Kleine waterteunisbloem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kleine waterteunisbloem
Kleine waterteunisbloem
Kleine waterteunisbloem
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Rosiden
Orde:Myrtales
Familie:Onagraceae (Teunisbloemfamilie)
Geslacht:Ludwigia
Soort
Ludwigia peploides
(Kunth) P.H.Raven
Afbeeldingen Kleine waterteunisbloem op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Kleine waterteunisbloem op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De kleine waterteunisbloem (Ludwigia peploides) is een overblijvende water- en oeverplant, die behoort tot de teunisbloemfamilie (Onagraceae). De kleine waterteunisbloem is afkomstig uit Zuid-Amerika en geïntroduceerd in Europa als vijverplant. In Zuid-Europa kan de soort woekeren in natuurgebieden en zo de overige vegetatie wegconcurreren. In Nederland zijn enkele vondsten gedaan sinds 2003, waarvan de meesten verwijderd zijn. Kleine waterteunisbloem staat op het Convenant Waterplanten en de Unielijst. Dit houdt in dat bezit, handel en vervoer van deze soort verboden is en dat gevonden exemplaren bestreden moeten worden.[1]

Dicht gegroeide watergang

De kleine waterteunisbloem wordt 10 - 40 cm hoog en bloeit van juni tot in september.

De plant heeft op de knopen wortelende stengels, die dichte matten kunnen vormen. De planten verspreiden zich via stengelfragmenten die elders wortelen. De soort lijkt op waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora), maar is te onderscheiden met de grootte van de bloem en de vorm van het blad. Kleine waterteunisbloem heeft 7-17 mm lange kroonbladeren en 3-6 cm lange bladen met een duidelijke bladsteel en -schijf. De kroonbladeren van de waterteunisbloem zijn 15-25 mm lang en de 6-12 cm lange bladen lopen af langs de bladsteel.[1]

Verspreiding[bewerken]

Kleine waterteunisbloem komt voor in en langs zwak stromend of stilstaand zoet water in kanalen, vaarten, meren, vijvers en greppels. Ook droogvallende oevers en vochtige graslanden kunnen worden gekoloniseerd.[1]

Externe links[bewerken]