en de nationale Democratische Partij.

Van 2003 tot 2007 was Ellison vertegenwoordiger in het Huis van Afgevaardigden van Minnesota.

Ellison vertegenwoordigt het 5e congresdistrict van Minnesota – dat Minneapolis en enkele voorsteden omvat – sinds 3 januari 2007 in het Huis van Afgevaardigden. Hij dient als Chief Deputy Whip van de Democraten in het Huis en zetelt in de bankencommissie. Bij zijn verkiezing in 2006 was Ellison de eerste moslim verkozen tot het Amerikaans Congres.

Ellison staat bekend als een progressief parlementslid en is medevoorzitter van de Congressional Progressive Caucus. Hij was een van de eerste nationale politici die de sociaal-democratische kandidaat Bernie Sanders openlijk steunde in de presidentsverkiezingen van 2016. Ellison was in 2017 een vooraanstaand kandidaat om voorzitter te worden van de Democratic National Committee, de partijorganisatie, waar hij in de tweede stemronde verloor van Tom Perez.[1]

In 2018 kondigde hij aan dat hij zich niet opnieuw verkiesbaar zou stellen voor het Congres, maar dat hij kandidaat was om procureur-generaal (attorney general) te worden van Minnesota. Hij won de Democratische voorverkiezing op 14 augustus en won de algemene verkiezing op 6 november na een verhitte kiescampagne.[2] Ellison volgt Lori Swanson op. In het Congres wordt hij opgevolgd door partijgenote Ilhan Omar.